| Paaspreek 's middags |
|
Gz 94:1+3+6 “In het vroege morgenlicht” Gebed Lezen: Johannes 20:11-18 Preek Thema: Jezus leeft, nu is alles anders! Gz 96:1+2+3+4 (vrouwen) +5(mannen) +6(mannen) +7(vrouwen) +8+9 “Echt waar, de Heer is opgestaan” Geloofsbelijdenis Psalm 16 : 3+5 Dankgebed Collecte Liedboek 217:1+2+3+4 Pasen heeft iets ongrijpbaars. Wat er nou precies gebeurt met Pasen blijft verborgen. Er is een leeg graf. Maar niemand heeft de opstanding gezien. Maria komt Jezus tegen maar ze herkent ‘m niet. Twee mannen op weg naar het dorpje Emmaüs praten uren met Jezus, onderweg, maar pas vlak voor hij opeens verdwijnt herkennen ze hem. Jezus zelf is zo ongrijpbaar. Hij is er en zomaar is hij er niet. En Jezus, Hij blijft na zijn opstanding nog 40 dagen op aarde, maar dan gaat hij naar de hemel. Pasen: Jezus staat op uit de dood om de aarde te verlaten. Pasen, zo ongrijpbaar. De wieg met Kerst kun je je voorstellen. Een baby, moeder Maria, de stal, de herders, goud wierook mirre. Zelfs Pinksteren met z’n toespraken, leerlingen die in allerlei talen spreken. Maar Pasen, Jezus is zo ongrijpbaar. Dat zie je hier ook. En weet je wat daarvan het risico is? Dat Pasen niet écht een feest is, dat het niet écht binnenkomt wat de opstanding van Jezus Christus betekent, dat je zomaar leeg en ongetroost naar huis gaat. Maar het kan anders: Goed kijken, goed luisteren, en je laten vullen met de vreugde die de opgestane Heer graag aan je uitdeelt. Dan kunnen we het beste beginnen bij Maria. En leren van wat er bij haar gebeurt. Maria was op weg gegaan naar het graf. En eenmaal daar aangekomen ging alles anders dan ze hadden gedacht. De steen was weggerold en Jezus was verdwenen. Heel subtiel laat de bijbel blijken hoe Maria erin staat. In vers 13 horen we haar zeggen “ze hebben mijn Heer weggehaald. En “ik weet niet waar ze Hem naartoe hebben gebracht”. En even later in het gesprek met Jezus: “vertel me waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen.” Moet je horen “dan kan ik hem meenemen”. Alsof Jezus van haar was. Ze moet een heel bijzondere band met Jezus hebben gehad. Ze is zo begraven in haar eigen verdriet, Maria is zo bezig met haar eigen verdriet. Mijn Heer is dood en nu hebben ze Mijn Heer ook nog eens weggehaald, waar is Hij, dan kan Ik voor hem zorgen. En als het dan eindelijk tot haar doordringt dat Jezus met haar spreekt roept ze “mijn meester” en ze klampt zich aan Hem vast. Zo probeert zij Pasen te pakken, Pasen grijpbaar te maken. Door Jezus vast te pakken. Nu is alles weer als vroeger. Nu is Jezus weer gewoon op aarde. Het is allemaal weer als vóór die afschuwelijke kruisiging, voor al dat bloed, voor zijn dood, voor zijn begrafenis. Maar…het is niet zoals vroeger. Want Jezus is opgestaan in een nieuw leven, in een volheid van leven die ongekend is. Nee, Jezus stoot Maria niet van zich af. Hij ontkent hun bijzondere band niet. Met deze bijzondere verschijning aan haar bevestigt Hij juist wat ze hebben. Maar Jezus is wel onderweg. Even geeft hij haar zijn aandacht, heel persoonlijk. Maar dan moet Hij weer verder. Hou me niet vast. En leert hij Maria nieuwe verhoudingen: ga naar mijn broeders en zusters. en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is. Jezus gaat verder. Jezus gaat aan Maria voorbij. Jezus gaat aan Maria voorbij. Er gebeurt hier iets wat we veel vaker in de bijbel tegenkomen. God verschijnt aan mensen in het voorbijgaan. Aan Abraham wilde God voorbijgaan, op weg naar Sodom en Gomorra, maar Abraham nodigde God in zijn tent, even. Mozes wilde God zien, maar kreeg Hem slechts in het voorbijgaan te zien. Aan Elia ging de Here voorbij, en in de stilte die achter ‘m aan ging kwam Gods Woord tot hem. Bij Jezus zie je hetzelfde. De Zoon lijkt op zijn Vader. Bij de storm op het meer wil Jezus zijn leerlingen voorbijgaan. Na zijn opstanding wordt dit nog sterker: in Emmaüs wilde Hij verder gaan. Even konden de leerlingen Hem overhalen bij hen te blijven, toen was Hij weer weg. En zo gaat het ook hier: even maar, dan is Jezus weer op weg. Denk daar eens over na wat dat betekent. Pasen betekent niet dat wij nu voortaan Jezus voor ons zelf hebben en dat het Jezus allemaal alleen om ons gaat, om mijn geloof, om mijn zekerheid, om mijn vertrouwen. Nee, ik moet me omdraaien naar Hem, zoals Maria zich omdraaide naar Jezus. We kunnen met Jezus bezigzijn terwijl we in feite bezigzijn met onszelf. Stel je voor: Maria praatte met Jezus, maar ze keek ‘m niet aan, stond net de rug naar ‘m toe. Hoezo , op zoek naar Jezus? Hoezo bezig met jezelf? Een persoonlijke relatie met Jezus. Dat betekent niet dat ik in ’t middelpunt sta, ik met mijn relatie met Jezus. Het betekent dat Jezus in het middelpunt van ons leven staat. Als wij ons persoonlijk op Jezus richten ontdekken we dat Hij ons meeneemt naar Zijn Vader en Hem aan ons voorstelt als Onze Vader, naar Zijn God en nu is Hij ook onze God. En we zien dat we niet alleen zijn, maar samen. Jezus geeft ons kracht om te leven; en hij zal je straks ook kracht geven om te sterven, Maar niet los van Hem. Maar niet alsof het allemaal om ons zou draaien. Zijn gaven geeft Hij ons om te delen, onze geloofservaringen zijn er om elkaar mee te bouwen en wakker te houden, op weg naar de nieuwe wereld. Wij hebben God niet voor ons alleen, maar wij krijgen vrede met en toegang tot God in Jezus’ naam en samen met onze broers en zussen. Een persoonlijke relatie hebben met Jezus Christus, Hem kennen en de kracht van zijn opstanding kennen, daar gaat het om. Maar is een persoonlijke relatie met Jezus dat we ‘m voor onszelf hebben? Laten we leren van hier gebeurt bij Maria. Jezus is opgestaan, niet om bij ons in huis te komen wonen, maar om op een nieuwe aarde plaats te maken waar wij allemaal wonen kunnen, wij en onze broers en zussen. Zijn nieuwe leven draait niet om ons, maar om God en om talloze mensen. Wij mogen opgenomen worden in Hem, in zijn wereld. Maar Hij laat zich niet opnemen in ons leventje en ons wereldje. Jezus gaat aan Maria tenslotte voorbij, op weg ook naar ons. Maar ook bij ons is Hij niet gekomen om zich aan ons aan te passen. Ook ons gaat Hij tenslotte voorbij, op weg naar anderen. Zie je het verschil? En merk je wat voor verschil dat mag maken in je leven? ** Pasen. Het blijft zomaar een ongrijpbaar feest. Het gaat zomaar over grote thema’s als “zou Jezus echt opgestaan zijn uit de dood”. Of het is zomaar de feitelijke uitspraak, “ja, Jezus is opgestaan uit de dood.” Maar – is dat de kern van ons geloof? Is dat het antwoord dat God uit je mond wil horen? De overtuiging dat Christus is opgestaan? Of gaat het veel dieper? Laten we nog eens luisteren naar Maria. Als Jezus zegt “Maria”. Als zij merkt dat Hij het is. Dat Hij leeft. Dat Hij is opgestaan. Dat Hij haar kent, beter dan wie ook, dan zegt zij: “Meester!” Pasen wordt pas Pasen als dat dát zegt. Als je het antwoord gaat geven wat Maria gaf aan Jezus: Meester! De reactie waar het Jezus om ging was niet “ja Heer, u bent opgestaan, het is waar. Nee, haar reactie was “meester!” dat is dan ook de reactie die hij bij ons wil oproepen, even persoonlijk. Meester! Later had Thomas van die grote vragen. Van die moeilijke vragen. Of Jezus wel zou zijn opgestaan uit de dood. Of Hij het was. Als ik niet mijn handen leg in zijn zijde en mijn vingers niet steek ik de gaten in zijn handen. Bewijs moet ik zien. Lekker makkelijk, zulke vragen. Kun je Jezus mooi bij je weg houden, met redeneringen. Hij leeft misschien wel, maar niet voor mij, zei Thomas. Maar toen hij Jezus zag en niet meer om Hem heen kon (zie je het voor je?) toen legde hij niet z’n handen op die plekken. Hij hoefde echt niet meer te voelen. En hij zei ook niet “nu geloof ik dat u echt bent opgestaan”. Maar hij zei: “mijn Heer, mijn God”. Misschien is Pasen voor jou een ongrijpbaar feest. Jezus staat op uit de dood, maar dan gaat hij weg! Dat is omdat Jezus zich niet laat “pakken”. Hij laat zich niet in ons wereldje vangen. Het gaat er ook niet om dat Hij in wereldje binnenkomt en dat dan alles hetzelfde kan blijven. Ik mijn leventje en oh ja, het was vorige week ook Pasen. Nee, Pasen is: Opstaan, opstaan tot een nieuw leven. Achter Jezus aan gaan. Je door Hem laten meenemen. Zeggen: “Meester, U hebt het over mij te zeggen”. Pasen is: jij mag in die grote wereld van God stappen. Jezus heeft je verlost van elke schuld, van elke zonde. Hij heeft jouw straf helemaal gedragen, er is niets meer dat tussen God en jou instaat. Elk moment van mijn leven mag ik dicht bij God zijn. Dan komt alles in beweging in je leven. Er verandert zoveel dat je moet zeggen: dit is een nieuw leven. Anders kan ik niet noemen, dit is een nieuw leven! Het oude is gestorven, ik ben opgestaan tot een nieuw leven. Wat is dat? Vraag het maar aan anderen wat dat is, dat nieuwe leven? En vertel het maar aan anderen, hoe dat is, nieuw leven. Jezus zet Maria op het spoor van die anderen, ga vertel het mijn broers en zussen. Thomas werd weer 1 van de leerlingen toen hij ging geloven. |

