• An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
Preek zondagochtend 8 mei
Gz 165 “Machtig God”
Gz 158 “ Als een hert”
Wet
Ps 86:5+4
Gebed
Ps 119:39+40+49
Lezen: Handelingen 2:41-47
Lezen: Romeinen 12:1-2
Verkondiging
Gz 104:2+3+5+7 “Dit is de dag”
Slotzang: Gz 119:1+2+3 “de kerk van alle tijden”
.
Thema: “dat is de ware eredienst voor u”

**

Wat maakt een eredienst tot eredienst?
Wat maakt een gemeente tot een gemeente?

Zullen we het vanmorgen eens naast elkaar leggen?
Onze kerkdiensten, onze manier van gemeente-zijn.
En wat beschreven wordt in Handelingen 2.

Zullen we eerst eens in Handelingen 2 kijken?

Bleven trouw aan het onderwijs van de apostelen
Vormden een gemeenschap
Wijdden zich aan het gebed

Samenkomen (tempel)
Het brood breken (thuis)
Eenvoud
Vreugde
God loven
Met 2 effecten:
In de gunst bij het volk
God breidde hun aantal uit

Dit is kerk-zijn volgens Handelingen 2.
Een manier van gemeente-zijn die gaat over het leven van elke dag.
Voel je uit dit kleine stukje hoe het dagelijks leven verweven is met het dienen van God en het dienen van elkaar?
Hoe dat een eenheid is?
Het is een hele complete manier van gemeente-zijn, met alles erop en eraan.
Het gewone leven van elke dag is zeg maar tot de rand gevuld met het volgen van Jezus.
En dat doen mensen niet ieder voor zich, maar daarin trekken ze samen op.
En daarin blijkt “ evangelisatie” niet een apart vakje te zijn.
Zo van: we zijn kerk, nu moeten we ook evangeliseren.
Wanneer zijn we daar aan toe?
En hoe zullen we dat eens doen?
Nee, dat gaat hand in hand.
Door de praktijk van het leven met God en met elkaar komen er mensen bij.
Door wat dat uitstraalt.
Door wat niet-christenen kunnen merken van het leven van christenen?
Had Jezus dat niet beloofd? Ik geef jullie een nieuw gebod: heb elkaar lief. Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie elkaar liefhebben. 35 Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn.’
(Johannes 13)

En nu wij.

Mag je eigenlijk zeggen: “ ik ben naar de kerk geweest” als je straks, na je bezoek aan de Morgenster weer thuis komt?
Laat die vraag eens binnenkomen?
Kunnen deze dingen gezegd worden van onze erediensten?
Kunnen ze gezegd worden van jouw manier van meedoen in de gemeente?
En kijk niet alleen naar eerste woorden maar ook naar de laatste.
Staan we door onze manier van gemeente-zijn in de gunst van het Leeuwarder volk?

Ik stel deze vragen vanuit hoop en verwachting.
De hoop dat we zo bijbels willen zijn als gemeente dat we deze vragen serieus nemen.
De verwachting dat wat God wil geven wel eens meer zou kunnen zijn dan wij hadden gedacht.
Ik stel deze vragen dus niet als een aanklacht, als een verwijt.

2 basisprincipes zijn die moeten bepalen hoe we kerk zijn.
Het evangelie.
En de gemeenschap.
Dat gaat hand in hand in Handelingen 2.

Het draait om het evangelie in die zin dat het Woord centraal staat.
Het draait ook om het evangelie in die zin dat de verspreiding ervan centraal staat.
En het draait tegelijkertijd om de gemeenschap.
Blijkbaar zijn beiden essentieel voor gemeente-zijn.

Wij zouden misschien zeggen: het draait om het Evangelie.
De gemeenschap komt daaruit voort.
En die gemeenschap is belangrijk. Maar het draait om het evangelie.
Dat is niet de conclusie die je uit Handelingen 2 kunt trekken.
Ik wil die stelling eens wat verder uitwerken.
Waarom zou het zo zijn, dat het draait om en Evangelie en Gemeenschap ?

**

Zullen we dan eerst eens kijken naar Romeinen 12, waar het gaat over onze ware eredienst?
Moet je eens lezen wat Paulus dan zegt: dat je je leven offert aan God.
Dat je je leven in zijn dienst stelt.
Dat je verandert in een mens zoals God die bedoeld heeft.
En dan gaat Paulus een manier van leven beschrijven waarbij ogenblikkelijk de gemeenschap in beeld is.
Dat is de verandering waar het voor God om draait.
We hebben verschillende gaven, onderscheiden naar de genade die ons geschonken is. Wie de gave heeft te profeteren, moet die in overeenstemming met het geloof gebruiken. 7 Wie de gave heeft bijstand te verlenen, moet bijstand verlenen. Wie de gave heeft te onderwijzen, moet onderwijzen. 8 Wie de gave heeft te troosten, moet troosten. Wie iets weggeeft, moet dat zonder bijbedoeling doen. Wie leiding geeft, moet dat doen met volle inzet. Wie barmhartig voor een ander is, moet daarin blijmoedig zijn.

Paulus kan niet spreken over het offeren van je leven, hij kan niet spreken over eredienst zonder dat meteen de praktijk van het dagelijks leven in beeld is.

Daarin volgt Hij zijn Heer.
Het is opmerkelijk dat Hij ons een dubbel gebod geeft:
Heb God lief en Heb je naaste lief.
Christus kiest nooit voor het een ten koste van het ander.
Als een rijke jongen vraagt: ik heb alles gedaan, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven, zegt Jezus: verkoop wat je bezit.
Daar proef je hoe het bij elkaar hoort. God dienen, de naaste dienen.
(en natuurlijk zit er nog veel meer in dat gesprekje tussen Jezus en deze jongen)
Waarom? Kijk in het nieuwe testament. Hoe vaak klinkt daar het woord “ elkaar” wel niet?
Waarom? Kijk in handelingen 2. Het een hoort bij het ander. Het gaat hand in hand. Kan dat zichtbaar worden in kerkzijn?

Ik denk dat wij het hebben gesplitst.
Dat we de verkondiging van het evangelie, het blijven bij het onderwijs van de apostelen, dat we dat teveel hebben losgemaakt van die andere dingen.
Het is in de Morgenster mogelijk om tegen half 10 in de rij te schuiven en na afloop van de dienst weer uit de kerk te gaan, zonder dat je met iemand anders contact hebt gehad.
En dan ben je “naar de kerk geweest”.
Maar ben je dan echt naar de kerk geweest?
Je kunt lid zijn van de kerk zonder te leven in de gemeenschap.
Daaruit blijkt dat we kiezen voor het evangelie zonder te kiezen voor de gemeenschap.
Kan dat?
Ik zeg dit niet om aan te vallen, maar als uitnodiging om je daarop te bezinnen.

**

De bijbel laat zien dat we gemeenschaps mensen zijn,
gemaakt om God en andere mensen lief te hebben.
Als God zover is dat Hij de mens gaat scheppen,
geeft God niet simpelweg een bevel;
Hij begint een gesprek.
“ Laten Wij mensen maken die Ons evenbeeld zijn, die op Ons lijken” (Genesis 1:26)
Dit gesprek laat zien dat God in zichzelf verbondenheid is.
Voor we ook maar iets lezen over de drie-eenheid, Vader Zoon en Geest
(dat komt allemaal later wel)
merken we hoe God een God is van gemeenschap.

Daarom kan zijn beeld ook niet gedragen worden door één mens alleen,
maar wel door man en vrouw samen (Genesis 1:27).
In Genesis 2 wordt dit onderstreept.
Het enige wat niet goed was aan de schepping was dit:
het feit dat de mens alléén was (vers 18).
Vandaag is het hoogste goed “ ik kan mijn leven zelf leven, zelf bepalen, onafhankelijk van anderen, ik heb niemand nodig”.
Maar God zegt: het is niet goed dat mens alleen is.
(en dat zinnetje mag vaker gebruikt worden dan alleen in het huwelijksformulier)

De bijbel spreekt over God in relationele termen.
God maakt zichzelf bekend als Vader, en Hij is Vader omdat Hij een Zoon heeft.
In de bijbel wordt ook over mensen gesproken in termen van relatie.
Iemand zonder relaties is ondenkbaar,
net zomin als een moeder zonder kind of een zoon zonder ouders.
Ik kan niet zijn wie ik ben los van de mensen met wie ik een relatie heb.
Ik ben altijd iemand “ ten opzichte van een ander”.
(Daarom is het prima om vandaag Moederdag te vieren.)

Het is voor God onmogelijk om het verbond te sluiten met Abraham alleen.
Hij sluit het met Abraham en zijn kinderen, zelfs al die er nog niet zijn.

Door een christen te worden, hoor ik bij God en hoor ik bij mijn broers en zussen.
Het werkt niet zo dat ik bij God hoor en vervolgens besluit mij bij een plaatselijke kerk aan te sluiten. Het feit dat ik in Christus ben, betekent dat ik met Hem verbonden mag zijn samen met al die anderen.
Dat is wat ik ben.
Dat is onze identiteit.
Deze nieuwe verbondenheid overstijgt zelfs de biologische banden. Mat 10:34-37. Mark 3:31-35.

Hij keek de mensen aan die in een kring om hem heen zaten en zei: ‘Jullie zijn mijn moeder en mijn broers. 35 Want iedereen die de wil van God doet, die is mijn broer en zuster en moeder.’

Let op hoe het Nieuwe Testament de gemeente noemt:
Het lichaam van Christus.
Het volk van God.

Kortom: de boodschap van het evangelie is een boodschap van verbondenheid.
Want is zelf een God van verbondenheid.
En Hij roept geen individuele mensen, maar Hij roept een volk.

**


Er is ook nog een andere reden waarom het niet alleen om (de verkondiging van) het evangelie zou moeten gaan.
Omdat de verkondiging niet los staat van wat het uitwerkt.
Het doel van Jezus is niet maar dat zijn woorden worden doorverteld, maar dat we ook doen wat Hij zegt.
Jakobus zegt: we moeten geen hoorders zijn, maar daders van het woord.
Wat we in de eredienst doen, is eigenlijk vooral: hoorder zijn, toehoorder zijn.
Het “doen”, het “leven” van de boodschap, dat doen we weer ieder voor zich.
Maar het kan toch niet anders dan dat dat leidt tot ontsporingen?
-De kloof tussen zondag en maandag. Die kloof ga je ervaren als wat ‘echt van belang is’ op zondag gebeurt en je het de rest van de week zelf moet uitzoeken.
-Christenen zijn huichelaars. Ze zeggen het een maar doen het ander.
Dat werken we toch zelf in de hand doordat we verkondiging en gemeenschap van elkaar losmaken?

Als we de de boodschap die we hebben gehoord gaan leven,
dan gaan we gemeentelid-zijn meer ervaren als deel van onze identiteit
dan als een verantwoordelijkheid die we naast andere verplichtingen hebben.
Het leven met Jezus wordt ons leven!

**

Ik wil de preek graag toespitsen op 2 punten.

Onze kerkraad heeft een cie. aan het werk gezet en die cie. heet
de eerste dag van elke week, op reis naar de eeuwige rust
Opdracht 1
Dien de kerkenraad en gemeente met een rapport over de invulling van de zondagse erediensten, de inhoud van dit rapport bestaat tenminste uit drie delen, a. Wat leert de Bijbel over de invulling van de zondag, 2. Wat zijn de motieven die leven in de gemeente, antwoord op de vraag van de lege middagdienst en 3. Welke verbetervoorstellen en/of wensen leven er in de gemeente met betrekking tot de zondag.
iedereen heeft zich kunnen aanmelden voor deze cie.
Door middel van een spel op de groeigroepen wil de cie. horen wat er in de gemeente leeft.
Deze keer heb ik geen themapapier gemaakt.
Maar de cie en de tcg hebben samen een spel ontwikkeld.
En ik nodig je uit om dat spel te spelen op je groeigroep.
En waar ik dan weer heel blij mee ben is dat bovenaan het themapapier staat:
“de eerste dag van een hele week”.
Bijzonder dat we zo dezelfde kant opdenken.

**
De tweede toespitsing is natuurlijk op het jaarthema “binnenstebuiten”

Ik hoor mensen regelmatig vertellen dat ze hun ongelovige vrienden, collega’s over Jezus proberen te vertellen.
Maar dat die er niet in geïnteresseerd lijken te zijn.
En dan willen ze weten wat moeten doen.
Doe dit:
Zoek een manier om hen iets van de christelijke gemeenschap te laten proeven.

De gemeenschap waar we mensen mee naartoe nemen,
moet een gemeenschap zijn waarin het gewoon is om over God te praten.

In een wereld zonder God hebben mensen zich losgemaakt van God en daardoor ook van elkaar.
Het resultaat is het Nederland waar we nu in leven: een losse verzameling individuen, waarin ieder voor zich leeft.
Het leven van een gemeenschap van christenen roept altijd reacties op.
Want zoiets kennen mensen niet.


Niemand heeft ooit God gezien, als wij elkaar liefhebben blijft God in ons en is Zijn liefde in ons volmaakt geworden (1 Joh 4:12).
De onzichtbare God wordt zichtbaar door de liefde van zijn volk.
Het leven van de christelijke gemeenschap is een stukje waardoor het evangelie doorgeven wordt.

Weet je wat mooi zou zijn?
Dat mensen de kerk tegenkomen als een netwerk van relaties.
En niet zozeer als een samenkomst die je kunt bezoeken of een gebouw dat je kunt binnengaan.

We hebben christelijke gemeenschappen nodig die het gewone leven van alledag tot de rand toe vullen met het Evangelie.

En zijn we zo niet terug bij Handelingen 2?