• An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
Het koninklijke bruilofsmaal
1 Daarop vertelde Jezus hun opnieuw een gelijkenis: 2 ‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon. 3 Hij stuurde zijn dienaren eropuit om de bruiloftsgasten uit te nodigen, maar die wilden niet komen. 4 Daarna stuurde hij andere dienaren op pad met de opdracht: “Zeg tegen de genodigden: ‘Ik heb een feestmaal bereid, ik heb mijn stieren en het mestvee laten slachten. Alles staat klaar, kom dus naar de bruiloft!’” 5 Maar ze negeerden hen en vertrokken, de een naar zijn akker, de ander naar zijn handel. 6 De overigen namen zijn dienaren gevangen, mishandelden en doodden hen. 7 De koning ontstak in woede en stuurde zijn troepen eropaf, hij liet de moordenaars ombrengen en hun stad in brand steken. 8 Vervolgens zei hij tegen zijn dienaren: “Alles staat klaar voor het bruiloftsfeest, maar de gasten waren het niet waard genodigd te worden. 9 Ga daarom naar de toegangswegen van de stad en nodig voor de bruiloft iedereen uit die je tegenkomt.” 10 De dienaren gingen de straat op en brachten zo veel mogelijk mensen samen, zowel goede als slechte. En de bruiloftszaal vulde zich met gasten voor de maaltijd. 11 Toen de koning binnenkwam om te zien wie er allemaal aanlagen, zag hij iemand die zich niet in bruiloftskleren gestoken had, 12 en hij vroeg hem: “Vriend, hoe ben je hier binnengekomen terwijl je niet eens een bruiloftskleed aanhebt?” De man wist niets te zeggen. 13 Daarop zei de koning tegen zijn hofdienaars: “Bind zijn handen en voeten vast en gooi hem eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt. 14 Velen zijn geroepen, maar slechts weinigen uitverkoren.”’


**

De gelijkenis van het bruiloftsfeest…wat zit er veel in!
Veel daarvan kunnen we begrijpen.

Het feest dat de koning organiseert voor zijn zoon – dat moet natuurlijk het koninkrijk zijn waar Jezus steeds over spreekt, en de zoon van de koning, dat is Hijzelf.

De bruiloftsgasten die niet wilden komen op de bruiloft van de Prins.
Dat zijn de Farizeeën.
Het kan niet anders of de Farizeeën hebben zichzelf in die oorspronkelijke gasten herkend.
Want direct nadat Jezus dit verhaal verteld heeft,
overleggen de Farizeeën hoe ze Jezus in de val kunnen lokken.
Ze zijn bloedlink!

Tegenover de Farizeeën die niet binnen willen komen staan de gewone mensen uit het volk.
Jezus gaat om met tollenaars en hoeren.
Zij willen wel het koninkrijk van Jezus binnengaan.
Maar… ook bij hen is geloof nodig.
Jezus kiest geen partij voor één groep.
Dat bewijst de man zonder feestkleed.
Ook bij hoeren en tollenaars is geloof nodig.
Wie niet gelooft wordt er alsnog uitgegooid.
Dat was de directe betekenis op het moment dat Jezus de gelijkenis uitsprak.

Maar in de gelijkenis zitten ook andere lagen.
Daar ga ik het nu niet over hebben.
(De eerst-uitgenodigden kunnen ook staan voor het volk Israel.
Zij negeren en mishandelen de profeten die God naar ze toestuurt.
De dienaar die gedood wordt, en waarvoor de koning wraakt neemt, dat is natuurlijk de kruisiging van Jezus. En de stad die verwoest wordt is Jeruzalem.

Het moment dat de koning zegt:
de gasten waren het niet waard om uitgenodigd te worden.
Daarom: nodig iedereen die je maar tegenkomt voor de bruiloft uit.
Dat is het moment dat Jezus de zendingsopdracht geeft.
Het evangelie gaat de wereld in na Pinksteren.)

**

Ik licht vanmorgen 3 dingen eruit die we niet 1-2-3 begrijpen.
Dat zijn de doordenkertjes van deze gelijkenis.
En die doordenkertjes zijn er niet om uitgelegd te worden.
Ze zijn er om zelf mee aan de slag te gaan.
Daarvoor is natuurlijk wel een beetje uitleg nodig.
Maar gaat niet om de uitleg, het gaat om wat je ermee doet.

Hoe kan het dat mensen die lang vantevoren zijn uitgenodigd tóch niet naar het feest gaan? Dat is zo onwaarschijnlijk.
Schokkend gewoon.
Iedereen die – net als ik – met het geloof is opgegroeid zou hier eens over na moeten denken.
Dat kan dus: al vanaf het begin zijn uitgenodigd voor het feest van de Koning,
en toch niet binnenkomen.
Door eigen schuld.
De uitnodiging lezen is niet genoeg.
Een heleboel weten over de bruiloft is niet genoeg.
Het is nodig om erop in te gaan.
Om in actie te komen en daadwerkelijk op weg te gaan naar de bruiloft.

**

Een volgende schok is de reactie van de koning:
niet zozeer schokkend is de straf: verwoesting van de stad van de genodigden.
Dat is juist wat de omstanders hadden verwacht.
Wij misschien niet, maar wie naar Jezus luisterde wel.

Maar wat echt ondenkbaar is, is dat de koning nu iedereen uitnodigt.
“Ga naar de toegangswegen van de stad”.
Welke mensen trof je daar aan in een oosterse stad?
De mensen die geen werk hebben.
Werkzoekenden, dagloners.
Maar ook bedelaars.
Het zijn deze mensen, onverwachte mensen, die het koninkrijk binnengaan.
Realiseer je je dat, dat uiteindelijk die mensen binnengaan in Gods Koninkrijk,
van wie jij het niet had verwacht ?
Jezus ging om met hoeren, met zondaars, met bedelaars.
Mensen van wie je niet verwachtte dat ze zouden binnengaan in het bruiloftsfeest, juist hen nodigt Jezus binnen.
Voel jij die schok wel eens: dat die het koninkrijk van God binnen mag gaan???!
Die ook, met wat hij of zij gedaan heeft?
Wat vinden we daar als gemeente van, dat zondaars welkom zijn bij God?
Vind je dat makkelijk, dat Hij telkens maar weer mensen binnenbrengt van de wegen en de kruispunten?
Mensen die van alles op hun kerfstok hebben?

Maar juist dat is jouw geluk, dat zondaars welkom zijn bij God!
Waar zou jij anders blijven?
Maar nu ben je welkom bij God.
Met wat je gedaan hebt.

Als we zometeen avondmaal vieren, kijken we dan ook zó naar elkaar?
Daar lopen zondaars.
Daar lopen mensen die stuk voor stuk zijn binnengebracht door Jezus zelf.
Niemand verdiende het, maar iedereen is op het laatste moment binnengebracht.

**

Dan gebeurt er nóg iets onverwachts in de gelijkenis.
Er blijkt een man zonder feestkleed in de zaal te zijn.
Hij wordt verwijderd.
En dat gebeurt bepaald niet vriendelijk:
hij wordt als een misdadiger vastgebonden.
En dan eruit gegooid, buiten waar het donker is.

Wat deed die man verkeerd?
Wat kun je nou verwachten van iemand die van de straat geplukt wordt?
Natuurlijk ziet zo iemand er niet netjes uit.
Natuurlijk draagt een zwerver geen feestkleren.
Is dit niet oneerlijk?

Als je nou weet dat iedereen een feestkleed kreeg bij binnenkomst.
Zeg maar: een schitterend jurk of een mooi pak.
Deze man heeft dus geweigerd om het feestpak aan te doen.
Liever wilde hij in z’n eigen kloffie blijven zitten dan zich klaarmaken voor het feest.
Dan wordt het een heel ander verhaal.
De mensen die als eerst uitgenodigd werden waren niet geïnteresseerd in het feest,
en ze kwamen niet.
Ze verlangden niet naar het feest.
Hier is iemand die wordt binnengebracht, maar ook niet geïnteresseerd is.
Hij verlangt niet naar het feestvieren.
Hij is helemaal niet bezig met de Koning of met de Prins.

Jezus Christus heeft nieuw leven voor ons verdiend.
Een leven dat ánders is dan jij uit jezelf zou leiden.
Een leven waarin je keuzes maakt die God mooi vindt.
Let erop: je krijgt het allemaal in handen.
Je hoeft het alleen maar aan te nemen.
Aan te trekken.
Maar dat moet je dus wel doen!

Ja, dat blijft open in deze gelijkenis.
Of u dat doet. Of jij dat doet.
Of jij een ander mens wilt worden.
Dat blijft open, of je ook echt de feestkleren aan wil trekken.
Preken van dominees eindigen vaak geruststellend.
De preken van Jezus niet.
De vraag blijft open: wat doe jij?
Leid je een nieuw leven?
Wil je echt worden zoals God je heeft bedoeld?
Of blijf je je eigen keuzes maken en vind je het wel best zo?


**

Avondmaal vieren. Dat is een voorproefje krijgen van het feest van de koning.
Vergis je niet.
Veel weten over het avondmaal, over Christus, of over de bruiloft helpt niets.
Neem je de uitnodiging aan, daar gaat het om.

Een goed mens zijn, dat helpt ook al niet.
Beseffen welke zonde jij doet, dat helpt.

Pak je het kado van Jezus Christus uit? dáár gaat het om!
Doe jij het nieuwe leven aan? dáár gaat het om.
Kies je voor een leven als feestganger?


**


In deze dienst gebruiken we avondmaalsformulier 1 (groene boekje)

Instellingswoorden

Zingen: Psalm 134:1+2

Uitnodiging en terugwijzing

Zingen: Gz 155:1+2 “God, enkel licht”

Bemoediging

Zingen: Gz. 155:3+4+5

Gebed

Schriftlezing: Matteüs 22:1-14

Kindermoment door Anja

Gz 42:1+2+3+4 “De koning zond zijn knechten”

Preek

Antwoordlied: Gz 101:1+5 “De dag van onze vorst brak aan”

Voorbeden

Christus gedenken

Onderwijs

Gemeenschap met Christus en zijn broeders en zusters

Gebed

Belijdenis met Gz 161:1+2+3+4 “Heer U bent mijn leven”

Opwekking

Viering. Tijdens de viering zingen:
Zingen tijdens de viering:
Gz 89:1+2+3+4 “Jezus, leven van mijn leven”
Gz 107:1+2+3+4 Ere zij aan God de Vader
Gz 114:1+2+3+4+5+6+7 Jezus is mijn toeverlaat
Ps 118:1+7+8+9 Laat ieder ’s Heren goedheid prijzen

(noten voor de organist:
1) we zingen zoveel als nodig is, is de viering afgelopen dan stoppen we ook met zingen
2) graag zonder veel inleidend spel of tussenspel

Dankzegging (1)

Collecte Slotzang: Gz 99:1+2+3 “U zij de glorie”