| Preek 9 mei 2010 |
|
Leiding geven is moeilijk. Neem Griekenland. De regering moet ingrijpende bezuinigingen doorvoeren. Dat is nodig om het land niet failliet te laten gaan. Buiten betogen duizenden mensen die niet willen dat de regering deze beslissingen neemt. Leiding geven is de juiste beslissingen nemen, al win je voor het moment daar geen harten mee. Leiding geven redt levens. Dodenherdenking 4 mei. Opeens was er paniek. Mensen renden weg, vertrapten elkaar. Veel gewonden in een paar seconden. Koningin werd weggebracht. En toen was daar de stem van de ceremoniemeester. Er is iemand onwel geworden. Met een paar minuten zullen we de ceremonie hervatten. Wat een rust brachten die woorden. Je moet er niet aan denken wat er had kunnen gebeuren als er niemand was geweest die de leiding had gehad. Leiding geven is een zegen van God. Leidinggeven in de kerk, hoe gaat dat? Sommige mensen zijn ontevreden over de kerkraad. De kerkraad geeft niet genoeg leiding. Waarom zegt de kr hier niets over? Waarom laat de kr dit of dat toe? Precies het tegenovergestelde geluid is er ook. Soms wordt de kr als een bemoeial, als een machtige blokkade ervaren. Wij willen dit, waarom kan dat niet? Waarom moeten we weer langs de kr voor goedkeuring van dit plan? In deze preek wil ik vanuit de bijbel 3 vragen bespreken: Wat is leidinggeven in de kerk? Hoe geef je leiding? Wie geven leiding? Wat is leidinggeven in de kerk? Om het heel kort te zeggen: Leidinggeven betekent dat ik mensen help om dichter bij Christus te leven Leidinggeven brengt mensen in beweging. Dichter naar de Here Jezus. Leiding geven is gericht op groei. -Groei van mensen stuk voor stuk. -Groei van overtuigingen die we nodig hebben om met z’n allen, als gemeente, stappen vooruit te zetten. Dichterbij het doel dat Christus heeft met deze gemeente in deze stad. Dichterbij Christus. Dat wordt heel concreet als je er deze 2 dingen bijzegt: -Grote Gebod God liefhebben en de naaste liefhebben. -Grote Opdracht Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest, 20 en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.’ (Matteüs 28) Leidinggeven in de kerk is moeilijk, maar het is vooral zo mooi. Mensen meenemen naar de Here Jezus. En daarin zelf voorop gaan. Met een schitterend gebod. En met een grootse opdracht. Dat is leidinggeven in de kerk. Is dat nodig? Ja! Geestelijk leidinggeven is nooit klaar. Niemand bereikt het stadium van volmaakt liefhebben. En klaar ben je ook nooit met leerling zijn. Kenmerk van een leerling is dat ’ie altijd nieuwe dingen bij moet leren (anders ben je geen leerling meer). En de grote opdracht is op aarde nooit af. Leidinggeven is spannend. Op een bepaalde manier brengt het rust, zoals die levensreddende rust van de Dodenherdenking. En tegelijk brengt leidinggeven onrust, zoals die heilzame onrust bij de Grieken Hoe? Hoe kun je leiding geven? Welke houding, welke mentaliteit heb je daarvoor nodig? We kunnen veel leren van wat er gebeurt met Petrus, na de opstanding van Christus. (in Johannes 21) Driemaal vraagt Jezus: heb je mij echt lief? En drie keer zegt Petrus: “Here, u weet dat ik u liefheb”. En drie keer geeft Jezus de opdracht: “weid mijn schapen”. Zo kort, maar zo indringend. Zó vertrouwt de Here Jezus aan Petrus de kudde toe. Zo, vanuit de liefde voor Christus. Het leiding geven moet de liefde voor de Here Jezus als bron hebben. Telkens als je leiding geeft, vraag je dan af: doe ik dit, zeg ik dit uit liefde voor de Here Jezus? Want alleen zó ben ik in staat om leiding te geven. Leidinggeven in de kerk, het is allereerst een kwestie van de Here Jezus liefhebben. Als je de Here Jezus liefhebt dan wil je werken in zijn stijl. Wat is de stijl van Christus? Hij zocht de mensen op waar ze waren en hielp ze verder vanaf het punt waar ze waren. Als Jezus leiding geeft dan maakt Hij werkelijk contact. Als hij spreekt met de vrouw bij de waterput dan legt hij met een simpele vraag de pijn in haar leven bloot. Als seks een beheersende macht is in je leven raad je aan om dat gesprek goed te lezen. Als hij bij Zacheüs in huis is wordt er een goed gesprek gevoerd. Een gesprek dat tot gevolg heeft dat Zacheüs niet meer in de macht is van Geld. Hij heeft ontdekt dat wat Jezus geeft werkelijk zijn hart kan vervullen. Daarom kan hij geld weggeven. De jongen die tegen Jezus zie dat hij alles had gedaan wat God had gevraagd kreeg als antwoord “verkoop wat je bezit en volg mij” is ook zo’n schitterend voorbeeld van hoe Jezus aansluit bij waar mensen zijn. Hij daagt ze uit het stapje verder te zetten. Dat is leidinggeven. Dichtbij de mensen, dichtbij hun nood. Lijkt het jou niet gaaf om zo leiding te geven? De stijl van Christus. Da’s een stijl van de binnenkant. Herinner je de preek van vorige maand van ds Jos Douma. Vertrouwen op de “wet” of op “Jezus”. Als je vraagt om “duidelijke leiding” van de kerkraad sluipt er zomaar een stuk wetticisme binnen. Zeg maar hoe het moet, stiekem: zeg vooral tegen ánderen wat zíj moeten doen of moeten laten, want ik weet het wel, “En we kunnen inde kerk zo gemakkelijk gefocust raken op buitenkant gedrag. Dan lopen we netjes mee in het paadje, als iemand niet netjes op het paadje loopt dan roepen we hem terug, netjes op het paadje lopen, hoor. Daar gaat het niet om, het gaat om dat Christus in ons gestalte krijgt.” Hoe geef je leiding ? Vanuit het liefhebben van de Here Jezus Aansluiten bij waar de mensen zijn Het gaat om het hart. Niet allereerst om de buitenkant. Wie? Waarom leg ik daar zoveel nadruk op die stijl van Christus? Dat heeft te maken met het 3e en laatste punt. Wie geven leiding? De bijbel is uitermate kritisch over mensen die “leiding geven”. Ik schrok ervan toen ik de bijbel nasloeg op “leiding geven”. Neem Mozes, door God aangesteld om Israël uit Egypte weg te halen en te brengen naar het beloofde land. Hij mag het land zelf niet in. Of luister naar wat Ezechiël zegt namens God. 1 De HEER richtte zich tot mij: 2 ‘Mensenkind, profeteer tegen de herders van Israël, profeteer en zeg tegen hen: “Dit zegt God, de HEER: Wee jullie, herders van Israël, want jullie hebben alleen jezelf geweid! Horen herders niet hun schapen te weiden? 3 Jullie eten wel van hun kaas, Noot [sluiten] (34:3) kaas – Volgens de Septuaginta en de Vulgata. MT: ‘vet’. jullie gebruiken hun wol voor je kleren en jullie slachten de vette dieren, maar de schapen weiden, dat doen jullie niet. 4 Zwakke dieren hebben jullie niet laten aansterken, zieke dieren niet genezen, gewonde dieren niet verbonden, verjaagde dieren niet teruggehaald, verdwaalde dieren niet gezocht – jullie hebben de dieren hard en wreed behandeld. 5 Zonder herder raakten ze verstrooid, en werden ze door wilde dieren verslonden. Mijn schapen zijn verstrooid, 6 ze dwalen rond in de bergen en hoog in de heuvels; over heel het aardoppervlak raken ze verstrooid, en er is niemand die naar ze omziet, niemand die naar ze op zoek gaat. Ezechiël: kondigt een nieuw begin aan: Jezus wordt aangekondigd als herder. 23 Ik zal een andere herder Noot [sluiten] (34:23) een andere herder – Volgens sommige handschriften van de Septuaginta. MT: ‘één herder’. over ze aanstellen, een die ze wél zal weiden: David, mijn dienaar. Hij zal ze weiden, hij zal hun herder zijn. 24 Ik, de HEER, zal hun God zijn, en mijn dienaar David hun vorst. Ik, de HEER, heb gesproken. (Ezechiel 34) En precies zo vind je het terug in het evangelie. Toen hij de mensenmenigte zag, voelde hij medelijden met hen, omdat ze er uitgeput en hulpeloos uitzagen, als schapen zonder herder. (Matteüs 9:36) In het NT is nog een rol weggelegd voor leiders: 1 Petrus 5 Maar het is een ander soort leiderschap: 2 Hoed Gods kudde waarvoor u de verantwoordelijkheid hebt, houd goed toezicht – niet gedwongen maar vrijwillig, zoals God dat wil, en niet om er zelf beter van te worden maar met belangeloze toewijding. 3 Stel u niet heerszuchtig op tegenover de kudde die aan u is toevertrouwd, maar geef het goede voorbeeld. 17 Gehoorzaam uw leiders en schik u naar hen, want zij waken over uw leven en zullen daarvan ook rekenschap moeten afleggen. Zorg ervoor dat zij hun taak met vreugde kunnen vervullen, zodat ze geen reden tot klagen hebben: dat zou u zeker niet ten goede komen. (Hebreeën 13) Dat zijn teksten die de grote verantwoordelijke toekennen aan leiders. Leiders zijn onmisbaar. Tegelijk zie je hoe de verantwoordelijkheid telkens bij de gemeenteleden zelf wordt gelegd. Als een van je broeders of zusters tegen je zondigt, moet je die daarover onder vier ogen aanspreken. Als ze luisteren, dan heb je ze voor de gemeente behouden. (Matteüs 18) En zonder moeite kun je in het Nieuwe Testament een aantal teksten vinden die benadrukken hoe groot onze verantwoordelijkheid richting elkaar is als “gewone gemeenteleden”. Ik noem er een paar: een voorbeeld zijn voor elkaar (Fil 3:17; 1 Tim 4:12) elkaar leren (Kol 3:16) elkaar terechtwijzen (Kol 3:16) elkaar vermanen (1 Tess 5:11-12; 1 Tim 1:5; 2 Tim 2:25) opkomen voor de zwakke (1 Tess 5:14) het goede najagen, goed doen (1 Tess 5:15; Gal 6:10) elkaar weerleggen (2 Tim 2:25) bestraffen (2 Tim 2:25) elkaar aansporen tot liefde en goede werken (Heb 10:24-25) je om elkaars noden bekommeren (Rom 12:13) Elkaar bemoedigen (Fil 2:1; 2 Tim 4:2; 1 Petr 5:12) ** Hoe zit het nou? Wie moeten er nou leiding geven? Moeten we nu veel verwachten van leiders in de kerk? Of moeten we het vooral “zelf” doen? Is de bijbel het nou niet eens met zichzelf?? Of is het voor ieder wat wils? Waarom zouden we moeten kiezen? Blijkbaar is het allebei nodig. Er zijn er opzieners nodig, leiders nodig, voor het geheel. En het is belangrijk om naar hen te luisteren. Je mag erop vertrouwen dat dit waar is: We hebben verschillende gaven, onderscheiden naar de genade die ons geschonken is. (…)7 Wie de gave heeft bijstand te verlenen, moet bijstand verlenen. Wie de gave heeft te onderwijzen, moet onderwijzen. 8 Wie de gave heeft te troosten, moet troosten. Wie iets weggeeft, moet dat zonder bijbedoeling doen. Wie leiding geeft, moet dat doen met volle inzet. Wie barmhartig voor een ander is, moet daarin blijmoedig zijn. (Romeinen 12) Zie je het? Het leiding geven wordt hier gezet naast al die andere dingen die nodig zijn in de gemeente. Leiding geven is een gave die nodig is. Niet de enige gave. Leiding geven heeft niets te maken met “belangrijker” zijn. Als je de gave hebt om het geheel te overzien, om vooruit te denken, om dingen te analyseren en bij te sturen, dan is dat een geschenk van God. Maar het leidinggeven is erop gericht dat ieder christen op z’n eigen plek z’n eigen verantwoordelijkheid oppakt. Dat iedereen in beweging komt. Dichter naar de Here Jezus. En ook anderen meeneemt naar Christus. Misschien vraag je: wat stelt leidinggeven dan voor? Als iedereen leiding geeft geeft niemand leiding. Toch? Want vergis je niet, elke plaats is een plaats waar je kunt leidinggeven: “Leidinggeven betekent dat ik mensen help om dichter bij Christus te leven” Zo’n leider kun je zijn op elke plaats waar God jou stelt. In jouw klas, waar je iets kan laten zien van het geduld van de Here Jezus, van de ruimte hebben om de ander te vergeven. In je gezin als vader of moeder. Als leider van een united club. Als groeigroepleider. Maar ook zonder officiële functie. Wat zijn er in deze gemeente een leiders die op een positieve manier anderen dichterbij Christus brengen, door hun houding, door hun uitstraling, door dienstbaar te zijn, door goede woorden. Wees op je eigen plaats een leider. Als je zo’n leider wilt zijn, ontvang dan deze belofte: “Dan zul je wanneer de hoogste herder verschijnt De krans van de luister ontvangen, die nooit verwelkt.” ** Ik sluit af. Misschien begrijp je er helemaal niets meer van. Wat en wie geven dan leiding? Zet je zo niet de hele boel op z’n kop? Luister dan nog eens op een andere manier. Jezus riep hen bij zich en zei: ‘Jullie weten dat heersers hun volken onderdrukken en dat leiders hun macht misbruiken. 26 Zo zal het bij jullie niet mogen gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, 27 en wie van jullie de eerste wil zijn, zal jullie dienaar moeten zijn – 28 zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’ (Matteüs 20) Kleurrijke gemeente, één in Christus. Dat staat of valt met deze dingen. Leiding geven dat doe je door te dienen. Door een ander te dienen met de goede woorden van God. Goede woorden zijn soms ook confronterende woorden. We zijn allemaal geroepen om te dienen. Allemaal geroepen om de minste te zijn. Door de ander te aanvaarden zoals jijzelf door Christus aanvaard bent. Zo kun je zelf de boodschap (het grote gebod en de grote opdracht) leven. Dit vraag om gebed. Gebed dat de kerkraad zó kerkraad is. Gebed dat we zo samen gemeente zijn. En dat we –ieder met eigen verantwoordelijkheid- anderen helpen om dichter bij Christus te komen. Net zoals het moeilijk is om leiding te geven in Griekenland, is leiding geven in de kerk het moeilijkste wat er is. Want het brengt strijd en heilzame onrust. Daarom zegt de bijbel: Zorg ervoor dat zij (de leiders) hun taak met vreugde kunnen vervullen, zodat ze geen reden tot klagen hebben: dat zou u zeker niet ten goede komen. (Hebreeën 13) Net zoals het levensreddend is om leiding te geven tijdens een Dodenherdenking, Zo is het levensreddend om elk op je eigen plek je verantwoordelijkheid te nemen: Neem die verantwoordelijkheid. “Leidinggeven betekent dat ik mensen help om dichter bij Christus te leven”
|

