| BinnensteBuiten 3 (november 2010) |
|
Thema: “mag het ietsje meer zijn?” Waarom is er de kerk er? Om God te laten zien aan mensen. Zodat mensen die God niet kennen hem kunnen ontmoeten. Hoe kun je God laten zien? Niemand heeft God ooit gezien. Maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons en is zijn liefde in ons ten volle werkelijkheid geworden. (1 Joh 4:12) God neemt daarmee een enorm risico. Door onze houding, door wat we uitstralen, door wat we zeggen en doen, kunnen we God onzichtbaar maken voor mensen. Als wij bekend staan als mensen die anderen links laten liggen. Als wij onderling ruzie maken. Dan gaan we tussen God en anderen instaan en kunnen zij God niet meer zien. Neem dat misbruikschandaal waar op dit moment de RKK zo mee in het nieuws is. Dat is niet alleen heel ernstig vanwege de mensen die beschadigd. Maar het is ook heel ernstig omdat de kerk niet laat zien wie God is: liefdevol, trouw. God neemt dat risico. De andere kant van de medaille is dat het heel mooi is. Wij mogen God laten zien aan de wereld om ons heen. God heeft vertrouwen in ons. Jezus heeft dat vertrouwen in ons. Het vertrouwen dat we het verschil kunnen maken. Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.’ (Johannes 13:35) Hoe kan de kerk aantrekkingskracht hebben op buitenstaanders? Zo dus. Kijk naar een kerk die aantrekkingskracht heeft. Handelingen 2. Wat deden ze: elkaar liefhebben met woord en daad. Kijk naar Handelingen 2:42 Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed. Daarom kwamen er dagelijks mensen bij. Want dat was uniek. Zou dat ook in Nederland ook uniek zijn? Natuurlijk! Evangeliseren is vooral: laten zien wat het is om Jezus te volgen. Wat voor verschil dat maakt in hoe je met elkaar omgaat. ** Hoe ga je dan met elkaar om? Wat is dan precies het verschil? Daarvoor moeten we luisteren naar wat Jezus zegt. 31 Intussen waren zijn moeder en zijn broers aangekomen. Ze stuurden iemand naar binnen om hem te halen. Zelf bleven ze buiten wachten. 32 Er zat een groot aantal mensen om hem heen, en die zeiden tegen hem: ‘Uw moeder en uw broers Noot [sluiten] (3:32) uw broers – Andere handschriften lezen: ‘uw broers en uw zusters’. staan buiten en zoeken u.’ 33 Hij antwoordde: ‘Wie zijn mijn moeder en mijn broers?’ 34 Hij keek de mensen aan die in een kring om hem heen zaten en zei: ‘Jullie zijn mijn moeder en mijn broers. 35 Want iedereen die de wil van God doet, die is mijn broer en zuster en moeder.’ (Marcus 3) Jullie moeten je niet rabbi laten noemen, want jullie hebben maar één meester, en jullie zijn elkaars broeders en zusters. (Mat 23:8) Hoe ziet die liefde er uit? Dat is dat je aan elkaar verbonden wordt als broers en zussen. Ik zeg dat expres zo. In het nederlands maken we onderscheid tussen “broers en zussen” en “broeders en zusters”. DIA Het eerste gaat over mensen uit het hetzelfde gezin, ze hebben meestal een bloedband. Het tweede gaat over hoe we elkaar als christenen kunnen noemen. De bijbel maakt dat verschil niet. Het grieks heeft dat verschil niet. Voor beiden wordt één en hetzelfde woord gebruikt. In Duits en Frans en Engels dezelfde woorden. Hoe komen we dan aan die twee verschillende categoriën? Eeuwenlang kenden we alleen maar broeders en zusters. Maar de taal veranderde. We gingen mensen van één gezin aanduiden als “broers en zussen”. Maar in de kerk bleven we die oude woorden gebruiken. En zo leek alsof het 2 verschillende dingen zijn: een broer of een broeder. Een zus of een zuster. Ik zei: in de kerk bleven we die oude woorden gebruiken. Da’s niet helemaal waar. Want degenen die aanvoelen dat het ouderwets of wat plechtig taalgebruik is, gebruiken het maar helemaal niet meer. Dat is erg! Dan heb je met het kind het badwater weggegooid. Nu moet je je afvragen wat voor reden je zou hebben om te blijven kiezen voor dat oude woord. Welke reden heb jij om onderscheid te maken dat Jezus niet maakt? a) misschien is het een gewoonte? Zonder erover na te denken? Zo zeg je dat nou een keer. Ook de nieuwe Bijbelvertaling gaat meestal mee met deze tweeslachtigheid. b)misschien zit er iets achter. Dat kan bewust zijn. maar dat kan ook onbewust gaan. Er kan achter zitten dat we elkaar liever wat op afstand houden. Want als ik zuster zeg zit daar vaak een ander gevoel dan “zus”. Maar goed, het gaat er niet om welke woorden je kiest, Ik wil echt niemand “dwingen” om nu geforceerd “broer” en “zus” te gaan zeggen. Maar wat ik echt hoop is dat de gevoelswaarde, dat we samen broers en zussen van Jezus Christus mogen zijn, dat die erin door mag klinken en te merken mag zijn in hoe we tegen elkaar aankijken en hoe we met elkaar omgaan. [een praktijkverhaal] Er kwam een vrouw in de kerk van Zaltbommel. Omdat haar man tot geloof was gekomen begon ze zelf ook maar mee te gaan naar te gaan naar de kerk, anders zat ze de hele zondag alleen thuis. Je voelt op je klompen aan dat ze daar met tegenzin of in elk geval met heel wat reserves zat. Maar nu komt het. Elke keer dat ik de dienst begon of de preek begon met “lieve broers en zussen” dan begon ze helemaal te stralen. Dat kwam binnen. Dat je elkaar lief kon hebben zonder familie van elkaar te zijn, dat je elkaar kon vertrouwen en met elkaar mee kon leven, dat was totaal nieuw voor haar. Zulke liefde kende ze zelfs in haar eigen familie niet. Ze wist niet wat haar overkwam. En dat kwam rechtstreeks binnen in haar hart. God opende haar hart door de sleutel van “onderlinge liefde”. Inmiddels is ze al zo’n jaar of 5 christen. We mogen met elkaar omgaan als broers en zussen. Nu een vraag. Wat laat je daarvan zien bij binnenkomst van de kerk? En bij weggaan? Volstrekt normaal dat je elkaar begroet, hand geeft, hallo zegt. Elkaar kust? (groet elkaar met een heilige kus).
Dat kan heel moeilijk zijn. Je kunt met allerlei muurtjes opgetrokken, met allerlei lagen over elkaar, met een maskertje op omgaan. Dan word je niet geraakt, niet gekwetst. maar het komt ook niet tot een ontmoeting van hart tot hart. Dat is iets waar je om mag bidden. Want misschien vind je het wel heel moeilijk, heel pijnlijk en ervaar je allerlei blokkades. Ik zal straks nog wat zeggen over dat bidden. Nou is het thema van deze preek: Mag het iets méér zijn? daar heb je tot nu toe niets over gehoord. Dat komt dus nu. kijk naar de verschillende brieven van Paulus, hoe ze beginnen. We lazen een stukje uit Kolossenzen. 3 In al onze gebeden danken wij God, de Vader van onze Heer Jezus Christus, voor u, 4 want we hebben gehoord dat u in Christus Jezus gelooft en alle heiligen liefhebt, 5 omdat u hoopt op wat in de hemel voor u gereedligt. (Kolossenzen 1:3-4) Nou, dat klinkt goed. Wij zouden zeggen: mooi, dank God, laten we zorgen dat het zo blijft. Misschien wel: God dank, laten we maar oppassen dat het zo blijft. Paulus reageert juist andersom: mooi, dank God, laten we bidden dat het uit mag groeien, meer mag worden, voller, rijker, sterker. Hij heeft gehoord van geloof in Christus, van hoop op eeuwig leven. En gaat nu bidden dat zij Gods wil ten volle mogen leren kennen. Hij heeft gehoord van liefde en gaat nu bidden om vervulling met wijsheid en geestelijk inzicht. Je proeft hier bij Paulus iets van een besef van ’ja, als er een basis van geloof ligt in een gemeente, dan begint het pas’. Lees het maar na in vers 9 tot en met 11. 9 Daarom bidden wij onophoudelijk voor u, vanaf de dag dat we dat gehoord hebben. We vragen dat u Gods wil ten volle mag leren kennen door de wijsheid en het inzicht die zijn Geest u schenkt. 10 Dan zult u leven zoals het past tegenover de Heer, hem volkomen welgevallig. U zult vrucht dragen door al het goede dat u doet, uw kennis van God zal groeien 11 en u zult door zijn luisterrijke macht de kracht ontvangen om alles vol te houden en alles te verdragen. Als je Paulus’ brieven leest, merk je dat vaker. In Efeziërs 3 zegt Paulus hetzelfde: als je geworteld en gegrond bent in de liefde, dan begint pas het proces van samen met alle heiligen ontdekken hoe omvattend die liefde wel niet is. En Paulus gaat intensief bidden om dat méér tot de God die bij machte is oneindig veel meer te doen dan wij bidden of beseffen. In de eerste brief aan de Tessalonicenzen: Wij danken God altijd voor u allen: wij noemen u onophoudelijk in onze gebeden en gedenken dan voor onze God en Vader hoeveel uw geloof tot stand brengt, hoe krachtig uw liefde is en hoe standvastig u blijft hopen op de komst van Jezus Christus, onze Heer. (1 Tes 1:3) Maar dan zegt hij een stukje later: Moge de Heer uw liefde voor elkaar en ieder ander groter maken, zodat uw liefde even overvloedig wordt als onze liefde voor u. (1 Tes 3:12) Wat dat betreft lijkt Paulus op Jezus. Bij de Here Jezus proef je datzelfde verlangen naar méér. Op een keer vroeg een rijke jongen: (Matteüs 19) Meester, wat moet ik doen om eeuwig leven te hebben? Die jongen blijkt zich van jongsafaan aan Gods geboden te hebben geboden. En wat zegt Jezus dan? zo, je hebt alle geboden gehouden van jongsaf aan, dat is mooi, dan kunnen we verder met het echte werk: verkoop alles wat je hebt en volg Mij. Daarom heeft deze preek niets te maken met kritiek te maken. Niet dat ik vind dat we te weinig liefdevol met elkaar omgaan. Maar deze preek houd ik met verwachting. De verwachting dat God méér wil doen in jullie leven, méér wil doen met de Morgenster. Verwachting van groei in liefde. Waardoor anderen worden geraakt door Gods liefde, die hier te voelen en te merken is. ** En kan dat gebeuren? Dat gebeurt door gebed. Kijk naar Handelingen 2:42 Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed. Het is niet alleen heel bijbels om dit te zeggen. Het is ook nog eens heel gereformeerd. DIA God wil zijn genade en heilige Geest alleen geven aan hen die hem van harte en zonder ophouden hem daarom bidden en daarvoor danken. (zondag 45 Heidelbergse Catechismus) Ik ben ervan overtuigd dat we dáárin nog een slag kunnen maken. Ik wil je van harte aanmoedigen om te bidden voor onze gemeente. Te bidden dat we mogen groeien in hartelijkheid, in gastvrijheid. Dat alle dingen die jou en mij in de weg staan om echt als broers en zussen (of zo u wilt als broeders en zusters maar met de inhoud die Christus er aan geeft) met elkaar om te gaan. ** Ik kijk even terug op de preek. Ging dit nou over hedendaags gemeente-zijn, missionair gemeente-zijn? Ja dus. Want missionair gemeente-zijn bestaat dus niet uit extra dingen, maar is terug naar de basis. Kijken of wat we geloven ook te zien is. Binnenstebuiten. Ik vind het echt jammer dat ik die kreet niet zelf heb verzonnen. Want hij geeft precies aan waar we dit jaar in willen groeien: Het binnenste van het geloof: de liefde van Vader voor ons, en daaruit voortvloeiend de liefde voor elkaar helemaal centraal stellen. Ons terugbrengen bij de kern. Dat leven, beleven, uitstralen en uitdragen. Ja, dat uitdragen! Jezus Christus heeft iets geweldigs bedacht: Hij heeft een gemeente bedacht die iets biedt wat nergens in Leeuwarden en omstreken te vinden is: Mensen uit alle lagen van de bevolking die om elkaar geven, om elkaar heenstaan. Die een gemeenschap vormen. Nu onze samenleving geen SAMENleving meer is, maar ieder z’n eigen normen en waarden heeft, waar mensen langs elkaar heen leven, je de mensen in je eigen straat niet of oppervlakkig kent, waar bevolkingsgroepen tegenover elkaar staan, waar veel mensen eenzaam zijn, daar geeft Jezus iets unieks: Een liefdevolle gemeenschap. Die is nu al mooi genoeg om naar buiten toe over te vertellen. En we mogen tegelijk God hartstochtelijk vragen om meer. Als je dat doet, als je je wijdt aan het gebed, zul je zien wat er gaat gebeuren met jezelf, met anderen, met de gemeente, met buitenstaanders. Psalm 42:1+5 Wet Gz 91 “in het kruis” Gebed Lezen: Kolossenzen 1:3-11 Tekst: Johannes 13:34-35 Gz 104:1+3+7+8 “dit is de dag, dit is het uur” Verkondiging Liedboek 477:1+2 “Geest van hierboven” Dankgebed Collecte Ps 133:1+2+3 Thema: Mag het ietsje meer zijn? |

