| Preek Lucas 6 |
|
27 Tot jullie die naar mij luisteren zeg ik: heb je vijanden lief, wees goed voor wie jullie haten, 28 zegen wie jullie vervloeken, bid voor wie jullie slecht behandelen. 29 Als iemand je op de wang slaat, bied hem dan ook de andere wang aan, en weiger iemand die je je bovenkleed afneemt, ook je onderkleed niet. 30 Geef aan ieder die iets van je vraagt, en eis je bezit niet terug als iemand het je afneemt. 31 Behandel anderen zoals je wilt dat ze jullie behandelen. 32 Is het een verdienste als je liefhebt wie jullie liefhebben? Want ook de zondaars hebben degenen lief die hen liefhebben. 33 En is het een verdienste als je weldaden bewijst aan wie weldaden bewijzen aan jullie? Ook de zondaars handelen zo. 34 En is het een verdienste als je geld leent aan degenen van wie jullie iets terug verwachten? Ook zondaars lenen geld aan zondaars in de verwachting alles terug te krijgen. 35 Nee, heb je vijanden lief, doe goed en leen geld aan anderen zonder iets terug te verwachten; dan zullen jullie rijkelijk worden beloond, en zullen jullie kinderen van de Allerhoogste zijn, want ook hij is goed voor wie ondankbaar en kwaadwillig is. (Lucas 6) Heb jij vijanden? Mensen die je haten. Die je hebben vernederd. Die slechte dingen over je zeggen. Misschien hebben ze je wel gedwongen om te vluchten, weg uit je land, weg bij je familie, weg uit de vertrouwde omgeving. Misschien hebben ze wel je leven verwoest. Vijanden. Die haat je toch? En daar heb je ook alle reden toe. Vijanden. Als je ze tegenkomt voel je boosheid. Als je alleen al aan ze denkt, voel je bitterheid en wrok. En dan horen we in de kerk: Heb je vijanden lief!!! Nee, niet: negeer je vijanden maar, probeer ze te vergeten. Maar er staat: zegen wie jou vervloeken. Heb je vijanden lief. Hoe kun je deze mensen liefhebben? Hoe kun je bidden voor wie jou vervolgen? Hoe kan iemand dat van je vragen? Onmogelijk! Niet te doen! Niet na wat mijn vijanden me hebben aangedaan! Ja, hoe kan iemand dat van je vragen? Wie zegt dit eigenlijk? Jezus vraagt het van je. Wie is Jezus? Jezus komt ons de liefde van God laten zien. Hij vertelt ons over het koninkrijk van God. Wat dat is, het koninkrijk van God, daar begrijpt een mens niets van! Het is dan ook niet een door mensen bedacht iets. Maar het is het koninkrijk van God. God is anders dan wij. Een mens zou nooit bedenken: heb je vijanden lief. Nee, een mens zou leren: haat je vijanden. Nee, een mens zou leren: heb je vrienden en je broeders lief. Maar als je luistert naar Jezus, hoor je de woorden van God. In het koninkrijk van God zijn armen rijk. Zijn de eersten de laatsten. In het koninkrijk van God bereik je niets met hard werken. Het koninkrijk is zo anders! Er staat in vers 18 en 19: iedereen probeerde Jezus aan te raken, want er ging kracht van hem uit die alle mensen om Hem heen genas. Wat verwacht je dan? Dan verwacht je een aantal genezingen te zien. Maar tot je verbazing krijg je onderwijs te horen! Hoe kan dat? Blijkbaar werkt dat onderwijs genezend. Als we willen genezen, dan is het belangrijkste om aan Jezus’ voeten te gaan zitten. Om zijn onderwijs te horen. Dan onderwijs in ons hart te laten landen. Hoeveel pijn ervaren we niet, hoeveel bitterheid vreet ons niet van binnenuit kapot, hoeveel onrust en angst en onvrijheid omdat we niet naar Jezus luisteren? Het klinkt logisch, “haat je vijanden”. Het klinkt goed, “neem wraak op diegene die jouw familie iets hebben aangedaan”. Maar wat levert het op? Mensen die helemaal vastlopen in haat. Die hun leven lang bezig zijn met wraak en wrok. Maar Jezus wijst een uitweg. Jezus geneest ons hart. Jezus wil zelfs onze relaties genezen, onze maatschappij genezen. Voor we kunnen toelaten in ons hart wat Jezus zegt moeten we eerst goed naar Hemzelf kijken. Had Jezus vijanden? Had Jezus mensen die hem de voet dwars zetten? Wist Jezus waar Hij het over had? Waren er mensen die Jezus dood wilden hebben? Jazeker, we lezen het aan het begin van dit hoofdstuk. Jezus vertelt het goede nieuws. Over het koninkrijk van vrede van genade van liefde. Hij is kritisch over de wetten die de geestelijke leiders uit zijn tijd hadden bedacht. Hij gebruikt de heilige rustdag, de sabbat van de Joden, om mensen te genezen. En daar komt fel verzet tegen. De geestelijke leiders willen Jezus uit de weg ruimen, lees je in vers 11. Je proeft de vijandschap tegen Jezus. En dan horen we Jezus zeggen: heb je vijanden lief. Jezus houdt dus óók van zijn vijanden. Hij heeft de geestelijke leiders die fel tegen Hem zijn, lief. Straks, als ze hem zullen kruisigen, zal hij bidden: “Vader, vergeef hun, want ze weten niet wat ze doen” (Lucas 23:34). Jezus lééft de boodschap die Hij brengt. Hij gaat ons vóór op de weg van het koninkrijk van God. Het kan, je vijanden liefhebben. Het kan, geld lenen aan anderen zonder iets terug verwachten. Belachelijk zeg je. Onmogelijk, zeg je. Ja, het is ook onmogelijk. Stel dat je het zou proberen – je zou het niet vol kunnen houden. Je zou telkens teleurgesteld raken. Want het gaat tegen je eigen gevoel in. Daarom gebeurt het ook nooit op deze wereld, dat mensen uit zichzelf de spiraal van geweld en haat doorbreken. Het kan alleen door Jezus. Als je ontdekt wie Jezus is… Wie is Jezus? Jezus kwam tegen ons zeggen: Mensen zijn uit zichzelf vijanden van God. Mensen doen slechte dingen. Daardoor verdienen ze Gods straf. Maar God heeft zijn vijanden lief. Hij heeft ons lief. Die liefde laat God zien in Jezus. Jezus heeft je namelijk zo lief, dat Hij jouw hart helemaal vol kan maken met liefde. De boosheid, de haat, het verdriet, de pijn, die kan Hij bij jou veranderen. Als je Jezus leert kennen, dan ontdek je de liefde van God. En kan het patroon van vergelding worden doorbroken. “Kan haten” veranderen in “liefhebben”. Stel je eens voor. Hoe zou zo’n wereld eruit zien? Een wereld waarin mensen niet tegenover elkaar staan, maar naast elkaar. Waarin het niet uitmaakt welke taal je spreekt, welk kleurtje je huid heeft. Waarin je mag wonen in het land waar je thuishoort. Een wereld waarin het ene geweld niet automatisch wordt gevolgd door het ándere geweld? Zo’n wereld zou héérlijk zijn. Geweldig om daarin te wonen. Jezus zegt: die wereld komt eraan. Die wereld gaat God maken. Op het moment dat Jezus terugkomt naar de aarde breekt die nieuwe wereld aan. Vandaag al kun je in je hart al bij die wereld horen. Nu al kun je een nieuw hart hebben. Hoe zou het zijn om zo’n hart te hebben? Een hart dat niet vol meer is van woede, van bitterheid. Een hart dat niet meer alleen maar gewond is, maar dat ook heelt. Waarin je tot je verbazing het goede wenst voor je vijand. Waarin je hem / haar los kunt laten. Zelfs hem of haar liefhebt. Zo’n hart bestaat. Het is te krijgen bij Jezus. Je kunt anderen zegenen, als we ontdekken hoe God ons zegent. We kunnen anderen liefhebben als we ontdekken hoe lief God ons heeft. God maakt telkens een nieuwe start met ons. En zo kun jij een nieuwe start maken met iemand anders. Het klinkt ongelooflijk. Maar stel je eens voor dat het écht kan. De mensen hier in de kerk vertellen je er graag meer over. Ik moet je wel waarschuwen. Toen duidelijk werd dat Jezus vanuit de liefde leefde, kreeg Hij haat over zich heen. Toen Hij anderen leerde om te vergeven, konden anderen hem dat niet vergeven. Jezus volgen heeft alle eeuwen door betekend: problemen krijgen. Gehaat worden. Jezus werd gekruisigd. Ik ben bang dat veel Nederlandse christenen vergeten zijn hoe anders het leven met Jezus is. Dat we veel zijn gaan lijken op anderen. Dat we niet meer opvallen. Maar… een volgeling van Jezus valt altijd op. Als je werkelijk doet wat Jezus vraagt krijg je problemen. Jezus zegt niet voor niks: gelukkig ben je als ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten. Verheug je en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel; zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten. (Matteüs 5:12-12) Jezus volgen betekent: kwetsbaar worden. bereid zijn om alles te verliezen. Want je kunt veel verliezen als je geld uitleent zonder terug te verwachten. Je kunt alles verliezen als je je niet wreekt op je vijand maar je vijand liefhebt. Ik moet je waarschuwen! Maar ik wil je vooral uitnodigen. Uitnodigen om kennis te maken met die liefde van Jezus. Hoe groot moet die liefde wel niet zijn die je ontdekt als je Jezus volgt? Als die je alles waard is? |

