| Preek Exodus 3 (25 juli 2010) |
|
Bosbranden. Heb jij er wel eens een gezien. Indrukwekkend. Huizenhoge vlammen. Mensen die in paniek vluchten met nog wat persoonlijke bezittingen. Rennen voor je leven. Brandweerauto’s die moeten terugtrekken omdat ze het niet redden tegen het natuurgeweld. Wat is vuur dan angstwekkend. Zo bekeken stelt die brandende braamstruik weinig voor. Wat een geweldige gebeurtenis is – God die verschijnt aan Mozes, God zelf die spreekt, God zelf die zich bekendmaakt met die machtige Naam “ik ben die ik ben”, die uitgestoken hand vol stevige beloftes: ik zal er zijn – wat wil je nog meer? Die geweldige gebeurtenis is als je ‘m beter bekijkt maar heel eenvoudig. Een braamstruikje staat in brand. En dan moet je niet denken aan de braamstruiken die wij in Nederland hebben, van die grote groene sappige. Maar aan een braamstruikje, klein, dor, onopvallend. Niks bijzonders aan. Je ziet ‘m zomaar over het hoofd. Zo zijn tekens van God. Ook vandaag. Tekens van God voor jou en mij. Zó indrukwekkend omdat God iets van zichzelf laat zien. Maar ook zo klein. Je ziet ze zo over het hoofd. En als je het een ander vertelt kun je je zomaar belachelijk voelen – vind je dat nou een teken van God? Nee joh. Maar jij ziet het Gods zorg in jouw leven, zijn aanwezigheid – want God kiest tekens die aansluiten bij wie jij bent. Een braamstruikje staat in de fik. Niks bijzonders aan. Je ziet ‘m zomaar over het hoofd. Het enige bijzondere zit ‘m in wat er NIET gebeurt. Want wat gebeurt er met iets dat in de fik staat? Juist. Het verbrandt. Het wordt zwart. Hier gebeurt iets vreemds. Het fikt niet op, het wordt geen zwartgeblakerde struik, hij verbrandt niet. Zo trekt God Mozes’ aandacht. Heeft het ook nog een reden dat God zo verschijnt? Heb je daar wel eens over nagedacht? Of zou het alleen het “lokkertje” zijn geweest voor Mozes? Ik ga er vanuit dat God weldoordacht een teken kiest. Wat zou er dan achter zitten? Deze braamstruik zegt iets over Mozes. Het vuur in hem dat ‘m aanvankelijk verteerde en tot moord en doodslag heeft gebracht, -hij doodde een Egyptenaar die een Israëliet mishandelde- dat vuur in Mozes heeft z’n verwoestende werking verloren. Na 40 jaar in de woestijn te hebben geleefd, heeft Mozes zijn wilde haren verloren en is hij bruikbaar voor Gods plannen. Na 40 jaar een herder te zijn geweest mag hij nu herder voor Gods volk worden. Een braamstruik is gewoontjes, de woestijn is ermee bezaaid. Niks bijzonders zo’n struikje - tenzij God ‘m uitkiest om de drager van de lichtglans van God zelf te zijn. Dan wordt de vluchteling Mozes, bij Israël allang uit beeld, een leider. Die braamstruik zegt ook iets over het volk Israel. Het is Israël dat het vuur van God mag dragen. Dwars door de woestijn. De vlam brandt niet dankzij het hout. Israel voedt de vlam niet. Mozes voedt de vlam niet. God voedt de vlam. Israel en Mozes zullen de vlam drágen. ** Opeens hoort Mozes zijn naam roepen. Mozes! Mozes! Mozes moet zijn schoenen uittrekken omdat hij op heilige grond staat. En als God zichzelf bekendmaakt bedekt Mozes zijn gezicht. Wat een ontzag voor God! Hoe geef jij je ontzag voor God vorm? God is niet alleen onze Vader, heel dichtbij. Hij is ook groot, verheven, Hij bewoont een ontoegankelijk licht. Maar juist omdat Hij zo groot is, is Hij in staat om heel dicht bij te komen. Zó dat je Hem, dat je zijn werk met je handen kan aanraken. Dan ontstaat er gesprek tussen God en Mozes. God stelt zich voor. En Hij stelt zich voor zoals alleen God zich voor kan stellen. God zegt: ik ben de God die jij al kende van jongsaf aan, die jouw vader kende. En in één adem noemt God mensen die al eeuwen geleden hebben geleefd. Mensen waar Mozes van jongsaf aan van gehoord heeft: Abraham, Izak, Jakob. Mannen waar verhalen over doorverteld worden die een diepe indruk op hem hebben gemaakt, al die dingen die zij van God hebben gehoord en met God hebben meegemaakt. En God legt dat lijntje van die grote namen in één beweging door naar Mozes zelf. Moet je je voorstellen. Sta je daar als volstrekt onbekend man – en God zet jou in het rijtje van Abraham, Izak, Jakob. Met die mensen was ik, zo ben ik ook met jou. God laat zien: ik ben dezelfde gebleven. Er ligt een lijn tussen hen en jou. Misschien zeggen mensen van vroeger ons vandaag-de-dag iets minder. Vroeger is vroeger. Da’s geschiedenis. Nou, denk dan eens aan mensen die nu leven. Neem eens iemand in gedachten waarvan je weet dat diegene echt God kent en met God leeft. Iemand die je misschien wel bewondert om zijn / haar geloof. Om de manier waarop diegene lééft met de Here Jezus. En dan zegt God: zoals ik ben met hem of haar, zó wil ik ook met jou zijn. Hij stelt zich voor zoals alleen God zich voor kan stellen. Op een manier die tegelijk heel veel zegt, maar óók op een manier die heel spannend is. Op een manier die geloof vraagt. Een naam die meer vragen oproept dan beantwoordt. Vind je niet? Want met welke naam stelt God zich voor? Want kijk eens goed in vers 14. God zegt: ik ben die er zijn zal. Hoe je mij moet noemen? Noem mij maar: “ik zal er zijn”. Wat vind je ervan dat God zich zo voorstelt? Kom ik zo op terug. Tussendoor Die naam van God, Jahwe, wordt in de nbv anders vertaald dan in de 1951 vertaling. Hoe zit dat? Nou, eigenlijk is die naam van God niet zo goed te “pakken” in een vertaling. Je kunt wat er in het Hebreeuws staat, Jahwe, op verschillende manieren vertalen. Er staat er een vorm van het werkwoord “zijn”. En die naam betekent zoveel als: Ik ben altijd dezelfde, Ik ben die ik ben. Maar die vertaling gaat toch een beetje mank. Er zit namelijk ook een beweging in deze naam. Een beweging naar de toekomst toe. Ik ben die ik ben. En zo zal ik ook in de toekomst zijn. Wat betreft is de vertaling in de nieuwe bijbel de spijker op z’n kop. Daar proef je dat God dezelfde blijft óók morgen en overblijft. “Ik zal er zijn.” Dat betekent Jahwe. Wat vind je ervan, van die naam, vroeg ik net. Da’s een raadselachtige naam. Geen naam zoals Jan, Peter of Klaas. Het is een naam waar je misschien op het eerste gezicht weinig aan lijkt te hebben. Ik zal erbij zijn. Nou, en? Maar het is een naam die alles zegt over wie God is. Zo wil God dat Mozes Hem leerde kennen. Die naam van God is het geheim van God. God zegt tegen Mozes helemaal niet precies wat er zal gaan gebeuren. God zegt eigenlijk maar 2 dingen: -het volk zal in het beloofde land aankomen. Zeker weten. -En… het zal niet makkelijk gaan. Hoe moeilijk het wordt zegt God niet. Maar wel dat het moeilijk wordt. Verder blijft alles vaag. Één ding zegt God heel duidelijk: Ik zal erbij zijn. Ken je God zo? Als degene die belooft dat Hij erbij zal zijn? Ik ben die er zijn zal. Da’s een naam die spreekt van Gods soevereiniteit. Hij kiest hoe Hij erbij zal zijn. Misschien op een manier waar je heel veel moeite mee hebt. Als het eerst alleen maar moeilijker wordt. Denk aan de Israëlieten die hárder moesten werken toen God naar hen omkeek. Weet je nog? Ze moesten voortaan zelf stro zoeken om die door de klei te mengen en zo stevige stenen te bakken ipv dat die stro werd aangeleverd door de Egyptenaren. God gaat mee, zelfs als het uitzichtloos lijkt. Als God je 40 jaar door de woestijn laat sjokken. God openbaart zich door middel van een naam waarmee Hij maar 2 dingen zegt : Je zult aankomen in mijn beloofde land. Maar de weg er naartoe zal niet makkelijk zijn. Mozes heeft in zijn leven ontdekt wat die naam waard is. Toen hij voor de farao stond en Hij Gods majesteit mocht laten zien. Weet je nog, met die stok die een slang werd, met water dat bloed werd? Dat was nog maar het begin van een heleboel spectaculaire wonderen. Maar als Mozes geen oog zou hebben gehad voor dat simpele braamstruikje, was het allemaal nooit begonnen. Ik zal er zijn. Hoe heet God in jouw gedachten? Misschien noem je God “Hij die er zo vaak niet is”. of “Hem die ik altijd zou willen ervaren, maar helaas vaak ervaar ik hem niet”. Hoe komt het dat je Hem niet ziet? Omdat je zo met een bepaalde blik, met een bepaalde verwachting kijkt, en je Hem niet in beeld krijgt? God zou zich zus en zo moeten laten zien, en omdat Hij dat niet doet, daarom is Hij er niet? Denk je dat Mozes ooit op het idee was gekomen dat God dmv een brandend struikje tegen Hem zou gaan praten? We lijden zo vaak aan blikvernauwing. God zegt, Ik ben die ik ben. Hoe noem jij God? Misschien wel “Hij die mij een goed leven zal geven met allerlei zegeningen” God is een God die soeverein is. Hij is erbij zoals Hij erbij wil zijn. Da’s enorm troostvol. Je weet dat je met Hem goed uitkomt. Maar tegelijk ook spannend. Want je weet ook – tenminste dat zou je moeten weten – dat de weg die Hij met je loopt geen makkelijke is. En soms stelt het voor diepe vragen. Vragen die pijn doen. Ik zal erbij zijn. Da’s zo ongeveer het tegendeel van wat mensen vandaag geloven. Veel Nederlanders geloven best in een God. Maar juist NIET in een God die erbij is. De grote vraag is: waar is God? Het antwoord dat jij en ik mogen doorvertellen is: God is erbij. En Hij is erbij zoals Hij erbij wil zijn. Wat die naam “ik zal er zijn” waard is zien we in Jezus Christus. Die woorden “ik ben” die God gebruikte hier bij Mozes, Die woorden horen we bij Jezus terug. Ik ben de goede herder. Ik ben het licht van de wereld. Ik ben de deur voor de schapen. Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Ik ben het levende water. Ik ben het brood dat leven geeft. Die “ik ben” uitspraken vertellen ons alles over God. Als ik Jezus zie dan krijgt die naam “ik ben” handen en voeten. Een gezicht. God is erbij. Niet maar op een afstand. Maar heel dichtbij. Reddend en bevrijdend. Hij wil mij verlossen van mijn schuld, van mijn zonden. Hij wil mij redden van de dood. Hij wil mijn hart – Hij wil mij een ander mens maken. Hij wil mij eeuwig leven geven. Ik zal erbij zijn. Wat die naam waard is laat God zien in de Here Jezus. Dat wordt nog méér werkelijkheid als de heilige Geest wordt uitgestort. Het vuur van God komt op mensen. En opnieuw: het vuur van God verteert niet. Het vuur gaat branden op Pinksteren. Vuur komt op de leerlingen van Jezus. Een uitslaande brand van heilige Geest. God komt dichtbij. Je zou je schoenen van je voeten moeten doen uit eerbied. Maar… niet de plaats waar je staat is heilig, Nee je hele lichaam wordt heilig, tempel van de heilige Geest. Het respect voor God wordt niet maar zichtbaar op een bepaalde plek, een heilig gebouw, het respect voor God zit voortaan in alles wat je bent, in alles wat je doet, in alles wat je denkt, in alles wat je zegt. Bedenk goed wie je bent, want God wil jou heilig maken – anders maken, zodat je steeds meer lijkt op de Here Jezus. Bedenk goed wat je doet, waar je je gedachten naartoe laat zweven, wat je allemaal zegt. God wil erbij zijn. God zal erbij zijn. Niet alleen op de een of andere heilige plek. Niet maar op zondag is God er niet, niet maar in de kerk. Maar altijd en overal. Waar jij ook gaat, God gaat mee. Zie jij Hem bezig? Zie jij Hem bezig in jouw leven? Misschien maar heel onopvallend. Je zou er zou aan voorbij lopen. Maar vind je het geen wonder? God die in U, jou, mij wil wonen. Je zou de aanwezigheid van God geen moment kunnen verdragen, maar door Gods genade draag je zijn vlam. Zie, ik ben met je, alle dagen tot de dag ik alles nieuw maak. (Matteüs 28) |

