| Biddag |
|
Toelichting voorafgaand bij de lezing uit de bijbel: Wat is een rentmeester? Daar zit het woord “rente” in. Als ik mijn geld “op de bank” zet dan krijg ik rente. En degene die mijn geld voor mij beheert, die kun je een “rentmeester” noemen. Een rentmeester zorgt voor bezittingen die van iemand anders zijn. En die bezittingen dat kan van alles zijn. In dit verhaal gaat het waarschijnlijk over een rentmeester die voor een heel grote boerderij moet zorgen. Die boerderij is dus niet van ‘m zelf maar van iemand anders. ** Rijkdom en gerechtigheid 16 1 Hij richtte zich ook tot zijn leerlingen: ‘Er was eens een rijke man die een rentmeester had en te horen kreeg dat de rentmeester zijn eigendommen verkwistte. 2 De rijke man riep de rentmeester bij zich en zei tegen hem: “Wat hoor ik over jou? Leg verantwoording af van je beheer, want je kunt niet langer rentmeester blijven.” 3 Toen zei de rentmeester bij zichzelf: Wat moet ik doen nu mijn heer mij het beheer afneemt? Werken op het land kan ik niet, en voor bedelen schaam ik me. 4 Maar ik weet al wat ik moet doen om ervoor te zorgen dat de mensen, wanneer ik van mijn beheerderstaak ben ontheven, mij bij hen thuis ontvangen. 5 Een voor een riep hij de schuldenaars van zijn heer bij zich. De eerste vroeg hij: “Hoeveel bent u mijn heer schuldig?” 6 “Honderd vaten olijfolie,” antwoordde de schuldenaar. De rentmeester zei tegen hem: “Hier is uw schuldbewijs, ga zitten en maak er gauw vijftig van.” 7 Daarna vroeg hij aan de volgende schuldenaar: “En u, hoeveel bent u schuldig?” “Honderd balen graan,” luidde het antwoord. De rentmeester zei: “Hier is uw schuldbewijs, maak er tachtig van.” 8 En de heer prees de oneerlijke rentmeester omdat hij slim had gehandeld. De kinderen van deze wereld gaan immers slimmer met elkaar om dan de kinderen van het licht. 9 Ook ik zeg jullie: maak vrienden met behulp van de valse mammon, opdat jullie in de eeuwige tenten worden opgenomen wanneer de mammon er niet meer is. 10 Wie betrouwbaar is in het geringste, is ook betrouwbaar als het om veel gaat, en wie oneerlijk is in het geringste is ook oneerlijk als het om veel gaat. 11 Als jullie onbetrouwbaar blijken in de omgang met de valse mammon, wie zal jullie dan werkelijk belangrijke dingen toevertrouwen? 12 En als jullie onbetrouwbaar blijken met wat een ander toebehoort, wie zal jullie dan geven wat jullie zelf toekomt? 13 Geen enkele knecht kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon.’ ** Ik heb dit altijd één van de raarste gelijkenissen gevonden die Jezus verteld heeft. Hoe kunnen wij nou een voorbeeld nemen aan een slechte rentmeester? Wij kunnen toch helemaal niks leren van een beheerder die maar wat aanrommelt en daarom ontslagen wordt? Laten we eerst eens gaan kijken waar het precies over gaat. Er was eens een rijk man die een rentmeester had, iemand die bezit van hem beheerde ergens anders. Laten we zeggen, er was eens een rijk man die ergens in Zuid-Frankrijk leefde en die zijn Nederlandse bezittingen in beheer had gegeven bij iemand hier. Hij had gehoord dat die figuur in Nederland er een janboel van maakte. Hij gooide het geld over balk. Daar moest een eind aan komen. De rentmeester werd naar Frankrijk geroepen en z’n baas zei: wat hoor ik over jou? Leg verantwoording af van je beheer, want je kunt niet langer rentmeester blijven. Hij krijgt ontslag aangezegd en wordt teruggestuurd om de boeken af te sluiten en de overdracht van de boeken voor te bereiden. Terug naar huis in de Thalys zit de man na te denken. Wat moet ik doen? Ik word ontslagen, maar ik heb geen alternatief. Mijn handen zijn niet gemaakt voor het werk op het land, het Centrum voor Werk & Inkomen nee laat maar. En hij verzint een plan. Hij laat iedereen die schulden heeft bij zijn opdrachtgever bij zich komen. Het zijn geen kleinigheden waar het om gaat, dat is wel duidelijk. Hier blijkt uit wat er met “verkwisting” wordt bedoeld: hij had de zaken laten versloffen, hij had er niet bovenop gezeten dat schulden werden geïnd. Dat zou toch uitkomen, als hij straks de boeken moest overleggen. Hij zou aansprakelijk worden gesteld en voor de rest van z’n leven moeten boeten voor z’n wanbeheer. Nu, hij weet het goed gemaakt. Publiek en in het openbaar laat hij de schuldenaars bij zich komen en geeft hen allemaal schuldvermindering, allemaal hetzelfde bedrag korting (de waarde van 50 vaten olijfolie en 20 zakken graan was ongeveer gelijk). Kijk es, hij zou toch de rekening gepresenteerd krijgen voor 100 vaten olijfolie en 100 zakken graan en voor de hele rest bij al die andere schuldenaars. Hij zou toch voor het kastekort op moeten draaien. Als hij er nu in het openbaar de nodige korting op gaf maakte dat voor hemzelf niet uit, maar die mensen zouden hem dankbaar zijn. Straks zou hij kunnen logeren bij die en bij die en bij die en het uiteindelijk toch nog goed voor elkaar hebben. Uiteindelijk zullen ze allemaal in hetzelfde schuitje zitten: Allemaal geld schuldig aan die rijke man, maar hij kan rekenen op de goodwill van alle anderen. En dan komt de baas om de boeken over te nemen en de hele zaak ligt op tafel en dan prijst ‘ie de deze oneerlijke rentmeester, omdat hij het handig heeft aangepakt. Dit was nog ‘ns verstandig wanbeleid. Gezien de bende die hij er van gemaakt had was dit een heel slimme extra bende. ** Kijk, zegt Jezus dan, de mensen van deze wereld gaan handiger met elkaar om dan de mensen van het licht. En Hij gaat verder: Ja, ik zeg jullie: maak je vrienden met het onrechtvaardige geld. Dan zullen jullie, wanneer geld geen waarde meer heeft, in de hemelse woningen ontvangen worden. Echt, ik vind het een heel vreemde uitspraak. Wat bedoelt Jezus? Nou, kennelijk is er een overeenkomst tussen iemand die leerling van Jezus is èn deze rentmeester. Dat blijkt in vers 9: als de mannon er niet meer is, wanneer geld geen waarde meer heeft, wanneer u aan uw eind komt, sterft, - dat moment komt er aan. Alle mensen zullen, net als die rentmeester, eens uit hun positie zullen worden gezet. Wie leerling van Jezus is weet dat hem of haar ontslag is aangezegd uit het aardse leven. En dat vanwege wanbeheer. Je geld, je bezit noemt Jezus hier de onrechtvaardige Mammon, dat wil zeggen: bezit dat onrechtmatig is verworven. Mensen bezitten wel allerlei spullen, ze hebben wel geld, maar is het ook van hen? We leven hier wel op aarde en hebben van alles, maar vanwege wanbeheer is ons het ontslag door de dood aangezegd. Wel, wees dan slim zoals deze slimme rentmeester. Maak je vrienden met je schulden bij God, ze zullen je in het koninkrijk van God onthalen. Het heeft geen zin je spulletjes voor jezelf te houden: je raakt ze op korte termijn toch kwijt. Je kunt echt niks meenemen de dood door. Maak er vrienden mee door barmhartigheid. ** Het lijkt me goed om even tot ons te laten doordringen wat dit betekent. Het gaat heel diep. Wie kind van het licht is leert bij het licht van Christus zien dat het bezit, de eigendom, de Mammon, wat je hebt, je spulletjes je eigen eigendom niet zijn. We zijn mensen aan wie deze wereld niet toekomt. Deze aarde is ons in bruikleen gegeven, we zijn door God aangesteld als zijn onderkoningen. Maar we blijken oneerlijke rentmeesters te zijn, die het bezit van onze Heer verkwist en door onze zonden verspeeld hebben. Ons bezit is verbeurd verklaard dor onze zwendel, door onze schuld voor God. Leerlingen van Jezus weten dat zij daarom uit al hun aardse bevoegdheden ontzet zullen worden. En dat zet hun omgang met geld en bezit in een ander licht. ** Jezus schetst hier een ander beeld dan het beeld dat velen van ons hebben meegekregen. We kennen het beeld van de rentmeester, maar dan anders dan hier. We hebben geleerd dat we goede rentmeesters moeten zijn, dat we Gods aarde moeten beheren en ontwikkelen en iets laten opbrengen voor God. Zo zijn we tenslotte geschapen, als beheerders van Gods tuin, het paradijs, en als herders van Gods kudde, de dieren. Mensen hebben een cultuur-opdracht, wordt dan gezegd. Jezus geeft hier een ander beeld. We zijn rentmeesters, ja, maar we doen er goed aan te beseffen dat we hier op aarde rentmeesters zijn die vanwege wanbeheer ontslag hebben aangezegd gekregen. We staan er volgens Christus veel slechter voor dan we denken. Het kastekort van je boeken bij God kun je echt niet meer aanzuiveren. Wat je nog rest is een overlevingsplan te maken, is slim zijn zoals deze rentmeester, is je vrienden maken door de onrechtvaardige Mammon. En dat maakt je blikrichting anders. Christenen hebben hun bezit, hun mogelijkheden, hun bestaansmogelijkheden niet om die uit te bouwen of te ontwikkelen en zo tegelijk de wereld tot ontplooiing te brengen. Nee, christenen hebben hun bezit om te delen, om er goed mee te doen, ze hebben hun mogelijkheden om er anderen mee te helpen en te steunen. Dat is niet alleen hier de boodschap van de bijbel, maar het hele Nieuwe Testament door. Wij hebben niets in deze wereld meegebracht en kunnen er ook niets uit meenemen. Wie onderhoud en onderdak heeft moet daaraan genoeg hebben. Je moet werken om te kunnen eten en om met de behoeftige iets te kunnen delen. 17 Draag de rijken van deze wereld op niet hoogmoedig te zijn en hun hoop niet in zoiets onzekers te stellen als rijkdom, maar op God, die ons rijkelijk van alles voorziet om ervan te genieten. 18 En draag hun op om goed te doen, rijk te zijn aan goede daden, vrijgevig, en bereid om te delen. 19 Zo leggen ze een stevig fundament voor de toekomst, en winnen ze het ware leven. Hen die rijk zijn in deze wereld moet Timoteüs op het hart drukken niet hoogmoedig te zijn en hun hoop niet te stellen op zoiets onzekers als rijkdom, maar op God die ons alles rijkelijk te genieten geeft. (1Tim. 6). Laat wie steelt niet meer stelen, maar eerlijk de kost verdienen door zelf hard te werken om iets weg te kunnen geven aan wie het nodig heeft. (Efeze 4:28) Dat hoort bij gewiekste rentmeesters die leerling van Christus zijn. En Jezus vindt dit kennelijk echt belangrijk: als het onrechtvaardige geld al niet bij je in goede handen is, wie zal dan het ware bezit aan je toevertrouwen? Als je hier al niet kunt delen van wat je hebt, hoef je niet te rekenen op Gods koninkrijk, waar alles in het teken van delen staat. Als je hier al niet voor God kunt kiezen, maar toch voor jezelf en je eigen bezit kiest, weet dan maar dat je geen twee heren kùnt dienen. En weet dan maar dat wat mensen hoog aanslaan, dat God daar een afschuw van heeft. ** Dat zijn dingen om te bedenken op een avond als vanavond, als we bidden voor gewas en arbeid, als we bidden om Gods zorg in ons bestaan, als we bidden om brood voor vandaag. Soms denk ik wel eens dat zo’n biddag voor gewas en arbeid één van de riskantste gewoontes in de kerken is. Zo makkelijk bidden we voor onszelf, bidden we voor ons dagelijks brood in de zin van dat we het maar goed en rijk mogen hebben en houden. Zo makkelijk vergeten we waar het God om gaat en bidden we tegen Hem in. Zo makkelijk horen we bij ons bidden niet meer de stem van de armen in de derde wereld, de roep van het uitgesloten deel van de wereld dat lijdt onder de heidense economische politiek van het Westen. Zo makkelijk gaan we na ons bidden weer over tot de orde van de dag. Zo makkelijk vergeten we dat we onontkoombaar onrechtvaardige rentmeesters zijn en dat we niet dan met de grootste schroom en voorzichtigheid onze handen tot God kunnen heffen, in het bewustzijn dat Hij het bloed aan onze handen wel ziet, en dat dit bloed alleen door Jezus kan worden weggenomen. Maak je vrienden met de onrechtvaardige Mammon. Dat is een opdracht van Jezus om goed te onthouden als we zo gaan bidden. Christenen hebben niet de opdracht om te werken aan economische groei, ze hebben de opdracht om te delen. Daarmee staan we midden in een wereld die zich gedraagt als een onrechtvaardige rentmeester die zich het ontslag niet laat aanzeggen. Niet door God, en ook niet door mensen. Laten we bidden, in bescheidenheid, als leerlingen van Jezus, die weten dat ze hier ontslag hebben. Laten we bidden dat we wat te delen hebben. Over de rest hoeven we ons bij Jezus geen zorgen te maken. |

