| Preek 8 november |
|
Wie van jullie heeft wel eens iets op z’n hand geschreven om te onthouden? En hoe lang staat het er dan op? Moet je je voorstellen. De machtige God die jouw naam op zijn hand schrijft. En niet maar ff met een pennetje dat er zomaar afgaat. God zegt: “Ik vergeet je nooit!” Hij heeft ons in zijn hand gegrifd en we gaan daar nooit meer vanaf. De machtige God draagt ons met zich mee van ogenblik tot ogenblik. Altijd denkt hij aan ons. En vandaag zegt hij tegen 6 kinderen: jou vergeet ik nooit! Jouw naam schrijf ik op mijn hand. Daar moet je eens over nadenken. De handen van God. Zijn machtige handen waarmee hij deze wereld schiep. Zijn eeuwige handen die deze schepping in stand houden. Zijn hand brengt eten en drinken, rijkdom en armoede, gezondheid en ziekte. Zijn hand geeft het leven en neemt het leven. God zegt: Bij alles wat ik doe denk ik aan jullie. En dan gebruikt God een heel bijzondere vergelijking. Er is geen vrouw die haar baby kan vergeten, toch? Toch hoor je soms van die absurde berichten dat het wel gebeurt. Moeder gaan shoppen, kind achtergebleven in de auto, zon erbij en… En dan zegt God: in het extreme geval dat dat wel gebeurt – ik vergeet jou nooit. Zelfs als ik ellende toelaat in je leven -Ik laat het meewerken ten goede voor hen die Mij liefhebben. Ik heb jou op m’n hand geschreven. 15 Maar kan een vrouw haar zuigeling vergeten of harteloos zijn tegen het kind dat zij droeg? Zelfs al zou zij het vergeten, ik vergeet jou nooit. 16 Ik heb je in mijn handpalm gegrift, je muren staan mij steeds voor ogen. Misschien is God voor jou een God ver weg, weet je niet zeker of Hij wel bestaat. Durf je niet te geloven dat hij aan jou denkt, voor jou zorgt. Denk je dat bidden geen zin heeft. Vraag je je af waar is Gods hand in mijn leven? Maar hier staat het zwart op wit. Wij houden al zielsveel van onze kinderen. Maar God houdt nog veel meer van ons dan wij ooit van onze kinderen kunnen houden. Probeer je dat eens voor te stellen: liefde van de Schepper, tederheid van de hemelse vader. Voor u, voor jou, voor deze baby’s. *** Is er genoeg over deze tekst gezegd als we uitleggen: “Vader schrijft onze namen in zijn hand? Of laten we dan nog iets liggen? Kijk ‘ns met me mee naar het vervolg van vs 16. Want vers 16 is één geheel. “Ik heb je in mijn handpalm gegrift, je muren staan mij steeds voor ogen.” Op 2 verschillende manieren wordt hetzelfde gezegd. Het is een stijlmiddel dat in het hebreeuws vaker gebruikt wordt. Denk aan Ps 103: Niet altoos blijft Hij twisten / niet eeuwig zal Hij toornen. Hij doet ons niet naar onze zonden / en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden. Dus wat God in zijn handpalm grift, heeft direct te maken met wat Hij erna zegt: “je muren staan mij steeds voor ogen.” (vs 16b) Welke muren dan? En wat was er dan met die muren? Het gaat om de muren van Jeruzalem. De stad van God –Jeruzalem- lag in puin. Het volk Israël woonde er niet meer. Dat was gedeporteerd, ver van huis, naar Babel. De politiek van Babel was “verdeel en heers”. Haal volken weg uit hun eigen omgeving en mix ze met andere volken, dan verliezen ze hun identiteit. En al zou je terug willen, dan zou je in Jeruzalem niet veilig zijn voor wilde dieren of wilde mensen. De muren lagen immers in puin. “je muren staan mij steeds voor ogen.” Dat betekent: die kapotte muren die helemaal niet meer kunnen beschermen, die weerloze muren waar niemand meer achter woont - ik zie ze dag en nacht. Geen moment vergeet ik ze. God kijkt letterlijk naar de ellende van zijn volk. Alles wat God gegeven had en een woonplaats op de aarde was voor zijn heiligheid en heerlijkheid – dat alles is nu één grote puinhoop. Maar niet alleen de mensen en de kinderen van God beleven dat zo. Ook God lijdt eraan. Het gaat God aan het hart dat zijn schepping er zo uitziet. Hij ziet hoe zijn kinderen worden aangevallen door satan, hoe zijn kerk bloot staat aan schadelijke invloed van buitenaf. En reken maar: het verdriet in uw en jouw leven snijdt Hem door het hart. En….Hij kijkt niet even de andere kant op. De Here heeft ons in zijn handpalm gekerfd. En hij houdt steeds de verwoeste muren van Jeruzalem voor ogen. Dat bekent: Hij lijdt nog veel dieper aan het ellendige bestaan van zijn schepping dan wij. Bijzonder is dat. Wij kunnen tenminste onze ogen nog eens dichtdoen en in de slaap alles vergeten. Maar onze God sluimert niet en slaapt niet. Een hele troostende gedachte, vind je niet? *** Hebben we nu een antwoord op de vraag wát God in zijn hand schrijft? Graveert Hij die verwoeste muren in zijn hand, of doet Hij méér? Als je in vs. 17 kijkt, zie je dat er nog méér is. In één adem spreekt God verder, “Je kinderen haasten zich terug naar huis, de vijand die je verwoestte en vernielde, trekt weg. “ 20 Je dacht dat je je kinderen verloren had, maar eens zul je hen horen zeggen: ‘Het is ons hier te benauwd. Geef ons meer ruimte om te wonen.’ God kijkt altijd verder, zijn werk gaat altijd door. Jeruzalem dat nu nog in puin ligt dat zal straks te klein worden het volk van God zal uit z’n jasje groeien. De muren van Jeruzalem die God in zijn hand schrijft zijn niet alleen maar die muren die in puin liggen. Nee, het zijn de muren zoals God ze weer zal maken! God schrijft ze in zijn hand zoals Hij ze bedoeld heeft. En zoals Hij ze zelf weer zal maken! Daarom geloof ik dat wat God in zijn handpalm schrijft een tekening is van een nieuw Jeruzalem, een Jeruzalem dat in de tijd van Jesaja er nog niet was, maar wat God in gedachten had, waar Hij met beide handen naartoe werkt. Het nieuwe Jeruzalem, waarvan God de architect en bouwmeester is. Het zijn al die mensen, van toen, van nu die God zijn kinderen noemt. Voor u is de belofte en voor uw kinderen, zovelen als de Here onze God ertoe roepen zal. En daarom is Jesaja 49 maar geen belofte van toen en daar, maar tegelijk een machtige belofte voor hier en nu. Een belofte die we vanochtend opnieuw horen, maar ook opnieuw. De doop is een duidelijk teken. God laat zien dat wij kostbaar voor Hem zijn, dat Hij ons ziet. Dat we Hem voor ogen staan in onze kwetsbaarheid – verwoeste muren – maar dat Hij ook verder kijkt, dat Hij kijkt naar zijn diepste bedoeling ook met deze baby’s. Dat Hij nu al ziet hoe Hij dat jonge leventje tot volmaakte bloei zal brengen. Vandaag laat Hij zien dat zijn zorgende handen zich ook over hen uitstrekken. De Here zal in alles wat Hij doet en laat het goede voor ze zoeken. Hij kijkt zelfs verder dan hun aardse leven – Hij ziet hun eeuwige leven Hij denkt aan zijn belofte dat ze eeuwig bij Hem mogen. *** Eerst maar even terug naar het hier en nu. Wat zien wij daar nu van? Want natuurlijk leven we toe naar de stad met fundamenten waarvan God de architect en uitvoerder is. Maar da’s best ver weg en wat kunnen we daar nu mee? Als kinderen van God in het nieuwe verbond mag je dan ook denken aan de stad die God aan het bouwen is met levende stenen. Ken je deze tekst? Voeg u bij hem, bij de levende steen die door de mensen werd afgekeurd maar door God werd uitgekozen om zijn kostbaarheid, 5 en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijke tempel. (1 Petrus 2) Is dat niet waar elke christelijke vader of moeder naar verlangt? Dat onze kinderen levende stenen worden in Gods tempel. Dat ze steeds meer bewust lid worden van Jezus’ gemeente? Dat ze het fijn vinden om de verhalen uit de bijbel steeds weer te horen. En daar kun je al zo vroeg mee beginnen. Van die simpele boekjes. Op dit moment roept Sem na het avondeten meteen “ Noach, Noach!” En als we hebben gelezen moeten we ook nog zingen over Noach. Daarvoor hebben we weken over Abraham moeten lezen. Abraham die zo lang moest wachten tot er een baby kwam. Levende stenen in de tempel van God. Dat laat je ook meteen breder kijken. Wat is het belangrijk dat we ook als gemeente oog hebben voor de kinderen en voor de jongeren. Twee week terug toen Lucie en ik bij de zoveelste groeigroep te gast waren zaten er ook jongeren bij. Een van 12, een van 15 en een van 18. Gaaf om dan gewoon met oud en jong samen te praten, te horen wat die jongeren bidden. Dat is op deze dag ons verlangen, dat we zelf zo’n voorbeeld mogen zijn voor onze kinderen, dat ze zelf gaan geloven, en dat ze zich thuisvoelen in de kerk, ja, dat is ons gebed. *** We begonnen de preek heel relaxted. Iets op je hand schrijven. Maar ik was niet helemaal eerlijk. Letterlijk staat er: Ik heb je in mijn handpalm gegrift Volgens het woorden boek betekent dat: iets in je hand kerven met een scherp voorwerp. Don’t try this at home (Probeer het niet thuis) De pijn die het God kostte om ons in zijn hand te graveren, is de pijn die de zoon van God leed op aarde, speciaal toen hij aan het kruis geslagen werd, toen de spijkers door zijn handen en voeten geslagen werden. Wij waren het, die in zijn handen gekerfd werden. Het was onze schuld, het waren onze zonden die Hem die pijn kostte. Onze God is een God met doorboorde handen, we staan in zijn hand gegrift. Want het kost hem alle pijn van de wereld om ons te redden. Jezus Christus is Gods spijkerharde garantie dat de Vader ons niet vergeet, maar dat Hij ons leven ziet, liefheeft en leidt. Als deze 6 kinderen gedoopt worden, is de vraag niet of wij op God aankunnen, de vraag is niet of Hij ze ziet, of Hij ons kent. Dat is 100% zeker. De vraag is Hij op ons aankan, of wij Hem zien, of we Hem willen kennen. Vertrouw je je toe aan de hand van God die in al zijn doen en laten jou op het oog heeft? Die oog heeft voor je kwetsbaarheid. Die je tranen telt – en straks zal afwissen? Die je steunt in de strijd om Jezus te blijven volgen waar Hij ook gaat. Vertrouw je dat Hij dat doet omdat zijn eigen Zoon mens is geworden, omdat Hij in alle dingen op gelijke wijze is verzocht geweest als wij? zondagochtend 8 november 2009 9.30 uur Gz 171:1+2+3 “Wees stil voor het aangezicht van God” Wet Zingen: Gz 78:2 ‘k lag machteloos gebonden” Gebed (met voorbedes) Schriftlezing: Jesaja 49:14-23 Tekst: Jesaja 49:16 Preek Zingen: Ps 103:1+5 Doopsformulier 3 (let op: nieuwe versie!) Geloofsbelijdenis door zingen Gz 161:3+4 “Heer, u bent mijn leven” Gebed voor de doop Doopvragen stellen aan ouders zingen: Opwekking 599 “nog voordat jij bestond” (onder het voorspel van Shout! komen kinderen KBC binnen) Bediening doop Na de doop: “de Here zegent jou” (eerst laten zingen door KBC, dan door hele gemeente) Dankgebed Collecte (Shout zingt Opw 671 “Lof, aanbidding” ) Liedboek 21:3+7 “welgelukzalig is ieder te noemen / die Jakobs God als helper heeft” Janna Slager (29 september) ‘Ik ben het brood dat leven geeft. Wie bij mij komt zal geen honger meer hebben, en wie in mij gelooft zal nooit meer dorst hebben’ (Johannes 6: 35) Matthijs en Anne-Wil de Vries Noortje Hanna Machteld de Vries (30 september) ‘Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft.’ (Johannes 8:12) Jan-Menno en Ronell Meinen Allard Hayo Meinen (4 oktober) Ik ben de deur: wanneer iemand door mij binnenkomt zal hij gered worden (Johannes 10:9) Arco en Fenny van Daalen Johanna Adriana Coline (Hanna) van Daalen (5 oktober) Ik ben de goede herder. Ik ken mijn schapen en mijn schapen kennen mij, (Johannes 10:14) Peter en Wilke van der Molen Jette Lean van der Molen (23 oktober) Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door mij. Als je mij kent zul je ook mijn Vader kennen. (Johannes 14:6) Abel Tobias van der Molen (23 oktober) Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Als iemand in mij blijft en ik in hem, zal hij veel vrucht dragen. Maar zonder mij kun je niets doen. (Johannes 15:5) |

