• An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
Lucas 2:21-39
Gz 85:1+2+3+4 “Weet jij waarom Jezus hier op aarde kwam?”
Wet
Liedboek 140: 1+2+3+4 “Prijs de Heer die herders prijzen”
Gebed
Schriftlezing: Galaten 3:23-4:7
Tekst: Lucas 2:21-39
Gz 78:2+4 “Hoe zal ik U ontvangen”
Preek
Gz. 52:1+2 “lofzang Simeon”
Dankgebed
Collecte
Slotzang: Gz 48:1+4 “Lof aan de God van Israël”

Op eerste kerstdag zagen we hoe kerstfeest het feest van tegenstellingen is.
Tussen die eeuwige zoon van God in die kwetsbare baby Jezus.
Tussen die grote naam van Augustus en de naam David.
Tussen de eeuwige God en wijzelf.

Als we verder lezen in Lucas komen we opnieuw tegenstellingen op het spoor.
Galaten zegt over Jezus dat hij is geboren uit een vrouw en onderworpen aan de wet, 5 maar gezonden om ons vrij te kopen van de wet opdat wij zijn kinderen zouden worden
Dat zien we hier gebeuren.
Net als Johannes die later Johannes de Doper zou zijn, en net als ieder ander jongetje dat geboren werd in het volk Israël,
wordt Jezus de week na zijn geboorte besneden,
en bij die besnijdenis krijgt Hij zijn eigen naam.
En als de veertig dagen van onreinheid van Maria voorbij zijn gaan Jozef en Maria met Jezus naar de tempel om Hem, als gewone eerstgeborene, aan de Here God te wijden.

Wat is dat precies, het aan de Here wijden?
Het is volgens voorschrift van Exodus 13:2.
Bij elke eerstgeborene werd Israël er aan herinnerd dat het puur genade was dat die eerstgeborenen van hen mochten blijven leven terwijl die van Egypte moesten sterven.
Elke oudste zoon was dus eigendom van God, en om dat uit te drukken werd die aan de Here gewijd.
Dat wordt in Jezus onzichtbaar maar wel héél bijzonder werkelijkheid.
Wie was zó toegewijd aan God als Hij?

Vervolgens brengen ze een offer.
Dat was een offer dat ze volgens Leviticus 12:8 moesten brengen.
Wie een kind kreeg, mocht niet in de tempel komen vóór dat er eerst een offer werd gebracht.
Dat is veelzeggend.
David heeft de taal van dit offer begrepen toen hij zei: zie in ongerechtigheid ben ik geboren en in zonde heeft mijn moeder mij ontvangen.
Galaten 4 spreekt erover dat Jezus geboren is uit een vrouw, geboren onder de wet.
Het was een deel van zijn vernedering, want hoe kon Maria nu door Jezus’ geboorte onrein zijn geworden?
En dan staat er ook nog eens “hun reiniging”.
Niet alleen “Maria’s reiniging”. Lucas noteert dat Jezus delen moet in Maria’s onreinheid. Ook voor Jezus gaat de poort van de tempel niet open voordat zijn moeder zich heeft gereinigd.

Het offer dat ze brengen, een paar tortelduiven of jonge duiven, laat ook iets zien van de financiële situatie van Jozef en Maria.
Eigenlijk moest er een schaap geofferd worden.
Maar als ouders dat niet konden betalen mocht in plaats daarvan duiven geofferd worden.
De koningszoon werd geboren in een arm gezin. Buitengewoon gewoon.

Net zoals je in het begin van hoofdstuk 2 Jozef en Maria als het ware onder ziet duiken in de ’iedereen’ die zich ging laten registreren, en zij twee mensen in een grote menigte worden, zo zien we hier in die eerste verzen vanaf vers 21 Jozef en Maria en Jezus opgenomen worden in die grote massa van Israëlieten die doen ’wat de wet van de Here voorschrijft’.
Dit is wat Paulus bedoelt als hij schrijft in Gal 4:4 geboren uit een vrouw, geboren onder de wet.
Jezus is zo uitzonderlijk, maar tegelijk zo doorsnee.

**

Dan verschijnt een oude man op het toneel, een zekere Simeon.
Lucas vertelt veel over hem. Rechtvaardig. Vroom. De heilige Geest rustte op hem.
Het prototype van de rechtvaardige Israëliet.
En hij vertelt erbij dat deze Simeon bovendien een bijzondere belofte van God had gekregen:
met eigen ogen de Messias zien.

Het is de moeite waard juist bij die heel uitvoerige tekening van Lucas hier even stil te houden.
Waarom zou Hij zo uitvoerig zijn? En straks bij Hanna opnieuw.
En waarom op deze manier uitvoerig?
Als we ons even de beschrijving bij Hanna proberen te herinneren,
zien we daar dan niet weer een prototype getekend van, ja eigenlijk van Israël zelf?
Hanna uit Aser, iemand uit het tien stammenrijk.
Dat tienstammenrijk dat al zo veel eerder dan het twee stammenrijk was veroverd door vijanden en in ballingschap gegaan.
Die stammen zijn voor het grootste deel verdwenen.
Maar hier staat dan Hanna.
Juist in de uitvoerige tekeningen van de personen kan blijken dat Simeon en Hanna voor Lucas niet alleen op zichzelf staan en voor zichzelf spreken.
In die twee oude mensen ziet hij, dat blijkt in zijn portret van hen, het volk Israël zelf vertegenwoordigd.
Heel Israël. Dat beelden ze samen uit.

Als Lucas zijn evangelie schrijft hebben de meeste Joden zich van Jezus afgekeerd en vervolgen ze de gemeenten.
Het is alsof Lucas daartegenover aan het begin van zijn
de allereerste, de goede reactie van Israël op Jezus naar voren wil halen.
Daarmee wil hij zeggen:
let op, verkijk je niet op de situatie:
Het is niet óf jood óf christen.
Nee, wie wérkelijk Israëliet is, ziet in Jezus heil en licht ook voor Israël, ziet in Jezus de Messias uit de joden.

Door wat Simeon, doet, wordt Jezus, met zijn vader en moeder, hier uit de grote rij van tempelgangers naar voren gehaald.
Stel je dat maar eens voor.
Zoals mensen plotseling de krant kunnen halen omdat ze blijken de honderdduizendste bezoeker te zijn,
zo haalt plotseling Simeon deze drie hier naar voren, niet omdat zij de zoveelste tempelbezoekers zijn, maar omdat de Heilige Geest hem geleerd heeft dat dit kind, in al zijn
De belofte van God maakte zijn oude ogen scherp.
Zo bijzonder, dat Hij voor Simeon het einde van zijn dienst betekent.
Jezus betekent Simeons emeritaat.
Jezus gaat het emeritaat betekenen van de speciale manier waarop God met zijn volk Israël heeft willen omgaan, de manier van de wet en het verbond op de Sinaï.
Zoals Paulus schrijft in Rom 10:4 Christus is het einde der wet.

Simeon zingt op goddelijk gezag van de Geest:
Dit kindje is in al zijn gewoonheid, Gods heil en licht voor Israël en voor alle volken.
Hoe dan?
Het is juist in het heel gewone van besnijdenis, naamgeving, wijding en offer dat het buitengewone van Gods heil en Gods licht uitkomt.
Hij is niet gekomen om Gods woorden in het oude testament af te breken,
maar om ze te vervullen in heel gewone daden van gehoorzaamheid aan de wet.
Het leven van Jezus staat vanaf het begin in het teken van doen ’zoals de wet van de Heer voorschrijft’.
Gods heil en Gods licht komen daarin uit dat werkelijk gebeurt wat moet gebeuren, dat gebeurt wat God in al die beloften en geboden bedoelde.

Kijk maar naar die besnijdenis van Jezus.
Wat betekent de besnijdenis in het oude testament?
In de tent van Abraham en Sara, ging het in de besnijdenis hierom dat mensen niet in eigen kracht redding vinden en niet op eigen vermogen hun toekomst kunnen bouwen.
Als puntje bij paaltje komt zijn mensen ondanks al hun kracht en rijkdom (Abraham)
niet in staat zichzelf toekomst te geven (Abraham en Sara waren onvruchtbaar).
Alleen als de Here God zelf ingrijpt en de blokkades in mensen wegneemt kan de beloofde zoon geboren worden.
Vóór de besnijdenis bleek Abraham wel in staat Ismaël te verwekken, maar niet Izaäk, de wonderzoon.
Daarvoor is Gods eigen bemoeienis nodig.
Niet Abraham moet creatief wezen, maar God moet redden, helpen, bevrijden.
De besnijdenis is de geloofsdaad van afhankelijkheid en verwachting van de Here.
Eigenlijk is de besnijdenis: met de daad zeggen, belijden, uitspreken: de Here redt.
Voor iedere besneden Israëliet gold dat hij de naam Jezus in zijn lichaam droeg: God redt.

En nu komt daar Jezus zelf. Degene om wie het in de besnijdenis uiteindelijk ging.
Hier wordt heel de besnijdenis metterdaad vervuld: wat God in dat teken uitgesproken had aan beloften en verwachtingen, het gebeurt in dit kindje.
Hij is de Here die redt.
En de oude Simeon, die zijn leven lang in het geloof geleefd had, die mag het zien:
ook zijn besnijdenis gebeurt hier, in dit jongetje.
En wat is hij blij: Nu kunt u mij, uw dienaar, Heer, in vrede laten gaan, zoals u hebt gezegd. Want mijn ogen hebben uw heil gezien.

En net zo is het met de wijding van Jezus als oudste zoon aan God.
Nu gebeurt het dat Gods eigen Zoon, de enige en natuurlijke Zoon van God zelf, komt en zich als kind al wijdt aan zijn Vader.
Rom 10:4 Christus is het einde der wet.
Je zou het ook kunnen vertalen als ”Christus is het doeleinde van de wet.”
En dat is dan ook zoals de nbv het weergeeft..
4 De wet vindt zijn doel in Christus
Heel die wet met haar eis van volmaakte liefde wees vooruit naar Christus die eens volledig heeft geleefd zoals God het wilde zodat iedereen die gelooft rechtvaardig zal worden verklaard.
De wet van Israël, tot in de details van de ceremoniën en instellingen toe, wordt hier gedaan, in de heel gewone handelingen die aan het kindje Jezus verricht worden.

En Simeon ziet het en Gods Geest opent hem de ogen: dit gebeuren, dit is werkelijk het heil voor Israël, ja voor de volken, hier gaat licht van bevrijding en verlossing stralen, dat reikt tot de einden van de aarde.
Gal 4:4 geboren uit een vrouw, geboren onder de wet om hen, die onder de wet waren, vrij te kopen.


***
Jozef en Maria waren verwonderd over wat er over Jezus gezegd werd.
Daar moeten we niet overheen lezen.
Is het niet raar?
Waren juist Jozef en Maria op dit moment niet de mensen die het meeste wisten over dit kind?
Ze wisten, ze beseften, ze geloofden dat Jezus de Messias was.
Wat is er dán nog voor wonderlijks in de lofzang van Simeon?
Zijn deze woorden dan niet juist de woorden die je verwachten zou?

Het wonderlijke zit hier inderdaad niet zozeer zit in wat Simeon zegt en zingt, maar in het moment waarop hij spreekt.
De lofzang van Simeon wordt niet gezongen op pasen, of desnoods op goede vrijdag, maar hier al, als een kleine baby, van een maand of wat oud de tempel wordt binnengedragen en alles gebeurt wat de wet van de Heer voorschrijft.
Dat heel gewone wat hier gebeurt was kennelijk voor Jozef en Maria inderdaad heel gewoon, vanzelfsprekend.
Zo had de Here het toch zelf opgedragen?
Er is nog niets bijzonders gebeurd met Jezus, en toch klinken hier woorden van heil en licht.

Ja, want dat is het hem juist. Dat heel gewone is hier buitengewoon.
Hier gebeurt werkelijk waar het in die heel gewone wetten en instellingen om ging.
Hier is het kind dat zijn besnijdenis is.
Hier is het kind dat de volmaakt toegewijde Zoon van God is.
En die volmaakte toewijding komt uit juist in dat heel gewone.
Gods beloften, Gods geboden, Gods instellingen, ze worden niet vervuld door alleen maar heel bijzondere en spectaculaire daden, maar van het begin af door heel gewone daden, daden van gehoorzaamheid, van liefde, van zorg.
Daar zit hem de verbazing van Jozef en Maria.
Ze hadden nog niet geleerd het goddelijke van Jezus te zien in de allergewoonste details van het leven.
Kennelijk dachten ze net als wij vaak, dat God alleen te zien is in het bijzondere, in de grote daden die Hij doet.
Je proeft hier in alles de verbazing over de ontdekking van God in de details, in het kleine, het onaanzienlijke, het alledaagse.

En toch is het juist daarin dat we Hem steeds weer ontmoeten.
Juist als het over de wet gaat.
Later zal Jezus er de farizeeën de mantel over uitvegen, dat ze de wet wel willen gehoorzamen in het bijzondere, tot in de tienden van hun kruiden toe, maar dat ze het gewone voor de hand liggende vergeten en verminken.
Hij zelf doet het anders, van het begin af aan.
En juist zo is Hij onze Heer.
Jezus heeft zich onderworpen aan die hele gewone dingen van Gods wet.
Ons heil is dat Jezus juist die heel gewone dingen voor ons gedaan heeft.
Het licht van zijn leven gaat op niet maar over de toppen van de bijzondere gebeurtenissen in ons leven.
Het schijnt ook in de dalen van de dingen van alle dag.
De heel concrete gehoorzaamheid aan Gods goede geboden,
die gebeuren moeten niet in allerlei grote en theoretische discussies
maar in eenvoudige daden van trouw en zorg,
Dát zien we hier in praktijk gebracht als een verzoening voor al onze heel concrete zonden en nalatigheden.

Laten ook wij het bedenken en leren beseffen
dat we God best kunnen ontmoeten in de grote, of de schokkende dingen van ons leven, maar dat we Hem meestal zullen aantreffen in de kleinigheden en alledaagsheden .
Hij is de grote en verheven God, en dat kan inderdaad zomaar blijken ook in grote en verheven daden.
Maar Hij is ook de kleine, de nederige God, die bij kleine, nederige mensen woont en met hen hun gewone leven leiden wil.
Hij is niet alleen de God van “ja als je zoiets hebt meegemaakt heb je écht wat van God ervaren – mocht het mij maar eens gebeuren”
Maar Hij is de God van de kleine dingen van vandaag en morgen.
Gebeurtenissen die je vaak niet kunt uitleggen aan een ander maar die voor jou onmiskenbare tekenen van Gods liefde en nabijheid zijn.
Hij is de God die het kan laten stormen in ons leven, groot en indrukwekkend.
Maar gaat het niet meestal om de praktijk van ons leven?
Gewoon gehoorzaam zijn aan koning Jezus,
Elkaar dienen, Hij is de God van het manna, van wonderlijke genezingen en spectaculaire uitreddingen. Ja, maar meestal is Hij gewoon de God van ons dagelijks brood, van gewoon werk en gewone dokters en geneesmiddelen en van gewone aandacht.

Als we eerst zo naar Jezus gekeken hebben, die buitengewoon blijkt juist in de allergewoonste dingen van het leven, de primaire vanzelfsprekendheden van Gods goede geboden, dan kunnen we Hem ook in ons eigen bestaan ontdekken.
Hij is onze Heer.
En zo is Hij ten voeten uit.
En als wij ook deze woorden tot ons door laten dringen en overwegen in ons hart, zullen we ook over ons leven die glans zien trekken van het buitengewone, juist in het gewone. Zijn heil omvat ons hele leven, inclusief al het alledaagse, zijn licht overstraalt wat wij vandaag en morgen te doen hebben, het gewone, wat voor de hand ligt, en de gewone mensen, die wij ontmoeten.
Laten we goed kijken: in Jezus licht zien wij het licht: buitengewoon gewoon.