• An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
Vol verwachting bidden (6 maart 2011)

Gz 133:1+2+3+4+5 “De dag gaat open”

“uitnodiging en terugwijzing” uit formulier 1 (editie van het groene boekje)

Zingen: Liedboek 360:1+2+3 “Heer wij komen vol verlangen”

Gebed

lezen Psalm 27:7-14

lezen Lucas 11:1-13

Liedboek 328:1 “Here Jezus, om uw woord”

Verkondiging

Gz 105:1+2+3+5 “In vuur en vlam”
Gebedsbriefjes worden opgehaald door kinderen.

Ondertussen luisteren we naar Opwekking 705 "Toon mijn liefde"

Gebed met voorbeden

Lezen doopsformulier 3

Doopgebed

Samenzang Opwekking 518 “Heer u bent altijd bij mij”

Vragen aan de ouders

Doopsbediening (op volgorde van geboorte kind)

Linde Joanne Greving, dochter van Harmjan en Fokje Greving. 
Gz 141:1

Nieke Elianne Wiersma, dochter van Gert Jan en Joanneke Wiersma.

Gz 141:2
Adrian Hendrik Venema, zoon van Daan en Aliëtte Venema.

Gz 141:3

Gebed na de doop

Collecte

Slotzang: Gz 161:1+2+3+4 “Heer, U bent mijn leven”

 

Thema: “Vol verwachting bidden”


Hoe veel bid je?

Van die 16 uur dat je wakker bent, hoeveel tijd daarvan breng je biddend door?

Christenen zeggen: ik verwacht alles van God.

God is de belangrijkste in mijn leven.

Wat laat jij daarvan zien?

 

Stralen wij in de praktijk niet vaak uit: Ik kan het wel zonder God.

Je neemt geen tijd om te bidden, omdat altijd andere dingen je al je tijd en aandacht opslokken.

Je rent maar zonder stil te staan bij God.

 

Misschien zijn er ook bepaalde redenen voor dat je weinig bidt.

Misschien verwacht je er weinig van.

er verandert toch niks.

Wat voor zin heeft het dan om te bidden?'

Misschien ben je teleurgesteld omdat het er niet op lijkt dat God naar je luistert.

 

We denken vanuit het jaarthema “BinnensteBuiten” na over wat we zojuist uit de bijbel hebben gelezen.

Bid je vol verwachting voor ander die God nog niet kent?

Bid je dat de ander open mag gaan staan voor wie God is?

Kun je dat volhouden, als je dat al jaren doet, blijven bidden voor diegene om wie je geeft, een vriend, kennis, iemand uit de straat, misschien wel iemand van wie je zielsveel houdt, een familielid.

Is dat niet een enorme opgave in Nederland, waar net de christelijke partijen weer een flink verlies hebben geleden?

Is het gewoon niet “teveel gevraagd”?

 

**

 

Waarom begin ik vanmorgen bij het begin.

Wat is bidden eigenlijk ?

Wat mag je ervan verwachten?

Stel we zouden van alle mensen die hier vanochtend bij elkaar zijn vragen wat ze verwachten van bidden, dan zouden we een hele stapel reacties krijgen.

-dat ik merk dat God luistert

-dat God er concreet iets mee doet

-dat er iets verandert

-dat ik verhoring zie

 

Als dat is waar je aandenkt,

durf ik te beweren dat je te weinig verwacht van bidden.

 

Wat zegt God daar zelf over?

Laten we eens kijken in Psalm 27, vers 8 en 9.

Bidden is: Gods nabijheid zoeken.

Letterlijk staat er: Gods gezicht zoeken.

Bidden is dat je God aankijkt.

Dat je oogcontact met Hem zoekt.

En weet je wat dan ontdekt: dat Hij jou allang op het oog heeft.

“Mijn hart zegt u na: zoek mijn nabijheid.”

God verlangt ernaar dat je dichtbij hem komt.

 

Als je weinig bidt, als je Gods gezicht niet zoekt,

dat je langs Hem heen leeft,

dat je eigenlijk doet alsof Hij niet bestaat,

dat je vergeet dat Hij jou ziet.

Als je gaat bidden dan bréék je met die gedachte.

Je richt je op God en je word je er opnieuw van bewust dat je leeft in Gods tegenwoordigheid.

Ken je Psalm 139?

Zoals Psalm 139 zingt:

Heer, U bent altijd bij mij,
U legt uw handen op mij
en U bent voor mij
en naast mij
en om mij heen.

Iedere dag.

Verwachtingsvol bidden, dat begint hiermee dat je elk moment je bewust bent:

God is er!

Ik heb Hem nodig, meer dan wie ook, meer dan wat ook.

 

**

 

Kan dat? kan ik me de hele dag bewust zijn van Gods tegenwoordigheid?

Dat is toch onmogelijk?

Er is zoveel wat me bezig houdt.

Er is zoveel te doen.

Nee, je kunt niet de hele dag aan God lopen denken.

Dan komt er toch niks meer uit je handen?'

En het is voor mij erg verleidelijk om dan maar te antwoorden:

'Nee, natuurlijk niet.

Natuurlijk kun je niet de hele dag aan God denken.

Echt, dat vraagt God niet van je.'

En toch geef ik dat antwoord niet.

Omdat het te gemakkelijk is en omdat het te goed past in ons straatje.

 

Nee, het is belangrijk om die vraag eerst maar eens echt te laten staan:

de vraag of je niet de hele dag aan God kunt denken.

Praktijkvoorbeeldje:

ik vraag aan Joanneke: vergeet jij Nieke wel eens?

(antwoord:…)

Zie je, het gebeurt écht dat iemand je de hele dag bezig houdt.

Of stel, je bent verliefd.

Dat houdt je de hele dag bezig.

Wat je ook doet, waar je ook bent, je moet steeds denken aan degene op wie je verliefd bent.

 

En andersom, er kan ook iets heel ergs in je leven gebeurd zijn,

je kunt een groot verdriet in je hart meedragen,

en wat zou je graag willen dat je daar wat meer los van kwam zodat je er niet meer elke minuut van de dag mee bezig zou zijn.

Dus het kan dat iets of iemand de hele dag in je gedachten is.

Dáárom geloof ik dat het te gemakkelijk is om maar te zeggen dat dat niet kan: de hele dag aan God denken.

 

Misschien moeten we de vraag ook wel op een iets ander, een iets dieper niveau stellen:

Zou je het eigenlijk wel willen, de hele dag aan God denken?

Dus even afgezien van de vraag of het kan:

wil je het eigenlijk wel?

Leeft er in je hart wel het verlangen dat God zo echt en overweldigend in je leven aanwezig is

dat je Hem niet meer uit je gedachten kunt bannen?

Want als je dat wilt, als dat verlangen je leven beheerst, dan ga je zoeken naar wegen om dat te bereiken.

We zeggen wel eens: waar een wil is, is een weg.

Nu is dat wel wat te simpel gezegd.

Dat is wel vaker zo met spreekwoorden.

Die doen vaak makkelijke oplossingen aan de hand maar de praktijk is toch wat ingewikkelder.

Maar ik geloof wel dat je kunt zeggen: waar de wil er is, ga je zoeken naar een weg.

Wie dat graag wil, de hele dag aan God denken omdat Hij ook de hele dag aan jou denkt,

wie dat graag wil, zal gaan zoeken naar een weg om dat te bereiken.

En als je dat doet in vertrouwen op de Geest van God, mag je ook verwachten dat je vindt, naar de belofte van de Here Jezus:

wie zoekt, zal vinden, wie klopt zal opengedaan worden, wie bidt ontvangt.

 

**

Ja, dat zegt Jezus, wie zoekt, zal vinden, wie klopt zal opengedaan worden, wie bidt ontvangt.

Maar is dat nu juist niet het probleem?

Een belangrijke blokkade in verwachtingsvol bidden:

Is dat er niets lijkt te veranderen.

Dat ik zo weinig begrijp van wat er gebeurt.

Of van wat er juist NIET gebeurt!

“Bid en je zal gegeven worden, zegt Jezus.

Jaja. Nou mijn ervaring is anders!

Ik word er opstandig van als ik dat lees.”

 

God zegt er duidelijk bij wat je mag verwachten:

God is er duidelijk over wat je áltijd krijgt:

Zijn genade en zijn heilige Geest.

Als je bidt, als je vraagt krijg je Hemzelf.

Ik zei net aan het begin van de preek: we verwachten te weinig van bidden.

Als we allemaal DINGEN van God verwachten,

Als we allemaal veranderingen verwachten.

Dan doen we onszelf tekort en God tekort.

Want God wil zichzelf aan ons geven.

 

Ken je de gelijkenis van de verloren zoon?

We zijn met die gelijkenis begonnen aan dit jaarthema.

De jongste zoon wilde spullen van z’n vader hebben, z’n vader zelf kon wat hem betreft doodvallen.

En in feite gold dat voor de oudste zoon ook: hij bleef trouw bij z’n vader maar aan het eind van het verhaal blijkt: hij kent de vader niet, hij heeft de vader niet lief.

Hij is alleen maar bezig met de spullen van zijn vader.

Wat de Here Jezus doet, is ons telkens laten verlangen naar het hart van Vader.

Hij nodigt ons telkens uit om te schuilen aan het hart van de Vader.

 

Ons bidden loopt soms stuk op het feit dat wij willen dat God dit of dat doet.

En dat zeggen we in gebed tegen hem. Misschien wel heel vaak.

Maar het gebeurt niet.

 

Als God echt Gód is.

Als God alles bedacht heeft en alles gemaakt heeft.

Dan is Hij met niemand te vergelijken.

Dan is het helemaal waar wat ergens staat:

Want zo hoog als de hemel is boven de aarde,

zo ver gaan mijn wegen jullie wegen te boven,

en mijn plannen jullie plannen.

(Jesaja 55:9)

Hoe zou je dan ooit kunnen “snappen” wat God doet?

Hoe zou je ooit kunnen zeggen: “God had dat moeten doen?”

Is God dan niet gekrompen tot zo’n formaat dat je ‘m in je achterzak hebt?

Het kan niet anders: of wie God beter leert kennen, van hart tot hart, zal steeds meer zeggen: u bent onvoorstelbaar.

Paulus zei dat: “Hij is in staat oneindig veel meer te doen dan wij denken of beseffen kunnen.”

(Efeziërs 3:20)

 

Wat moet er gebeuren als ik bid?

Moet God veranderen?

Of moet ik veranderen?

Ik geloof dat we alle dingen aan God mogen voorleggen, alles mogen vragen.

En dan vol verwachting mogen kijken wat God gaat doen.

En ondertussen blijven bidden, zijn aangezicht blijven zoeken.

Dat is heel spannend.

Maar ik ben ervan overtuigd dat God je wil laten zien wat Hij doet met je gebed.

Al is dat iets heel anders dan je vroeg.

 

De bijbel vertelt ons dat mensen soms rechtstreeks ontvingen wat ze vroegen.

Denk aan Gideon, of denk aan Elia.

Maar net zo goed dat mensen helemaal niet kregen wat ze vroegen, maar wel iets anders.

Denk aan Paulus, die 3 keer bad of een bepaalde angel uit zijn leven mocht worden gehaald.

Hij kreeg als antwoord: “mijn genade is genoeg voor jou”.

Denk ook aan Jezus in de tuin van Getsémané.

Hij vroeg of de lijdensbeker, of de dood aan het kruis niet hoefde.

Maar God gaf hem de kracht om te sterven tot verzoening voor de hele wereld.

 

Misschien klinkt het als een lege huls.

Als je beseft wat gebed is, als je dat in praktijk gaat brengen zul je kunnen ervaren dat het anders is.

 

Nog een keer die vraag: hoe kun je verwachtingsvol blijven bidden?

Veel mensen lopen vast op God omdat ze Gods liefde niet kunnen rijmen met het kwaad in deze wereld.

Hoe kan het dat ik bid voor genezing maar mijn geliefde sterft? En ga zo maar door.

Mag ik je weer even mee terug nemen naar wat bidden is?

14 Nu wij een hooggeplaatste hogepriester hebben die de hemel is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, moeten we vasthouden aan het geloof dat we belijden. 15 Want de hogepriester die wij hebben is er een die met onze zwakheden kan meevoelen, juist omdat hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld, met dit verschil dat hij niet vervallen is tot zonde. 16 Laten we dus zonder schroom naderen tot de troon van de Genadige, waar we telkens als we hulp nodig hebben barmhartigheid en genade vinden.  (Hebreeën 4:14-16)

 

Wat gebeurt er als ik Gods aangezicht zoek?

Dan ontmoet ik Jezus.

Elke keer dat je ellende treft is een nieuwe kans om te ontdekken waarom Jezus kwam.

Hoe nodig het is dat Jezus kwam, als een mens helemaal naast ons staan,

Hoe nodig het was dat Hij biddend worstelde in de tuin van Getsemané.

Hoe nodig het was, hij sterven aan een kruis.

Hoe nodig het was dat Hij opstond uit het graf.

 

**

 

Ik begon de preek met deze vragen:

Bid je vol verwachting voor ander die God nog niet kent?

Bid je dat de ander open mag gaan staan voor wie God is?

Kun je dat volhouden, als je dat al jaren doet, blijven bidden voor diegene om wie je geeft, een vriend, kennis, iemand uit de straat, misschien wel iemand van wie je zielsveel houdt, een familielid.

Er zijn genoeg redenen om zulke dingen niet te bidden.

Bijvoorbeeld deze reden: er is binnen de gemeente nog zoveel te doen,

heel wat mensen, heel jongeren ook, die niet leven met God,

moeten we niet “binnen” beginnen?

En is het niet veel te vroeg om “naar buiten” te gaan?

 

Er is ook een reden om zulke dingen niet te bidden:

Hoe zouden wij het vinden als de Here dagelijks mensen ging toevoegen aan de gemeente?

Net als in de tijd van Pinksteren.

Zijn we bereid hen met open armen te ontvangen? Willen we ons inzetten om hen verder te helpen? Of moeten we daar eigenlijk niet aan denken?

Dat zou een hoop werk geven.

Is het ons teveel van het goede?

Dat is ook mijn persoonlijke ervaring, dat bidden “gevaarlijk” is.

Zo bad ik voor mensen uit mijn straat.

Ze maakten iets heel ingrijpends mee.

Ik zag ze worstelen om ermee in het reine te komen, zonder God.

En ik vroeg aan God of hij zichzelf bekend wilde maken aan hen, of Hij iets goeds wilde maken uit het slechte dat hen overkwam.

En binnen een week wilden ze graag praten over het evangelie.

Als je bidt kan het je een hoop werk opleveren.

 

**

 

Het mooie van verwachtingsvol bidden is dat je er niet vroeg genoeg mee kan beginnen.

Gewoon met je kinderen op schoot.

Jullie kunnen je kinderen geen groter geschenk geven dan ze te laten merken dat je alles verwacht van God.

Dat pappa en mamma goed voor je proberen te zorgen, maar dat God degene is die ze alles geeft.

Dat maakt opvoeden ook een stuk relaxter.

Wij kunnen als ouders fouten maken en wij moeten leren om sorry moeten zeggen.

(Dat gaat mij niet zo heel goed af, trouwens.)

Want wij zijn niet goed, maar God is goed.

En als je kinderen groter worden, op een dag naar school moeten, mag je voor ze bidden.

Wat geweldig! Jij laat ze een beetje los, maar God niet.

 

Ik wens jullie en mezelf toe dat we mogen groeien in verwachtingsvol bidden.

Ik wens je toe dat je steeds meer en steeds vaker zult beamen wat Jezus zegt:

wie vraagt ontvangt,

en wie zoekt vindt,

en voor wie klopt zal worden opengedaan.

 

 

Het gebed dat verhoord werd!

Ik vroeg om kracht
en God gaf me moeilijkheden om me sterk te maken.

Ik vroeg om wijsheid
en God gaf me problemen om te leren ze op te lossen.

Ik vroeg om voorspoed
en God gaf me verstand en spierkracht om mee te werken.

Ik vroeg om moed
en God gaf me gevaren om te overwinnen.

Ik vroeg om liefde
en God gaf me mensen om te helpen.

Ik vroeg om gunsten
en Gods gaf me kansen.

Ik ontving niets van wat ik vroeg.
Ik ontving alles wat ik nodig had."