• An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
Preek Romeinen 8:1 (4 juli 2010)
Ga niet in bad – alleen als je schoon bent.
Ooit wel eens zo’n gekke tip gehad?
Toch geven we onszelf zomaar dat advies:
Ga niet naar God voordat je rein en heilig bent.

Ik vergeef je alleen als je nooit meer iets fouts doet.
Ooit wel eens een vader zoiets horen zeggen?
Toch denken we dat zomaar over God:
je kan niet elke keer bij God aankomen met dezelfde zonden.
Het moet toch een keer beter gaan.

Verboden voor ernstig zieken.
Ooit wel eens zo’n bord voor een ziekenhuis zien staan?
Zo’n bord zetten we ongewild zomaar neer in de kerk.
Stel je voor dat je een zonde hebt begaan.
En niet eentje waar niemand wat van weet.
Maar een openbare zonde.
Zou je je nog in de kerk durven vertonen?
En zouden wij het echt fijn vinden als zo’n “grote zondaar” naast ons kwam zitten in de kerk?

Kom niet naar het zwembad voordat je kunt zwemmen.
Ooit wel eens zo’n waarschuwing gehad van een zwembad?
Zo denken we bijvoorbeeld over discipel van de Here Jezus zijn.
Ik moet eerst een volmaakte discipel zijn, voor ik belijdenis durf te doen, voor ik avondmaal durf te vieren.

Misschien is het wel de grootste leugen over God.
God? Die stelt zulke hoge eisen.
Daar kun je nooit aan voldoen.

Wie in Christus Jezus zijn worden niet meer veroordeeld.
Het wonder is dat we met welkom zijn bij God ondanks onze zonden.
Het wonder is dat het bij God niet meer gaat om wat wij goed of fout doen.
Als we geloven in Jezus als de zoon van God en als onze redder.
Dan zijn we één met Jezus, dan zijn we in Christus Jezus.
En dan worden we niet meer veroordeeld.
Wie zegt dat?
Dat zegt de bijbel. En in de bijbel spreekt God.

**

Maar we zijn toch zondaars?
Je kan toch niet ontkennen dat er veel mis gaat?
Dat we onvolmaakt zijn.
Inderdaad.
Maar de vraag is:
Wat is het effect ervan als we dat steeds herhalen?
Wat denk je?

Nou, kijk eens naar Paulus?
Ik wíl het goede wel, maar het goede doen kan ik niet.
Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na;
wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik.
(Romeinen 7:18-19)
Paulus  wordt er totaal ongelukkig van als hij daaraan denkt.
Hij loopt er finaal in vast.

Zou dat bij ons net zo kunnen werken?
Als we onze gedachten, gebeden, en preken op de zonde richten.
Dan zullen we op de zonde gericht blijven.
Als we onze gedachten, gebeden en preken op Jezus richten,
zal Hij ons uit onze zonden optrekken.
Jezus is als gekruisigde onze ellende ingedoken tot in de diepste dood,
om ons daaruit op te tillen tot in zijn heerlijkste glorie.

Dus wie in Christus Jezus zijn, worden niet meer veroordeeld.
2 De wet van de Geest die in Christus Jezus leven brengt, heeft u bevrijd van de wet van de zonde en de dood.
(Romeinen 8:1+2)

Zonde is voor God geen probleem meer.
Waarom zijn we daar dan zo mee bezig?
Wat God betreft, zijn we al heilig,
ondanks de zonde.
Jezus heeft de zonde op zich genomen.
Zo moet u ook uzelf zien: dood voor de zonde, maar in Christus Jezus levend voor God. (Romeinen 6:11)
Jezus heeft het probleem van de zonde opgelost.
Het is niet meer ons probleem.
God heeft het tot zijn probleem gemaakt.
20 Wij zijn gezanten van Christus, God doet door ons zijn oproep. Namens Christus vragen wij: laat u met God verzoenen.

21 God heeft hem die de zonde niet kende voor ons één gemaakt met de zonde, zodat wij door hem rechtvaardig voor God konden worden. (2 Kor 5)

Hoor je het?
Christus is één geworden met de zonde.
God is niet meer boos op je.
Maar Hij wacht tot we zijn genade serieus nemen.
Daarom moeten we op Jezus gericht zijn.
Willen we contact maken met Gods genade..
Dan kunnen we niet om Jezus heen.
Hij is Gods genade in eigen persoon.

**

Er is een dag geweest waarop iemand beslissende woorden sprak.
Deze woorden: het is volbracht.
Jezus zei aan het kruis: “het is volbracht”. (dia van het kruis)
Het is klaar.
Voltooid verleden tijd.
Dit kapitaal is compleet beschikbaar gesteld en betaalbaar gesteld.
Het is volbracht.
Je wordt niet gered, je bent gered.
Je wordt niet vergeven, je bent vergeven.
Je wordt niet verzoend, je bent verzoend.
Je wordt niet gerechtvaardigd, je bent gerechtvaardigd.
Omdat je Gods geliefde kind bent, gekocht en betaald en Gods eigendom.
Dat is allemaal 2000 jaar geleden hard gemaakt.
Dat bén je.
Het is volbracht.
Uit onszelf zien we dat niet.
Zomaar kijken we naar onszelf, naar ons eigen leven.
Kijk naar Jezus.
Luister naar Jezus die zegt: “het is volbracht”.

Geloof je dat?
Geloof je het voor jezelf?
Geloof je het voor je gedoopte kinderen?
Over dat volbrachte werk van Jezus denken wij vaak te klein.
Jezus zegt zelf:

Het is volbracht.
Jezus heeft alles perfect en definitief voor jou afgehandeld.
Daar moetje niets aan afdoen.
Daar hoef je ook niets aan toe te voegen. Je eert God als je daarin rust.
En als je dat gelooft.

**

Ho. Wacht!
Zo makkelijk gaat het natuurlijk niet.
O nee?
Nee, we moeten goede werken doen.
En we moeten natuurlijk wel serieus leven met God.
En
En
Het is zo moeilijk om gewoon bij die genade te blijven.
Om het daarop te houden.
Niets meer, niets minder.

Maar, het stáát er toch ook gewoon?
Lees verder:
12 Broeders en zusters, we hoeven ons niet langer te laten leiden door onze eigen wil. 13 Als u dat wel doet, zult u zeker sterven. Als u echter uw zondige wil doodt door de Geest, zult u leven.
(Romeinen 8:12-13)
Gelukkig maar. Dus toch weer zelf aan de slag.
Daar kan ik wat mee!
Moeten we toch zelf wat doen.
Kunnen we toch wat doen.

Maar ik denk even met je mee.
Weet je wat er dan ook meteen weer om de hoek komt kijken?
De angst. De angst dat het toch niet goed genoeg is.
(of je moet het wel heel goed met jezelf getroffen hebben – dan heb je daar geen last van)
De paniek dat je je toch laat leiden door je eigen wil.
(of je moet wel heel klein denken van Gods heiligheid – dan heb je daar geen last van)
En wees eerlijk, hoe vaak láát je je niet leiden door je eigen wil?
Dus er is wel degelijk alle reden om bang te zijn voor God.
Wat God geeft met de ene hand, dat vraagt Hij met de andere hand.
Voor wat hoort wat.
Nou, het is alsof Paulus ons heeft gehoord.
Luister maar wat zijn antwoord is:

U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’. 16 De Geest zelf verzekert onze geest dat wij Gods kinderen zijn.
17 En nu we zijn kinderen zijn, zijn we ook zijn erfgenamen, erfgenamen van God.
(Romeinen 8:15-17)

Bijzonder is dat.
Je verwacht ergens dat Paulus nu gas terug gaat nemen, net als wij,
dat hij ook zoiets zal zeggen als “ja inderdaad, zo makkelijk gaat het natuurlijk niet”.
En dan zegt hij het tegenovergestelde.
De Geest verzékert ons dat we Gods kinderen zijn.
Hij wil dat we niet onszelf in het middelpunt zetten maar Jezus.
Dat we niet aan het twijfelen gebracht worden door wat er misgaat bij ons, door wat we zelf doen, maar dat we onze rust vinden in zijn lieve Zoon.

**
Goedkoop zeg je?
In de bijbel wordt op veel verschillende manieren omschreven hoeveel het Jezus gekost heeft.
Hoe duur het was.
Duur voor Hem.
Niet voor ons.

Heel indringend zegt God dat in Jesaja 53.
5 Om onze zonden werd hij doorboord,
om onze wandaden gebroken.
Voor ons welzijn werd hij getuchtigd,
zijn striemen brachten ons genezing.
(Jesaja 53)

Hij nam onze zonden op zich.
In ruil daarvoor kregen wij zijn rechtvaardigheid, zijn liefde.
Wij zijn rechtvaardig omdat Jezus met ons heeft geruild.
Hij stierf voor onze zonden aan een kruis, zodat wij zijn leven zullen leven.
Alles wat wij verdienden, heeft Jezus op zich genomen
Alles wat Jezus verdiende, is nu voor ons beschikbaar.

**
Mooi gezegd allemaal.
Nu de praktijk.
En nu is het maandagochtend.
Bah, het weekend is voorbij.

En nu dus volhouden.
Niet bezig zijn met jezelf, wat je zelf allemaal kan,
Of wat je zelf allemaal kan verpesten.
Nee, zeg iets anders.
Zeg: Ha! Een nieuwe dag om ons over Jezus te verbazen.
Een nieuwe mogelijkheid om te oefenen om in zijn plaats te gaan staan.
De ruil die Jezus met zijn kruisdood voltrok,
maakt het mogelijk dat ik op Hem gaan lijken.
29 Wie hij al van tevoren heeft uitgekozen, heeft hij er ook van tevoren toe bestemd om het evenbeeld te worden van zijn Zoon, die de eerstgeborene moest zijn van talloze broeders en zusters. 30 Wie hij hiertoe heeft bestemd, heeft hij ook geroepen; en wie hij heeft geroepen, heeft hij ook vrijgesproken; en wie hij heeft vrijgesproken, heeft hij nu al laten delen in zijn luister.
Om een of andere reden heb je zomaar de neiging om af te vliegen op dat “uitgekozen”.
En daarover te gaan prakkizeren.
Nou heel even dan.
Het wordt hier niet beperkend neergezet, maar royaal.
Je zou ook kunnen vertalen met “al wie”.
Lees mar verder “talloze brs en zrs”.
Maar goed, da’s een zijpad.
Het gaat erom dat we het evenbeeld worden van Jezus.
Lijken op Hem.
Jouw levensdoel is precies zo’n kind van God te zijn als Jezus.
Daarvoor besta je.
Daarvoor zijn we geschapen.
En opnieuw: dit is niet iets om je met veel moeite naartoe te werken.
Dat is niet iets wat ver buiten ons bereikt ligt.
Of iets voor in de hemel ofzo.
Wie hij heeft vrijgesproken, heeft hij nu al laten delen in zijn luister.

Kijk je morgenochtend in de spiegel, vergeet dan even die pukkel, die rimpel of die haar die niet goed wil zitten.
Probeer een moment met Gods ogen naar jezelf te kijken.
Oefen je om Jezus te zien.
Verzadig jezelf met zijn beeld.
Zeg voor die spiegel: ik zie Jezus, wat Hij heeft met mij geruild.
Ik kan mezelf eindeloos veroordelen.
En ja, er is genoeg voor.
En anderen kunnen me veroordelen.
En ja, daar is genoeg reden voor.
Maar ik blijf het herhalen:
Dus wie in Christus Jezus zijn, worden niet meer veroordeeld.