Liturgie Goede Vrijdag 2012 Gz 90:1+2 “Ontsluit o Heer voor U ons hart” Gebed Schriftlezing: Matteüs 27:45-56 Gz 13 Oude Berijming “Zie, de mens” Preek Liedboek 189:1+2+3+4 “Mijn verlosser hangt aan ’t kruis” Gebed Collecte (tijdens collecte muzikaal intermezzo) Slotzang: Geloofsbelijdenis Gz 179a “a capella” Thema: Centurio onder het kruis
**
Toelichting bij de Schriftlezing: In deze stille week staan we stil bij Jezus laatste lijdensweek. We doen dat vanuit het perspectief van Matteüs. Hij brengt allerlei mensen in beeld die Jezus ontmoeten. Op maandag de vrouw die met Mirre Jezus zalft met het oog op zijn begrafenis. Op dinsdag Malchus. Woensdag de dienstmeisjes bij het vuur. Donderdag de vrouw van Pilatus, Claudia. Vanavond de centurio, de overste van de mannen die de wacht houden bij Jezus’ kruis. In elk van die ontmoetingen op de Via Dolorosa valt licht op Jezus Christus en de lijdensweg die hij ging. ** Zou dat opnieuw kunnen gebeuren? Iemand die niets van Jezus weet. In één ogenblik getroffen door wie Jezus is. Van het ene op het andere moment zeggen: Hij was écht Gods Zoon. Wat een wonder! Al onze ideeën over hoe mensen tot erkenning van Jezus komen schieten tekort. Gisteravond. The Passion. 1.7 miljoen kijkers. Best bekeken programma in de Nederlandse huiskamers. Het lijdensverhaal. Met een aaneenschakeling van Bijbelcitaten uit de mond van bekende Nederlanders. Bezongen met hedendaagse popsongs. Christenen reageren er verschillend op. De één vindt het prachtig, de ander afschuwelijk. Maar we moeten echt aan God overlaten wat het bij mensen teweegbrengt. Die centurio, met zijn uitroep: Hij was werkelijk Gods Zoon. Ja, die centurio, wat zal hij verder zijn gaan doen als z’n dienst is afgelopen? Gaan dobbelen en drinken? Of een nieuw leven leiden… Matteüs vertelt er niks over. Hij laat die uitspraak staan. In al z’n verrassendheid. Want het gaat er tenslotte niet om wat er met die centurio gebeurd is. Het gaat om jouw antwoord op die vraag. Jezus, zoon van God. Of niet. Wie zeg jij dat Hij is? ** Verrassend is de uitspraak van de centurio. Dat is het, als je hebt gehoord wat er allemaal al tegen Jezus gezegd is. Allemaal cirkelt rond de vraag: “Bent u de zoon van God?” Dat is de vraag die de hogepriester stelt. (26,63) En als Jezus dat bevestigt, dan veroordelen ze hem tot de doodstraf. Zoon van God? Hoe durf je! De godslastering! De joden hebben voldoende gehoord om Jezus te laten kruisigen. Maar met zo’n religieuze reden hoeven bij ze bij Pilatus natuurlijk niet aan te komen. Ze geven hun aanklacht daarom een politieke draai. Hij zou zichzelf Koning van de Joden noemen. En daarom een gevaar zijn voor de gevestigde orde. Maar zodra ze weer “onder Joden” zijn, komt de kwestie van het zoon van God zijn weer naar voren. “Als je de Zoon van God bent, red jezelf dan maar en kom van dat kruis af!” (vers 40) En even later: Hij heeft zijn vertrouwen in God gesteld, laat die hem nu dan redden, als hij hem tenminste goedgezind is. Hij heeft immers gezegd: “Ik ben de Zoon van God.”’ (vers 43) Matteüs laat zien hoe deze vraag telkens weer terugkomt in de laatste fase van Jezus’ lijden. Dat is blijkbaar het punt. Wie is Jezus? Is Jezus zoon van God. Deze geschiedenis komt vanavond alleen bij ons binnen als we die vraag centraal zien staan. Wie is Jezus? Is Hij zoon van God? Hoe sta je tegenover Hem? ** Jezus, zoon van God? Die pretentie wordt niet alleen onderuit gehaald door mensen. Het lijkt erop alsof ook God zelf Jezus laat bungelen. Op de bange vraag van Jezus, “mijn God, waarom hebt U mij verlaten”, komt geen antwoord. Het blijft stil uit de hemel. Sterker nog: God heeft zich teruggetrokken van Jezus. De drie uur duisternis onderstreept dat de hemel Jezus niet te hulp komt. De hemel houdt zelfs het licht terug. God trekt de hemel dicht. Want vervloekt is wie hangt aan het hout. Jezus is van mensen verlaten, maar ook van God. Maar Christus Jezus heeft ons vrijgekocht van deze vloek door voor ons te worden vervloekt, want er staat geschreven: ‘Vervloekt is ieder mens die aan een paal hangt.’ (Galaten 3:13) Dat God zijn zoon verlaat, betekent: Ook de hemel walgt van Jezus. De vader walt van de zonde. En Jezus is één geworden met zonde. God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden. (2 Korinthe 5:21) Hij is één geheel met de schuld, die van jou en mij was, één met de zonden, die jij en ik doen. Daarom is het rechtvaardig, daarom is het eerlijk, dat God Jezus verlaat. Jezus draagt de straf in onze plaats. Maar hij draagt die dus ook echt, met de uiterste consequentie. Godverlatenheid. Dood. ** Als Jezus sterft, dan weet je niet wat je overkomt. Als Jezus dan de straf heeft weggedragen, dan vergaat horen en zien je. Wat gebeurt er allemaal?! Alles komt in beweging. Zie je het? De tempel. De aarde. Het dodenrijk. En zelfs de buitenstaander, de ongelovige. Maar let op de volgorde: 1) Eerst de tempel; het gordijn tussen heilige en allerheiligste scheurt. Die heilige plek, waar maar één man mag komen, éénmaal per jaar, op grote Verzoendag onder strikte voorschriften, die heilige plek ligt open en bloot. Aan Gods heiligheid is recht gedaan door Jezus’ offer. Daarom is die afstand tot God niet meer nodig. Sterker nog: die afstand is er niet meer. Grote Verzoendag als voorschrift van de wet is niet meer nodig. Het is volbracht. We zijn verzoend met God. Daarom is er geen grote verzoendag meer nodig. Gods heiligheid is niet meer iets waar je bang voor hoeft te zijn, aan doodgaat. Gods heiligheid is voor ons. God kijkt naar u, naar jou, en zegt: jij bent een mens naar mijn hart. Ik kijk niet naar wat jij hebt gedaan, maar naar wat Jezus heeft gedaan. God kijkt naar je en zegt: ik vind geen schuld in jou. Ik ben blij met jou, je bent mijn geliefd kind. Zo mooi staat het er: het voorhangsel scheurde van boven tot onder in tweeën. Deze beweging komt uit de hemel, van Gods troon vandaan. 2) Het is wereldschokkend wat hier gebeurt. De aarde beeft. Dat is weer zo’n signaal van wat hier aan het kruis gebeurt. De beslissende klap die aan satan wordt toegebracht voel je fysiek. Maar dit is geen aardbeving waardoor de grond onder je voeten wegzakt. Geen aardbeving die alles uit het lood slaat. Hier is een aardbeving waardoor wat kapot is, wordt heelgemaakt. Waardoor wat scheef hing, wordt rechtgezet. De wereld staat op z’n grondvesten te schudden, want hier wordt een heel nieuw fundament gelegd: Jezus Christus als de enige basis van onze redding. Niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt – Jezus Christus zelf. (1 Korinthe 3:11) 3) Het dodenrijk is zijn greep op de doden kwijt. Graven gaan open. Doden staan op. Je kunt er een hoop vragen over stellen. Zoals: welke mensen zijn het, die opstaan? En als ze op vrijdag opstaan, maar zich pas met Pasen vertonen aan mensen, waar zijn ze in de tussentijd? Met wat voor lichaam staan ze op? Zullen ze straks weer sterven, opnieuw? En is het dan niet bitter dat ze bij God vandaan gehaald worden terug op aarde? Ik denk niet dat Matteüs ons dit vertelt om bij ons al die vragen op te roepen; want die vragen verdienen een preek op zich. En dat soort vragen leiden de aandacht af van waar het om gaat. Maar om toch een antwoord te geven, heel kort: ik houd het erop dat hier mensen opstaan die kortgeleden zijn gestorven. Dan heeft het zin dat ze verschijnen aan mensen in Jeruzalem. Ze verschijnen, zoals Jezus na zijn opstanding ook verschijnt, en ook weer verdwijnt. Niet voor iedereen te zien, alleen voor diegenen aan wie Jezus zich zichtbaar wíl maken. Zo verschijnen deze mensen, als teken, als levendige verkondiging, dat de dood overwonnen is. Niet met het oude lichaam van eerst, maar met een nieuw lichaam. Zoals dat bij Jezus ook was. Waardoor je weet dat Hij het is, en Hem tegelijk niet meteen herkent. Zoals bij de Emmaüsgangers. Een lichaam waarmee hij naar de hemel kan, naar God. Dat zou beteken dat deze mensen niet bij God worden weggehaald, weer terug naar het aardse leven, maar nadat ze zijn verschenen, weer teruggaan naar God. Zoals Jezus ook teruggaat naar God. Hopelijk genoeg antwoord voor nu. Want het licht moet erop vallen dat de dood overwonnen is. Door de kracht van Jezus’ volbrachte werk staan mensen op. Er is geen houden meer aan voor het dodenrijk. Die boodschap is duidelijk, hoe het precies ook zit. Nu zie je ook nog wat anders. De dood wordt niet pas op Pasen overwonnen. Nee, op Pasen wordt het zichtbaar. Dan is het graf leeg. En is er een levende Jezus. Maar hier is de beslissende slag gewonnen, op Goede Vrijdag. Dan verliest de dood z’n macht. Goede Vrijdag is daarom geen droevige dag. Dat we straks stil de kerk uitgaan is niet omdat we rouwen ofzo. Rouwen over een dode Jezus. En omdat het maar de vraag is hoe het afloopt. Welnee, de dood is overwonnen. De graven zijn open! De beslissing is gevallen. Satan moet z’n doden laten gaan. Maar het is wel goed om stil te worden over onszelf. Om te bedenken dat Jezus de allerhoogste prijs moest betalen voor ons, voor ons zoals we uit onszelf zijn. Onder de indruk, dat er voor de zoon van God geen plaats is op deze aarde. Iemand die écht mens is, mens zoals God heeft bedoeld, zo iemand kan op deze aarde niet blijven leven. Het besef dat jij en ik in de plaats van de Joden, in de plaats van Pilatus hetzelfde hadden gedaan. Onder de indruk van de straf van God over de zonde. Stil, van zoveel dat hier samenkomt. ** Opvallende timing trouwens, vind je niet? God grijpt in nádat Jezus gestorven is. Als het een film was geweest, zou je een redding op het nippertje verwachten. Dit kan toch niet, Jezus die sterft! Wat zijn onze films toch voorspelbaar…. Die verwachting was trouwens 2000 terug niet anders. Dat was ook de spot van de mensen die langs het kruis liepen. Als je werkelijk Gods zoon bent, dan is dit het moment voor ingrijpen. Maar er gebeurt niks. God werkt anders dan jij en ik. Als Jezus op z’n zwakst lijkt, sterft, als zijn missie mislukt lijkt, is zijn missie juist geslaagd. God werkt anders dan jij en ik verwachten. Hij is niet zo voorspelbaar. ** Net zo verrassend is het plaatje dat Matteüs ons schetst. Al die mensen van Gods volk, die Jezus bespotten. Mensen, die er alles van weten, van de bijbel, die Jezus’ woorden gehoord hebben, doen er niks mee. Zo blind zijn ze, zo doof zijn ze. Maar zo’n centurio, aanvoerder van de wacht bij Jezus’ kruis, die als eerste erkent: hier is meer aan de hand, hier hebben we met God zelf te maken, Hij was werkelijk Gods zoon. De laatsten zullen de eersten zijn. Als je het evangelie allang kent, denk er daarom goed over na. Heb ik het evangelie begrepen? Heb ik Jezus aangenomen als Zoon van God? Geef ik me aan hem over? Of leid ik m’n eigen leven, en ja natuurlijk Jezus is zoon van God, ja Hij heeft alle macht, maar dat betekent verder niks. Gelukkig gebeurt dat andere ook nog steeds. Dat mensen die erbuiten stonden, van niks wisten, ontdekken: Inderdaad, Jezus, zoon van God. Dat verandert alles! |
Liturgie 1 april 9.30 uur Leeuwarden Ps 84:2 Gz 39:1+2 “Als je bidt zal Hij je geven” Wet Liedboek 178:1+2+4(v)+6(m)+9 “Jezus, om uw lijden groot” Gebed Schriftlezing Romeinen 12:9-21 Preek Liedboek 285:1+2+3+4 “Geef vrede, Heer, geef vrede” Gebed Collecte Gz 89:1+2+3+4 “Jezus, leven van mijn leven” Thema: waarom zou het christelijk geloof het bij het rechte eind hebben?
Waarom zou het christelijk geloof het bij het rechte eind hebben? Dat is de vraag waar we vanmorgen vanuit Gods woord over nadenken. Het eerste waar we het over moeten hebben, is dat christenen niet beweren dat zij het bij het rechte eind hebben. Christenen volgen een Heer die zegt: Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij. (Johannes 14:6) Een christen heeft zich door Jezus laten overtuigen. Wij zeggen: Hij is het, Hij is onze redder. Dat is iets anders dan: wij hebben het bij het rechte eind. Je zou kunnen zeggen: een christen wijst niet naar zichzelf, maar wijst van zichzelf af: Jezus heeft het bij het rechte einde, Hij heeft gelijk, En dat niet als een rijtje van feiten. Dit klopt en dat klopt. Nee, zoals lang geleden een vrouw bij een put ontdekte toen Jezus met haar praatte: Hij kent mij door en door. Hij ziet mijn diepste pijn, Hij ziet wat ik nodig heb. Zo confronterend, zo bevrijdend tegelijk. (Johannes 4,29) ‘Kom mee, er is iemand die alles van mij weet. Zou dat niet de Messias zijn?’ Voor een christen is Jezus zoveel méér dan “waarheid” op zich. Hij is mijn redder. Het is mijn ervaring dat het helpt om de ander te laten zien: Geloven heeft niks te maken met “de wijsheid in pacht hebben”, ik zal het eens even zeggen hoe het zit”. Nee, Jezus heeft mij dat gezegd. Wil jij ontdekken wat Hij jou te zeggen heeft, wie Hij voor jou wil zijn? ** Waarom zou het christelijk geloof het bij het rechte eind hebben? Het is belangrijk om het over die vraag te hebben. Veel mensen vinden dat religie in de Nederlandse samenleving een probleem is. Het eist exclusief de waarheid voor zich op. Het zet mensen tegenover elkaar. Komen uiteindelijk niet alle problemen tussen mensen voort uit godsdienst? Tot hoeveel oorlogen heeft het niet geleid? (Even terzijde, Wie terugkijkt op de afgelopen kan niet anders dan constateren dat het juist ongelovigen zijn geweest als Hitler, Stalin, Mao en Pol Poth in Cambodja zijn geweest die talloze mensen over de kling hebben gejaagd, maar dat terzijde) Het wordt in NL dwaas gevonden, gevaarlijk vonden dat er mensen zijn die zeggen: Door niemand anders kunnen wij worden gered, want zijn naam is de enige op aarde die de mens redding biedt.’ (Handelingen 4:11) Nee, we moeten op een verlichte manier omgaan met godsdienst. Laten we eens 3 manieren bekijken waarop veel mensen proberen om godsdienst te neutraliseren. 1. alle godsdiensten zijn even waar en leren in de kern hetzelfde Het klinkt goed. En je hoort het vaak. Maar is het ook zo? Boeddhisme kent geen persoonlijke God. Moslims en christenen hebben een totaal verschillend idee over hoe je vrede hebt met God. Voor moslims komt dit door het je houden aan Allahs geboden. Voor christenen door te erkennen dat je die juist niet kunt houden. En dat je de gerechtigheid van Jezus nodig hebt. Een groter verschil is niet denkbaar: jezelf verlossen door de 5 zuilen van de Islam te houden Maar, zeggen mensen dan, die God is dezelfde. Kijk, dán wordt het interessant. Want wie is die God dan? hoe typeer je ‘m? dat moet je eens vragen. Vaak komt het antwoord neer op: Een soort goeie lobbes die met iedereen het beste voorheeft. Zie je dat het grootste probleem met deze bewering is dat het doet alsof de leerstellingen van een geloof onbelangrijk zijn. En ondertussen zelf met een nieuw dogma komen. In de kern van de zaak komen alle geloven op hetzelfde neer. Jaja. Dat is het nieuwe geloof, een superieur geloof, veel beter dan dat achterhaalde idee dat er één waarheid zou zijn. Zie je het? Hij klinkt heel tolerant, maar ondertussen claimt deze opvatting dezelfde exclusiviteit die het christelijke geloof niet mag claimen. 2. in iedere godsdienst zit een stukje van de waarheid maar niemand kan de hele waarheid zien Een groepje blinden maakt een wandeling en stuit daarbij op een olifant. De olifant liet toe dat de mannen hem aanraakten. “dit dier is lang en flexibel als een slang” zegt de eerste blinde die de slurf vasthad. “”Helemaal niet, dit dier is dik en rond als een boomstam” zei de tweede blinde, die de poot van de olifant vasthield. “Nee, dit dier is juist groot en plat”zei de derde man die met zijn hand over de flank van de olifant streek. Elke blinde man kon maar een deel van de olifant voelen. Niemand kon zich de hele olifant zien of beweren dat hij het totale zicht op de waarheid heeft. Moraal van het verhaal? in iedere godsdienst zit een stukje van de waarheid maar niemand kan de hele waarheid zien Dit alternatief mag dan uitnodigen tot bescheidenheid, in feite is het zelf zeer onbescheiden! Ga maar na. Wie vertelt het verhaal? Waar staat hij of zij zelf eigenlijk? Juist: Iemand die zelf niet blind is. iemand die wél het hele overzicht heeft. Is dát in feite niet een vorm van arrogantie? ‘Alle wereldgodsdiensten zijn als 3 blinden, zegt degene die zelf meent wel te zien. ‘Niemand weet dat het om een olifant gaat, maar ik wel!’ Maar hoe kan iemand weten dat de waarheidsclaims van de godsdiensten elkaar aanvullen? Veronderstelt dit oordeel niet een totaaloverzicht, een panoramische blik, over al die godsdiensten? Zie je het? Ook deze visie Hij klinkt heel tolerant, maar ondertussen claimt deze opvatting dezelfde exclusiviteit die het christelijke geloof niet mag claimen. 3. “alle godsdiensten zijn onwaar”. Ze zijn namelijk allemaal in een bepaalde tijd en een bepaalde cultuur en op een bepaalde plek ontstaan. Waar je bent opgegroeid, bepaalt in hoge mate wat jij gelooft. Als jij in Turkije was geboren, was je waarschijnlijk moslim geweest. Dan had je daar met een choco-kleurtje gezeten, en was je waarschijnlijk imam geworden. Dus wat is het waard dat je christen bent ? Niks. Dat is een leuke bewering. Maar nou stel je die vraag even terug aan die ander, Die ander die het licht heeft gezien. Wat nou als jij in Turkije was geboren, zou jij dan ook godsdienst relativeren? Zou je dan ook zulke zogenaamd “verlichte” opvattingen hebben? Met andere woorden: de bewering klinkt heel logisch, maar is die niet net zo goed een product van de tijd en omgeving waarin wij nu leven? Als je zegt dat alles relatief is, dan betekent het tegelijk ook dat jouw eigen uitspraak relatief is. We zijn allemaal exclusivisten in onze godsdienstige beweringen. We zijn dat alleen op verschillende manieren. Dat geldt voor een moslim, dat gelt voor een christen, dat geldt net zo goed voor mensen die vinden dat godsdienst achter de voordeur moet blijven. Er is maar één logische conclusie mogelijk: elke levensovertuiging sluit de andere levensovertuigingen uit. Het is eerlijk om onder ogen te zien. Hou de ander die spiegel maar voor. ** Hoe komen we nou een stap verder? Het zou mooi zijn als er een levensovertuiging bestond die écht ruimte laat aan anderen, echte liefde geeft aan zijn grootste tegenstanders, het diepste respect heeft voor de overtuiging van de ander. En tegelijk ook eerlijk is over z’n eigen exclusiviteit. Ik zou vanmorgen willen beweren dat het christelijk geloof álles in huis heeft om die levensbeschouwing te zijn. Waarom zou dat zo zijn? -geen morele zelfverheffing De meeste mensen in onze tijd geloven dat als er een god is, hij van ons vraagt dat we een goed leven leiden. En dat áls er een hemel is, we daar binnen mogen komen als we ons niet al te slecht hebben gedragen. Je zou dat kunnen noemen de leer van de “morele verbetering”. Wie niet gelooft, moet zichzelf redden. Wie bv moslim is, moet zichzelfredden. Ook de boeddhist moet zichzelf redden. Het christelijk geloof leert precies het omgekeerde. De bijbel vertelt ons dat er man is geweest die in onze plaats heeft geleefd. Dat kwam hij doen, omdat ons leven voor God niet om aan te zien is. Hij kwam maar niet om ons te leren om beter te leven, maar om zelf volmaakt te leven. Zijn volmaakte leven, zijn prachtige leven geeft Hij aan ons. Het aanbod van God is: aanvaard je het leven van Jezus in jouw plaats? En aanvaard je dat Hij in zijn sterven droeg wat jij had verdiend? God vraagt ons om zijn genade te accepteren. De hemel gaat open voor wie erkennen dat ze slecht zijn en vergeving nodig hebben. De consequentie van de eerste levenshouding, die ongelovigen delen met bv moslims, Maakt dat je gaat neerkijken op anderen, mensen die niet volgens jouw normen en waarden leven. Het kan niet anders of een stijl van leven met Jezus maakt enorm nederig. Nederig tegenover God. Nederig tegenover mensen. Jezus Christus zet dat verschil een aantal keer neer. Denk aan de gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar. De Farizeeër, die dacht dat hij zichzelf moest redden. Of de nederige tollenaar. Of de gelijkenis van een vader met 2 zonen. De jongste zoon, die wist dat hij nergens meer recht op had. Of de hooghartige, verongelijkte oudste zoon. Waarom juist het christendom? Omdat het christendom dat in zich heeft dat vrede biedt. Net als alle mensen denken ook christenen het bij het rechte eind te hebben. Daarin verschillen we niet van elk ander. Het verschil is: christen geloven niet dat zij beter zijn dan anderen. Sterker nog. Wij verwachten dat niet-gelovigen aardiger zijn dan wij, vriendelijker, beter en wijzer dan wijzelf. Waarom? Dat is die bescheidenheid, waar Paulus over spreekt. Leven uit genade maakt bescheiden. De gemeente is de oefenplek . Daarom begint Paulus met tegen gemeenteleden te zeggen: Acht de ander hoger dan jezelf. Dat is genade is de praktijk gebracht. En dan laat Paulus ook zien wat het naar buiten toe betekent: vergeld geen kwaad met kwaad, maar probeer voor alle mensen het goede te doen. Het christendom kan de wereld redden. Waarom? In het hart van hun werkelijkheidsbeschouwing staat een man centraal die gekomen is om te dienen Een man die voor zijn vijanden stierf en die bad dat zij vergeven werden. (vers 14) Het nadenken over deze man leidde onvermijdelijk tot een radicaal andere manier van omgaan met mensen die van hen verschillen. Dat betekent dat ze niet gewelddadig of onderdrukkend kan zijn tov hun tegenstanders. ** Onze samenleving glijdt weg bij het evangelie vandaan. Een onvermijdelijk gevolg is een toenemende intolerantie naar religie toe. Geloof wordt teruggedrongen achter de voordeur. Religie moet een privé zaak in Nederland zijn. Je mag over alles meepraten, Maar datgene wat je drijft, dat moet je verzwijgen. Zonder geloof gaat alles veel makkelijker. De opvattingen die er voor jou wérkelijk toe doen, worden onbehoorlijk gevonden. Dat is de gelijke behandeling die ons in Nederland ten deelt valt in 2012. Regelmatig hoor je dat eigenlijk al het onderwijs neutraal moet zijn, niks geen bijzonder onderwijs meer. Wie van ons kan er nog ambtenaar van de burgerlijke stand worden? Je moet eens wat zeggen van de legalisering van prostitutie. Of vraagtekens zetten bij de abortuspraktijk. Of een pleidooi voeren tégen verruiming van de zondagsopening van winkels. Of je hardop afvragen hoe dat komt, dat er bangalijsten circuleren. In alle gevallen loop je ernstig risico belachelijk gemaakt te worden. De ruimte voor het christelijk geloof lijkt af te nemen. Je moet het achter de voordeur laten. Maar het goede nieuws is: Niemand kan je tegenhouden om dat soort dingen te doen waar Paulus over spreekt. Laat je niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede. Niemand kan je dwingen om dat achter de voordeur te laten. Dat is het ongelofelijke antwoord van het christendom op de vraag: Waarom zou het christelijk geloof het bij het rechte eind hebben? Laat je niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede. En nog een keer: dat heeft dus niks te maken met “beter zijn”, Maar alles met het diepe besef dat we “gered zijn”. Vandaag zijn we begonnen aan de Stille Week. En ik moedig je aan om elke dag stil te staan bij Jezus Christus, zijn offer. We helpen jou daar graag bij door het organiseren van een korte bijeenkomst rondom het kruis. Laat je volstromen met Gods genade, Om een genadig mens te kunnen zijn In deze ongenadige tijd. |
|
|
Avondmaalsdienst 11 maart 2012 |
|
Voorafgaand aan de dienst:
Marcus 15:15-24
Gz 90:1 “Ontsluit o Heer voor U ons hart”
Na votum en zegengroet:
Gz 109:1+2+3+4 “Halleluja, lof zij het Lam”
“Bemoediging” (Formulier 1)
Ps 23:3
Gebed met voorbeden
Schriftlezing: Marcus 9:2-10
Preek
Ps 89:7; tafel in gereedheid brengen
“Christus gedenken”, “onderwijs” en “gemeenschap” (Formulier 1)
Gebed
Gz 179a (a capella, in beurtzang)
Opwekking en viering
Tijdens gaande viering zingen:
Gz 89:1+2+3+4 “Jezus, leven van mijn leven”
Psalm 22:1+4+7+8(vs 8 à capella)+10+12+13
Liedboek 358:2+3+4+5+6 “Heer wij komen vol verlangen”
Dankzegging (2)
Dankgebed
Collecte
Slotzang: Gz 99:1+2+3 “U zij de glorie”
Thema: “Dit is mijn geliefde Zoon, luister naar hem!”
Kom es mee. Dan gaan we kijken waar het echt om gaat. Zó nam Jezus 3 discipelen met zich mee, een hoge berg op. En Hij liet hen zien wat er in zijn leven echt aan de hand is. Dit: Hij is op weg naar Jeruzalem om er te lijden en te sterven. Kom het zien wat wet en de profeten over Hem zeggen. Kom maar kijken, live, Mozes en Elia spreken met Hem. Jezus moet worden gedood en op de derde dag door God worden opgewekt. Dat is de wil van God zelf. Kom maar kijken, live, daar is die stem uit de wolk: Dit is mijn geliefde Zoon, de man naar mijn hart; luister naar Hem. In deze weken van de lijdenstijd lopen we mee met Petrus, Jakobus en Johannes. We kijken mee naar waar het echt om gaat. Dat Jezus moest lijden wordt anders zomaar een van die waarheden voor ons, kennis zonder verbazing, kennis zonder liefde. Jezus moest lijden en sterven ja, om voor onze zonden te betalen. Jezus moest, want het stond nu eenmaal in het oude testament. Jezus moest, want zo is het nu eenmaal gegaan. En daarom vieren we alweer avondmaal, alweer hetzelfde ritueel. Maar kom es mee, mee naar die hoge berg. En wees maar open, gevoelig, herinner je al die andere bergen, al die andere mensen die zo’n berg beklommen, en kijk dan wat hier gebeurt. Vergeet ook de laatste gedachte die lijkt op: ja dat is logisch, dit moest zo zijn. Vergeet die… Herinner je die eerdere keer, toen de satan zelf Jezus meenam, die berg op. De duivel liet toen Jezus zien waar het volgens hém allemaal om gaat: de heerschappij, alle koninkrijken der aarde, glorie. In plaats van al die koninkrijken op aarde kiest Jezus de weg van lijden. Hij kiest die moeilijke weg, zoals over Hem geschreven was, zoals het plan was van eeuwigheid. Zo gehoorzaam, zo nederig. Herinner je die andere keer, toen Abraham Isaak meenam, een hoge berg op, onderweg om hem te offeren. Denk aan de stem toen: doe de jongen niets, je zoon, de geliefde. Zie die ram daar opduiken, als teken, levend en warm, dat God zelf in het ware offer voorzien zal. En hoor dan hier die stem: Dit is mijn geliefde Zoon, de man naar mijn hart, luister naar Hem. Vergeet alle redeneringen en laat tot je doordringen dat God je zo lief heeft dat Hij zijn enige Zoon opoffert om jou het leven te geven door Hem. Herinner je nog een andere keer, toen Mozes de berg op ging, God tegemoet. Nog tijden lang straalde zijn gezicht van de ontmoeting met God zelf. Van wat Mozes daar zag en hoorde moest op aarde een afbeelding worden gemaakt: de tabernakel, de offers, de wetten. En zie Mozes dan hier weer verschijnen. Hij spreekt met Jezus: ja Heer, ik weet het intussen, dat ging uiteindelijk allemaal over U. U bent de werkelijkheid waar alle wetten maar een schaduw van waren: echte liefde voor God en mens. En hoor dan hier weer die stem: Dit is mijn geliefde Zoon, de man naar mijn hart, luister naar Hem. Herinner je die nog andere keer, toen Elia eindelijk de berg Horeb bereikt had. Moe en gefrustreerd zocht hij zijn God, en vond Hem in de stilte. Waarom is er geen profeet of zijn woorden worden afgewezen? Waarom willen mensen persé niet luisteren naar God? Elia, de man die wel toegejuicht werd op de Karmel maar niet geloofd werd. Kijk, hij spreekt met Jezus. Ze hebben elkaar veel te vertellen. En hoor dan hier weer die stem: Dit is mijn geliefde Zoon, de man naar mijn hart, luister naar Hem. Luister en kijk goed. Dit is niet iets waar je wel aan wennen kunt. Al dat gepraat van ons, al die woorden die net doen alsof we weten en begrijpen, het is eenzelfde soort onzin-praat als dat van Petrus hier. Ach, hij zegt maar wat, overweldigd door wat hij meemaakt. Maar iets wil hij toch doen, ergens wil hij toch mee helpen. Maar hij moet hier niet praten, hij moet kijken, hij moet luisteren. God zelf valt hem in de rede: Dit is mijn geliefde Zoon, luister naar Hem. Dát moeten wij ook doen vanmorgen. Luisteren. En kijken. Jezus neemt deze drie leerlingen mee. Zij moeten dit meemaken voor de hele kerk. Ze moeten goed kijken en luisteren voor ons allen. Jezus’ lijden is geen ongeluk, Jezus’ levensgang is geen toevalligheid. En het is al evenmin een logische noodzakelijkheid of vanzelfsprekendheid. Het is hart van God. Zijn hart dat sprak tot Abraham, zijn hart dat sprak in de wet (Mozes), zijn hart dat sprak in de profeten (Elia) De boeken van het oude verbond leven en ze spreken zoals Mozes en Elia hier met Jezus. Wie dat wil vastpinnen in formules staat te klungelen als Petrus. Je moet kijken, luisteren, luisteren bovenal naar deze Jezus, de man naar Gods hart. Kijk goed, God zelf, in eeuwigheid geprezen. Zie Hem tot in de dood als mens gehoorzaam wezen, in onze plaats... Kijken en luisteren en stil zijn. Dan kan wat je hier ziet ook echt je hart en leven bereiken. Daar gaat het tenslotte om, dat wij Jezus liefhebben zoals Hij is: de Zoon, God zelf, die toch gaat lijden voor ons. Vier vanochtend zó avondmaal. Jezus staat te stralen in het licht van zijn Vader. Zijn glorie is oogverblindend en hartverwarmend. En wat klinkt hier de trots van de Vader door. ‘Dit is mijn geliefde Zoon!’ We proeven hier het blijde hart van God, een hart dat opspringt van vreugde bij het zien van zijn Lieveling. Vol van die vreugde roept de hemelse God ons toe: ‘Luister naar hem!’ Wil jij diepe vreugde kennen in je leven? Een blijdschap, sterker dan alle zorg, teleurstelling, verdriet? Ben je ernaar op zoek? Vind het in Jezus, in Gods alles.
|
Thema: wie zijn die discipelen? Gz 133:1+2+3+4+5 “De dag gaat open” E&R 62 “Dit is de dag die de Heer ons geeft” Wet Ps 25:2 Gebed Thema van het KBC: Ik ben de ware wijnstok (Johannes 6: 32-40) Schriftlezing: Matteüs 17:14-23 Preek Ps 51:1+4+5 Dankgebed en voorbeden Collecte Gz 115:1+2 “Nooit kan ’t geloof teveel verwachten” **
Heb je dat ook wel eens, dat het evangelie niet lijkt te wérken. Dat je in je hemd staat. Dat je iemand vertelt over het evangelie, hoe mooi het is, en dat de ander z’n schouders ophaalt. Misschien wel je man, je vrouw, misschien wel je kind. Terwijl je toch had gebeden om wijsheid, om de juiste woorden, maar dat het gesprek de mist in gaat. Of bij jezelf: Dat je bidt om kracht om stand te houden tegen de zonde, maar je vervalt er steeds weer in. Wat nou als het evangelie niet lijkt te werken. Dat “het woord” geen kracht lijkt te hebben. ** Hoe zullen de discipelen zich hebben gevoeld? Er kwam een man met een zoon waar van alles mee aan de hand was – en ze konden hem niet genezen. Ze gaan af voor het oog van de mensenmassa. Dat evangelie waar ze heilig in geloven – het werkt eventjes niet. En dan komt Jezus. Hij komt met de 3 leerlingen van de berg af, De berg waar Hij met Mozes en Elia heeft gesproken. De berg waar ze een stem uit de hemel hebben gehoord. “Dit is mijn geliefde zoon, in Hem vind ik vreugde.” Maar eenmaal beneden staan ze meteen weer in de rauwe werkelijkheid. Een man komt naar Hem toe. Uw leerlingen hebben geprobeerd mijn zoon te genezen. Maar het lukte hen niet. Ze hebben hem niet kunnen genezen. Laten we hier even stoppen En ons afvragen: waarom konden ze hem niet genezen? Wat is er nu precies misgegaan bij de discipelen? Het ligt voor de hand om het antwoord op deze vraag te zoeken in wat Jezus zegt. In vs. 20 zegt Hij: vanwege jullie gebrek aan geloof hebben jullie hem niet kunnen genezen, of, zoals andere griekse handschriften lezen: vanwege uw ongeloof. Hoe klinkt dat? Dat klinkt als: ze geloofden niet écht dat ze uit naam van Jezus wonderen konden doen. Ze zeiden wel “in Jezus’ naam, ga uit van deze jongen”, maar ze geloofden het niet echt. En dan is voor vandaag de boodschap, de toepassing: wij moeten in alles wat we doen, écht geloven. Bij alles wat we bidden, écht geloven. (Nu is dat op zichzelf waar. Een uitstekend voornemen!) Maar de vraag is of dát nu de kern van het probleem van de discipelen was. Ik ga iets uitgebreider met jullie de tekst bij langs om dat uit te zoeken. Let ‘ns op de formulering van Matteüs. In vs 16 lees je “dat de discipelen niet konden genezen”. Lees dat zinnetje nog ‘ns. En lees dan de vraag die de discipelen stellen in vs. 19. Moet je letten op hun vraagstelling: “waarom konden wij die geest niet uitdrijven?”. Zou het probleem niet hierin zitten, dat de discipelen het zèlf willen doen. Dat zij centraal willen staan. Zij willen genezen. Laten we die verklaring even vasthouden. Dan luisteren we even naar die eerste reactie van Jezus. Een stevige reactie. Wat zijn jullie toch een ongelovig en dwars volk, Hoe lang moet ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet ik jullie nog verdragen? Zelfs als Jezus boos is, zegt Hij niet zomaar iets. Maar kiest ook nu zijn woorden zorgvuldig. Hij citeert de woorden van Mozes Woorden die Mozes sprak vlak voor het volk het beloofde land binnenging. Om precies te zijn uit het lied dat Mozes kort voor zijn dood zingt, Deuteronomium 32:5. Mozes klaagt over het volk Israël. Hij is maar al te vaak aangelopen tegen ongeloof van Israël. Weet je nog die ene keer dat Mozes en Aäron zo werden uitgedaagd, Dat zij in de woestijn tegen Israël zeiden: zullen wij uit deze rots water laten komen? Ze stonden daar niet als afgevaardigden van de heilige God. Ze lieten niet zien hoe genadig Hij is. Maar ze stonden daar als 2 geïrriteerde mensen, die dat volk Israël wel ‘ns effe een lesje zouden leren, dat volk ook altijd met hun gezeur. De Here zei toen tegen hen Omdat jullie niet op mij vertrouwd hebben, en in het bijzijn van de Israëlieten geen ontzag hebben getoond voor mijn heiligheid, zullen jullie dit volk niet in het land brengen dat ik het geef.’ (Numeri 20) Net als Mozes en Aäron probeerden de discipelen hier op eigen gezag wonderen doen. Niet dus! Juist dat Christus woorden kiest uit de woestijntijd ondersteunt de gedachte dat de discipelen zichzelf centraal stelden, ipv God. Ook als je even verder leest, de discussie die de discipelen even later onderling hebben over de vraag wie de grootste, wie de belangrijkste is in het koninkrijk, laat zien dat ze vooral bezig zijn met zichzelf. (Matteüs 18) (zie ook Marcus 9:30 e.v.) ** Hoe is dat bij ons? Als je Gods kracht niet merkt. Als het lijkt alsof het evangelie niks “doet”, niets uitwerkt… Dat je wel dit of dat wilt bereiken, maar dat je de steun van God niet ervaart. Dat het ánders loopt als jij had gepland. De vraag is echter wát niet werkt. Is het werkelijk Gód die niet werkt? Of sta jij Hem in de weg? Kán Hij eigenlijk wel in je werken? Krijgt Hij daar wel de kans voor? Of ben je alleen maar zélf aan het werk en verwacht je de instemming van God voor de dingen die jij doet, jij vindt, jij denkt. Zijn het wel Gods keuzes of gewoon de jouwe? Da’s hard, om dat zo te zeggen. Maar het was voor de discipelen ook hard. De discipelen stonden Jezus in de weg doordat ze bezig waren met hun eigen eer, hun eigen plan. En dus gebeurde er niks. Geen wonder, geen ingrijpen van God. Helemaal niks. Ze gingen af als een gieter. Is dat niet ongeloof? Dat je het niet van God verwacht, maar van jezelf. Het is een groot verschil of je gericht bent op jezelf, je eigen positie of dat je gericht bent op Jezus. En dan is het volgende week avondmaal. We worden teruggebracht aan de voet van het kruis. We vieren dat we ons leven te danken hebben aan Jezus. We leren opnieuw wat voor Heer we volgen. Een Heer die zei (en dat wordt direct na deze geschiedenis verteld!) “De Mensenzoon zal worden uitgeleverd aan de mensen. Die zullen hem doden.” Zo’n Heer volgen wij. Een Heer die klein wordt, zich vernedert tot in de dood om ons terug te brengen bij de vader. Wij kunnen het niet goedmaken met God; dat doet Jezus. Zijn naam staat centraal, niet jij en ik. ** Nu bekijken we de geschiedenis even vanuit het oogpunt van die vader. Wat zal die vader hebben gedacht? Wat voor idee zal die hebben gekregen van de Jezus-beweging? Van blunderende leerlingen? Deze geschiedenis houdt ook ons een spiegel voor: hoe zijn wij? Mensen raken teleurgesteld in christenen. En dan zomaar ook in God. We moeten ons als christenen 100 % bewust zijn van hoe belangrijk we zijn. We dienen een onzichtbare God. Wat zichtbaar is van Hem, dat zijn wij. Wij zijn wat mensen zien van God. Trouwens, ook mede-christenen kunnen door ons optreden teleurgesteld raken in God. Mensen raken teleurgesteld in de kerk. Hoe zijn wij? Zijn we wegwijzers naar Christus? Zijn we betrouwbare getuigen? Zijn we een licht op de kandelaar, wij stuk voor stuk. En als gemeente? Of zijn we te vol van onszelf, tezeer bezig met onze eigen dingen, gericht op onze eigen doelen, wie er de baas is, laten we ons leiden door onze eigen angsten? Misschien heb je zelf veel last van christenen, die het zicht op Jezus Christus belemmeren. Zijn het mensen die tussen Christus en jou instaan. Dat kan. De tekst gaat over die trieste realiteit, die we soms maar al te pijnlijk kennen. Geloof niet in christenen, geloof niet in de kerk, geloof ook niet in de dominee, maar geloof in Christus. Hij is méér dan zijn leerlingen. Volgende week vieren we avondmaal; Wat hebben we het nodig. Om weer helemaal op Jezus gericht te worden. Om te vieren: het gaat om Hem. Ik mag Hém zien. Als je zicht krijgt op hem, krijg je ook weer nieuwe kijk op al die mensen. ** En wat zegt Jezus dan? Als we te vol zijn van onszelf, en te weinig vol van Jezus, wat moet er dan gebeuren? Als we tussen mensen en God in staan, en mensen hebben daar last van. Of als wij zelf Jezus niet meer zien, omdat er mensen, leerlingen, voor hem zijn gaan staan, wat hebben we dan nodig? Jezus zegt: Heb geloof als een mosterdzaadje. En dan zul je tot een berg zeggen: verplaats je van hier naar daar – en het zal gebeuren! Wat bedoelt Jezus precies? Bedoelt Hij: al geloof je maar een klein beetje, Zo van: je hebt een hoop twijfel, maar ook een klein beetje geloof, dan komt het goed? Nee. Het gaat niet om het hebben van een klein beetje geloof. Het punt dat Jezus hier maakt is dat geloof zo onbelangrijk lijkt. Geloof in Jezus lijkt zo iets kleins, te verwaarlozen. Het is nietig als een mosterdzaadje. Geloven in God, dat staat in ons land niet hoog aangeschreven. Je scoort geen punten door naar de kerk te gaan, Zeker niet zo’n strenge kerk als onze, waar we proberen te leven zoals de bijbel ons dat zegt. Wie echter dit nederige geloof heeft, kan bergen verzetten. Geloof is krachtig, al lijkt het zwakheid. Het is toch zwak om niet op jezelf te vertrouwen maar op een ander? Het is toch zwak om niet je eigen leven te maken, maar het leven bij God te zoeken? Het is toch zwak om God kracht te vragen voor elke dag? Als je gelooft ben je zomaar belachelijk. Dát is wat Jezus zegt tegen mensen die geloven in zichzelf, die hun eigen doelen hebben, die hun eigen eer zoeken. Heb een geloof als een mosterdzaadje. Heb geloof! Geloof niet in jezelf, maar in God. Het lijkt zo onbelangrijk, dat geloof, zo onbenullig. De vader van die jongen uit deze geschiedenis heeft zo’n geloof. Hij blijft op Jezus hopen, ondanks de leerlingen. Hij heeft een geloof waardoor hijzelf klein wordt. Letterlijk. Hij valt op zijn knieën. ** “Wie zijn die leerlingen?” Da’s het thema van de preek. Hebben de discipelen er ook wat van geleerd? Ja! Lucas vertelt hoe Jezus kort hierna de 72 discipelen er op uit stuurt. En als ze terugkomen zijn ze enthousiast. We konden zelfs boze geesten uitdrijven. We hebben het gedaan in uw naam. (Lucas 10). “Heer, zelfs de demonen onderwerpen zich aan ons bij het horen van uw naam”. En op dat moment begint Jezus te juichen. Volgens mij is er maar één keer dat er verteld wordt dat Jezus juicht. En dat is op dat moment. Hebben de discipelen er wat van geleerd? Ja! Als je genezingen in het boek Handelingen ziet, straks, als Jezus naar de hemel is gegaan, wat merk je dan een verschil. Die blindgeborene bij de Schone poort (Hand 3) wordt nadrukkelijk in de naam van Jezus Christus genezen. Hoe groot is de macht van de geest die op Pinksteren is uitgestort: van mensen die bezig zijn met zichzelf, hun eigen positie, hun eigen macht, zijn ze veranderd in mensen die dienen onder koning Jezus; en dan gaan er grote dingen gebeuren. Er is hoop voor leerlingen zoals jij en ik. Dat komt door de Heer die we hebben. Als je dit geloof hebt, dan kun je bergen verzetten. Dan zijn er nieuwe mogelijkheden, dan is er altijd uitzicht. Zelfs als je hevig teleurgesteld bent in medechristenen, als je het moeilijk hebt in de kerk, als je al zoveel hebt meegemaakt met kinderen van God. Dan ontvang je de kracht om verder te gaan met God. Als je dit geloof hebt, dan kun je bergen verzetten. Dan komen er nieuwe plannen, plannen niet van eigen kracht maar van afhankelijkheid. Dan komen er andere gesprekken, niet van “toen deed ik dit en dat”, maar gesprekken waarin de verwondering over wat God deed, doorklinkt. Niet meer: en toen bereikte ik dat, maar ik was nog niet tevreden. Maar: God liet me zien dat Hij wilde dat ik mijn talenten dáár inzette. Als je een geloof hebt als een mosterdzaadje, als je klein bent voor God, en als dat te zien is, kun je een betrouwbare getuige zijn van Jezus Christus. Dan mag het wonder gebeuren dat mensen de kracht van God gaan zien door jou. Dat mensen de liefde van God, de wijsheid van God, de genade van God gaan zien, door jou. Dan ben je een echte discipel. Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft: ons geloof. (1 Johannes 5:4)
|
|