| BinnensteBuiten januari 2011 |
|
Vanochtend gaat zetten we de 4e stap in ons gemeenteproject BinnensteBuiten. We kijken naar de cultuur, en deze ochtend speciaal naar de kerkcultuur in onze gemeente. Hoe uitnodigend is wat hier in de kerk gebeurt voor buitenstaanders? Vooraf lezen we uit 1 Korintiërs 14:23-25 over de kerkcultuur in Korinthe. En hoe toegankelijk die was voor buitenstaanders. 23 Wanneer namelijk de hele gemeente samenkomt en iedereen zich in klanktaal uit, zullen ongelovige buitenstaanders die de samenkomst bezoeken dan niet zeggen dat u krankzinnig bent? 24 Maar profeteert iedereen, dan zal een ongelovige buitenstaander door iedereen worden beoordeeld en terechtgewezen. 25 Alles wat hem heimelijk beweegt zal aan het licht komen en dan zal hij zich ter aarde werpen, God aanbidden en belijden: ‘Werkelijk, God is in uw midden.’ Misschien verbaast het je dat ik juist 1 Korinthe 14 heb uitgekozen voor vanochtend. Dat gaat toch over spreken in tongen en profeteren? Da’s toch een heel moeilijk onderwerp? Hoe kun je nu vanuit dit gedeelte iets zeggen over “gastvrij gemeente-zijn”? Vanochtend wilde ik niet ingaan op allerlei dingen die niet zo duidelijk zijn of waar je van mening over kunt verschillen. Waar ik op in wil gaan is wat volstrekt duidelijk is in dit gedeelte, en wat – dat zul je ontdekken – ook heel direct toepasbaar is voor ons nu. Absoluut duidelijk is dat Paulus rekening houdt met buitenstaanders. Buitenstaanders die de samenkomst van de gemeente bezoeken. En hij vindt dat de gemeente ook rekening moet houden met gasten. Dat is voor hem heel vanzelfsprekend. Zo vanzelfsprekend dat hij het als een beslissend argument gebruikt in een gevoelige discussie. Hij zegt: het is allemaal prachtig mooi hoe jullie bezig zijn, maar hoe begrijpelijk is dit nu voor een buitenstaander? En hij herinnert de gemeente eraan dat het erom gaat dat buitenstaanders tot geloof komen door wat er gebeurt in de dienst. Hoe ingewikkeld je dit hoofdstuk ook kunt vinden, volstrekt duidelijk is het verschil tussen het uitstoten van onbegrijpelijke klanken en het duidelijke spreken over God. Paulus geeft aan het begin van dit hoofdstuk een soort definitie van profetie en daarna van tongentaal (of klanktaal zoals de nbv vertaalt). Hij zegt: streeft naar de gaven van de Geest, vooral naar die van het profeteren. (vs 1) Wie profeteert spreekt opbouwend, troostend en bemoedigend (vs 3). Wie in tongen spreekt is daar alleen zélf bij gebaat. Conclusie: daarom is profeteren nuttiger dan in klanktaal spreken (vs 4-5). Klanktaal, zo zegt Paulus, is niet geschikt voor buitenstaanders. (23-25) Ze begrijpen het niet, en erger nog, ze zullen denken dat je gek bent. Maar als er geprofeteerd wordt, dán worden de niet-leden aangesproken. Met als gevolg dat hij God zal aanbidden en zal belijden: werkelijk, God is in uw midden. De aanwezigheid van gasten is voor Paulus een argument om dingen wél of niet te doen in de kerkdienst. Dáár wil ik op inzoomen, de andere dingen in deze verzen laat ik liggen. ** Weet je wat zo spannend is? Dat voel je pas echt als je weet in welk jaar Paulus deze brief schrijft. In het jaar 58. Er is dan nog niet zo lang een gemeente in Korinthe. Je zou verwachten dat die gemeente nog steeds open was voor buitenstaanders. Dat ze probeerden om begrijpelijk te spreken over het geloof. Niet dus. Wij kunnen daar een belangrijke les uit trekken. Altijd waar mensen een groep gaan vormen Zal die groep na verloop van tijd naar binnen gericht worden. Eigen rituelen ontwikkelen die voor een buitenstaander onbegrijpelijk zijn. Nou is een club is er voor clubleden. Maar een kerk is geen club. De kerk is de enige organisatie die er is voor niet-leden. De kerk is namelijk door Jezus Christus neergezet als een licht voor deze wereld, als een stad op een berg die niet verborgen kan blijven. Hoe zou dat wat Paulus zegt overgekomen zijn? Hoe zouden mensen in Korinthe dat gevonden hebben? Stond de kerk net een beetje op de rails, moesten ze dingen weer anders doen. Hadden ze net de tongentaal een beetje onder de knie, en wat waren ze er trots op, op die geestelijke gave, moesten ze daar maar mee rustiger mee doen! Waarom moet het nou weer anders? Ook vandaag is dat spannend om aan een groep mensen met bepaalde manier van doen te vragen om erover na te denken hoe begrijpelijk, hoe toegankelijk het allemaal is wat we doen. Vragen daarover kunnen best zeer doen. Ze raken wat je lief is. Ze raken waar we ons samen bij thuisvoelen. Die vragen raken ons allemaal, niemand uitgezonderd. Wat opvalt in wat Paulus zegt is dat blijkbaar álle leden een taak hebben naar buitenstaanders toe: Hoe zei hij dat ook maar weer? 24 Maar profeteert iedereen, dan zal een ongelovige buitenstaander door iedereen worden beoordeeld en terechtgewezen. Weet je, ik zou dat nooit zo durven zeggen. Zo van: “iedereen gáán hè voor de buitenstaanders. Spreek ze aan, ga er op af, wees betrokken op ze, en geloof maar dat het helpt. Geloof maar dat iemand zal erkennen: dit komt van God” Ik zou zeggen: Nee, we moeten een beetje realistisch blijven. We moeten dat veranderingsproces voorzichtig aanpakken. Onze kerken zijn van oudsher naar binnen gericht. De dingen die in de kerk gebeurden hadden altijd een hoog inside-gehalte. Je kunt er moeite mee hebben dat dit verandert. Rustig aan. Maar als Paulus vraagt op de man af: Hoe stellen jullie je op naar gasten, de mensen die er voor de allereerste keer zijn, de mensen die regelmatige gast zijn, naar nieuwe leden? Wat zien zij van de Here Jezus, wordt hun hart geraakt? Dan vraagt hij naar onze cultuur. Onze kerkcultuur. Laten we eens heel eenvoudig beginnen. Wat doe je als de dienst is afgelopen? Race je snel weg naar huis naar de koffie? Wat voor indruk geeft dat? En als je nog even blijft, wat doe je dan eigenlijk? Ga je vooral bijpraten met vrienden en kennissen? Waardevol en kostbaar, maar heb je ook oog voor nieuwkomers? Als we allemaal met elkaar staan te praten, zijn onze groepjes dan open groepjes waar een ander bij durft te komen staan? … en misschien moet er dan ook iets veranderen aan de inhoud van onze gesprekken? Ik denk dat onze kerkcultuur er één is van na de dienst over van alles en nog wat praten, maar als nou een nieuwkomer na wil praten over wat hij / zij heeft gehoord in de dienst? Mag “binnenstebuiten” jullie iets extra kosten? ** Dan onze diensten zelf, hoe wervend zijn die? Zal de buitenstaander daadwerkelijk bereikt worden met het evangelie? Ik hoor daar regelmatig goede dingen over van gasten. Dat mensen hartelijk ontvangen worden. Dat mensen voor hen open staan. Dat ze geraakt worden door wat in de preek gezegd wordt. Dat mensen aan de sfeer merken dat we iets heel kostbaars met elkaar delen. Bij mij in de straat wist iedereen waar de Morgenster staat en was het mensen opgevallen hoeveel mensen en hoeveel jonge mensen ook daar naar de kerk gaan. Tegelijk: onze kerk puilt niet bepaald uit van de gasten. Er is nog een stad te winnen. Als we eens kijken naar de preek. Wanneer was een preek goed? Als ‘ie goed gereformeerd was? Als ‘ie leerzaam was? Als ‘ie aantrekkelijk werd gepresenteerd werd, als ‘ie ons leidde naar ontmoeting met God, met Jezus? Ja, de preek. Moet het allemaal “gebeuren” in de preek? Of mogen andere vormen van verkondiging (mime, drama, een filmpje) daar voluit bijhoren? Hoe voelt het, als de orde van dienst anders verloopt dan anders? Of als onderdelen,zoals de wet, anders worden ingevuld? Hoe spontaan mag het zijn in een kerkdienst? Op hoeveel manieren mag een gemeentelid uiten dat hij / zij geweldig blij is met wat God heeft gedaan? Zijn mensen vrij om iets te vertellen over wat God gedaan heeft in hun leven? Dat geloven we toch, dat God werkt in je leven? Wat stralen we uit in hoe we in de kerk zitten? Onderuitgezakt? Gapend? Geïrriteerd? Met honger naar Gods geweldige boodschap? Kom je eigenlijk anders de kerk uit dan de je de kerk inging? En kun je daar ook wat over zeggen tegen een ander? Of iets over vragen aan een ander? Wat is onze cultuur? Is het allemaal zo gewoon en vanzelfsprekend geworden dat het ons niet meer raakt? Of zitten we zo kritisch in de kerk dat er maar heel weinig diensten echt aanspreken? Geen tongentaal maar profetie. Geen onduidelijke klanken maar het heldere evangelie. Laten we vanuit dat bijbelse perspectief kijken naar hoe we zingen in de dienst. Eerst maar eens even over het instrument dat standaard wordt gebruikt in onze diensten, het orgel. Hoeveel Nederlanders denkt u, zetten er voor hun plezier orgelmuziek op? En hoeveel niet-christenen zingen thuis bij een orgel? Wat voor sfeer roept het op als ze hier een orgel horen? Oké, mensen verwachten misschien een orgel in de kerk, zeker als ze een kerkelijke achtergrond hebben. En we hebben een prachtig orgel! Maar ademt dat orgel niet een sfeer van vroeger? Een instrument uit vervlogen tijden. Is het orgel nu profetie of tongentaal? Stel dat (ik zeg niet dat het zo is, maar stel dat) een orgel vervreemding oproept bij veel nieuwkomers. Moeten we het dan wel handhaven? Het gaat me natuurlijk niet om het orgel, Ik noem het als voorbeeld van hoe onze kerkcultuur is. Misschien zijn er heel andere elementen van onze kerkcultuur die we eerst moeten aanpakken. Gelukkig kunnen we daarover van gedachten wisselen, bv op groeigroep. Maar het komt er wel op aan dat we dit jaar van bezinning serieus gebruiken. Misschien zegt iemand: maar onze psalmen –tenminste de berijming daarvan - komen toch uit de tijd van de Reformatie. Dat kun je toch niet zomaar op de schroothoop gooien. Dan gooien we toch iets heel kostbaars weg wat we van God hebben gekregen? De psalmen die we nu zingen komen uit de tijd van Calvijn. Hoe klonken ze toen? De melodieën zijn melodieën uit die tijd. Calvijn was zo eigentijds, zo modern met zijn muziek. De gereformeerde kerk zong muziek de mensen van die tijd aansprak. Heel wat anders dan de rooms-katholieken, die eeuwenoude melodieën hadden en ook nog eens in het latijn dat de gewone mensen niet begrepen. Als we nu dezelfde melodieën zingen als in Calvijns tijd lijkt het alsof we het zelfde doen, maar we doen iets heel anders. Vergis je niet. De Gereformeerde Kerken zijn begonnen als heel eigentijdse kerken. Een kerk die in alles het evangelie heel dichtbij bracht. Niet alleen in de preken, maar zelfs tot in de liturgie toe. ** Misschien vond je niet elk onderdeel van deze preek even fijn om te horen. Misschien heb je helemaal geen zin om met anderen te praten over dit onderwerp. Dat kan kloppen. Het woord van God is niet alleen aangenaam om te horen, het is ook een tweesnijdend scherp zwaard dat flink zeer doet, dat dingen waar je je vertrouwd bij voelt wegsnijdt. Net als de meesten van jullie ben ik vertrouwd geraakt met bepaalde vormen om God groot te maken. En het zijn vormen die me dierbaar zijn geworden. Maar de vraag is wel: waar voel je je vertrouwd bij: Als je je vertrouwd voelt bij God, als je Hem kent, dan komen de vormen er voor jou minder op aan. Omdat je achter verschillende vormen toch Hém herkent. Omdat je weet dat het niet in die vormen zit. Paulus zei eens: wees niet als kinderen. Kinderen hechten erg aan vaste gewoontes. Ze raken van streek als het heel anders loopt. Aan de gang van zaken rond het naar bed brengen moet je bijv niet teveel veranderen. Wat je gewoonlijk doet, voorlezen, kusje, dat knuffelbeest, dát lampje aanlaten, de deur op een kier. Wees niet als kinderen. Wees een volwassen gelovige. Jij hebt die patronen niet nodig om je goed te voelen. Maar je realiseert je dat het voor mensen die God niet kennen, of Hem nog niet wérkelijk kennen, het juist de vormen kunnen zijn, die afstoten. Wie God niet kent, ziet het eerst de verpakking. En als die er niet uitziet dan wordt het kado niet uitgepakt. ** We zijn begonnen aan een nieuw jaar. Aan het begin van een nieuw jaar wensen we elkaar goede dingen toe. Waar ik naar verlang, en wat ik jullie toewens is dat we als gemeente steeds meer Jezus Christus uitstralen. Jezus. Nooit was het ouderwets, nooit traditioneel wat Hij zei of deed. Altijd verraste Hij met zijn woorden. Het was altijd raak als Hij troostte, confronteerde, aanmoedigde. Méér van Hem, dat wens ik jullie en mezelf toe. *** Ps 122:1 Gz 158 “Als een hert” Wet Gz 138:1+2+3+4+5 “Heer, laat het licht zijn om ons heen” Gebed Lezen: 1 Korintiërs 14:1-5 Tekst: 1 Korintiërs 14:23-25 Preek Zingen: Gz 121:5+8+9 Gebed Collecte Slotzang: Psalm 121:1+2+3+4 Thema: De Morgenster: Gastvrij of gast-vrij? |

