| GroeiGroep preek van 11 april 2010 |
|
We gaan in het bijzonder luisteren naar de woorden uit Galaten 4:19, deze woorden: Kinderen zolang Christus geen gestalte in u krijgt doorsta ik telkens weer barensweeën om u. Gemeente van de Heer, we zijn in de gemeente in de Fonteinkerk in Haarlem al zo’n 7 jaar bezig met kleine groepen. Ik kan daar prachtige verhalen over gaan vertellen vanochtend. Kan er ook wel een paar sombere verhalen over vertellen want het is een verhaal van vallen en opstaan. Eén van de dingen die ik geleerd heb na die 7 jaar, -sommigen leren dat misschien meteen al in het eerste jaar, en ik hoop dat u het meteen aan het begin van het proces ook echt leert- is dat je niet moet denken dat je het kunt organiseren. Leven kun je niet organiseren. Het was wel een gevaar want ik was zelf vrij goed in organiseren en veel gemeenten in ons kerkverband kunnen er ook wat van. We zijn met elkaar organisatiedeskundigen en dan maken we beleidsplannen. We maken handreikingen. We bedenken nieuwe structuren. Er komen werkdocumenten en taakomschrijvingen. En dan ontdek je op een goeie dag dat je van alles kunt organiseren maar dat je het leven niet kunt organiseren. Want uiteindelijk gaat het in onderlinge pastorale zorg, bijvoorbeeld in kleine groepen, gaat het er om dat levens tot bloei komen. En we hebben wel een roeping daarbij en ik gebruik zelf graag het beeld er bij dat we wel de roeping hebben om een bedding te creëren. Een bedding waardoorheen het levende water kan stromen. Alleen, vergis je niet, de bedding is niet het water. Dus als je aan de slag gaat met beleidsplannen enzovoort, het heeft allemaal zijn eigen waarde ook wel, bedenk dan, het is de bedding. Dat is niet het levende water. En daarom wil ik vanochtend vooral iets met u proeven, waar nou het hart ligt van onderling pastoraat, van pastoraat in kleine groepen. Waar gaat het dan allemaal om? Het gaat dus niet om nieuwe structuren. Het gaat niet om een nieuw plan. Het gaat niet om het in deze tijd eigentijdse vormen vinden voor het pastoraat. Maar waar gaat het dan wel om? En ik vind het ook heerlijk om het mezelf te laten zeggen vanuit die woorden in Galaten 4:19 maar ik wil het vanochtend dus ook tegen u zeggen, waar gaat het om, het gaat hier om, dat Christus in ons gestalte krijgt. Het gaat er om dat Christus in ons gestalte krijgt. Het gaat er om dat we een beetje meer op Jezus gaan lijken. Nou daar gaat Galaten 4:19 over. Maar dat wil ik ook niet even als een los versje er uit plukken. Ik wil even iets samen met u zien van waar het in die Galatenbrief nu eigenlijk om gaat. Als je de brief eens helemaal zou doorlezen, en dat kan in euh, een snelle lezer doet het in een kwartier, en een langzame lezer is daar een halfuurtje driekwartier mee bezig, maar dat duurt allemaal niet zo lang. Als je die hele brief eens zou lezen, dan ontdek je een paar dingen. Dat het geschreven is aan een “groepgemeente.” Je ontdekt ook dat het niet altijd een even eenvoudige brief is. Redelijk theologisch klinkt het hier en daar. Het gaat over gerechtigheid en geloof en wet. Dat zijn allemaal niet heel makkelijke begrippen. De toonzetting van de brief is bij tijd en wijle ook erg fel. En als je de brief zou vergelijken met andere brieven dan zou je behoorlijk kunnen schrikken aan het begin, bij vers 6. Want als Paulus in zijn brieven bij vers 6 is aangekomen, kortom hij heeft het eerste inleidende stukje gezegd, dan begint ie meestal te danken. Dan zegt ie, ik vind jullie zo’n fijne gemeente. Of hij zegt het natuurlijk iets anders, hij zegt; Ik dank God voor wie jullie zijn. Kijk maar na bij de Romeinenbrief, de Efezenbrief, Korinthebrief. Maar hier gebeurt dat niet. Hoofdstuk 1:6: het verbaast me dat u zich zo snel heeft afgewend van Hem die u door de genade van Christus heeft geroepen en dat u zich tot een ander evangelie heeft gekeerd. Dat is de pijn in deze brief. Het is een beetje een understatement zou u kunnen zeggen, verbazing. En als hier wat groningers in de zaal zijn (ik ben zelf een Groninger), zouden ze zeggen Verbazing? Het is verbijstering. (Daar is een medebroeder uit Groningen en er zijn er vast nog wel meer.) Het is dus een understatement. Paulus is verbijsterd, pijnlijk getroffen, het doet hem echt zeer, dat het evangelie dat hij gebracht heeft, een evangelie van genade, dat hebben de Galaten schielijk ingeruild voor het evangelie van de Wet. En er ontstaat vervreemding tussen Paulus en de christenen in de gemeente in Galatië. En als je dan even kort probeert samen te vatten waar het inhoudelijk om gaat in die brief dan is het deze dubbelvraag; vertrouw je op de wet of vetrouw je op Jezus. W il je de wet naleven? Of wil je Jezus in je laten leven? Da’s eigenlijk de centrale tegenstelling in heel de Galatenbrief. We hebben er iets van gelezen in hoofdstuk 3. Vers 2: Ik wil maar één ding van u weten, hebt u de Geest ontvangen door de wet na te leven of door te luisteren en te geloven? Het is een retorische vraag want het antwoord is natuurlijk helder: je ontvangt de Geest niet door de wet na te leven. Je ontvangt de Geest door te geloven en door te vertrouwen. En 3:5 Geeft God u de Geest en goddelijke krachten omdat u de wet naleeft? Of geeft hij ze omdat u naar hem luistert en op hem vertrouwt? Dus aan de ene kant leven naar de wet, aan de andere kant luisteren, vertrouwen. En Paulus is dan ook gewoon heel helder, vers 10 van hoofdstuk 3: Maar iedereen die op de wet vertrouwt (en hij zegt dus, dat zijn jullie, christenen in de gemeente in Galatië, jullie vertrouwen op de wet, maar iedereen die op de wet vertrouwt) is vervloekt, want er staat geschreven: ‘Vervloekt is eenieder die niet alles doet wat het boek van de wet bepaalt.’ Dus als je je weer inlaat met die wet, waarvan je verlost bent door het evangelie van Jezus, dan ben je vervloekt, dan komt de vloek in je leven. En dan klinkt er meteen weer evangelie: hoofdstuk 3: 13: Maar Christus Jezus heeft ons vrijgekocht van deze vloek door voor ons te worden vervloekt, want er staat geschreven: ‘Vervloekt is ieder mens die aan een paal hangt.’ Dus Jezus Christus hangt daar aan het kruis voor ons vervloekt te zijn, zodat wij niet meer met die vloek te maken krijgen. En als dat gebeurt dan begint er geen vloek, dan is er geen vloek meer in je leven, dan is /heerst er zegen in leven. Vers 14 Zo zouden door hem alle volken delen in de zegen van Abraham Er zijn 2 zeer heldere wegen die we kunnen bewandelen: de wet naleven, of Jezus in je laten leven, vertrouwen op de wet of vertrouwen op Jezus. Vertrouwen op de wet dat brengt vloek met zich mee, brengt slavernij met zich mee en het leidt tot wetticisme en het leidt tot moralisme. En het leidt – ook in de gemeente van Jezus Christus – tot elkaar de maat nemen. Het leidt tot vertrouwen op je eigen vroomheid. Het leidt tot neerkijken op andere mensen. Als je wilt weten waaraan je wetticisme kunt herkennen, ook in de gemeente, dan zie je dat bij mensen die neerkijken op anderen. En misschien zie je het dan ook wel bij jezelf. Je herkent dat wetticisme aan een oordelende houding, Je herkent dat wetticisme aan dat je altijd maar kritiek hebt. En je wordt tot een vloek voor jezelf en je omgeving. En het erge is dat je het niet eens in de gaten hebt. Dat is wetticisme. Dat is vertrouwen op de wet. Maar vertrouwen op Jezus dat brengt zegen met zich mee. Vertrouwen op Jezus dat brengt je in de vrijheid. En vertrouwen op Jezus leidt tot verbondenheid, tot onderlinge … met elkaar. Vertrouwen op Jezus brengt een geest van vrede, in jouw leven en in het leven van de gemeente. En zoals je het bij het wetticisme vaak zelf niet in de gaten hebt, zo is het bij het leven uit genade, dat je er over verbaasd bent. Dat het je ten deel valt. Dat je Jezus mag kennen. Dat de genade mag gaan stromen in je leven en dat het nog effect heeft op andere mensenlevens ook. Nou in dat spanningsveld staat de brief aan de galaten. En de vraag die ons dus gesteld word is, kan het ook ons overkomen? Kan het ons overkomen dat je het evangelie van de genade hebt gehoord en dat je met open ogen weer gaat geloven in het evangelie van de wet? Ik zei net al even dat je die brief vrij snel kan doorlezen. En als je dat zou doen zou je ook bij galaten 5 vers 4 uitkomen: 4 Als u probeert door God als een rechtvaardige te worden aangenomen door de wet na te leven, bent u van Christus losgemaakt en hebt u Gods genade verspeeld. Dat kan dus ook in de gemeente van Jezus. Het evangelie wordt je voor ogen geschilderd en je kiest voor de wet En nu we wat meer van de brede … van de Galatenbrief hebben gezien, kunnen we ons ook gaan concentreren op dat ene vers. En ik pas het dan ook wat toe richting kleine groepen, richting onderling pastoraat in de gemeente. En dat gaat dus niet om een nieuwe structuur, het gaat niet om een nieuwe pastorale organisatie, het gaat ook niet om een nieuwe wet. Want je voelt dat kleine groepen in de gemeente ook een nieuwe wet kan worden. Dat leidt tot nieuw moralisme in de gemeente. Als jij niet meedoet aan een kleine groep, ben je eigenlijk niet zo’n goeie christen. Het gaat ook niet om een nieuwe poging om eigentijds gemeente te zijn. Het gaat om nieuw leven. Het gaat om het nieuwe leven dat door de Geest van Christus gaat stromen in het leven van mensen die vertrouwen op Jezus en die elkaar willen helpen om te vertrouwen op Jezus, omdat dat niet zo heel gemakkelijk is altijd. [galaten 4] Vers 19: Kinderen, zolang Christus geen gestalte in u krijgt, doorsta ik telkens weer barensweeën om u Dat is een heel tedere uitspraak. We hebben iets geproefd van die boosheid, van die gefrustreerdheid van Paulus. Domme Galaten! Dwaze Galaten! Hebt u uw verstand verloren?! Dat zou ik tegen mijn gemeente niet kunnen zeggen. Hier zou ik het kunnen proberen om het zo eens tegen u te zeggen, want ik zit veilig in Haarlem. Maar dit is niet zo gemakkelijk om zo maar te zeggen natuurlijk want het is heftig. Dus die toon is er in de brief. Er is ook een stukje Polemiek. En ik heb zelf een beetje een hekel aan polemiek maar volgens mij mag het er ook wel zijn. Maar het is hier vooral pastoraat in 4:19. “Kinderen”. Daar zit tederheid in en liefde. En oprechte bezorgdheid. Kinderen. Kijk als predikant kun je je nog wel eens laten leiden in het gemeentewerk door een stukje teleurstelling. Een beetje frustratie, allemaal weer understatements. En je vraagt je wel eens af, landt dat evangelie nou eigenlijk wel. Waarom kunnen mensen nou zo volharden in moralisme? Waarom hangt er soms zo’n wettische sfeer in de gemeente? Waarom hangt er soms zo’n wettische sfeer in de kerken? Waarom is er vaak zoveel veroordeling? Zoveel bitterheid ook, zoveel kritiek? Dat zijn allemaal uitingen van het wetticisme waar Paulus zo voor waarschuwt omdat je dan Christus verspeeld, omdat je de genade van God verspeeld. En dan kan er ook bij mij als predikant, ook bozigheid in mijn hart sluipen en frustratie en veroordeling. En dan ben je zelf ook een wetticist. Dat kan zomaar gebeuren. En misschien gebeurt het bij Paulus ook wel een beetje. Het is best fel en kritisch wat ie zegt. Maar hij neemt zich als het ware, op dit punt gekomen… ik kan me voorstellen dat ie zit te schrijven, dat even de pen van het papier gaat, dat ie even nadenkt van waar ben ik nou eigenlijk helemaal mee bezig en zegt ie – dan laat ie even weer de liefde van Jezus naar binnen komen waar hij zelf ook van moet leven – en dan vloeit daar ineens vanuit zijn pen: Kinderen. Kinderkens, staat er in de Statenvertaling. Mijn lieve kindertjes. Dat is blijkbaar de houding waar van uit hij nu gaat spreken en hij … omdat we het vanochtend een beetje toepassen naar kleine groepen, als het om onderling pastoraat in de gemeente gaat, zouden we moeten leren om elkaar aan te spreken met kinderen. Lieve broers en zussen. Het gaat om onderling pastoraat en ik begrijp heel goed dat Paulus hier natuurlijk wel een apostel is. En dat straalt dan gelijk een beetje door naar het ambtelijke pastoraat in de gemeente en dan is het wel een beetje eng om allerlei dingen die we vroeger over het ambtelijk pastoraat zeiden nu ineens over het onderlinge pastoraat te zeggen daar moet je ook wel een beetje voorzichtig mee zijn. Want ambtsdragers hebben wel een speciale verantwoordelijkheid een speciale roeping in de gemeente. Ontvangen een speciale zegen. En als het over de grondhouding gaat dan maakt het natuurlijk geen verschil, we zijn allemaal geroepen om elkaars herders te zijn. We zijn allemaal geroepen om pastoraal met elkaar om te gaan. We zijn zo op onze manier allemaal geroepen om tegen elkaar te zeggen kinderen. Lieve broer van me, lieve zus van me. Het gaat er om dat die tederheid, die liefdevolle bezorgdheid, die hier doorklinkt bij Paulus, dat die ook gaat stromen in ons midden. Moet je ook maar eens proberen als je wel eens worstelt met een broeder of zuster in de gemeente Dat je in gedachten die broeder of zuster eens aanspreekt met ‘mijn broer’, of ‘mijn kind’ of ‘mijn zus’. Dan gaan er opeens ook allerlei andere gedachten stromen in je leven. En Paulus zegt dus hier zo Kinderen en hij ziet zich zelf dus ook als een vader. Een liefdevolle vader. Zo heeft ie ergens anders ook gesproken over zichzelf. In 1 kor 4: door Christus Jezus ben ik uw vader geworden omdat ik u het evangelie heb gebracht. Nou dat vaderlijk dat klinkt hier door in die aanspraak ‘kinderen’ en dat is het mooie van dit vers: Paulus is ook een moeder. In het pastoraat gaat het er om dat je een vader en een moeder tegelijk bent. En Paulus is in deze tekst zelfs zwanger. Kinderen zolang Christus geen gestalte in u krijgt doorsta ik telkens weer barensweeën om u. En als ik over dat vaderlijke en moederlijke dan moet ik toch ook automatisch weer denken aan dat schilderij van Rembrandt, en heel veel van u kennen dat schilderij wel; thuiskomst van de verloren zoon, met die twee handen die daar liggen, die ruwe brede hand van de vader en die ranke zachte hand van de moeder. Dat heeft ook iets met Goddelijk pastoraat te maken. Vader en moeder tegelijk. En nu wordt Paulus dus ook even moeder. Die overgang van het vertrouwen op de wet naar vertrouwen op Jezus, dat is ook niets minder dan een geboorte. In de taal van de bijbel zeg je dan, dat is een wedergeboorte. Dat is iets totaal nieuws, en dat is ook een pijnlijk proces. En nou ben ik een man, dus weet het niet, maar er zitten veel moeders hier die weten wat het is, die weten wat die pijn is. Daar heeft Paulus het over; het doet zeer, als nieuw leven geboren wordt, dan doet dat zeer. Het is de moeite waard zeg je achteraf altijd, en dat is ook zo maar het doet zeer. En Paulus leert ons hier dus, als wij elkaar helpen te vertrouwen op Jezus in plaats van op de wet, dan brengt dat pijn met zich mee. En dat is dus niet de pijn van degene die veranderd, maar de pijn van degene die helpt om te veranderen. Paulus heeft pijn. En Paulus zit niet ergens op een afstandje een brief te schrijven zo van, er moet weer eens een brief naar de Galaten toe, da’s alweer een tijdje geleden dat ik een brief geschreven heb, dus laat ik mijn plicht weer vervullen. Ik heb er niet zo’n zin in maar ik doe het maar gewoon. NEE hij lijdt echt pijn voor al die mensen. Kinderen, zolang Christus geen gestalte in u krijgt, doorsta ik telkens weer barensweeën voor u. En hij zegt daar mee dus eigenlijk tegen die mensen daar in Galatië, die geboorte van Christus in jullie, die geboorte van Christus in jullie, dat kost mij heel veel pijn. En weetje het mag wat mij betreft ook pijnlijk zijn. Ik heb het er voor over. Want niets maakt mij meer gelukkig dan zien dat Christus groeit in mensenlevens. Dat Christus geboren wordt in de ziel. Dat Christus met zijn aanwezigheid je hart gaat vervullen. Dat mag Paulus dus zeer doen en de vraag die daarmee naar ons toekomt is, mag het ons ook pijn kosten? Lijden we er aan als we broers en zussen zien die leven uit de wet en die niet vertrouwen op Jezus? En je maakt het mee, dat maken we allemaal wel mee, soms ben je er vol van de Geest mee bezig om mensen te helpen en toch ketst het af. Het werkt niks uit. Het leek eerst mooi, het leek te landen, en toch, het ketste af. En dat is Paulus dus precies overkomen bij de Galaten. Hij heeft eerst het prachtige evangelie van de vrijheid, van Jezus, van Genade gebracht. Jubelstemming daar in Galatië. Maar even later hebben de Galaten zich afgewend van het evangelie van vrijheid en genade en Jezus en ze hebben weer gekozen voor de wet en voor de vloek en de slavernij. Want dat voelde zo vertrouwd. En waar eerst vriendschap en betrokkenheid en vaderschap en moederschap was, daar wordt het vijandschap. Ben ik dan nu ineens uw vijand geworden? Dat is de pijn die nu bij Paulus zit, maar hij laat zich niet overheersen door die pijn, hij laat zich vervullen door de liefde van Christus. En hij zegt ‘kinderen, kinderen, zolang Christus geen gestalte in u krijgt, doorsta ik telkens weer barensweeën voor jullie Ik geef het niet op, ik begin wel weer opnieuw. Als het moet, 70 maal 7 maal. Telkens opnieuw beginnen om het grote gelukt te mogen ervaren dat in het leven van mensen Christus gestalte krijgt, dat Christus opbloeit dat Christus geboren wordt in je hart. Want daar gaat het om, daar is het allemaal om te doen. Want waar richt Paulus zijn zorg nou precies op? En waar richt ook de liefdevolle zorg die wij in de gemeente aan elkaar willen besteden, waar richt die zich vooral op? Zijn we er vooral op uit om elkaars gedrag te veranderen? Zodat we allemaal voor het oog een keurig christelijk leven leiden? Zijn we er voorla op uit om elkaar te troosten en te bemoedigen in moeilijke tijden zodat het leven dan toch maar weer een beetje draaglijker wordt. Of zijn we er vooral op uit om elkaar te vermanen of te weerhouden van de zonde? Of zijn we er vooral op uit om elkaar te leren leven van uit bepaalde waarden en normen? Dat hoor ik nog al eens.. samenvatting van christelijk leven, dan houdt je je aan bepaalde waarden en normen. Dat heeft met christelijk leven allemaal niet zo heel erg veel te maken. Christelijk leven is dat Jezus Christus gestalte in je krijgt. Paulus legt geen regels op. Paulus geeft niet een rijtje met normen en waarden, hij zegt, weet je wat ik wil, ik wil maar één ding, dat Jezus Christus gestalte in je krijgt. Dat Hij vorm in jou aanneemt. Want opeens blijkt vorm toch wel heel belangrijk te zijn. Ik zei aan het begin van de preek al even dat het bij kleine groepen niet om een nieuwe vorm gaat of om een nieuwe structuren, en dat is ook allemaal waar, maar het gaat ten diepste toch ook wel weer om een vorm. Namelijk de vorm van Christus. De gestalte van Christus, de vorm van Jezus Christus. Daar horen we ook in andere Bijbelgedeelten wel over bijvoorbeeld in Romeinen. Daar staat het bestemd zijn tot de gelijkvormigheid van het beeld van Gods zoon, gelijke vorm. 2kor3:18 wij allen die met onbedekt gezicht de luister van de Heer aanschouwen zullen meer en meer door de Geest van de Heer naar dat beeld worden veranderd. Metamorfose staat daar. Om vorming. Da’s allemaal dat de vorm van Christus in ons zichtbaar wordt. Het gaat dus niet om veranderd gedrag, dat komt er best allemaal in mee, maar daar begint het nooit bij. Het gaat er om dat er gebeurt in mensenlevens wat in Paulus leven ook bezig is te gebeuren en daar schrijft hij over in Galaten 2 vers 20: niet meer mijn ik, maar christus leeft in mij. Daar klopt het hart van Paulus geloof, niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. Hij wil zo graag dat het ook voor de broeders en zusters aan wie hij schrijft het geval zal zijn. Niet meer jullie eigen ego, dat denkt dat je je aan de wet kunt houden en dat je daardoor rechtvaardig voor God bent, maar Jezus Christus in jou. De gestalte van Christus in jou. Maar wat gebeurt er dan eigenlijk als je de vorm van Christus krijgt? Ik denk dat je gedachten dan gaan veranderen. Je gaat denken, zoals Jezus denkt. En daar bedoel ik niet mee dat je in je denken net zo hoog en verheven als Jezus wordt. Maar daar bedoel ik mee dat je gedachtewereld, dat je denkwereld een hele andere kleur gaat krijgen, de kleur van Christus. Daar staat iets over in Romeinen 12 vers 2: wordt niet gelijkvormig aan deze wereld maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken. Als christus gestalte in je krijgt dan opent zich een nieuwe gedachten wereld in je, gedachten van Jezus Christus, gedachten over Jezus Christus. Gedachten over zijn lichaam, gedachten over zijn liefde en zijn vreugde. Dus je gedachtewereld gaat veranderen en je gevoelswereld, daar komen ook dingen in beweging. Je gaat, als Christus gestalte in je krijgt, je gaat afkeer van de zonde krijgen. En er zijn best veel christenen die het best vervelend vinden dat er zonde is in hun leven.. Maar als Christus gestalte in je krijgt dan begin je er een afkeer van te krijgen, echt een hekel aan zonde te krijgen, dat je denkt; daar wil ik zover bij vandaan blijven. En je gevoelens gaan zich richten op de glorie van Christus, en je gevoelens gaan steeds meer de kleur van de vreugde krijgen want Jezus zegt ergens in het johannes evangelie dit zeg ik tegen jullie, alles wat Hij daar tegen ons zegt, dit zeg ik tegen jullie om jullie mijn vreugde te geven. Dan zal jouw vreugde volkomen zijn. Dus als Christus gestalte in je krijgt dan gaan je gedachten veranderen, je gevoelens gaan veranderen. De vreugde van Christus komt in je. Maar ook je verlangens gaan veranderen. Je leven zal steeds meer gericht raken op het vinden van je geluk en je vrede, in God alleen. Zoals ook Jezus in zijn leven volkomen gericht was op zijn vader. Hij zei, mijn voedsel is, de wil te doen van Hem die mij gezonden heeft en zijn werk te voltooien. Je begint het gewoon heerlijk, lekker te vinden om de wil van de vader te doen. Dat is de gestalte van Christus. En dan kunnen we onszelf die vraag ook stellen, verlang ik naar die innerlijke omvorming? Dat Christus gestalte in je krijgt. Verlang je er naar dat Jezus vorm krijgt, in je binnenste. Als iemand je als het ware open zou doen, dat hij Christus tegen zou komen. Verlang je er naar dat christus geboren wordt en groeit en groot wordt in jouw ziel? Kinderen, zolang Christus geen gestalte in u krijgt, doorsta ik telkens weer barensweeën om u Het kost Paulus pijn, mag het ons ook wat kosten? Het gaat Paulus om Christus, om de vorm van Christus. En het laatste wat ik daar nog over wil zeggen is dit: Dat het gaat om de gestalte van Christus in ons. Lieve mensen het gaat er echt om, wat er in ons is. En we kunnen inde kerk zo gemakkelijk gefocust raken op buitenkant gedrag. Dan lopen we netjes mee in het paadje, als iemand niet netjes op het paadje loopt dan roepen we hem terug, netjes op het paadje lopen, hoor. Daar gaat het niet om, het gaat om dat Christus in ons gestalte krijgt. En dat we allemaal gaan zeggen, niet ik maar Christus in ons. Dan kan ik me voorstellen dat iemand zegt, wordt het dan niet een beetje saai in de kerk? Allemaal Christus, allemaal hetzelfde. Houd ik eigenlijk wel mijn eigen naam. Als Christus gestalte in mij krijgt, mag ik nog wel Marie of Margreet of Melissa heten? Mag ik nog wel Joost of Jan of Jaap heten. Ja dat mag, je mag zijn wie je bent, maar er komt een verandering waardoor we gaan lijken op Christus en we lijken allemaal op Christus en dat is niet saai maar dat brengt juist een hele diepe herkenning in ons leven. Juist in degene die zo anders is zien we iets dat we herkennen. Ik zie Jezus in jou, ik zie Jezus in jouw ogen stralen. Ik zie dat jij verlangt naar die liefde van Jezus. En hoe anders jij ook bent, we herkennen elkaar. En we worden EEN van ziel, namelijk die ziel waarin Christus gestalte krijgt. En dan is de laatste opmerking die ik maak, en dat is dan weer even naar die kleine groepen toe, lieve mensen ga vooral aan de slag met kleine groepen. In onze gemeente merk ik dat er heel veel mooie dingen gebeuren. En er gaan ook dingen niet goed. Als je het maar ziet als een bedding. En het gaat er om dat in die bedding een nieuw leven begint te stromen. Het levende water. En dat levende water dat is de geest van Jezus. En als dat gaat stromen dan gebeurt er iets wat het allermooiste is, waar je barensweeën voor over hebt, dat er iets nieuws geboren wordt, dat mensen gaan lijken op Jezus. Liturgie Ps 106:1+2 Wet Ps 25:2+4 Gebed Lezen Galaten 3:1-14 Lezen Galaten 4:12-20 Liedboek 7:1+4 Tekst: Galaten 4:19 Preek Liedboek 87 :1+2+3+4+5 Gebed Collecte Ps 103:1+5 |

