• An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
Preek 1 november
Je kinderen vertellen over God
Wat is er mooier dan dat!
Je wilt toch niet anders?

Meer nog: God wil toch niet anders?
Al heel vroeg in de bijbel geeft Hij ons deze opdracht:
Heb de HEER, uw God, lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten.
Prent dat uw kinderen in en spreek er steeds over, thuis en onderweg,
als u naar bed gaat en als u opstaat.

Maar eigenlijk hebben we daar geen gebod voor nodig.
Als we zelf de genade van Jezus Christus hebben leren kennen,
dan willen we niets liever dan dat zij ook met Hem leven.
Het is zo’n mooie opdracht.
De grote vraag is alleen: hoe doe ik dat?
Wat moet ik doen zodat mijn kinderen God leren kennen?

Tja, want het is niet alleen een mooie opdracht, het is ook een moeilijke.
Jongeren zijn soms totaal niet meer geïnteresseerd in God.
Sommigen gaan met tegenzin naar de kerk.
Hoeveel speelruimte heb je nog als vader of moeder.
En er is voor heel wat ouders een dag gekomen dat zoon of dochter ‘s zondagsmorgens liever op bed bleef liggen.
Misschien is het voor u een zwaar onderwerp.
Als kinderen van God zijn afgedwaald.
En als je merkt dat er geen ruimte meer is om erover te beginnen.
Omdat het al zo vaak heeft geknetterd. En je bent echt uitgepraat.
En wat kun je een schuldgevoel hebben: wat heb ik verkeerd gedaan?

**

Weet je, in al die duizenden jaren dat ouders hun kinderen over God vertelden,
Is er nog nooit 1 ouder geweest die z’n kind het geloof kon geven.
Dat is nog nooit iemand gelukt.
Geloof komt namelijk niet van ouders maar van de heilige Geest.
Hij alleen kan liefde voor God in een hart leggen.
Als opvoeder, als vader moeder kun je je kind het geloof niet geven.

Wat wel vaak is gebeurd, is dat ouders hun kinderen religie hebben bijgebracht.
Een set aan gewoontes, gebruiken, verplichtingen, met als boodschap:
als je je daar maar aan houdt, dan komt het wel goed met je!
Maar ook al neemt een jongere al je gewoontes, gebruiken en religieuze vormen over,
dat wil niet zeggen dat hij / zij gelooft.
Geloof gaat namelijk over vertrouwen.
Geloof gaat niet over religieuze gewoontes, maar is een relatie.
Geloven is intiem omgaan
leven in de ontmoeting met God.
Ik wil graag dat je dat verschil vasthoudt tussen religie en geloof.
Religie is de buitenkant.
Het zijn de gebruiken en gewoontes.
Geloof is het centrum van de relatie met God.
De vertrouwelijke omgang met Hem.
Maar nu een spanningsveld.
Religie kun je als ouders overdragen.
Je kunt je kind alles wat er bij die buitenkant hoort aanleren.
Maar geloof is lastiger.
Kun je het hart van je kind overtuigen?
Kun je het leren zich aan God toe te vertrouwen?
Het antwoord op deze vraag is ja en nee.
Laat ik bij het “nee” beginnen.
Je kunt het hart van je kind niet overtuigen van wie God is.
Dat kan God alleen zelf.
Geloof is echt een wonder van de heilige Geest, een geschenk!
Maar er is ook een “ja”.
Je kunt je kind – klein of groot – wel leren zich aan God toe te vertrouwen.
Je mag het inwijden in het leven met God.
Het met God vertrouwd maken.
Dat doe je met name door zelf voor te leven hoe het leven met God eruit ziet.
Je kind merkt aan je of je leven draait om Jezus of om jezelf.
Dat zit ‘m in 1001 kleine dingen.
Klopt wat je zegt over het geloof met wat je laat zien?
-Wat betekent het bidden aan tafel voor jou? En wat merkt je kind daarvan?
-Wat stralen we uit naar onze kinderen over de kerkdienst.
Het duurde weer lang. Nou die organist.
-Je kan praten over “het nieuwe leven” en “vrucht van de Geest” tot je een ons weegt maar “geduld, liefde, blijdschap, zachtmoedigheid” enz. kun je niet faken in een gezin.
Die moeten echt van binnenuit groeien.
-Hart van ons geloof is de vergeving door Jezus’  offer.
Als dat zo is, maken we dan ook werk van vergeving in die huis-tuin-en-keuken ruzies die er in elk gezin zijn?
-Leer je jouw kind zekerheid te zoeken door leuke kleren, uiterlijk, gewicht, sport.
Of help je kind om z’n identiteit te vinden in God.

***

Je staat er niet alleen voor.
God geeft anderen om je heen.
Bij de doopvragen zit dat er al meteen bij.
Je belooft niet alleen zelf je kind te onderwijzen.
Je belooft ook je kind te laten onderwijzen door anderen.
Jullie kinderen zijn ook “ kinderen van de gemeente”.
Want jij kunt nooit als vader en moeder op je eentje de veelkleurigheid van God laten zien aan je kind.
Ik geloof dat we allereerst heel erg blij mogen zijn met het onderwijs van de kerk aan onze jongeren.
Allereerst heel erg blij.
Blij met United, blij met catechisatie, blij Pro Rege.

God geeft anderen om je heen.
Daar zit ook een andere kant aan:
wat wij doen met onze kinderen heeft ook invloed op andere ouders en andere kinderen.
De keuzes die we maken, die doen we niet op een eilandje.
Voorbeeld: je stuurt je kind niet naar United.
Wat heeft dat voor invloed op de andere jongeren?
Wat doet dat met hun motivatie? Hoeven zij dan ook niet?

**

Ik kom even terug op dat verschil tussen religie en geloof.
Hoe doen we dat in de gemeente?
Zijn we er alert op dat we maar niet “religie” overdragen maar echt “geloof”?
Natuurlijk hoort bij een kerkdienst een bepaalde vorm.
En dat is prima.
Zelf zijn we ook ooit binnengekomen in de kerk zoals ‘ ie op dat moment was.
Het kan ook niet anders.
De inhoud, ons geloven, zit altijd verpakt in vorm, in religie.
Maar leren jongeren van ons ook het onderscheid tussen Gods geboden en onze menselijke instellingen?
Mijn ervaring in het catechisatielokaal is dat het voor jongeren vaak een onontwarbare kluwen is: dingen die ouders vinden,
hoe het in de kerk toegaat
en wat God wil.

Waar het op aankomt is dat elke generatie vanuit het hart van het geloof opnieuw vormen mag gaan zoeken, de religie dus.
Wij als volwassenen zijn verantwoordelijk hoe dit gebeurt en of dat gebeurt.
Veelkleurig gemeente zijn. Da’s ons jaarthema.
Mogen ook onze kinderen hun eigen kleur hebben?
Mogen onze jongeren hun eigen kleur bijdragen aan de kerk?
Hoe laten we ze merken dat ze heel welkom zijn in de kerk?
En dat ze erbij mogen horen, niet maar als toekomstige gemeenteleden, maar nu al, jong als ze zijn?
Mogen ze erbij horen als kind, als jongere? Met hun eigen uitingsvormen?
Een uitspraak die ik pas hoorde:
Kinderen hebben niet een kind-versie van de heilige Geest.
Ze zijn volwaardige gelovigen, volwaardige gemeenteleden.
Ze zijn nog geen volwassen gemeenteleden, dat klopt. Wel volwaardig.

Ik wil een paar voorbeelden geven van wat ik bedoel.
Zijn we er blij mee als jongeren op zondagmiddag sporten met Athletes in Action?
Het is voor hun een manier om te getuigen van Jezus’  liefde.
Of moeten ze zich houden aan de vorm die wij hebben gevonden voor de zondag?
Wat lijkt meer op hoe Jezus omging met de sabbat?
Onze zondagmiddagdut
of hun contacten met kinderen en ouders in de wijk waar ons kerkgebouw staat?
Onderschat niet wat het met onze jongeren zelf doet om de wijk in te trekken.
Het brengt zoveel moois en zoveel goeds tot stand bij henzelf.

Een ander voorbeeld.
Denk eens even aan hoe de gemiddelde kerkdienst verloopt in dit kerkgebouw.
Stel je eens voor dat alle mensen onder de 20 weg zouden zijn.
Dus stel je even voor: alle mensen onder de 20 weg.
Zou er iets veranderen aan de dienst?

o.k. en nu stellen we ons even voor dat alle mensen boven de 20 weg zijn.
Dus in de kerk zitten alleen mensen van 20 jaar of jonger.
Hoe zou de dienst er dan uitzien?
Zou er dan iets veranderen?

(…)

Nee, onze jongeren en onze kinderen sturen geen brieven naar de kerkenraad.
Het is makkelijk om in de dienst geen rekening met ze te houden.
Maar het is onze verantwoordelijkheid als volwassenen om ze wel te zien.
Ik leg de vraag in ons midden:
Zoals onze diensten nu zijn,
is dat de meest geschikte manier om te doen wat Psalm 78 zegt:
“wij zullen aan het komend geslacht vertellen van de roemrijke, krachtige daden van de Heer” ?
Ik nodig je uit om daarin mee te denken.
Niet te vervallen in ene uiterste: aanschoppen tegen wat we nu hebben.
Ook niet te vervallen in het andere uiterste: heiligverklaren wat we nu hebben.
In gesprek gaan, overleggen, ruimte om dingen te proberen,
ruimte ook voor dingen niet zo geslaagd zijn en niet weer doen,
hebben we die ruimte met elkaar?

Als we serieus nemen wat hier staat in Ps 78
dan zijn de diensten bedoeld voor de komende generatie.
Niet voor mensen van vroeger.
De diensten moeten de mensen die nu leven opbouwen in het geloof.
Die mensen zullen het doorgeven als wij allang gestorven zijn aan hun kinderen.
Daar moet je eens over nadenken:
Ooit op een dag zijn alle mensen van 35 jr en ouder dood.
Hebben wij het geloof zo doorgegeven dat de jongere generaties in de wereld van straks er iets mee kunnen?
Da’s een vraag die mij bezighoudt.
Daar passen aktuele preken bij. Liefst preken voor morgen.
Daar past aktuele liturgie bij. Liefst liturgie voor morgen.
Boodschap voor nu, verpakking voor nu.

**

De Here Jezus was daar sterk in.
Om heel eigentijds over God te vertellen.
De Here Jezus is nooit ouderwets, nooit afgezaagd, altijd verrassend, altijd actueel.
Dat geldt ook voor Paulus. Hij past zich altijd aan bij zijn publiek.
Hij werd voor de Joden een Jood en voor de Grieken een Griek.
Zouden wij dat ook kunnen opbrengen?
Voor de jongere van nu een jongere worden?
Voor de kinderen van nu worden als een kind?

Vergelijk onze dienst maar met deze perzik.
Je kunt zeggen: deze perzik is prachtig, hij is zo levend, zo sappig.
Niks aan veranderen! Niks aan doen!
Maar na verloop van tijd is ‘ie verrot.
Gelukkig niet zo snel als in het filmpje.
Maar als je steeds wilt genieten van een mooie perzik zul je wel steeds een nieuwe moeten hebben.

Dat gebeurt ook met onze diensten.
Juist omdat ze gaan over het mooiste dat is,
Omdat de levende verkondiging van Gods woord centraal staat,
Omdat we drinken van het levende water,
De glans van Christus zien,
Kunnen we niet anders dan regelmatig vernieuwen, verfrissen.
Anders is het niet meer levend maar trekt de schimmel erin.
Glanst het niet meer maar wordt het dof.
Iemand heeft eens gezegd: om hetzelfde te blijven, moet de kerk steeds veranderen.

Weet je wat zo mooi is van dit voorbeeld?
Dat niemand hoeft te denken: hebben we het dan altijd verkeerd gedaan?
Nee, want er is niks mis met deze perzik.
Hij is prachtig!
Maar als je ‘m altijd precies zo wilt bewaren en verwacht dat ‘ ie week in week uit levend en fris blijft dan verrot ‘ ie in je hand.

**

Wie zegt dat?
Waarom moet die kerk steeds in beweging zijn?
Nou, Jezus zegt dat.
Iedereen is levenslang leerling
“Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen”
Dat is Jezus opdracht aan de 12.
Dus: als je Jezus wilt volgen dan word je leerling.
Je kan niet achter Jezus aan gaan zonder steeds weer nieuwe dingen te leren.
Dat is vreemd. Da’s een aparte uitspraak.
Iedereen gaat naar school om ooit weer van school af te gaan (met of zonder diploma).
In de school van Jezus ben je nooit uitgeleerd.
Dat zet ons als christenen (oud of jong) naast elkaar.
Er bestaan geen volleerde christenen.
Hoe oud en wijs je ook bent, er zijn altijd nieuwe dingen te leren.
Je bent er nooit.
Wie stopt met leren volgt Jezus niet meer.
De liturgie is nooit af.
De liedbundel is nooit klaar. (Zing een nieuw lied is een oude bijbelse opdracht.)
Er moet telkens opnieuw gepreekt worden.
En… mogen we ook zoeken naar andere vormen van verkondiging in de dienst?

God geniet van volwassenen die nederig genoeg zijn om te worden als een kind,
open voor nieuwe vragen,
open voor nieuwe ervaringen.
Ouders van vandaag hebben een boodschap voor de generatie van morgen.
De kerk van vandaag heeft boodschap aan de generatie van morgen.
Want God zelf heeft boodschap aan het volgende geslacht.



votum
-zingen: E&R 170 (U maakt ons één....) 
-wet 
-zingen: Ps. 100:1,4
-gebed
-lezen: Deut. 6:4-9 en Ps. 78:1-8
-zingen Ps. 78:1,2
-tekst: Ps. 78:4b
wij zullen aan het komend geslacht vertellen
van de roemrijke, krachtige daden van de HEER,
van de wonderen die hij heeft gedaan

Thema: In de school van Jezus ben je nooit uitgeleerd.

-preek
-zingen Ps. 105:5
-voor gebed zingen Gz. 39:1 (als je bidt zal hij je geven)
-gebed
-collecte met 3 “hulpcollectanten”.
-zingen Gz. 164 (Jezus vol liefde): eerst 2x in canon en aansluitend als afsluiting 1x allen.
-zegen.