• An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
Twee zonen (3 oktober 2010)
De farizeeën ergerden zich groen en geel.
Zo uitnodigend als Jezus omging met slechte mensen.
En zo graag als die mensen naar Jezus luisterden.
Dat kon toch niet!

Dan vertelt Jezus 3 gelijkenissen.
Alle 3 gaan ze over de zorg over wat verloren is.
De eerste heet de gelijkenis van het verloren schaap.
Iemand weidt een kudde van 100 schapen en een daarvan verdwaalt.
In plaats van het verlies te accepteren gaat de man op zoek, en zoekt tot hij zijn verloren schaap gevonden heeft.
Dan roept hij naar alle mensen in zijn omgeving: deel in mijn vreugde, want ik heb het schaap gevonden dat verdwaald was (vers 6).
De tweede heet de gelijkenis van de Verloren Penning.
Dit verhaal gaat over een vrouw die 10 zilveren drachmen in het huis heeft en één daarvan verliest.
Ze accepteert dit verlies niet maar steekt de lamp aan veegt het hele huis schoon en zoekt alles af tot ze het muntstuk gevonden heeft (vs 8).
En dan roept ze haar vriendinnen en buren bijeen en zegt: deel in mijn vreugde want ik heb de drachme gevonden die ik kwijt was.
De 3e gelijkenis is de gelijkenis waar we het nu over hebben.

Er zijn veel overeenkomsten tussen de 3 verhalen.
In elk van de drie is er iets verloren, schaap, penning, zoon.
De persoon die iets verliest vindt het telkens terug.
En steeds eindigt het verhaal met feest en vreugde als het verlorene terug is.
Er is echter één groot verschil tussen de 3e gelijkenis en de eerste twee.
In de eerste twee is er iemand die ijverig naar het verlorene op zoek gaat.
De zoeker laat zich door niets of niemand weerhouden.
Als we bij het derde verhaal komen en dan horen over de lotgevallen van de verloren zoon mag je verwachten dat er opnieuw iemand op zoek zal gaan.
Maar er gaat niemand op zoek.
Dat is schrikken!
En zo heeft Jezus het ook bedoeld.

**

Jullie hebben vast al vaker nagedacht over deze gelijkenis en er preken over gehoord.
Dus zou ik kunnen proberen om nu vandaag de mooiste en ontroerendste of verassende preek erover te maken.
Maar ik kies voor een andere uitdaging.
Om te ontdekken of deze gelijkenis ons verder kan helpen om te zoeken wat verloren is.

Binnenstebuiten is een spannend jaarthema.
Misschien werkt het bij jou zo:
Je wilt best aan anderen het evangelie doorgeven.
Maar tegelijk voel je je schuldig dat je het niet doet.
Of dat het zo weinig effect heeft.
Eigenlijk zouden we meer dit moeten doen, of dat.

Hoe kan dat veranderen?
Dat kan veranderen als het echt van binnenuit komt.
Ik geloof dat het leren kennen van Gods vaderhart, Gods bewogenheid voor jou opnieuw ontdekken, je hart vol kan maken.
En waar je hart vol van is loopt je mond van over.

**

Laten we daarom goed kijken en ons inleven in deze gelijkenis.
Die begint met de vraag van de jongste zoon:
geef mij het deel van uw bezit waarop ik recht heb.
Schokkend. Natuurlijk vraag je niet om een erfenis als je vader nog leeft.
Dan wens je hem dood.
Dan zeg je in feite: pa, ik wil u niet, maar wel uw spullen.
Nog absurder dan de vraag is het antwoord:
zeker in de tijd van Jezus zou iedereen verwacht hebben dat de vader zijn zoon zou onterven.
Maar de vader verdeelt zijn vermogen onder hen.
Bij dat vermogen moeten we waarschijnlijk denken aan een stuk land van het boerenbedrijf.
Dat betekent een economische strop van jewelste.
Maar ook: verlies van status voor de vader en de oudste zoon.
De jongste zoon vraagt z’n vader om zijn levenswerk in stukken te scheuren.
De vader verdraagt geduldig dit enorme verlies in aanzien en daarbij de pijn van afgewezen liefde.

Ik weet niet hoe dat bij jou werkt, maar wanneer liefde wordt afgewezen, word je meestal boos, je slaat terug, doet wat je kunt om je genegenheid voor de afwijzer te verminderen. Zodat het minder pijn doet.
Maar deze vader blijft liefhebben.

**

De kracht van de verhalen van Jezus is,
Dat ze in elke tijd en in elke cultuur herkenbaar zijn.
Ook voor onze tijd. Hoeveel mensen keren God de rug toe.
Ik wil mijn eigen leven leiden, mijn eigen keuzes.
Ik onttrek me aan wat anderen van mij verwachten.
Ik ben de enige die kan bepalen wat goed of slecht is voor me.
Natuurlijk gebruik ik alles wat God geeft, ik buit het uit.
Maar God zelf, de band met God of luisteren naar wat God zegt: nee dankje.

Trouwens ook als je wel blijft geloven kun je toch op de jongste zoon lijken.
Misschien gooi je je kont tegen de krib.
En zeg je: ik hoef geen God die mij de wet voorschrijft.
Je voelt je gehinderd door God en de regels van de kerk.
Je bent zeg maar de vrijbuiter in het geloof.
Dat hoeft niet zo ver te gaan dat je geloof en kerk vaarwel zegt.
In onze tijd is het uitstippelen van je eigen plan belangrijk.
Het moet “echt” zijn.
Je wilt “vrij” zijn.
Daarom is onze tijd vol “jongste zonen”.

**

Maar de jongste zoon loopt vast.
En hij wil terug naar huis.
Tussen varkens bereidt hij zijn toespraak voor.
Maar als hij bijna thuis is
Rent tot zijn grote verbazing zijn vader naar hem toe.
Wat geen enkele vader in die tijd zou doen.
Kinderen rennen, maar niet de eerbiedwaardige huisvader, eigenaar van een groot landgoed.
En als hij net aan zijn toespraak begint onderbreekt zijn vader hem.
Hij is welkom zonder voorwaardes.
Hij is welkom als hij met lege handen aankomt.
Het gemeste kalf wordt geslacht.
Een feestmaal dat slechts bij hoge uitzondering werd aangericht.
Grote kans dat het hele dorp er bij uitgenodigd zal zijn.
De jongste broer wist dat er bij zijn vader thuis “eten in overvloed” was, maar hij ontdekte ook dat er genade in overvloed was.
Er is geen kwaad waarvoor de liefde van de vader geen vergeving en bedekking biedt, er kan geen zonde tegen zijn genade op.

Ben jij geraakt door die liefde van Vader?
Doordat je zelf weet hoe je zomaar weer afstand neemt van God, je eigen leven wilt leiden. En toch ben je weer welkom bij God.
Wat een liefde is er bij God, wat een bewogenheid, de bereidheid om opnieuw te beginnen.

**
De oudste zoon maakt het allemaal niet mee.
Hoe kan dit toch allemaal?
Je kunt toch niet weggaan en dan gewoon weer terugkomen?
Hoe kan vader het gemeste kalf slachten en feest vieren voor zo’n waardeloze broer van een leegloper?
Heb ik altijd voor u gewerkt maar nooit zoiets gekregen! Hij is diep verontwaardigd.

En daar laat Jezus het niet bij.
Het wordt nog gekker.
Uiteindelijk draait het hierop uit: de slechte zoon gaat naar het feest van de vader maar de goede zoon niet.
De hoerenloper wordt gered, maar de man die altijd heeft gedaan wat zijn vader wilde, die nooit de kerk heeft verlaten, de man van morele onberispelijkheid blijkt verloren.
Je hoort bij de afloop van het verhaal bijna de F’s naar ademhappen.
Het was de complete omkering van alles wat hun altijd was geleerd.
En ook wij kunnen er niet bij. Hoe is dit mogelijk!
Niet weglopen bij God maar toch buiten staan.

Waarom gaat de oudste zoon niet naar binnen?
Hij noemt zelf de reden: omdat ik nooit ongehoorzaam aan u ben geweest.
Niet ondanks maar juist door zijn goedheid raakt de oudste zoon hier de liefde van de vader kwijt.
Niet de zonden werpen de barrière op maar zijn goede gedrag.

Hoe kan dat?
De 2 zonen lijken veel meer op elkaar dan je zou denken.
Wat wilde de jongste zoon het liefste?
Eigen beslissingen nemen en onbelemmerde controle hebben over zijn deel van de rijkdom.
Hoe kreeg hij dat?
Door brutaal te zijn en door zich onafhankelijk te verklaren.

Wat wilde de oudste zoon het liefst?
Als je erover nadenkt komt je tot de conclusie dat hij hetzelfde wilde als zijn broer.
Ook hij wilde meer de dingen van zijn vader dan de vader zelf.
Maar terwijl de jongste zoon naar een verre landstreek ging, bleef de oudste in de buurt en was nooit ongehoorzaam.
Dat was zijn manier om greep te krijgen op vader.
Zijn onuitgesproken eis luidt: ik ben nooit ongehoorzaam geweest!
Nu moet u de dingen in mijn leven doen zoals ik wil.
God is jou nu gebedsverhoring en een goede leven verschuldigd en daarna een ticket voor de hemel.
Je hebt geen verlosser nodig die jou gratie verleent want je bent je eigen verlosser.
Een schokkende boodschap:
zorgvuldige naleving van de wet kan in feite opstand zijn tegen God.


Beide zonen waren in hun hart hetzelfde.
Ze hadden beiden een hekel aan het gezag van hun vader en probeerden er onder uit te komen.
Ze wilden elk van beiden in een positie te komen dat ze de vader de wet konden voorschrijven.
Elk van beide kwam in opstand.
De een door heel goed te zijn, de ander door heel slecht te zijn.
Beiden vervreemd van het hart van de vader, beiden verloren.

Aan het eind heeft de oudste zoon gelegenheid om zijn vader werkelijk vreugde te bezorgen door naar het feest te gaan.
Maar uit zijn wrokkige weigering blijkt dat het geluk van de vader nooit zijn doel is geweest.
Als de vader de jongste zoon weer opneemt, wat een verkleining van het erfdeel van de oudste betekent, wordt het hart van de oudste zoon blootgelegd.
Hij doet alles wat hij kan om zijn vader te kwetsen en te weerstaan.

Het is schokkend dat de jongste zoon binnengaat in de feestzaal en de oudste niet. Tenminste - niet voor het eind van de gelijkenis.
Dat laat zien dat de zelfverlossing van de oudste zoon het gevaarlijkst is.

Wat moet je belijden aan schuld: dat je je laatste hoop en je hoogste vertrouwen op iets anders dan God hebt gesteld.
Dat we in goede en kwade daden God hebben proberen te omzeilen of te beheersen.

**

Maar ook voor hem is Vaders hart vol bewogenheid.
Hij komt nota bene weer naar buiten.
En ook al spreekt zijn oudste zoon hem nog zo onbeschoft toe, hij blijft zeggen: jongen, kom toch binnen.
Wat een liefde moet er in het hart van de vader zijn om ook deze zoon die zo goed over zichzelf denkt maar door en door slecht is binnen te willen hebben.

Ik zei al aan het begin van de preek: deze gelijkenis lokt de vraag uit:
wie had hier naar de verloren zoon op zoek moeten gaan?
Aan het begin van de bijbel staat ook een verhaal over 2 broers. Kain en Abel.
God tegen de oudste broer, die boos is en vol van wraakgedachten:
Jij bent je broeders hoeder.
Wat de oudste zoon had moeten doen is zeggen:
vader mijn broertje is heel dom geweest en nu ligt zijn leven in puin.
Maar ik ga hem zoeken en haal hem naar huis.
En als zijn erfenis weg is –wat ik wel verwacht- komt hij op mijn kosten terug in de familie.
OP MIJN KOSTEN.
Want elke ring, iedere mantel, ieder gemest kalf is van hem.

Jezus is die oudste broer die je niet in deze gelijkenis tegenkomt.
Jezus heeft wèl hart heeft voor de jongste broer.
En Hij wil het ons leren.
Hij wil ons een nieuw hart geven.
Waarin we niet langer de vader op een afstand houden hoewel we zo dichtbij Hem mogen zijn.
Maar waarin we op zoek gaan naar verloren zonen en dochters.
En hoe we niets willen dan graag met hen ingaan tot het feest van de Vader – al zou ons dat heel wat kosten.

**
Ken je de vader?
Dat is niet vanzelfsprekend.
Jezus die als geen ander het hart van de vader kent,
Jezus weet hoe we als mensen onze tactieken hebben om de vader op een afstand te houden.
Laat die liefde van Vader God toe in je hart.
En nee, niet meteen aan de slag.
Laten we ons eerst eens oefenen in het toelaten van die liefde.
Door te luisteren naar elkaar.
Luister naar hoe hebben anderen de Vader leren kennen.
Vertel het zelf aan anderen.
Laat je hart volstromen met die verhalen.
Dat is het eerste.
Het belangrijkste.
Zonder dat raak je niet binnenstebuiten.
Zonder die geraaktheid is missionair gemeente-zijn alleen maar een trucje.
Het zoveelste dat moet.
Zoals en de oudste en de jongste zoon dachten dat er zoveel moest.
Maar met die geraaktheid komt er een beweging.
Niet opgelegd maar van binnenuit.
Laten we er de tijd voor nemen.
De tijd om écht dichtbij het hart van de Vader te komen.
Geraakt door zijn liefde voor jou en mij.
Met zijn passie om te zoeken wat verloren is.

18 Dan zult u met alle heiligen de lengte en de breedte, de hoogte en de diepte kunnen begrijpen, 19 ja de liefde van Christus kennen die alle kennis te boven gaat, opdat u zult volstromen met Gods volkomenheid.
(Efeziërs 3:18-19)




Gz 165 Machtig God, Sterke Rots
Schuldbelijdenis
Genadeverkondiging
Gz 78:2+3 ‘k Lag machteloos gebonden
Gebed
Schriftlezing Lucas 15:1-10
Ps 40:1
Schriftlezing Lucas 15:11-32
Ps 27:3
Preek
Liedboek 440:1+2+3+4
Wet
Ps 40:3
Gebed
Collecte
Slotzang: Liedboek 444:1+2+3