• An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
Met je mond vol tanden 01
Jaarthema “Met je mond vol tanden”, preek 1 over
“ik leef goed, waarvoor zou ik het geloof nodig hebben?”

Hoe reageer je als iemand bij de koffieautomaat tegen je zegt.
Zo, zondag weer naar de kerk geweest?
En dan een beetje vijandig: Nou, ik leef goed, waar zou ik het geloof voor nodig hebben?
Of misschien met je broer, je zus, aan wie je net iets hebt laten merken hoe blij je bent dat je Jezus hebt leren kennen.
En de reactie is wat afstandelijk.
Nou, ik heb m’n leven best op orde, ik heb geen geloof nodig.
Of misschien ook wel heel je aardige buurvrouw:
Wat hebben we veel gemeenschappelijk!
Al geloof jij in God en ik niet, we hebben wel dezelfde normen en waarden.
Die christelijke normen en waarden spreken me aan.
Nou, we leven allebei goed, jij met je geloof ik zonder geloof.

“ik leef goed, waarvoor zou ik het geloof nodig hebben?”
Over die vraag gaat het vanmorgen.
Neem ‘ns een moment de tijd om erover na te denken in wat voor jasjes je deze vraag zoal voor je kiezen kreeg.

Wat je niet moet verwachten in deze preek, zijn pasklare antwoorden die je op zo’n moment kunt geven.
Wat ik je toewens is dat je als gevolg van deze meer voelhorens ontwikkelt voor hoe iemand in het leven staat.
Meer bewogenheid krijgt.
Betere vragen leert stellen.
En bovenal je des te meer beseft hoe nodig jijzelf de genade van God en de verlossing door Jezus nodig hebt.
En wat Gods genade voor jou persoonlijk betekent.
Want dat is kostbaarder dan 1000 goede en terechte opmerkingen!

***

Maar voor we kijken naar anderen.. zullen we eerst kijken naar onszelf?
Waar heb ik zelf het geloof voor nodig?
Heb ik God wel echt nodig?
Is Jezus Christus voor mij álles?
Met andere woorden: is er wel een écht verschil tussen die ander, met deze levenshouding van “ik leef goed, waar heb ik het geloof voor nodig?”, en mijzelf?
Of zou het kunnen zijn dat ik in feite net zo leef als de ander,
maar dat mijn leven een gelovige sausje heeft, een gelovig vernisje,
dat ik als het erop aankomt ook best kan missen.

Dat is een vraag die ik je graag mee zou willen geven als een vraag voor tijdens het luisteren.

***

“Ik leef goed, waar zou ik het geloof voor nodig hebben?”, waar gaat dat over?
Die vraag gaat over waar je op vertrouwt.
Waar bouw je je identiteit op, waar vind je houvast?
Er zit achter dat je iets nodig hebt.
Iedereen bouwt zijn leven op iets.
Iets dat maakt dat je leven de moeite waard is, ertoe doet.
Iets dat je gelukkig maakt met jezelf en met de wereld.
Dat hangt altijd ergens vanaf.
Als het niet van Gods liefde afhangt, dan hangt het van andere dingen af.

Dat is dus een hele goede vraag om te stellen:
Als je het geloof niet nodig hebt, wat heb je dán nodig?
Als God niet de basis is, wie of wat dan wel?
Je kunt het zoeken in romantische liefde, in je carrière, in je werk.
Of in het nakomen van alle familieplichten.
Misschien is het ‘t uitoefenen van macht, goedkeuring van andere mensen, zelfdiscipline en controle.
Gezondheid (ik voel me goed als ik verantwoord eet, als ik dat gewicht hebt),
seksuele aantrekkingskracht.
Maar ieder bouwt z’n identiteit ergens op.
ik leef goed, ik heb geen geloof nodig.
Dat is een boeiende uitspraak.
Ik ben ervan overtuigd dat onze behoefte aan zelfwaardering zó sterk is dat we alles waarop we onze identiteit en eigenwaarde baseren in de kern vergoddelijken.
Het is heilig voor je.
Is het haast geen vervanging van God geworden?
Een “afgod” zo je wilt. (en stel jezelf eerlijk de vraag: in hoeverre geldt dat voor mij?)
Zelfs als iemand zegt: ik bouw mijn geluk op niets en niemand…dan bouw je in werkelijkheid je leven op je persoonlijke vrijheid en onafhankelijkheid.

Zie je hoe dat aansluit bij de uitspraak “ik leef toch goed, ik waar zou ik het geloof voor nodig hebben”,
Voel je dat dit hetzelfde is als “ik heb God niet nodig als fundament van mijn leven,
Ik heb iets anders”.
Wat denk je, zou het helpen om op dat moment in het gesprek te getuigen?
Te vertellen van Jezus als jouw Heer?
Misschien. De kans lijkt me groter dat het gesprek dan snel af is gelopen.
“Fijn voor jou”.
Die hebben we allemaal wel ‘ns gehoord.

Hoe voorkom je dat je in die doodlopende straat belandt?
Vraag door. Toon je oprechte interesse in de ander. Echt gesprek. Bewogenheid.
Ik heb op dit punt iets wezenlijks geleerd van de kijkwijzer die de TCG ontwikkelde.
Ik heb gemerkt dat ik veel te snel de ander van de waarheid wil overtuigen.
Kan ik echt met bewogenheid kijken naar de ander, luisteren naar de ander, wil ik de ander echt leren kennen?
Wil ik weten waar de ander z’n leven op bouwt?

**
Het gesprek wordt echt boeiend als je door kunt vragen: waar ontleen je je waarde aan?
Hoe werkt dat dan?
Kun je aan je eigen verwachtingen voldoen?
Haal je je eigen idealen?
Neem een vrouw die heel graag een goede moeder wil zijn.
En wat is dat een prachtig verlangen ”ik wil graag een goede moeder zijn, méér dan wat dan ook”.
Daar kun je respect voor hebben. Maar: Ben je altijd een goede moeder?
En hoe voelt dat, als je faalt?
Stel dat je kind een heel andere kant opgaat dan je had gewild.
Als ik mijn identiteit bouw op het feit dat ik vader of moeder ben…wat dan als er iets verkeerds gaat met mijn kinderen of met de manier waarop ik mijn ouderschap uitoefen. Stort dan niet een beetje je wereld in?

Of stel je praat met een man die graag éérlijk zaken wil doen.
-Hij is bijvoorbeeld verkoper-
Natuurlijk wil hij eerlijk zijn, maar hij wil tegelijk ook verdienen.
Wat nou als dat elkaar bijt?
Wat een wroeging kan dat opleveren.
Hoe ga je daarmee om?
Dan kan je zelfbeeld instorten.

Het is instabiel om je leven op iets of iemand anders dan God te bouwen.
Een leven dat God niet als middelpunt heeft, veroorzaakt leegte.
Als we ons leven op iets anders naast God bouwen, doe het pijn als we onze hartsverlangens niet krijgen.
Je hoop vervliegt en zomaar voel je je mislukt, minderwaardig.
Die pijn kun je verstoppen achter bitterheid, achter cynisme.
Herken je dat, dat veel mensen rondlopen met een diepe onzekerheid over zichzelf.
“Ik leef toch goed…”
Maar wat doe je als je merkt dat je dat niet kunt, goed leven?
Wat nou, als je tekortschiet juist op het punt dat voor jou er zo toe doet?
Dat is een weg waarop we –bewogen en vragend- met een ander nog een mijl mogen meelopen.
Dan kan er ruimte blijken te groeien voor een gesprek over een ander levensdoel, een ander fundament. Daarover zo meer. Eerst dit:

**
“Ik heb geen geloof nodig, ik leef toch goed?”
We hebben erover nagedacht hoe iemand enorm tekort kan schieten voor zichzelf, onder z’n eigen maat kan blijven.
Wat nu als iemand in eigen ogen helemaal niet tekortschiet?
Wat dan?
Neem bijvoorbeeld iemand voor wie het hoogste goed is opkomen voor ons eigen volk, ons eigen land? Al die Polen die hier glasvezel aanleggen.
Zo’n ideaal leidt tot uitsluiting van anderen, die niet bij de eigen groep behoren.
Geert Wilders is een typisch voorbeeld daarvan.
"De Nederlandse cultuur is duizend keer beter dan de islam."
Alles wat het hoogste doel wordt, leidt tot uitsluiting van anderen die daar niet aan voldoen.

Of neem iemand voor tolerantie het hoogste goed is.
Hij of zij vindt dat alles moet kunnen.
Morgenochtend vraagt ‘ie aan jou:
Ik hoorde dat in Oegstgeest een meester aan een gereformeerde basisschool ontslagen is
omdat hij homo is.
wat ongelofelijk ouderwets en bekrompen zeg.
Breng jij je kind ook naar zo’n gereformeerde school?
Wat zeg je dan?
En je voelt hoe trots de ander is z’n eigen tolerantie, en hoe hij iedereen veracht die minder ruimdenkend is.
(ik ga nu geen antwoord geven op de vraag zelf, dat thema komt later aan de beurt;)

Andersom: als je zelf pratgaat op je eigen hoge moraal, en je afwijzing van echtscheiding, van homoseksualiteit dan kun je je superieur voelen tov mensen die volgens jou de kantjes eraf lopen.

En zo kun je allerlei levensdoelen herkennen bij mensen. Ik noem deze maar als voorbeeld.
“Ik leef toch goed, waar heb ik het geloof voor nodig?”
Die levenshouding kan dus 2 kanten op gaan.
Als het lukt je te gedragen naar je eigen standaards voel je je zelfverzekerd maar niet nederig.
Je hebt de neiging je trots en weinig sympathiek op te stellen richting falende mensen.
Als je je niet naar je eigen standaards gedraagt, voel je je nederig, maar niet zelfverzekerd, een mislukkeling.
Veel mensen balanceren ergens tussen die 2 uitersten.
Dan dragen ze dus zowel die trots als dat falen met zich mee.

**
Het evangelie biedt een alternatief.
Zowel voor mensen die vinden dat ze erin slagen om “goed” te leven als de mensen die vinden dat ze falen in het “goede leven”.
Probeer eens met nieuwe oren te luisteren.
Paulus zegt in Romeinen dat iedereen uit genade, die niets kost, door God wordt aangenomen.
Dat is ongelofelijk nieuws.

Het evangelie vertelt ons dat het mogelijk is om een unieke identiteit op te bouwen.
Christus neemt mij aan ondanks mijn fouten.
Het evangelie is dat ik zo slecht ben dat Jezus voor mij moest sterven maar dat ik tegelijkertijd zo geliefd en waardevol ben dat Jezus graag voor mij stierf.
Dat zorgt voor een diepe nederigheid die hand in hand gaat met een diep zelfvertrouwen. Het evangelie ondermijnt mijn gebogen rug en mijn trots opgeheven hoofd.
Ik kan me niet superieur voelen ten opzichte van anderen.
En tegelijk hoef ik anderen niets te bewijzen.
Ik voel me niet beter en niet slechter over mezelf.
In plaats daarvan denk ik minder aan mezelf.
Ik hoef niet meer zo vaak op mezelf te letten of in de gaten te houden hoe ik doe en hoe er naar mij gekeken wordt.
Ik kijk naar Christus.

Christus’ genade maakt me aan de ene kant nederiger dan wie ook (omdat ik veel te onvolmaakt ben om mijzelf ooit te kunnen redden)
maar anderzijds voel ik me ongelofelijk bevestigd (omdat ik absoluut zeker kan zijn van Gods onvoorwaardelijke aanvaarding).
Mensen die niet op dezelfde manier als ik geloven of op dezelfde manier leven als mij kan ik niet minachten.
En tegelijk: ik hoef niet bang te zijn voor het succes of de talenten van mensen die van mij verschillen.

Zie je het verschil?
Het evangelie maakt het mogelijk om te ontsnappen aan overgevoeligheid, een verdedigende houding maar ook aan de behoefte om anderen te bekritiseren.
De identiteit van een christen is niet gebaseerd op de behoefte een goed mens gevonden te worden, maar op Gods waardering van jou in Christus.

Ik denk dat we vaak vergeten wat een enorme kloof er bestaat tussen de visie dat je een goed leven moet leiden door je eigen prestaties (en dat lukt dat meer of minder)
én het evangelie dat God ons met open armen ontvangt om wat Jezus heeft gedaan.

Iedereen leeft wel ergens voor.
Wat datgene ook is, het wordt “heer van je leven” of je het daar nu mee eens bent of niet. Jezus is de enige Heer die je, als je hem ontvangt,
je volledig zal vervullen.
Hij is de enige Heer die je, als je hem teleurstelt, eeuwig zal vergeven.

**
En nu? Hoe kun je dat laten zien?
Allereerst door een levenshouding van toegeven dat jij niet voldoet aan je eigen standaard.
Dé manier om te laten zien wat genade is, is om uit spreken dat je tekortschiet.
De ander te laten voelen dat jij genade nodig hebt.
Laat ik het bij mezelf houden: dat ik het niet red om een goede vader te zijn.
Dat is heel Bijbels: en we brengen er zo weinig van in praktijk.
In 1 Johannes staat: “als we zeggen dat we nooit gezondigd hebben, maken we hem tot een leugenaar.
Jakobus roept ons op: “Beken elkaar uw zonden en bid voor elkaar, dan zult u genezen”. (Jakobus 5:16)
Dat is wat God verlangt.
Liever werken we aan een goed image.
Liever zeggen we : alles gaat goed. Bij ons gaat alles goed.
Wat een onzinnige uitspraak eigenlijk.
Als genade van de Here Jezus werkelijk je fundament is, dan leef je zijn goedheid, niet uit die van jou? Van zijn volbrachte werk, niet dat van jou?
De gemeente zou bij uitstek een plek kunnen zijn om dat te oefenen.
In dat licht was de gemeenteavond van afgelopen maandagavond een feest van genade. Om van 1 broer en 1 zus te horen over tekortschieten.
Om jou aan te moedigen, is er een spel ontwikkeld.
Waarbij je elkaar juist kunt vertellen wat niet goed gaat.
Om te oefenen in kwetsbaarheid.

Hoe kan je het laten zien dat je uit genade leeft. Dan is dit het eerste.
Het tweede is dit:
Door telkens weer je uitgangspunt te nemen in genade.
Door telkens weer te drinken uit de overstromende bron van zijn liefde.
Dan kun je dagelijks uitstralen dat je intens geliefd bent door de Vader.


Liturgie 2 oktober 2011 9.30 uur
Liedboek 457:1+2+3+4
Wet
Gz 154:1+2(m)+3(v)+4 “Ach, wat moet ik toch beginnen”
Gebed
Lezen Romeinen 3:21-31
Ps 130:1+2+3+4
Preek
Gz 121:4+5+8 “God, die was en is en komt”
Voorbeden
Collecte: tijdens de collecte zingen we “Gemeentelied” op de wijs van Ps 42
Slotzang: Gz 160:1+2 “Groot is uw trouw”

Thema: Ik probeer goed te leven, waarom zou ik het geloof nodig hebben?