| Gaven en Talenten (6 februari 2011) |
|
Gz 133:1+2+3+4+5 (De dag gaat open) Wet Gz 78:2 (‘k lag machteloos gebonden) Gebed Schriftlezing: 1 Petrus 4:7-11 Ps 27:3 Tekst: 1 Korinthe 12:7 In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente. Preek Ps 1:1+2 Dankgebed Collecte Slotzang: Gz 103:1(a)+2(v)+5(m)+6(a)+7(m)+8(v)+9(a) (O Schepper Geest) We denken dit seizoen na over de vraag: hoe kunnen we Gods liefde laten zien aan die mensen die God nog niet persoonlijk hebben leren kennen. Vandaag beginnen aan de tweede ronde van ons jaarthema: We beginnen weer bij de eerste stap: Wie wil God zijn voor ons? Want zonder dat jij beseft wie God is voor jou, en zonder dat ik besef wie God is voor mij, kan ik helemaal niets laten zien van God aan wie dan ook maar. Vanmorgen zegt God tegen ons: “In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente.” (1 Korinthe 12:7) In iedereen is Gods Geest aan het werk, dat kun je zien, en dat bouwt de gemeente op! Zou jij dat zo durven zeggen? Van deze gemeente, van deze mensen? Het is ongelofelijk sterk gezegd. Ik wil je vanmorgen uitnodigen om deze woorden tot je te laten doordringen. Dit zijn grote woorden, ze trekken de aandacht. Het zijn dan geen gewone woorden, het zijn woorden van God. Vol bemoediging. Vol kracht. Confronterend. Zo zijn Gods woorden. Wat zou er gaan gebeuren, als we dit met elkaar ook geloven? Als we ze gaan toepassen op ons eigen leven. En als onze ogen open gaan voor wat God doet in de broers en zussen om ons heen. Wat een wereld gaat er dan open! ** Aan een ander iets laten zien van wie God is, begint erbij dat je hebt ontdekt wie God voor jou is. Wat Hij aan je geeft. Met de gaven en talenten die God aan je geeft, daarmee mag je aan de slag. Wat je niet hebt ontvangen, kun je ook niet doorgeven. Weet u wat mij zo diep raakt in deze verzen? Dat de Geest, de Zoon en de Vader ons zó liefhebben, ons zóveel willen geven. En dat dat verschilt van persoon tot persoon. Want kijk eens mee: 4 Er zijn verschillende gaven, maar er is één Geest; 5 er zijn verschillende dienende taken, maar er is één Heer; 6 er zijn verschillende uitingen van bijzondere kracht, maar het is één God die ze allemaal en bij iedereen teweegbrengt. 7 In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente. (1 Korinthe 12) Gaven komen van de heilige Geest: Denk je eens in: Zonder de Geest werken we op het nivo van onze eigen mogelijkheden, talenten en kracht. Met door de Geest werken we op het nivo van Gods bekwaamheden, inzicht en mogelijkheden. Gaven komen van de Here Jezus: Gaven zijn altijd bedoeld om anderen te helpen. En wie is de meester in het dienen? Wie gaat voorop in het dienen? Juist, de Here Jezus. Als Hij dus “gaven” geeft, reken maar dat Hij dan wil dat je ze gebruikt zoals Hij wil. Om te dienen. En waar zet je ze dan in? Ten dienste van de gemeente natuurlijk, waar daar is Hij het hoofd van. Jezus brengt de mensen die Hij redt samen in de gemeente. Gaven zijn bedoeld om de gemeente op te bouwen. Dat kun je “naar binnen gericht” lezen. Maar opbouw van de gemeente vindt net zo goed plaats doordat méér mensen Jezus gaan volgen en zich aansluiten bij de gemeente. Dat hoort er ook bij! Gaven komen van Jezus. Denk je eens in wat dat betekent…. Ik leef niet meer, maar Christus leeft in mij. Gaven komen van de Vader: God de Vader die alles heeft gemaakt, die ook ons gemaakt heeft zegt tegen jou en mij: Je bent een nieuwe schepping. Hoe komt het als je het moeilijk vindt om iets van God te laten zien aan een ander? Hoe komt het als we het een hele opgave vinden om met BinnensteBuiten aan de slag te gaan? Wat zou het veranderen als we ontdekken wat God aan elk van ons gééft. En als we dan vanuit wat Hij ons geeft, aan mogelijkheden, talenten, aan de slag te gaan? Als we het gingen beleven: in ieder van ons is de heilige Geest zichtbaar aan het werk! ** Wat heb ik dan gekregen? Dat is een ontdekkingstocht. Omdat God heel erg van verscheidenheid houdt en omdat Hij wil dat we speciaal zijn, heeft ieder z’n eigen gaven gekregen. Niemand heeft alle gaven tegelijk. Als we alle gaven zouden bezitten, dan zouden we niemand nodig hebben. Maar God wil juist dat we elkaar helpen en door elkaar geholpen worden. Je hebt je gaven niet in je eigen belang ontvangen, maar ten behoeve van anderen. Net zoals andere mensen hun gaven ten behoeve van jou hebben ontvangen. De bijbel zegt dat we allemaal talenten hebben ontvangen “zodat de hele gemeente daar baat bij heeft”. Natuurlijk kun je zeggen: ik zet mijn talenten thuis in, en ik zet mijn talenten op mijn werk in. Maar, ik denk dat het nodig is om dat te benadrukken – God wil dat je die gave juist ook in de gemeente inzet, omdat dat zijn tempel is, het lichaam van Christus. God heeft het op deze manier uitgedacht, zodat we elkaar nodig zouden hebben. Wanneer we samen onze gaven gebruiken, hebben we er allemaal baat bij. Als anderen hun gaven niet gebruiken, doen ze jou tekort, en als jij jouw gaven niet gebruikt doe je hen tekort. God heeft mensen die van regelmaat houden en mensen die van afwisseling houden, mensen die precies zijn en mensen die globaal denken. Hij heeft denkers en doeners gemaakt. Mensen die makkelijk contact leggen en misschien wat oppervlakkiger blijven. En mensen die misschien moeilijker contact leggen maar wel echt de diepte ingaan. Sommige mensen functioneren het beste in hun eentje, anderen zijn echte teamspelers. (hoe verschillend zijn de 12 discipelen niet!) Herkennen wij onze gaven? Weten we waar God ons geschikt voor maakt? we kunnen ons verlamd voelen bij het thema “binnenstebuiten”. Zou dat ook kunnen komen doordat we onze talenten onvoldoende kennen? Dat we denken dat er allemaal dingen van ons worden verwacht die ons helemaal niet liggen? Weet je wat er dan gebeurt? Als je dingen gaat doen die je eigenlijk niet liggen. Daar loop je vervolgens in vast. En dan stop je, moe en gefrustreerd. Herkenbaar? Of je blijft langs de kant staan, je komt niet uit de startblokken, want ja – wat kun jij nou bijdragen? Heb je er de tijd voor genomen om jouw gaven te ontdekken? Een kado laat je niet ingepakt zitten. Nee je pakt het uit! Deze preek wil je aanmoedigen om het kado, om je gaven, te openen. ** En dat verandert alles: Als we dit nou eens serieus nemen. Als we elkaar nou eens in dit perspectief zien, Als we de dingen waar we goed in zijn, nou eens in dat licht bekijken. Wat verandert dat dan in hoe we tegen elkaar aankijken en met elkaar omgaan? Als je de aanwezigheid van Gods gaven nog niet kent, of zelfs ontkent, door er geen rekening mee te houden, dan gaat het in de gemeente alleen maar om wat Jantje en Pietje en Klaasje kan. En dat is soms heel wat, en soms heel weinig. Maar dan gáát het uiteindelijk om wat Jantje en Pietje en Klaasje kunnen. Snap je wat ik bedoel? We kunnen leren om anders te kijken. Maar dat vraagt oefening. En dat vraagt gebed. Leren om te kijken vanuit het perspectief dat God zijn gaven geeft, dan gaat het dus om wat God doet, om wat Hij wil bereiken, om hoe Hij wil dat ik me inzet en hoe een ander zich inzet. Dat helpt ook bij een volgend punt. Stel, je denkt je eigen gaven te kennen. Dan lopen we tegen ’t volgende probleem aan: anderen zien het niet. Het zal je maar gebeuren. Met alle gevolgen van dien: ik voel me miskend, niemand ziet mij staan, ik mag ook nooit eens leuke dingen doen, belangrijke dingen doen. Weet je hoe dat makelijker wordt om hierover te praten? Als het niet gaat om wat ik kan of wat jij kan of wat Pietje en Klaasje kunnen, maar als we zien: de Geest geeft gaven, de Here Jezus schenkt ons dienende taken, de Vader geeft ons bijzondere krachten! Dan mag ik rustig bij mezelf gaan onderzoeken: wat geeft God mij aan gaven, wat mag ik bijdragen in de gemeente, hoe is de Geest eigenlijk in mij aan het werk? Maar dan gaat het niet om mij, maar om wat God doet in mij. Voel je wat een ruimte dat schept? Ik durf – als er een bepaalde taak verricht moet worden – naar voren te stappen en te zeggen: ik geloof dat het wat voor mij is. Hoor je :ik geloof dat het wat voor mij is. Want het gaat niet om mij en om wat ik zo goed kan, maar het gaat om wat God door mij wil doen. En zo kunnen we ook naar elkaar kijken: Bij een ander gaven opmerken die je zelf niet hebt. Zonder jaloers te zijn. Want het is waar: Als we het niet vanuit het perspectief van God bekijken dan steekt er snel jaloezie op of onzekerheid. Jaloezie. Jaloers kun je worden op iemand die iets heel goed kan. En je kunt ‘m niet meer luchten of zien. Of je wordt onzeker. Wat zo heerlijk is: het valt allemaal op z’n plek in 1 Korinthe 12. Ieder mag wat bij dragen. In iedereen is de Geest zichtbaar aan het werk, ten bate van de gemeente (1 Kor 12:7) Jaloezie of onzekerheid of geforceerd doen wat je niet ligt – we mogen het echt gaan loslaten! ** Er is in de afgelopen weken een “missionaire gaventest” ontwikkeld. Een middel om je te helpen om te zien welke talenten je hebt op missionair vlak. Afgelopen woensdag waren de groeigroepleiders bij elkaar. Zij hebben die test alvast met elkaar uitgeprobeerd, met als doel om dat ook op de groeigroepen te gaan doen, die test. Ik mocht daar ook bij zijn woensdagavond. We hebben in kleine groepjes besproken welke talenten we bij onszelf ontdekten. En het was zo mooi om dat van elkaar te horen. Om elkaar aan te moedigen, elkaar te bevestigen. Om te zien, werkelijk te zien, wat God aan elk van ons geeft. Ik heb daardoor een paar mensen beter leren kennen en meer leren waarderen. Mooi is dat. Het was ook heel bevrijdend. Oh, dus als ik dat kan, kan ik ook een bijdrage leveren. En wat vulden we elkaar aan, die gaven pasten als puzzelstukjes in elkaar. Goed, dat was de ervaring die ik had. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat jullie die ervaring ook zullen hebben op groeigroep. Maar ik zag bevestigd wat in de bijbel staat over gaven. Ik wil ieder aanmoedigen. Het ontdekken van gaven die God je geeft brengt een diepe blijdschap. En ermee aan de slag gaan brengt een diepe levensvervulling. Het is net als bij een kind dat opgroeit. Telkens weer ontdekt ‘ie iets nieuws, dat ‘ie kan. En blij dat ‘ie dat dan is. Ik kan zitten. Ik kan staan. Als je zelf kinderen hebt, het zijn momenten die je niet vergeet. Ik weet het nog precies van Sem. Voor de eerste keer stond ‘ie los. Hij kraaide van de pret en hij klapte in z’n handen. Heel even maar, toen moest hij zich weer vastgrijpen. Die blijdschap, dat wow-gevoel dat hoort bij het ontdekken van wat je kunt, niet op eigen kracht, maar op kracht van God. Als een aardse al trots is op wat z’n kind kan, Hoe trots zal je vader in de hemel dan niet zijn als Hij ziet wat jij kan?! |

