| Jozua 2 |
|
Gz 109:1+2+3+4 Halleluja, lof zij het Lam Wet Gz 154:1+2+3+4 Ach wat moet ik toch beginnen Gebed Schriftlezing: Jozua 2 Ps 44:1 Preek Ps 16:1+2+3 Gebed Collecte Liedboek 300:1(allen)+2(vrouwen)+3(mannen)+4(vrouwen)+5(mannen)+6(allen) “Eens als de bazuinen klinken” ** Wees sterk en moedig. Daarmee begonnen we vorige week met Jozua. Een mooi hoofdstuk aan de start van een nieuw seizoen. Gods beloftes gaven reiken altijd verder dan je denkt, en hoe meer je je ervan toe-eigent des te meer heb je ervan. Je mag gratis winkelen bij God, wees dan sterk en moedig. Concentreer je op Jezus, in Wie al Gods beloften samenkomen, en op zijn evangelie. Wat je gelooft dat heb je. Die aanmoedigingen van God en zijn profeten hebben we alvast. De vraag is WIE er gelooft in deze aanmoediging, en WIE ermee aan de slag gaat. Lees maar mee! (we lezen Jozua 2) Een bijzondere geschiedenis, vind je niet?! Gods volk wordt aangemoedigd “sterk en moedig” te zijn.. maar het is een vrouw van buiten Gods volk die “sterk en moedig” is! Ik nodig je vanmorgen uit om dicht bij jezelf te blijven, om dicht bij je eigen leven te blijven en te kijken wat er te leren valt van Jozua 2. Veel leren kun je niet van deze geheime spionnen die Jericho moeten verkennen. Ik heb weinig verstand van spioneren, maar het idee van een spion is toch dat niemand ‘m ziet of hoort? Nou, het zijn klunzen, want op de dag dat ze aankomen hoort de koning van Jericho al dat zij rondlopen in de stad. Ze hebben zichzelf verraden. En tja, spionnen moeten wat verkennen. Maar wat verkennen ze nou helemaal? Daar lees je niks over. Wél dat ze de horeca en de nachtclub verkennen, terechtkomen bij de hoer van de stad, Rachab. Het is aan de lezer om te beoordelen wat ‘ie daarvan vindt. Ja, wat moet je daarvan vinden? Het is goed om op te merken dat er geen verwijt valt in deze verzen. Misschien was het wel tactiek van de spionnen om bij haar te overnachten, juist daar waar veel mannen gaan en komen. Daar hoor je nog eens wat en gedraagt iedereen zich stiekem, da’s goed voor privacy. Hoe dan ook. Ze willen bij haar overnachten, bij haar slapen, staat er in het hebreeuws, en da’s net zo dubbelzinnig in de grondtekst als in het Nederlands. Opvallend is dat vers 1 het eerste en het laatste vers is dat deze spionnen zelf het initiatief hebben. Ze komen in Jericho, en zij gaan overnachten bij een hoer. Nee, sterk en moedig zijn deze sukkels niet. De rest van de geschiedenis zijn het anderen die dingen doen, die de richting bepalen. Om te beginnen de koning van Jericho. De slapende honden van de koning van Jericho zijn wakker gemaakt en zitten tot vers 22 achter de twee verspieders aan. Ze worden alleen maar gered door de doortastendheid en de moed van de hoer waar ze heen gegaan waren. Zij, Rachab, is dan ook het onderwerp vanaf vers 4. Zij bepaalt wat er gebeurt en wat er gedaan wordt. Proef de nuance die in vers 17 ligt: daar hebben de mannen het over “de eed die jij ons hebt laten zweren”, en in vers 21: “zij liet de mannen gaan”. Dat betekent: als er iets goeds komt uit dit avontuur, dan ligt het in elk geval niet aan de spionnen. Zij doen niks goed. Als het hele land uiteindelijk in de macht van de Israëlieten komt is dat omdat de Here het gegeven heeft. De conclusie uit vers 24: “De Heer heeft ons het hele land in handen gegeven”, moet je dan ook met de juiste klemtoon lezen: “De Heer heeft ons het hele land in handen gegeven”. Dat is wat ze hebben geleerd, onze spionnen. ** “De Heer heeft ons het hele land in handen gegeven”. Zelfs dat is geen conclusie die de 2 heren zelf hebben getrokken. Nee, het is een uitspraak van Rachab. De naam Rachab, voor u en mij een van de vele bijbelse namen, is een naam met een betekenis, die klinkt voor een jood nogal grof. Letterlijk betekent Rachab – het is een beetje gênant om te zeggen – “degene die zich opent”, “degene die zich wijder maakt”. Een naam die weinig aan verbeelding overlaat. En toch is het juist Rachab die een geloofsbelijdenis uitspreekt: Ik weet,’ zei ze tegen hen, ‘dat de HEER dit land aan jullie heeft gegeven. Wij zijn door angst overmand. Alle inwoners van dit land zijn doodsbang voor jullie. (vers 9). Rachab verbindt aan die zekerheid de consequentie die eigenlijk de verspieders er aan hadden moeten verbinden: zij is sterk en moedig en redt zo haar leven en het leven van haar familie. Rachab gelooft niet alleen, zoals de brief aan de Hebreeën later zegt (11:31), maar ze trekt ook de consequenties uit dat geloof, zoals de brief van Jakobus later zegt (2:25): Werd niet ook Rachab, de hoer, rechtvaardig verklaard om wat ze deed, toen ze de verkenners ontving en langs een andere weg liet vertrekken? Dat levende geloof van Rachab blijkt aan het eind het dode geloof van de verkenners tot leven gewekt te hebben: ze zeiden tot Jozua: de Here heeft het hele land in onze macht gegeven. Maar zelf hoeven ze daar niet trots bij te zijn. Rachab is voor hen een beschamend voorbeeld. Toch heeft dit beschamende voorbeeld bij deze twee mannen goed gewerkt. Ze komen bij Jozua terug met de geloofsbelijdenis van Rachab als rapport. Zo is dat precies de bedoeling van beschamende voorbeelden. Als wij ons schamen omdat onkerkelijken tot geloof komen en met meer blijdschap geloven dan wij, meer hun keuzes vanuit Gods woord maken dan wij. Als de laatsten de eersten zijn, of als er nog steeds hoeren ons voorgaan, onder andere via de hulporganisatie die haar naam aan Jozua 2 ontleend, Het Scharlaken Koord - wat doen we dan met die schaamte? Het is de bedoeling dat die schaamte ons in beweging zet om echt een voorbeeld aan die beschamende voorbeelden te nemen. Als we ons schamen omdat we slap en laf geweest zijn geven zij een voorbeeld om weer sterk en moedig te worden en echt uit genade te leven, omdat God alles geeft. ** Omdat God alles geeft… Dat gaat allemaal nog meer spreken als we nog wat meer inzoomen op wie Rachab is en op wat zij doet. Rachab is natuurlijk niet iemand die nog-niet-gekozen-heeft, Ze is geen neutrale persoon, iemand die zoekende is zeg maar. Nee, zij zit in het foute kamp. God komt met zijn oordeel over Jericho juist vanwege vrouwen als Rachab. Vanwege hoeren als zij moet Israel iedereen doden, de stad met de ban slaan, zoals dat heet. En zij wist dat. Als de Israëlieten kwamen zou de dood gemaakt worden, net als de de koningen van de Amorieten, Sichon en Og, aan de overkant van de Jordaan. En nu komt het: het opduiken van deze 2 spionnen was voor haar een boodschap van God. niet voor niks zegt Jacobus (in de vertaling van ’51) 25 En is niet evenzo Rachab, de hoer, uit werken gerechtvaardigd, toen zij de boodschappers in huis nam en langs een andere weg liet heengaan? Boodschappers, engelen, zie je het? Jammer dat het verloren gegaan is in de nbv, maar goed. Boodschappers van een doodvonnis. Rachab weet dat. Ze is geen toeschouwer, ze is echt een vrouw uit Kanaän. Ze zegt steeds ’wij’ tegen de verspieders, en distantieert zich niet van haar volk. Rachab is geen verrader, ze is niet ’de hoer van de vijand’. Ze is ook inhoudelijk echt een vrouw uit Kanaän: haar beroep zegt genoeg. Ze hoort zelf tot de redenen waarom God de Kanaänieten het land uit wil hebben. Aan al die vuiligheid moet een eind gemaakt worden. Ze hoort tot het gebannene. Wat is zij “sterk en moedig”. Ze geeft de moed niet op. Het lef waarmee ze de dienaren van de koning van Jericho afwimpelt is alleen nog maar een voorproefje van het lef waarmee ze voor zichzelf en haar familie het leven afdwingt van de twee spionnen. Ze laat hen zweren, en een teken geven. Ze dwingt hen een verbond met haar te sluiten, dat haar en de mensen om haar heen het leven geeft. Ter dood veroordeeld of niet, ze dwingt genade af, door zelf goed te doen, door zelf genade te bewijzen. Als deze mannen echt boodschappers van God zijn, dan moet er toch een kans op leven zijn. Als het inderdaad de Here God zelf is die het land geeft, dan is Hij het ook die beslist, en dan is het maar niet Israël waar het om gaat, maar gaat het om Israëls God; dan gaat het maar niet om de vernietiging van de bewoners vóór Israël, maar om geloof in de God van Israël. Dat geloof is Rachabs uitgangspunt: ze weet dat de Here het land gegeven heeft. Om die God draait dan ook alles. Ze heeft gehoord wat de Here gedaan heeft, en die kennis van de Here is niet maar aan de buitenkant van haar leven gebleven. Ze heeft gehoord, maar is geen toeschouwer gebleven, maar betrokken. De profeten die Jozua schrijven laten haar zo ongeveer in bijbelcitaten spreken. Ze kent het lied van Mozes bij de Rietzee (Exodus 15), ze kent Psalm 135 en 136, en ze kent Deuteronomium 4:39, over de Here die de enige God is in de hemel daar boven en op de aarde hier beneden, er is geen ander. Ze spreekt en blijkt de tora in haar hart te hebben, zoals ze al eerder het werk der wet deed toen ze de verspieders verborg. Ze is een echte Kanaänitische, maar in haar doen en laten tegelijk een echte Israëlitische in de goede zin van het woord. Kennelijk heeft dat de verspieders overtuigd, want ze geven Rachab grif waar ze om vraagt, zonder protest of tegenspraak, al blijft het een eed die zíj hen heeft doen zweren. Dat de Here juist verboden had om uitzonderingen te maken en genade te tonen komt hier niet aan de orde. Dat is pas verderop, in dat verhaal over de Gibeonieten, Jozua 9. Hier heeft God zelf al een uitzondering gemaakt en een geloof gegeven zoals dat in Israël zeldzaam is. Tussen de regels door hoor je hier al iets van de Zoon van de God van Israël tegen die buitenlandse vrouw: De vrouw antwoordde: ‘Heer, de honden onder de tafel eten toch de kruimels op die de kinderen laten vallen.’ Jezus zei tegen haar: ‘Dat hebt u goed gezegd.’ (Marcus 7:28) ** Wees sterk en moedig, zei God tegen Israel. Maar als je erbuiten stond, buiten de kring van het verbond? Da’s een vraag waar je vandaag ook tegenaan kan botsen. Waarom is de één wel opgevoed met God, en de ander niet? Waarom is de één wel als kind gedoopt en de ander niet? Onthou: bij God werkt het altijd anders dan je denkt. De buitenstaander Rachab, de terdoodveroordeelde Rachab, zij is sterk en moedig. Zelfs onder de ban van God kun je uitkomen. Hoe erg het ook is wat je gedaan hebt of hoe verloren en verworpen je je ook voelt, zolang je leeft is er beweging mogelijk. Ook als de deur bij God dicht lijkt, hij zit niet op slot. Door haar geloof ontving de hoer Rachab de verkenners gastvrij in haar huis en is ze niet met de ongehoorzame bewoners van haar stad omgekomen. (Hebreeën 11:31). ** Sommige mensen denken dat de bijbel puur geschreven is door mensen. Mensen die hun verhaal kwijtmoesten. Welke Israëliet, welke jood, zou zo’n verhaal verzinnen? Je kunt hoofdstuk 2 missen. Als je hoofdstuk 2 eruit knipt loopt het andere verhaal zo door. Het eind van hoofdstuk 1 loopt naadloos over in hoofdstuk 3. Zie je het? Je zou haast denken dat het later ingevoegd is, hoofdstuk 2. Alleen… wie zou zo’n gek verhaal invoegen? Een verhaal waarin de Israëliet faalt en de heidense vrouw, een hoer ook nog is, de glansrol heeft? Wie bedenkt zoiets? Alleen God kan zoiets bedenken. Wat geen oog heeft gezien, geen oor heeft gehoord: genade voor verloren zondaars, dat heeft God bedacht. God die niet alleen met zijn eigen volk bezig is. Of je maar wilt onthouden dat Jezus altijd schapen zoekt die niet van deze stal zijn. Of je maar wilt onthouden dat de deur van de kerk open moet staan voor wie maar wil binnenkomen. Want het gaat niet om jou, of mij, of om ons. Maar het gaat om geloof, geloof in de God in Israël, geloof in Jezus Christus. Als het allemaal genade is, is niemand bijvoorbaat uitgesloten. Als God geeft, wie zou zeggen: dit is niet voor jou? Als God uitkiest, dan hoef je niemand bijvoorbaat op te geven! Sterker nog: voor Hem zijn juist verloren mensen onmisbaar. In Matteüs 1 vind je haar terug, Rachab. In de stamboom van Jezus Christus. Er staan nauwelijks vrouwen in die stamboom, maar wel de naam van Rachab. Ze heeft een gelovige man getrouwd, Boaz was haar kind, weet je wel, die met Ruth zou trouwen, Ruth, de overgrootmoeder van koning David. God liet zijn zoon geboren worden uit een maagd, zonder tussenkomst van een man. Maria, de moeder van Jezus. En ergens klopt dat precies bij wat je je voorstelt. God komt natuurlijk via een zuivere vrouw. Maar wat je niet kon verzinnen is dat God n het voorgeslacht van zijn zoon ook Rachab, de hoer wilde gebruiken. Je kon ook niet verzinnen dat hij die waardeloze spionnen kon gebruiken. Zou God dan u, jou en mij niet kunnen gebruiken?
|

