| Lucas 2:40-52 |
|
Het zal je maar gebeuren. Dat je kind weg is! Nergens te vinden. Vermist. Het zal je maar gebeuren dat je ‘m dagenlang loopt te zoeken. Geen politie, geen Amber-alerts in de tijd van Jozef en Maria. Een verhaal dat je raakt, juist op een dag als deze, Juist als je je kind zo heerlijk dichtbij hebt als vandaag, En als ze gelukkig nog niet weg kúnnen lopen. Maar wat betekent dit bijbelverhaal voor je? Denk je: beetje dom van Maria en Jozef om Jezus te zoeken? Hij was toch Gods zoon, dus natuurlijk was Hij in de tempel. Misschien brengt het verhaal afstand tussen jou en Jezus. Hij is zo slim, wist goede vragen te stelen en de mensen stonden versteld van zijn inzicht en zijn antwoorden. Zoveel weet ik niet over God. Maar waarom zou dit verhaal in de bijbel staan? Stukje informatie over Jezus’ jonge jaren? Of zou dit verhaal iets kunnen betekenen voor je geloof in Jezus Christus als jouw verlosser? Want laten we wel wezen: dáárvoor staat elk stukje over Jezus in de bijbel. Om jou eeuwig leven te geven. ** Zoals elk jaar ging het gezin van Jozef en Maria de lange reis maken van Nazareth naar Jeruzalem. Ik dacht altijd dat dit de eerste keer was dat Jezus meeging, zeg maar als start van z’n volwassenheid, vroeger waren ze wat eerder volwassen dan wij nu. Er staat: Jozef en Maria gingen elk jaar. Uit niets blijkt dat het Jezus’ eerste keer was. En waarom zouden ze niet elk jaar als gezin zijn gegaan? We kunnen uit deze geschiedenis iets leren over de manier waarop we ouders mogen zijn voor onze kinderen. Kijk eens mee. Jozef en Maria laten hun woonplaats achter, alle dingen van thuis laten ze los, om te gaan naar de plek waar ze God ontmoeten. En reken maar dat ze onderweg Psalmen als nr 122 of 121 hebben gezongen, waar wij de dienst ook mee zijn begonnen. Moet je je voorstellen. Als je op zo’n dagenlange reis gaat, moet je uit je comfort-zone stappen. Je trekt samen op met andere gelovigen, en soms zie je je kind een dag niet, want je kind maakt deel uit van een grotere gemeenschap. De gemeenschap van Gods gezin. Wat een prachtige kans om samen op te trekken, te leren van hoe anderen het doen. Om gevormd te worden, veranderd te worden naar het model van het volk van God. Deze geschiedenis houdt ons een spiegel voor: hoe belangrijk is het wel niet om op te trekken met andere christenen, om “samen met alle heiligen de lengte en breedte, de hoogte en de diepte van Christus’ liefde te kennen, om vol te stromen met Gods volkomenheid”. Daarom geeft God broers en zussen in de kerk om samen mee op te trekken. Daarom vindt de doop ook plaats in de kerk. Niet thuis. Daarom ook mag deze doop een feest zin voor ons allemaal. Of we zelf kinderen hebben of niet. Peter en Martine, Wim en Esther, dat is het eerste wat we mogen ontdekken in deze geschiedenis. Jullie kind is aan jullie toevertrouwd, maar is tegelijk deel van Gods gezin. Want we ontdekken hier dat we allemaal samen oplopen, ook met de kinderen van de gemeente. Daarom doe je je kinderen naar een school, waar hetzelfde geloofd wordt als thuis. Daarom gaan ze mee naar het jeugdwerk van de gemeente. Welke initiatieven nemen jullie als ouders om je kind goeie relaties te laten krijgen in Gods familie?. Dat zijn initiatieven die je allereerst als ouders neemt. Door zelf vriendschappen aan te gaan met christenen maak je ook je kinderen vertrouwd met het leven als christenen, véél breder dan je eigen gezin. ** Nu is deze geschiedenis opgeschreven door Lucas. Op het moment dat het goede nieuws van Jezus’ opstanding uit de dood de wereld overging. In de wereld van die tijd was men met grote figuren gewend aan indrukwekkende verhalen over de kindertijd. Voor het gevoel van de mensen in Lucas’ tijd horen bij een verhaal over een groot man of een goddelijke figuur ook verhalen over allerlei grote daden die de held in zijn jeugd verrichtte. Nu ruimt Lucas voor dit onderwerp een plek in. De manier waarop hij die rubriek vult is echt zo afwijkend. Geen opzienbarende gebeurtenissen. Geen wonderen. Wel grote groei in wijsheid en genade bij God. Je kan het in 2 verzen samenvatten (vs 40 en 52). Wat een anticlimax voor de lezers van die tijd. Er valt minder te beleven dan men gedacht had. Jezus groeit gewoon thuis op. En wat hier gebeurt, dat hij kwijt is, is duidelijk een uitzondering. Niks voor Jezus. Als hij een weglopertje was, waren ze natuurlijk nooit zonder hem uit Jeruzalem vertrokken zijn. Waren ze heus niet eerst een dag gaan reizen. Daarom zijn z’n ouders ook zo van streek. Dit past helemaal niet in het plaatje. Er is eigenlijk niks bijzonders over zijn jeugd te vertellen. Maar waarom heeft Lucas het dan niet zo gelaten? Als Hij had willen vertellen hoe wijs Jezus was, had hij dat ook kunnen houden bij vers 40 en en 52. Nu gaat hij een heel verhaal vertellen over de zoektocht van Jozef en Maria. Waar gaat het nou eigenlijk om? Om Jezus’ wijsheid of om die zoektocht? Tot mijn verbazing zegt één van de handboeken die ik graag gebruik, Die van Van Bruggen, Daarover: Op zich kun je de verbazing van de leraren over Jezus’ inzicht en antwoorden beschouwen als een illustratie van Jezus’ wijsheid vs 40. Aan de andere kant is het opvallend dat juist over de inhoud van het gesprek niets wordt verteld: verreweg het grootste deel van het verhaal is gewijd aan de actie en de reactie van Maria en Jozef. De conclusie moet wel zijn dat Lucas zijn korte schets over Jezus’ jeugd zo opbouwt dat de aandacht niet valt op zijn grote wijsheid, maar op de aparte manier waarop hij zich tijdens een pascha onttrekt aan het oog van zijn ouders. Eigenlijk een écht kinderverhaal: kind vermist in Jeruzalem. ** Je begrijpt misschien dat ik op dat moment van m’n preekvoorbereiding dacht: wat nu? Hoe moet het ooit nog iets worden met die preek? Die gezamenlijke reis naar de stad van God, oké, die houdt ons een spiegel voor als gemeente. Wat brengen wij terecht van die gezamenlijke reis? Maar…wat voor zin heeft het om het over die zoektocht van Jozef en Maria te hebben? Wat heb je eraan als het thema van deze preek inderdaad moet zijn “kind vermist”? Maar ik ben niet voor die uitdaging weggelopen, en ik hoop jij ook niet. Laten we het eens proberen. “Waarom hebben jullie naar mij gezocht?” Die vraag stelt Jezus. Jozef en Maria kunnen niks met dat antwoord. Wat bedoelt Jezus met die vraag? Dat Jozef en Maria wel hadden kunnen weten dat hij in de tempel zou zijn? Nee. Want dan had hij wel gevraagd: “waarom konden jullie me niet vinden?” Maar hij vraagt: “waarom zijn jullie me gaan zoeken?” Wat een vraag. Natuurlijk zoeken ouders hun kind. ** Het is alsof Jezus een raadsel opgeeft: het raadsel van zijn leven. Jullie konden weten dat ik niet van jullie ben, maar van mijn vader. Z’n ouders zullen Hem kwijtraken vanwege zijn dienst aan de Vader. Hij kan niet aan de opdracht van zijn hemelse Vader voldoen zonder verloren te gaan voor zijn aardse familie. Zijn moeder zal Hem zelfs kwijt raken tot aan het kruis en in de dood. Had Lucas een paar verzen hiervoor, in vs 35 niet verteld dat er een zwaard door haar ziel zal gaan? En juist ná de kruisiging wordt een vraag gesteld die verdacht veel op deze lijkt. Als vrouwen Jezus komen zoeken in het graf en hem dan niet vinden, Zeggen de engelen dat ze ook niet bij de doden hadden moeten zoeken: Zoeken jullie de levende bij de doden? Hij is de levende van God. Hadden ze dat niet kunnen weten? Zie je? Dan is de cirkel rond, en het raadsel van zijn leven opgelost. Hij moet verloren gaan om ons te zoeken, Hij moet vermist worden zodat wij gevonden worden. ** Wat kunnen wij met die vraag van Jezus? Jezus verwijt hun niet “waarom kon u Mij niet vinden!”. Maar hij vraagt: waarom gingen jullie mij zoeken?” Je kunt er geen touw aan vast knopen. Wie is hier eigenlijk kwijt? Jezus blijkbaar niet. Hij is waar hij hoort te zijn. Hij is thuis bij zijn vader. Op een manier die voor Jozef en Maria totaal onbekend is. Hoe trouw ze jaarlijks ook opgaan naar Jeruzalem. Jozef en Maria zijn de weg kwijt. Zij zijn angstig. Ongerust. Kunnen Jezus niet vinden. In deze geschiedenis laat Jezus merken dat het precies andersom is dan Jozef en Maria denken. Zij zijn kwijt. Wat kunnen wij met die vraag van Jezus? Laat die vraag vanmorgen eens binnenkomen? Niet als een verwijtende vraag: waarom kon u Mij niet vinden? Dat vroeg Jezus niet. Maar als liefdevolle vraag: waarom gingen jullie mij zoeken? Jezus is niet gekomen om gered te worden, maar om te redden. Jezus is niet gekomen om gezocht te worden maar om te zoeken wat kwijt was. Hij zegt: jij bent kwijt. Ik wil jou zoeken. Jij bent verdwaald. Ik ben gekomen om je thuis te brengen. Je hoeft mij niet te redden. Ik red jou. Misschien vraag je je af: hoe moet ik God zoeken? Waar kan ik Hem vinden? Prima vraag. En misschien gaan je vragen nog dieper! En vraag je: Waarom vind ik Hem nergens? En dan vraagt Jezus: De eerste uitspraak van Jezus die van Hem bekend is: Waarom zoek je me? Ik zoek jou. Denk je dat ik kwijt ben? Jij bent kwijt. Voel je wat een verschil dat maakt? De zoon van God wil jou vinden, Hij wil jou redden, Hij is op zoek naar je. Hij is al in het huis van de Vader. Wist je dat niet? En Hij wil jou daar ook hebben. Wist je dat niet? Gaan daar Jezus’ gelijkenissen niet vaak over? Over 1 schaap dat kwijt was. Over een jongste zoon die verloren was, maar teruggevonden is? Vanmorgen zijn hier 2 kinderen die gezocht moeten worden. 2 kinderen die gered moeten worden. Dat is niet iets wat wij kunnen zien. Wij vinden die kinderen helemaal prachtig. Toch zegt God nu al: ik zoek ze op, Fleur en David. ik noem jullie bij je naam, ik heb jullie gevonden, En zometeen in de doop zegt God tegen hen: Jij bent zo kostbaar in mijn ogen, zo waardevol, en ik houd zo veel van je Wees niet bang, want ik ben bij je. (Jesaja 43) ** Wat kunnen we zorgen hebben over onze kinderen: zullen ze God wel vinden? Misschien raken ze God wel kwijt. Jezus draait alles om. Leer je kinderen dat God naar hen zoekt. Laat je kinderen maar vertellen over alle dingen die stuk zijn op deze aarde. Waarom er zomaar ruzie is. Waarom lieve mensen doodgaan. Waarom er oorlog is. Waarom het leven soms zo’n pijn doet. En vertel het ze maar: Deze wereld is verloren, en verloren zijn de mensen op deze wereld, Maar er is goed nieuws. 2000 jaar terug al zocht Jezus al naar jou! 2000 jaar terug bezig met de dingen van zijn Vader, voor jou! Toen al in huis van zijn Vader, om jou terug te brengen in het huis van de Vader. Hij staat ook bij jou voor de deur, Hij klopt. En doe je open, dan komt Hij binnen. Hij klopt ook aan de deur van jouw hart. ** Gemeente van onze Heer, Jezus Christus, We zijn op reis naar God. We mogen die reis samen maken. De kerkdiensten, de groeigroepbijeenkomsten, en al die andere dingen die we samen doen, herinneren ons daaraan. We maken die reis omdat God ons daarvoor uitkoos. Zijn zoon ging ons vóór. Hij zoekt ons, al voordat wij Hem zochten. De bijbel zegt: dit is liefde, niet dat wij Hem hebben liefgehad, Maar dat Hij ons heeft liefgehad. Elke keer dat er gedoopt wordt, herinnert jou dat aan je eigen doop of aan het feit dat ook jij gedoopt kan worden. ** Zingen Psalm 122:1 Zingen Opwekking 640 “Mijn hulp is van U, Heer” Wet Zingen: Ps 40:3+4 Gebed Schriftlezing: Lucas 2:40-52 Verkondiging Zingen: Gz 78:1+2+3 Doopsformulier 3 Gebed voor de doop Luisterlied “Doop” Vragen stellen aan de ouders (kinderen komen naar voren) kinderen: "God kent jou vanaf het begin" bediening van de doop aan Fleur van Harten en aan David van Tiel Fleur Evi Anna van Harten (Peter en Martine) David Wilhelmus Matthias van Tiel (Wim en Esther) (kinderen gaan weer zitten) Luisterlied aangepaste versie Opwekking 617 “Een machtig Maker”) Gebed Collecte Zingen: Liedboek 460:1+2+3+4 |

