| Matteüs 5:17-20 (Gezamenlijke dienst met CGK) |
|
Voor de dienst: Gz 133:1+2+3+4+5 (Gereformeerd Kerkboek) Ps 99:1+2 (Liedboek idem Gereformeerd Kerkboek) Gebed Schriftlezing: Matteüs 5:17-48 Ps 67:1+2 (Gereformeerd Kerkboek) Tekst: Matteüs 5:17-20 Preek Liedboek 481:1+2+3+4 Dankgebed Geloofsbelijdenis, antwoord: Ps 43:3+4 (Liedboek idem Gereformeerd Kerkboek) Collecte Slotzang: Liedboek 78:2+4 ** We moeten het vanavond maar eens hebben over iets dat CGK en GKV gemeenschappelijk hebben. Namelijk dat we allebei de wet van God, de 10 geboden voorlezen in de eredienst. Daarin staan we – denk ik – in ons mooie Leeuwarden tamelijk alleen. Ik moest daar opnieuw over nadenken toen iemand me aanviel op het feit dat we de wet lezen in de kerk. Hoe kun je nou de 10 geboden lezen in een christelijke kerk? Is dat niet typerend voor de onvrijheid in de gereformeerde kerk? Is het niet een teken dat we leven van regeltjes ipv genade? Dat Gods Geest niet de ruimte krijgt! In het nieuwe verbond weten we toch ook zonder wet hoe we moeten leven? Waar gaat het nu om in ons leven als christenen? Gaat het om wet of om evangelie? Zijn we nu vrij of zijn we gebonden? Moeten wij ook niet de wetslezing afschaffen? Het staat toch duidelijk in Galaten: 9 En dus wordt iedereen die gelooft samen met Abraham, de gelovige, gezegend. 10 Maar iedereen die op de wet vertrouwt is vervloekt, want er staat geschreven: ‘Vervloekt is eenieder die niet alles doet wat het boek van de wet bepaalt.’ (Galaten 3) De kritiek is: Door de wet voor te lezen, leren wij mensen vertrouwen op de wet, dus leggen we elkaar onder de vloek. Ik laat die tekst even staan. Om het spannend te houden. Nu zegt stapt onze Heer Jezus deze discussie binnen: Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Elke punt en komma van de wet moet gehouden worden. Dus als predikant krijg ik een waarschuwing: als ik een gebod afschaf en aan anderen leer om hetzelfde te doen, dan zal ik de kleinste zijn in het hemelse koninkrijk. En zo voel ik me vandaag: tussen 2 vuren in. Het vuur van mensen die geen wet willen en het vuur van Gods Zoon, die wil dat ik elke punt en komma van die wet onderwijs. ** Er waren ook toen mensen die dachten: Jezus spreekt over vrijheid, verlossing, genade, nu hebben we niks meer te maken met regeltjes. Die mensen spreekt Hij aan. En hij zegt: Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Hoe kan Jezus dat zeggen? Hij zegt dat als de Zoon van God. Hij kent het hart van de Vader. De eeuwige Vader die eeuwen en eeuwen is meegetrokken met het volk Israel. Die ze keer op keer de weg naar het leven wijst. Door de wet die heilig is en goed. (ook dat staat in Galaten). Het gave van Jezus is dat Hij onthult dat er bij God geen verandering is. God is geen God die vroeger dit vroeg van mensen en vandaag dit. Die in een oud verbond een heel ander gezicht trekt en nu in het nieuwe verbond zegt: ach, het was toch eigenlijk allemaal maar een spel. Heb ik het die joden flink moeilijk gemaakt, maar nu gaan we het allemaal heel anders doen. Dat is in feite wat je zegt als je de 10 geboden voor achterhaald verklaard. God heeft een spelletje gespeeld met mensen. Hij zei dat hij dingen wilde, zette op van alles en nog wat de doodstraf. Maar nu is dat voorbij. Voel je, dat is geen optie. Om te zeggen: de wet geldt niet meer. Daarom zegt Jezus dat ook niet. (even terzijde: Wat van de wet wordt afgeschaft zijn alle dingen van de offerdienst, en alle burgerlijke wetgeving die te maken heeft met Israël als volk, als staat.) Wat bedoelt Jezus nu precies? Wat is de kern? Zegt Hij dan niks nieuws? Zegt Hij hetzelfde als de Farizeeën? Jezus zegt iets heel nieuws. Jezus’ uitspraken zijn echt dynamiet. Explosief materiaal. Hij bevestigt niet alleen wat God vroeger zei, maar hij geeft daar een geweldige verdieping aan. Als jullie gerechtigheid niet groter is dan die van schriftgeleerden en Farizeeën, zullen jullie het koninkrijk niet binnengaan. Wat bedoelt Hij? Wat hij aan de kaak stelt is allereerst: de manier waarop mensen omgingen met de wet. Ze beschouwden de wet als een trappetje naar de hemel. Het was een manier geworden om onafhankelijk te zijn van God. Het werd een eigen gerechtigheid. Mensen gingen de wet op eigen kracht houden. En weet je wat dat voor geloof opleverde? Nou, geen geloof! Ze gingen richting God stoer vertellen hoe goed ze leefden. Denk aan de rijke jongeman die zei: ik heb me aan alle geboden van God gehouden. Denk aan die farizeeër die luidop bad: ik dank u dat ik niet ben als die tollenaar daar. Paulus heeft enorm met deze houding geworsteld in zijn eigen leven. Hij had als farizeeër geleefd, en hij zegt daarover: het is allemaal ballast, maar ik heb het als vuilnis bij de straat gezet. niet door mijn eigen rechtvaardigheid omdat ik de wet naleef, maar door die van God, de rechtvaardigheid die er is door het geloof in Christus. (Filippenzen 3:9) Dus: Jezus rekent af met de wet als die wet betekent: ik heb Gods genade niet nodig, ik heb Jezus in feite niet nodig: ik leef gewoon goed. He, en da’s exact hoe veel mensen leven. buiten de kerk . ik heb Jezus niet nodig. Ik ben zo’n slecht mens nog niet . Als er een hemel is dan kom ik daar wel op eigen kracht. Heb ik geen kerk en geen Jezus voor nodig. Voel je hoe Jezus ontmaskert hoe mensen denken? En zomaar doen we als christenen precies hetzelfde: We houden ons aan Gods wetten, aan kerkelijke wetten, en we denken dat het dan goed zit. We gaan trouw naar de kerk, lezen onze bijbel, bidden onze gebeden, gaan naar de kring, betalen vvb. En ondertussen leven we ons eigen leven en doen we dat in eigen kracht. Da’s dan het leven met God. En het wordt zomaar oppervlakkig: God z’n deel en wij ons deel. En we luisteren naar de wet en denken: zo slecht doen we het nog niet. Of we voelen ons schuldig want ja je hoort je schuldig te voelen richting God, maar waarom eigenlijk? Als de wet zo werkt, dan zijn we inderdaad vervloekt. Want we kunnen de wet niet houden. Dan zijn we farizeeën die denken dat we ons eigen laddertje tegen de hemel aan kunnen zetten. Oppervlakkig als we kijken zien we de diepte van zonde niet meer in ons eigen leven. Dan zeggen we: maar ik dood toch niemand? Nee, maar je verzoent je niet met die ander. Maar ik pleeg toch geen overspel? Nee, maar hoe jij omgaat met seksualiteit is niet zoals het bedoeld heeft. En tevreden met wat God je geeft ben je ook niet, want je begeert altijd meer, is het niet de ezel van je naaste, dan toch wel de spullen van je naaste, het geld van je naaste. Als we zo leven dan geldt Jezus’ woord: als jullie gerechtigheid niet meer is dan die van de Farizeeën dan zul je het koninkrijk ZEKER niet binnengaan. Als ons geloof opgaat in regels, in wetten dan zullen we Gods koninkrijk niet binnengaan. Hoe kan onze gerechtigheid méér zijn dan die van Farizeeën? Nou, dan moet je kijken wat Jezus doet vanaf vers 21. Hij laat jou en mij iets proeven van een houding, van een stijl van leven. Een houding van God liefhebben, van zijn wil liefhebben, van zijn wet liefhebben, niet oppervlakkig maar heel diep. Niet van: dit kan nog net wel en dat kan net niet meer. Maar van echt zoeken naar de wil van God in je leven. Wat Jezus zegt gaat veel vérder dan goed doen. Het is veel méér dan dat. Kijk maar in vs 21. God zegt “Pleeg geen moord”. Maar Jezus zegt: het gaat om je hele houding. Het gaat ook om schelden, om die ander vernederen, die ander kwetsen. Het gaat erom dat je je herinnert dat iemand iets tegen jou heeft en dat jij dan de stap zet om je met die ander te verzoenen. Dus niet: als ik iets tegen een ander heb dan ga ik me verzoenen, dat zou nog logisch zijn, nee als iemand iets tegen mij heeft, een ander heeft iets tegen mij, dan zet ik de stap. Daar gaat het Jezus om. Om zo’n stijl van leven. Die houding, die liefde die kun je niet in wetten omschrijven. Maar dit is de vervulling van de wet. Dit is de liefde waar God naar verlangt. Ik stel vanavond de vraag: wil je zo leven? Wil je verlost leven? Verlang je daarnaar? Pak je het nieuwe leven aan? Wil je zout voor de aarde, licht voor de wereld zijn. En dan niet het op eigen kracht te gaan doen, zonder Jezus. Maar juist als we zijn genade leren kennen die ons vergeeft, als we zijn Geest leren kennen die ons verandert en die in alle beslissingen ons wil leiden. Hebben we het dan nog over het houden van de weet? Ik weet het niet. Misschien is wet wel een verkeerd woord. Want een wet brengt geen liefde. Regels nodigen uit om te ontduiken. Zeg tegen je kind: niet aan de knopjes van de stereo installatie zitten en hij zit eraan. Zeg dat je de kat niet aan z’n staart mag trekken en ze doen het. Zeg dat je 120 mag op de snelweg en iedereen rijdt sneller. Ze een flitser neer en iedereen remt af. En ieder rijdt weer sneller als het ding uit beeld is. Zo werkt de wet. Jezus zegt: jouw gerechtigheid gaat méér worden dan het stipt naleven van de wet. In jouw leven mag de liefde van God overvloedig zichtbaar worden. En weet je hoe dat kan? Om gered te worden is het niet nodig om die wet te houden. Je wordt niet gered door de wet, maar gered door geloof, door genade ontvang je de hemel. De Here Jezus vervult de wet. Er is een nieuwe, levende weg. Niet meer de weg van offers, van wetten, van reinigingen. (Hebr 10) Dus daarmee rekent Jezus af. De wet is geen heilswet. Nooit geweest ook. Dat hebben mensen ervan gemaakt. Er is maar één die redt. Jezus. Hoe doet Hij dat? Door precies zo te leven als God het heeft bedoeld. Volkomen liefde voor God, volkomen liefde voor de mensen. Tot in de dood toe. Zo vervult Hij de wet. Zo vervult Hij de letter van de wet en de Geest van de wet. Hij doet alles wat mensen niet doen, wat mensen niet kunnen doen, wat mensen niet willen doen. Jezus doet wat jij en ik niet doen in onze levens. En hij geeft ons die wet terug met deze woorden: ik heb ‘m helemaal gedaan. Jij hoeft daar niks meer aan toe te voegen. Heerlijk ontspannen. Alles is volbracht. Maar ook scherp. Nee, je mag er niks meer aan toevoegen. Dan doe je alsof ik niet geleefd heb in jouw plaats. Maar als ik je verlos, dan ga je anders leven. dan schrijf ik mijn wet in je hart. (Hebr 10). Ja, want dat is het spannende: de wet blijft een rol houden. Sinds Jezus is de wet meer dan ooit actueel. Hij zegt: wees volmaakt, zoals mijn vader volmaakt is. Jezus zegt zelfs: 21 Niet iedereen die “Heer, Heer” tegen mij zegt, zal het koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader. 22 Op die dag zullen velen tegen mij zeggen: “Heer, Heer, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd, hebben wij niet in uw naam demonen uitgedreven, en hebben wij niet vele wonderen verricht in uw naam?” 23 En dan zal ik hun rechtuit zeggen: “Ik heb jullie nooit gekend. Weg met jullie, wetsverkrachters!” (Matteüs 7:21-23) Het komt er dus op aan dat je leeft naar Gods wil, naar Gods wet. Maar dan niet meer die oppervlakkige wet. Van: dit kan nog net wel en dat nog net niet. Die wet van: het valt met mij nog wel mee. En ik doe het best aardig. Maar ook niet de wet van: de lat hoger hangen en die lat proberen te halen. Nee, alles gaat erom dat God je hart heeft. Want als Hij je hart heeft, kan Hij je hart ook veranderen. Echt vrij ben je, als je in Gods wet, ook in de 10 geboden, Gods liefde proeft. Als je gaat ontdekken hoe diep die wet gaat. En dat zichtbaar wordt in je leven. Niet op jouw kracht, maar op kracht van Gods Geest. Dan gebeuren er buitengewone dingen in je leven. Méér dan de gerechtigheid van Farizeeën, maar echt wat God wil.
|

