| "Ik geloof er niks van!" |
|
Ps 19:1 Gebed Schriftlezing: Job 38:16-41 Tekst: Jesaja 55:6 “ Liedboek 328:1+2+3 “Here Jezus, om uw woord” Preek Gz 150:1+2+3+4 “Heer Jezus, duizend vragen” Geloofsbelijdenis: Gz 161:3+4 Gebed Collecte Liedboek 477:1+2 “Geest van hierboven” Thema: “Ik geloof er niks van!” (deze dienst is mede voorbereid door jongeren van United) 6 Zoek de HEER nu hij zich laat vinden, roep hem terwijl hij nabij is. ** In de united groep waar ik deze dienst mee voorbereidde zit minstens één jongere die van zichzelf zegt dat hij niet gelooft. Met de groep heb ik toen afgesproken dat we dit thema centraal zullen zetten in deze dienst. Ik doe dat vanuit de gedachte dat de manier waarop deze jongere erin zit, ook voor anderen kan gelden, en dat het daarom zowel voor hen, als voor hun ouders, als voor allemaal zinvol is om over dit thema na te denken vanuit Gods woord. Wat geloof je niet? Zullen we proberen om die hele grote uitspraak een beetje kleiner te maken? Die uitspraak “Ik geloof er niks van!” is véél te algemeen, en veel te groot om het over te hebben. Wat geloof je niet? Geloof je niet dat God bestaat? Of merk je niet dat Hij zich met jouw leven bemoeit, je leven leidt, je helpt? Geloof je niet dat de dingen die in de bijbel staan -zoals bijvoorbeeld wat er verteld wordt over het leven van Jezus- dat die niet echt gebeurd zijn? Of heb je moeite met de regels die God stelt? Voel je je belemmerd in je leven omdat je dingen die je wilt, niet zouden mogen van het geloof? En laten we wel zijn, juist als jongere kun je dat gevoel hebben. Natuurlijk moet je die hele grote bewering “Ik geloof er niks van!” een beetje behapbaar maken. Anders begrijpt niemand wat je bedoelt Dan is je punt veel te groot en ook veel te vaag om het met elkaar over te hebben. Dan moet je niet verwachten dat iemand je serieus neemt. ** God kan heel goed tegen onze vragen Wie ons heel serieus neemt is God. God kan heel goed tegen onze vragen. Waarom dacht je anders dat hij het boek Job in de bijbel heeft laten opnemen? Als er één boek is waar kritische vragen worden gesteld over het geloof, dan is het wel dit. Daarom zouden christenen ook tegen kritische vragen kunnen. Als God tegen een stootje kan, dan moeten wij er ook tegen kunnen, toch? Maar wat zo leuk is aan dit boekje, is dat God ook kritische vragen terugstelt. Simpel gezegd vraagt God: hoe lang loop jij hier eigenlijk op aarde rond? Je denkt dat je veel weet, je denkt dat je mij over mij kan praten, dat je van alles van mij kan vinden, dat je precies weet hoe Ik in elkaar zit, dat je me wel even af kan serveren, maar klopt dat wel? Wat weet je nou echt? Wat heb je helemaal met eigen ogen gezien? Als God echt God is, is hij veel en veel groter dan wij. Zou een mier een olifant kunnen zien, denk je? Ik heb het nooit aan een mier gevraagd, maar het zou zo maar kunnen dat die olifant veel te groot voor een mier is. Ookal zijn wij net als die mier, God laat merken dat Hij onze vragen heel serieus neemt. Hij mengt zich in dat gesprek van Job met z’n vrienden. En Hij laat iets proeven van zijn hele grote wereld. Hoe hij heel rustig iets laat merken van hoe Hij is. Hoe ontzettend lief Hij ons heeft. Hoe Hij van moment tot moment voor ons zorgt. Als je dat op je laat inwerken dan ga je je realiseren dat Hij op elke vraag van ons een antwoord heeft. ** Hoe doen wij dat als volwassenen, als ouders, ingaan op vragen van onze jongeren ? Ik krijg nogal eens signalen dat jongeren zich niet serieus genomen voelen in hun twijfel aan het geloof. Ze krijgen nogal eens te horen: Och, dat gaat wel over. Daar groei je wel overheen. Als God er zo rustig op ingaat, zouden wij er dan niet rustig op ingaan? Ons geloof kan wel tegen een stootje, want onze God kan toch tegen een stootje? En als we er achter komen dat we op bepaalde vragen geen antwoord hebben, -bijvoorbeeld omdat we die vragen zelf niet gehad hebben- Wat doen we dan? Je kunt de vraag dan onzinnig vinden, da’s de ene optie. Je kunt ook serieus op zoek gaan naar antwoorden. Weet je dan, als ouder, waar je het zoeken moet? Hoe doen we dat eigenlijk, onze jongeren steunen als ze pittige vragen hebben bij het geloof. Ze steunen, als het geloof hen misschien wel koud laat? Laat ik beginnen met een relativerende opmerking. Er is in 6000 jaar geloofsopvoeding nog geen ouder of opvoeder geweest die een kind het geloof heeft gegeven. Dat is nog nooit iemand gelukt. Geloof komt namelijk niet van de ouders maar van de heilige Geest, die het geloof in het hart werkt! Als ouder of opvoeder kun je een kind het geloof niet geven. Je kunt het wel voorleven. Hoe leef je je kind het geloof voor? Wat vaak is gebeurd, is dat ouders hun kinderen religie hebben bijgebracht. Een set aan gewoontes, gebruiken, verplichtingen, met als boodschap: als je je daar maar aan houdt, dan komt het wel goed met je! Maar ook al neemt een jongere al je gewoontes, gebruiken en religieuze vormen over, dat wil niet zeggen dat hij / zij gelooft. Geloof gaat namelijk over vertrouwen. Waarbij het niet gaat over religieuze gewoontes, maar over relatie. Over intieme omgang, leven in de ontmoeting met God. God liefhebben. Religie is de buitenkant. Het zijn de gebruiken en gewoontes. Geloof is het centrum van de relatie met God. De vertrouwelijke omgang met Hem. Maar nu een spanningsveld. Religie kun je als ouders overdragen. Je kunt je kind alles wat er bij die buitenkant hoort aanleren. Maar geloof is lastiger. Kun je het hart van je kind overtuigen? Kun je het leren zich aan God toe te vertrouwen? Het antwoord op deze vraag is ja en nee. Laat ik bij het nee beginnen. Je kunt het hart van je kind niet overtuigen van wie God is. Dat kan God alleen zelf. Maar er is ook een ‘ja’. Je kunt je kind – klein of groot – wel leren zich aan God toe te vertrouwen. Je mag het inwijden in het leven met God. Het met God vertrouwd maken. Dat doe je met name door zelf voor te leven hoe het leven met God eruit ziet. Hoe kan jouw jongere aan je zien wat het geloof voor je betekent? Als je bidt, bijv aan tafel, hoe doe je dat dan? Is het voor jezelf realiteit dat God erbij is, dat Hij om het maar zo te zeggen, zelf aan tafel zit? Of is het gebed een ritueel, liefst met vaste bewoordingen, spreekt er onze dankbaarheid, onze toewijding uit? ** Niet geloven. Het lijkt alsof je daarmee een heleboel vragen oplost. Maar in feite krijg je er een heleboel bij. Als God deze wereld niet gemaakt heeft, hoe is alles er dan gekomen? Neem je eigen lijf waarin alles zo perfect op elkaar is ingesteld. En over jezelf gesproken. Als alles er toevallig is, is jouw leven toevallig, en maakt het niets uit of je er wel of niet bent. Je kunt jezelf heel uniek en bijzonder vinden, maar dat ben je dus helemaal niet. Als er geen God is die alles gemaakt heeft, Als de evolutietheorie gelijk heeft en het verhaal over de oerknal, Dan valt er dus niets méér te zeggen dan dat het recht van de sterkste, de best aangepaste, moet overwinnen. Want zo is het miljoenen jaren gegaan. Dat er mensen elkaar het grootste onrecht aandoen, Dat mensen elkaar misbruiken, verkrachten, de dood injagen, Waarom zou je daar moeilijk over doen? Met welk recht zou je opkomen voor de zwakke, voor het kwetsbare? En heb je er moeite mee dat mensen ziek worden en ongelukken krijgen en dood gaan Wat een onzin! Je bent ervoor bedoeld om dood te gaan. Dat we met al die dingen wel moeite hebben is een sterk bewijs voor het bestaan van God. Een God die ons ervoor heeft gemáákt om onze naaste lief te hebben, Die ons heeft gemaakt met een doel in ons leven. Het klinkt misschien aantrekkelijk om te zeggen: “ik geloof er allemaal niks van” maar hoe aantrekkelijk is het als je nadenkt over de gevolgen? ** Wat is nou het antwoord van God? We zagen het antwoord dat hij gaf aan Job. God is onvoorstelbaar groot. Maar de bijbel geeft tegelijk ook een ander antwoord. God is ook onvoorstelbaar klein en zwak geworden. Over een aantal weken is het Kerstfeest. God is als een baby geboren. Hij komt om alle dingen die wij meemaken, van af het eerste begin mee te maken. Hij blijft niet op afstand staan om te zeggen: wat hebben jullie er een puinhoop van gemaakt, om zich daarna weer met andere dingen bezig te houden. -dat zou op zich terecht zijn- Nee, hij is afgedaald naar deze wereld om midden in onze ellende te gaan staan. Jezus: de grote God die een mens werd zoals jij en ik – zo belangrijk vindt God je. Om het maar even zo te zeggen: God geloofde in een wereld die niet in Hem geloofde. Hij kwam naar wat van hem was, maar wie van hem waren hebben hem niet ontvangen. (Johannes 1:11) ** Tot slot wil ik twee bijbelteksten laten zien: Zoek de HEER nu hij zich laat vinden, roep hem terwijl hij nabij is. God laat zich vinden. Maar dat vraagt wel zoeken. Als je je niks van God aantrekt pakt hij je meestal niet bij je schouder om je door mekaar te rammelen. Hij is een God die liefhebbende kinderen wil en geen slaven. Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal ik binnenkomen, Het is noodzakelijk om de deur open te doen. Je kunt God buiten de je leven houden en de deur voor hem op slot doen. Zeggen “ik geloof er niks van”. De duivel klopt niet, die glipt naar binnen. Daarom is het veel makkelijker om niet te geloven dan wel. (dia schilderij) Er is veel kritiek geweest op dit schilderij. Bijvoorbeeld waarom is het zo’n zootje bij die voordeur? Nou, omdat Jezus hier klopt bij iemand die Hem nog nooit heeft uitgenodigd om in z’n leven te komen. Andere kritiek was: Waarom heb je geen deurknop op die deur geschilderd? Vergeten? Nee, da’s bewust. Omdat deze deur alleen van binnenuit opengedaan kan worden. Jezus is geen inbreker, die je leven binnenkomt met grof geweld. Als je Jezus buiten laat staan, kun je blijven zeggen: ik geloof het niet, ik merk er niks van. Dat verandert pas als je naar de deur loopt en opendoet. Dan komt Jezus binnen. En dan gaat er heel veel veranderen. En weet je: dan blijven er genoeg vragen over. Want ook christenen die al heel lang geloven hebben niet het antwoord op alle vragen. Dat heeft alleen God. De uitnodiging ligt er: En die komt vandaag naar je toe: ik sta aan de deur en ik klop. Zoek de HEER nu hij zich laat vinden, roep hem terwijl hij nabij is. |

