| Preek zondagochtend 13 december |
|
1 Maar uit de stronk van Isaï schiet een telg op, een scheut van zijn wortels komt tot bloei. 2 De geest van de HEER zal op hem rusten: een geest van wijsheid en inzicht, een geest van kracht en verstandig beleid, een geest van kennis en ontzag voor de HEER. 3 Hij ademt ontzag voor de HEER; zijn oordeel stoelt niet op uiterlijke schijn, noch grondt hij zijn vonnis op geruchten. 4 Over de zwakken velt hij een rechtvaardig oordeel, de armen in het land geeft hij een eerlijk vonnis. Hij tuchtigt de aarde met de gesel van zijn mond, met de adem van zijn lippen doodt hij de schuldigen. 5 Hij draagt gerechtigheid als een gordel om zijn lendenen en trouw als een gordel om zijn heupen. 6 Dan zal een wolf zich neerleggen naast een lam, een panter vlijt zich bij een bokje neer; kalf en leeuw zullen samen weiden en een kleine jongen zal ze hoeden. 7 Een koe en een beer grazen samen, hun jongen liggen bijeen; een leeuw en een rund eten beide stro. 8 Bij het hol van een adder speelt een zuigeling, een kind graait met zijn hand naar het nest van een slang. 9 Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil op heel mijn heilige berg. Want kennis van de HEER vervult de aarde, zoals het water de bodem van de zee bedekt. 10 Op die dag zal de telg van Isaï als een vaandel voor alle volken staan. Dan zullen de volken hem zoeken en zijn woonplaats zal schitterend zijn. (Jesaja 11) Over wie gaat het in Jesaja 11? Juist! Over de Here Jezus. Eeuwen voor Hij werd geboren werd aangekondigd dat de Verlosser kwam. De tijd van Jesaja 11 is 750-700 voor Christus. Indrukwekkend dat God al zó lang vantevoren werkte aan de komst van de Messias. Nu is er iets bijzonders aan de hand is met deze profetie. Kijk, aan de ene kant herken je heel duidelijk de Here Jezus. Hij is de grote zoon van Isaï, Hij komt uit het geslacht van David. Jesaja 11 leest als een profielschets van zijn optreden: Verzen 2 en 3 Echt Christus. Dit kan allemaal over niemand anders gezegd worden! Maar als je verder leest. Klopt het dan nog? In vers 4 zou de Here Jezus als een koning optreden die ieder zal geven wat ‘m toekomt. De armen krijgen een eerlijk vonnis en de schuldigen zullen hard worden aangepakt. Gedood zelfs. In werkelijkheid heeft Jezus altijd geweigerd om recht te spreken. Hij heeft al helemaal niemand gedood. Jezus heeft Gods genade gebracht. Hij trad juist niet als rechter op. Hij zei: “ik ben niet gekomen om te oordelen.” Straks als hij zal terugkomen dan komt Hij als rechter. En zal hij oordelen over levenden en doden. En als je dan verder leest: over die vrede die komt op aarde. Tussen mensen maar ook zelfs tussen dieren. Nou, zover is het nog lang niet. Vrede op aarde – nou nog niet echt. En dus? Klopt de profetie van Jesaja dan wel? Of erger nog: klopt het werk van de Here Jezus dan wel? Is Hij soms halverwege gestopt? ** Ja, wat zegt dat? Dit: dat het werk van Christus nog niet klaar is. Hij heeft het beslissende gedaan. Onze zonden op zich genomen – meegenomen aan het kruis - en is als het Lam van God gestorven. Maar we mogen nog veel méér van Hem verwachten. Wat in één keer geprofeteerd wordt door Jesaja, blijkt in de werkelijkheid niet in één keer te gebeuren. We zitten op z’n hoogst halverwege de vervulling van deze profetie. En wat zegt dat? Wat Jesaja 11 op een schitterend manier onthult, is dit. Als de Vader zijn geliefde zoon stuurt, dan geeft Hij ons daarmee alles al. Wie Jezus heeft, ontvangt Gods vrede. Wie Jezus heeft, krijgt de toegang tot Gods vrederijk. Het vrederijk is nog niet aangebroken. Maar God ziet het al. Het is voor Hem één beweging: Hij stuurt zijn zoon, op wie de Geest rust. En in één adem noemt God ook wat Hij uiteindelijk zal brengen: het vrederijk. De bijbel heeft het soms over “een korte tijd van lijden”. En “het lijden van nu weegt niet op tegen de heerlijkheid die over ons geopenbaard zal worden”. Da’s niet om ons leven met alle moeilijke dingen daarin maar als onbelangrijk weg te zetten. Maar wel is in het perspectief van God duidelijk: met Jezus komt ook het vrederijk. Voor God is 1000 jaar als één dag. Vandaag de 3e zondag van Advent. Advent betekent “komst”. De komst van Jezus. We leven toe naar kerst. We vieren de geboorte van de Verlosser. Natuurlijk niet om te doen alsof hij nog steeds een baby is. Zijn geboorte vieren we alleen zo uitbundig omdat we weten dat Hij een volwassen man is geworden. Zijn geboorte vieren we omdat Hij de Redder van de wereld bleek te zijn. Jesaja profeteerde later over de man van smarten. Jesaja hoofdstuk 53. Een man van smarten en vertrouwd met ziekte. Je verstopt je gezicht voor ‘m zo vreselijk ziet Hij er uit. De straf die ons de vrede aanbrengt was op Hem / door zijn striemen is ons genezen geworden. God staat boven alle tijden. Dat merkt je als Hij wat zegt. Hij overziet van begin tot eind waar wij nog midden in zitten. Maar met Jezus heb je álles in handen. En wat Hij al gedaan heeft. En wat Hij nog zal doen. Wat Hij al voor ons gedaan heeft: Vergeving van zonden. Een herstelde relatie met God. De heilige Geest die je leven gaat veranderen. En wat Hij nog gaat doen: zijn koninkrijk stichten van gerechtigheid. En eeuwig leven op de nieuwe aarde. ** Avondmaal is zo kostbaar. Vandaag krijgt u krijg jij Gods beloftes in handen. Al Gods beloften. Als je Jezus ontvangt, krijg je alles. En niemand kan het je ooit meer afpakken: Prijs de Heer! De weg is open / naar de Vader. Naar elkaar. Prijs de Geest die in ons woont. Een stukje brood: voorproefje van de nieuwe aarde. Een slokje wijn: voorproefje van de wijn die Jezus nieuw met ons zal drinken in het koninkrijk van zijn Vader. We vieren: de beslissende slag is gewonnen: Jezus heeft de duivel verslagen, de zonde uitgewist, de dood overwonnen. We hebben een Heer in de hemel aan de rechterhand van God. Hij regeert – en zijn koningschap zal geen einde hebben. Van koning Jezus hebben we nog veel te verwachten. “Nog is die dag verborgen, wacht ‘m gelovig af.” Maar met brood en wijn heb je alles al in handen. ** Voor de dienst: Kerkenraad en voorganger komen binnen. Ouderling van dienst doet afkondigingen, gaat zitten. Korte stilte. De kaarsen worden aangestoken (Anneke) Liedboek 23 :1,2 en 3 Korte stilte, handdruk Ps 92:1+2 Wet Ps 25:2 “Instelling” en “Christus gedenken”uit formulier 3 Gz 121:2+3+4 (God, die was en is en komt) Gebed “Eén zijn” uit formulier 3 Gz 121:6+7+9 Lezen: Jesaja 11:1-10 Lied 125:1+2 Couplet 1: (regels 1-4 door vrouwen, regels 5-6 door allen) Couplet 2: (regels 1-4 door mannen, regels 5-6 door allen) Preek Gz 78:2+4 (tafel in gereedheid) “Verwachten” uit formulier 3 Gebed “opwekking en uitnodiging uit formulier 3 Zingen tijdens de viering: (zoveel als nodig is, graag zonder al teveel tussenspel) Gz 107:1+2+3+4 Ere zij aan God de Vader Gz 114:1+2+3+4+5+6+7 Jezus is mijn toeverlaat Gz 119:1+2+3 De kerk van alle tijden Ps 118:1+7+8+9 Laat ieder ’s Heren goedheid prijzen Gebed Collecte/ Slotzang: Gz 111:1+2 Jezus leeft in eeuwigheid |

