| Er wordt aan je getrokken! (Preek 9 oktober 2011) |
|
Hebt u vijanden? En dan bedoel ik niet of u mensen in uw omgeving kent die u zelf niet kunt luchten of zien, maar andersom: zijn er mensen met wie u omgaat die een hekel aan u hebben, die het niet zullen laten u een hak te zetten, die u mijden, of het contact alleen tot het hoognodige beperken, omdat u het bent? Hebt u zulke vijanden? - Of vindt u dat maar een vreemde vraag? Ik stel hem omdat er in zondag 52 over 3 vijanden gesproken wordt. Waar denkt u dan aan bij “vijanden”? Onze doodsvijanden houden niet op ons aan te vallen. Nounou. Wat een grote woorden. Is het echt zo erg? Daarom bidden wij “wil ons toch staande houden zodat wij in deze geestelijke strijd niet het onderspit delven.” Dat is natuurlijk een mooie bede, maar betekent die ook iets voor onszelf? Wat betekenen ze in uw leven? Of gaat het eigenlijk niet over ons? Dat zou toch kunnen. Ook zondag 52 is geschreven in 1563. Toen rookten de brandstapels, toen werden er hele landstreken gedeporteerd om hun geloof, toen waren er vluchtelingengemeenten in Duitsland (Emden) en in Engeland, toen leefden de gereformeerden in Nederland onder het kruis, zoals dat zo mooi heet. Die mensen konden zich iets voorstellen bij vijanden. En als je vader of moeder of je broer of zus vermoord is om het geloof, ja dan spreek je zulke stoere taal. Over doodsvijanden. Maar is het allemaal echt zo ernstig? In de praktijk trekken we dan zomaar de conclusie dat dit niet voor ons gezegd is. Wanneer we makkelijker dan vroeger de bijbel dicht laten wanneer onze gebeden leeg en nietszeggend worden wanneer we weinig zin hebben in de kerkdiensten en al te makkelijk verzuimen. Wanneer we zelf motivatie beginnen te missen om actief betrokken te zijn bij de gemeente; Als we verslappen en lauw worden. Dan vinden we dat eerst heel raar, we voelen ons er niet prettig bij. Maar na verloop van tijd went het. Wat is er dan gebeurd? Zagen we wat er bij onszelf gebeurde? Of begrepen we er niets van? Of ook als we het bij anderen zien gebeuren. .. Bij vrienden, bij gemeenteleden, misschien bij broer of zus, bij onze kinderen. Dit soort onderwerpen zijn onder ons vaak taboe. We zullen er niet snel met een ander over praten. Wat zal die ander er wel van zeggen?, denken we dan. En we voelen ons er ongemakkelijk bij als een ander er over begint. Of we vinden dat een ander er niets mee te maken heeft. Zelfs God niet. De catechismus is gewoon heel open. Verfrissend. De catechismus benoemt het heel precies. Je hebt vijanden! Niet 1, niet 2, maar 3. De duivel, de wereld, je eigen vlees. En die plagen niet maar wat. Ze maken het je maar niet een beetje lastig. Het zijn doodsvijanden. Ze zijn erop uit je af te maken. Ze willen je eeuwige leven afnemen. Ze willen dat je naar de hel loopt. Waarom is de catechismus daar zo open over? Omdat Christus zelf er zo eerlijk over spreekt. Hij windt er geen doekjes om: Er zullen verleidingen komen. Er wordt aan je getrokken. Hij wist er zelf alles van. Verzocht in de woestijn. 40 dagen en 40 nachten. Daarom leert Hij ons bidden: en leidt ons niet in verzoeking. Zelf zouden we er niet snel aan denken. Ja, bidden voor het eten natuurlijk wel. (4e ) En vragen om vergeving. (5e ) da’s de kern. Maar dan? Dan loopt het wel voor ons gevoel. Maar het “blijven in de liefde van God” is geen automatisme. Geef ons brood, vergeef ons onze schulden, en leid ons niet in verzoeking, is een drieluik waar geen van de 3 kan ontbreken. Dat je elke dag kracht ontvangt om te leven (4e) Dat Hij je leven schoonwast (5e ) en de bede om ook voor de toekomst dichtbij de Heer te leven (6e ) horen onlosmakelijk bij elkaar. Verzoeking. Volgens mij is het een vergeten hoofdstuk. We houden zo weinig rekening met de aanwezigheid van de vorst vd duisternis. We zeggen: God is er, en ik ben er. Maar dan vergeten we er één. De duivel is een realiteit. Hij gaat rond als een brullende leeuw. De duivel is de meest vergeten persoon in ’t heelal. Leuk voor sprookjes, eng voor een griezelfilm, maar wie gelooft er nu serieus in een duivel? Daarom hebben mensen ook zoveel moeite om het “kwaad”, de ellende, te plaatsen. Ze ballen hun vuist tegen God. Omdat ze denken dat Hij het kwade in hun leven brengt. En wij christenen doen soms hetzelfde. En vragen aan God: waarom gebeurt dit. Maar ons wereldbeeld gaat ernstig mank als we geen rekening houden met de tegenspeler van God. 1 Pet 4,12: Geliefde broeders en zusters, wees niet verbaasd over de vuurproef die u ondergaat; er overkomt u niets uitzonderlijks. de duivel De duivel is baas van de duisternis. Hij wil maar het liefst dat alles een beetje schemerig blijft. Dat het in het vage blijft. Ga toch niet zo vaak naar de kerk, want daar hoor je toch niks nieuws. Joh, ga je alweer bijbellezen? Laat je bijbel toch dicht, want je kent de verhalen die erin staan toch? De duivel wil je bij God vandaan halen door te beweren dat je alles toch al weet. En dat wil hij ook in onze gesprekken. Dat we zeggen: begin daar niet over, want dat verhaal kennen we wel. Bemoei je niet met mijn keuzes. De duivel heeft er belang bij dat mensen altijd afleiding hebben. Altijd bezig zijn. nooit tot rust komen. Want zolang ze maar met van alles druk zijn hoeven ze niet na te denken. Over zichzelf, over het doel van hun leven, over een God. Op zichzelf prima dingen als tv, internet, msn-en, het kunnen zomaar dingen worden die zoveel tijd vragen dat er geen tijd is voor rust, voor God. Trouwens, hobbys’ kunnen ook zo’n functie vervullen, kinderen zelfs ook. Honden. Jezus zegt: “Wie kwaad doet, haat het licht; hij schuwt het licht omdat anders zijn daden bekend worden” (Johannes 3:20) Zo bedriegt de duivel massa’s mensen. Hij laat ze leven in de schemering, en houdt ze op alle mogelijke manieren weg van het licht. En zo is hij ook met ons bezig. Breng de dingen die je van God af houden in het licht, Moffel ze niet weg. Bespreek ze met God en waar mogelijk ook met mensen. Doodsvijand nr. 1. we bidden om het breken van zijn kracht als we vragen: “Leid ons niet in verzoeking maar verlos ons van de boze”. Om zijn doel te bereiken gebruikt de duivel de mensen van deze tijd. 2e doodsvijand. De wereld: Bedoeld is de wereld, die een afschuw heeft van Christus en daarom van zijn volgelingen. De wereld bestaat uit mensen die zelf uitmaken wat goed en kwaad is. Zij lopen achter hun eigen ideeën aan. Die kunnen ze begrijpen. Over evolutie en het ontstaan van het heelal bijvoorbeeld. Die klinken logisch. Zelf beschikken over leven en dood. Experimenteren met seks. Want of iets verkeerd is kun je niet weten voordat je het geprobeerd hebt, toch? De wereld straalt zekerheid uit. Het klinkt zo logisch. Het is een stijl van leven zonder vechten. Het is alleen maar toegeven aan wat de duivel wil. Daarin ligt het verleidelijke van deze levensstijl. Overal komen christenen deze levensstijl tegen. Via de wereld zoekt de boze op de meest ongedwongen manier contact met hen. Als we bidden: leid ons niet in verzoeking, bidden we of God de wereld telkens wil ontmaskeren, zodat we waarheid en leugen uit elkaar houden. Het diepst dringt de duivel door via de 3e doodsvijand: je eigen vlees : Dat is die sterke drang om onze eigen wil te doen. Om je niets aan God gelegen te laten liggen. De bijbel zegt dat het verlangen van het vlees en van de geest staan lijnrecht tegenover elkaar. Het is een beweging in 3 golven. De duivel is de man achter de schermen. Hij trekt aan de touwtjes zonder dat mensen het merken. De wereld is tastbaar. De mensen die – net als a & e in het paradijs, zich lieten inpakken door de duivel. Waar Openbaring ook over spreekt: de geesten uit de afgrond die macht krijgen over mensen. De wereld is overal om ons heen, maar deze vijand zit in ons. Door deze vijand dringt de invloed van de boze tot diep in onze gedachten en gevoelens. Waarom vragen we aan God: leid ons niet in verzoeking? Leid God dan mensen in verzoeking? Nee. Jakobus laat er geen misverstand over bestaan: God brengt niemand in verzoeking. Iemand kan bloot staan aan verleiding. Maar laat hij niet zeggen dat God zelf komt om hem op het verkeerde pad te brengen. Als iemand bezwijkt voor een verleiding, komt dat voor 100% door zijn eigen begeerte. God staat daarbuiten. Leid ons niet in verzoeking. Zo zegt Jezus het ons voor. Wanneer we dat vragen, veronderstellen we daarbij niet, dat God ons zou kunnen aanvuren en stimuleren tot zonde, maar we bidden erom, dat God ons niet loslaat en dat we niet in de strik van de boze mogen vallen. We vragen niet of Hij ons met een wijde boog om alle verzoekingen heen leidt. Of we nooit in lastige situaties hoeven te komen. Dat kan niet, want we zitten er – door eigen schuld – al middenin. Ook ons eigen ik kiest voor de boze. Daarom zou God niemand onrecht doen, als hij ons allemaal losliet. Het is echt genade, echt zijn goedheid, dat Hij ons niet prijsgeeft aan de verzoeking. We bidden: blijf bij ons. Laat ons niet los. De tweede helft van deze bede is positief: “maar verlos ons van de boze”. Terwijl we elk ogenblik in nood zijn, mogen we weten dat we van Christus zijn. Dat we bij Hem geborgen zijn. We zijn gekocht en betaald. Met al z’n aanvallen kan de duivel dat nooit meer ongedaan maken. Geruggesteund door deze troost bidden we om kracht totdat we uiteindelijk de volkomen overwinning behalen. We mogen het toch winnen! Je mag je vasthouden aan wat Johannes zegt: Wie gelooft in Christus, die overwint de wereld. Hij is zelf het levende bewijs van de overwinning. Kijk maar. Hij is door de duivel verzocht in de woestijn. De duivel probeerde hem over te halen om hem te aanbidden. Dat is ten diepste “verzoeking”. Dat de duivel je overhaalt om niet God maar hemzelf te aanbidden. 40 dagen en nachten. Denk aan hemelvaartsdag Hebr 4:15: we hebben een hogepriester die op gelijke wijze als wij is verzocht geworden. Begin maar met zo te bidden. Begin maar met zo te kijken. Zijn we ons bewust dat er aan ons getrokken wordt? En hoe verweren we onszelf ertegen? Het gebeurt niet door je maar strak aan de regels te houden. Het helpt niet om de schone schijn op te houden en er met niemand over te praten. Het gebeurt door dicht bij Christus te blijven. Door te bidden tot God of hij je wil helpen in verzoekingen overeind te blijven. En door er goed met elkaar over te praten hoe je met die verleidingen omgaat. De duivel heeft daar geen interesse in. Doodzwijgen is een overwinning voor het rijk van de duisternis. Maar de waarheid mag gezegd en gehoord worden. Openheid hoort bij God. In de gesprekken met elkaar. In de gesprekken met Hem! En door daadwerkelijk de duivel, de zonde en je eigen verlangens de rug toe te keren. Nee te zeggen. En achter Christus aan te gaan. Hij is sterker dan de duivel. Jij mag staan in zijn overwinning! |

