• An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
Preek 11 oktober
Mooie psalm he?
De Heer is je wachter,
De Heer gaat als je schaduw met je mee,
Hij behoed je voor alle kwaad.
Natuurlijk zeg je dat Psalm 121 na.
Als je baby gezond en wel geboren is
En als je als moeder opknapt
Vandaag is zo’n hoogtepunt voor jullie als ouders, voor familie voor ons als gemeente.
Maar dan?
Wat heb je aan God als je gewoon maar onderweg bent, ergens midden in het leven staat?
Of is zo’n psalm gereserveerd voor toppen van zekerheid, van blijdschap, van geluk?

Wat is dit eigenlijk voor Psalm?
Er staat boven: een pelgrimslied.
Een bedevaartslied.
De meeste pelgrimsliederen zijn gemaakt voor als je optrekt richting Jeruzalem,
als je gaat naar de tempel om daar feest te vieren met God.
Zo zijn er meer. Psalm 120 tot en met 135.
Een hele bundel psalmen voor onderweg.
Je wordt opgewekt, aangemoedigd om door te lopen, vol te houden,
ook als de weg lang is, gevaarlijk is,
want iedereen weet dat lopen makkelijker gaat als je zingt.
Maar dit lied, nr. 121, springt er uit.
Het is niet gemaakt voor als je naar de tempel optrekt, maar als je van je pelgrimsreis weer naar huis teruggaat!
Dat is het typerende van psalm 121.
Hij is gemaakt voor de weg terug.
Voor dat moeilijke moment als je het ergens goed hebt gehad maar dan weer terug moet het gewone leven in.
Wanneer het feest voorbij is en de alledaagse werkelijkheid zich aandient.
Wonderlijk dat God daarvoor zorgt, voor die momenten, vind je niet?

Wie heeft dit lied gemaakt?
Iemand die in Jeruzalem feestgevierd heeft.
Pasen, Pinksteren of het Loofhuttenfeest, hij heeft daar heel bijzondere dagen gehad.
De priester heeft hem de zegen van Here opgelegd.
De zegen van Numeri 6.
Hij heeft gezongen, gedanst, feestgevierd, maar nu is de tijd voorbij en hij moet weer terug.
’s Morgens vroeg als hij begint aan de reis naar huis komt alles op hem af.
Letterlijk: de bergen komen op ‘m af.
De bergen... Wij denken dan mooi, leuk, de bergen.
Skiën in de winter, wandelen in de zomer, en altijd zijn ze prachtig die bergen.
Nou, niet als je er doorheen moet lopen en de bergen er ZO uitzien (toon DIA met plaatje)
Hier zijn bergen plaatsen waar je als mens kwetsbaar bent, waar van alles kan gebeuren.
Denk maar aan de hoofdpersoon in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan.
Die man loopt vanuit Jeruzalem, door het judeese bergland, en daar werd hij overvallen door een rover en voor dood achtergelaten.
In zulke verlaten streken kon je ook leeuwen tegenkomen.

Zo kijkt hij tegen die bergen aan.
Hij denkt alweer aan thuis, de zorgen drukken op hem.
Hij moet zijn werk weer beginnen,
z'n stokoude moeder woont bij hem in,
z'n zoon kan geen werk vinden en dreigt het slechte pad op te gaan,
zelf tobt hij met zijn gezondheid.
Hij denkt: wat moet er ooit van komen als ik straks zelf op bed kom te liggen?
En dan nog de politieke spanningen in die tijd, conflicten met de buurlanden en nu ook nog die zware terugreis!
Ineens worden de bergen die hij daar zo rondom Jeruzalem ziet, voor hem tot een beeld van alle dreigende gevaren die er voor hem liggen.
Ik kijk naar de bergen.
Van waar komt mijn hulp?

En dan gebeurt er iets wonderlijks.
Hij gaat zelf antwoord teven.
Sterk en zeker klinkt het: “mijn hulp is van de Here.
Hij heeft hemel en aarde gemaakt.
Ook de bergen waar ik nu tegenaan kijk.
Zelfs daar mag ik zijn hand in zien.
En daarom is er van Hem hulp te verwachten.
Niet van mensen.”
Opvallend. Hij geeft zelf antwoord op z’n eigen bange vraag.
Hoe kan dat?
Da’s een belangrijke vraag, voel je dat aan?
Hoe kun je als je tegen de bergen aankijkt, zelf je antwoord gaan geven?

Nou, wat is dit voor antwoord?
Hier klinken de woorden van de priester uit Jeruzalem in door.
“Onze hulp is in de naam van de Heer, die hemel en aarde gemaakt heeft.”
Dit zijn de woorden die hij talloze malen heeft gehoord.
Ze zijn ze hem zó eigen geworden, dat ze op dit moment in hem opkomen.
En hij zegt ze na met stelligheid:
“Mijn hulp is in de naam van de Here die hemel en aarde gemaakt heeft.”
En dat geldt ook voor het vervolg van de Psalm.
Het zijn stukjes uit de tempel liturgie die hij herhaalt.
Goed luisteren op zondag helpt je voor door de week.
Als je dus luistert, hongerig luistert, dan heb je wat voor door de week.

**

“Mijn hulp is in de naam van de Here die hemel en aarde gemaakt heeft.”
We hebben ze weer eens gezongen aan het begin van de dienst.
“Onze hulp is in de naam van de Here, die hemel en aarde gemaakt heeft.”
Maar dan beginnen de vragen pas.
Wat betekenen die grote woorden dan in de praktijk?
Mijn hulp komt van God die hemel en aarde gemaakt heeft.
Is dan alles duidelijk?
Dat dacht ik niet.
En da’s ook niet zo voor de dichter van Psalm 121.
Dan begint het pas.
Dan wordt het spannend.
Want wat betekent dat?
Zal de Here dan echt kunnen helpen?, vraagt de dichter.
Bewarend, behoedend aanwezig zijn als het gevreesde werkelijkheid wordt?
Als rovers me overvallen?
Als ik straks op bed kom te liggen? Als ik geen werk vind?
Als alles fout loopt, als de zon steekt des daags en de maan des nachts?
Is Hij er dan ook?

En dan lijkt het alsof de priester nog even naast de pelgrim komt lopen.
Want wat er verder volgt in de psalm is een antwoord op die vragen.
Zal de Here toelaten dat ik struikel? Nee!
Zal de Here me misschien even uit het oog verliezen? Nee!
Misschien zal hij even indutten? NEE!

Wat een beetje jammer is,
Is dat we deze psalm niet in het hebreeuws kunnen lezen.
De dichter gebruikt 6 keer het woordje “nee”.
(DIA)
Nee, hij zal je voet niet laten wankelen,
Nee, hij zal niet sluimeren,
Nee, hij sluimert niet,
Nee, Hij slaapt niet.
Nee, de zon zal je niet steken overdag
Nee, de maan zal je niet schaden bij nacht.

6 keer een antwoord op een bange vraag.
Deze psalm is een gesprek, een gesprek midden in het leven.
Dat vind ik zo troostend in deze psalm.
God weet heel goed dat je heel wat vragen hebt.
En hij gaat geduldig in op die vragen.
Hij zegt niet na 2 of 3 keer: nou moet je ’t maar weten.
Nee, 6 keer geeft God geduldig antwoord.
Zo is Hij.
Leg je vragen maar neer bij God.
Roep het maar uit tegen de Here.
“Here, was u er toen ook, toen dat zo anders liep dan ik had gewild?”
Ja, toen was ik er ook.
“Ja, maar bent u er ook als dat misschien gaat gebeuren!”
Ja, dan zal ik er ook zijn.
Zes keer klinkt het. Zeker weten dat de Here je bewaart.

Als we deze 6 regels op een rij zetten valt iets op.
Namelijk dat er middenin de psalm een herhaling zit.
Sluimeren 2 keer, slapen 1 keer.
Je denkt: “God slaapt en Hij sluimert, ik merk niets van hem, Hij laat toch alles op z'n beloop.”
En de priester zegt: "Nee, dat doet Hij niet. Niet zal Hij sluimeren, niet zal Hij slapen."
Dat staat er twee keer.
Ja, de landbouwgoden, de Baäls in die tijd, die slapen in de herfst- en wintertijd.
Maar de God van Israël sluimert noch slaapt, er is niets wat zijn oog ontgaat, en waar Hij niet met heel zijn hart bij betrokken is.

**

En dan gebruikt hij dat beeld van de schaduw aan uw rechterhand.
Zó wil de Here bij ons zijn.
Dat is een heel sterk beeld.
Er is niemand die, al is het maar voor een seconde, zijn eigen schaduw kan verwijderen.
Loop maar eens in de zon, je kunt geen seconde bij je eigen schaduw vandaan!
Dat heb je helemaal niet voor het zeggen, die schaduw blijft.
En dan zegt de psalm: "Zo onafscheidelijk blijft de Here met je meegaan, als je schaduw aan je rechterhand".
En waarom die rechterhand?
Dat was omdat men in die tijd vaak letterlijk strijden moest met de vijand.
Dan had je een zwaard in je rechterhand en dan was die rechterkant wel je kwetsbare plek.
Dus zit er iets in: Hij is onafscheidelijk aan je verbonden,
juist op die plek waar je jezelf niet verdedigen kunt daar staat de Here en daar is Hij altijd, onafscheidelijk als de schaduw aan je rechterhand.
Zo gaat Hij met u, met jou mee. Zo gaat Hij met Bastiaan mee.

**

Hoe weet je zeker dat dit gebeurt?
De psalm spreekt hier niet over de voorzienigheid, over de almachtige die ons wel zal beschermen, nee, hij heeft het over die ENE, die heel bijzondere, die unieke.
Dit is een psalm die zingt over Vader, Vader in de hemel.
De Vader die zijn Zoon zond en voor ons op Golgotha heeft laten sterven en doen opstaan, over die God zingt hij.
Die God die weet wat het is om dit leven te leven
die ook weet wat het is om angst te hebben,
om als een berg tegen de volgende dag op te zien,
die zelf onderging in de meest verschrikkelijke dood die denkbaar is,
en die zo alle lijden op zijn schouders nam.
Die Heer, daar wordt hier van gesproken, die bewaart en redt uit alle nood.
Geen anonieme macht, maar een persoon.
De levende.
Als ik naar Jezus Christus kijk begrijp ik pas goed hoe de psalm bedoeld is.

Deze psalm is bedoeld als een belofte.
Ik mag die belofte mij eigen maken door erop te vertrouwen.
Dat is wat ik moet leren: deze psalm te leven.
God vertrouwen en mijn leven bouwen op wat Hij zegt, mijn leven bouwen op zijn Woord.
Zoals Jezus zegt: bid en je zult ontvangen, zoek en je zult vinden, klop en er zal opengedaan worden. Geloof en het zal je gebeuren.
Maar dat is dus ook absoluut nodig.
De belofte van de psalm en zegen van de Here moet ik in geloof ontvangen.
Dat is een ernstige waarschuwing.
Als ik niet op de Here vertrouw, dan zal ik wat beloofd wordt niet ervaren want dan zal de Here niet met mij meegaan.

Dus? Nu zelf aan het werk?
Nee, want Jezus stuurt ons zijn heilige Geest.
Het is de heilige Geest die onze zwakheid te hulp komt.
Die ons geloof geeft, vertrouwen geeft.
Die met ons meebidt, die je het antwoord influistert op die bange vragen.
De heilige Geest is de vervulling van Psalm 121.
Hij is God zelf die meegaat, van binnenuit, met levensveranderende kracht.