• An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
Hoe kijk ik naar mezelf? (28 november)
Liedboek 124:1+2+3+4+5 “Nu daagt het in het oosten”
Gebed
Schriftlezing: Romeinen 6:11-14
Ps 86:5
Preek
Gz 105:1+2+3(vrouwen)+5(mannen)+8 “In vuur en vlam zet ons de Geest
Gebed
Collecte
Geloofsbelijdenis
Liedboek 387:1+2+3:mannen+5:vrouwen+6+7 “o Heer mijn God, ook deze nacht”

Thema: Hoe kijk ik naar mezelf?

**

Het was me het weekje wel in de politiek.
RTL4 had aan alle 150 kamerleden gevraagd om zelf te melden welke strafbare feiten ze in het verleden hadden gepleegd.
Ze kregen een paar dagen de tijd om ze te melden.
Had iemand het lef om niet te reageren, dan zou RTL alles uitpluizen.
Dat was natuurlijk een reactie op wat er zoal bekend was geworden over het verleden van diverse kamerleden, vooral van LPF-huize.
Het was te verwachten: het enige kamerlid dat hier niet aan meedeed bleek toch iets op z’n kerfstok te hebben.

Wat laat dat nou zien?
Eerst positief: wij willen kamerleden die een voorbeeld zijn voor het land.
Mensen van onbesproken gedrag. Mensen die daarom met gezag kunnen spreken.

Er zit ook nog iets anders achter.
Mensen graag horen wat een ander zoal heeft uitgespookt.
Zonde is een prachtig gespreksonderwerp.
Tenminste, de zonden van anderen.

Wat is nu eigenlijk bepalend voor een mens?
Blijkbaar z’n verleden. Blijkbaar wat iemand op z’n kerfstok heeft.
Hoe is dat bij ons?
Wat is voor ons bepalend?
Hoe zie jij jezelf?
Hoe kijk je naar jezelf?

Als ik me niet vergis, dan vinden we dat best een lastige vraag.
Wie ben ik? Ik ben een zondaar.
Dat merken we als aan ’t begin van de zondag de wet wordt voorgelezen.
Dat merken we als er vergeving wordt gevraagd in het gebed.
En is dat ook niet bepalend in hoe we naar anderen kijken, ook naar anderen binnen de gemeente?
We weten sneller op te noemen wat er aan iemand niet deugt of wat iemand vroeger heeft uitgestukt.
En we denken over onszelf als zondaar.

**

God is er duidelijk over.
Bepalend is niet wat jij hebt gedaan.
Maar wat Jezus heeft gedaan voor jou.
Daar gaat het om.
Zo moet u ook uzelf zien: dood voor de zonde, maar in Christus Jezus levend voor God
Het verleden is voor God niet belangrijk meer.
God bekijkt je vanuit de toekomst die Hij je wil geven.
Wat er misgaat is voor God niet belangrijk meer.

Daar gaat het over vanmiddag.
Heb je dat wel eens tot je laten doordringen?
Dood voor de zonde.
Dus wie in Christus Jezus zijn, worden niet meer veroordeeld (Romeinen 8:1)
Wat ik me afvraag in hoeverre u jij en ik daaruit leven.
Zie jij jezelf als verlost kind van Vader?
Zie je jezelf als dood voor de zonde?
Zie je jezelf als iemand die is opgestaan in een nieuw leven,
Als iemand die niet meer leeft onder de heerschappij van de zonde maar leeft als een verlost mens?
Want ik ben er van overtuigd dat het een verschil van dag en nacht is.
Of we onszelf zien als mensen die nou eenmaal zondig zijn.
Of als mensen die opnieuw geboren zijn.

**

We lezen vanmiddag uit een brief aan de Romeinen.
Laten we ons eerst voorstellen hoe het met hen was.
Nou moet je even voor je zien:
Deze mensen waren christen geworden.
Maar wat is dat nou eigenlijk, christen zijn?
Wat het was om Romein te zijn, dat wisten ze maar al te goed.
Doen wat je zelf wilt. Pluk de dag.
Wat Joden waren wisten ze.
Leven volgens Gods heilige wet.
Maar hoe zag je leven eruit als je christen werd?
Paulus die laat zien hoe de mensen in zijn tijd daarover onzeker zijn.
Want er leken maar 2 mogelijkheden te zijn.
Of je leeft of als jood onder de wet
of je leeft als heiden buiten die wet en dus in de wereld waar de Zonde heerst.
Het is synagoge of afgodstempel.
Je hoort bij één van beiden.
Daarom gaat het in deze brief steeds over wet en over zonde.
Het is steeds “de zonde” staat hier tegenover “de Wet”.
Beide worden als een persoon voorgesteld door Paulus.
Je zou ze allebei met een hoofdletter kunnen schrijven.

Totaan de komst van het evangelie voegde ieder die tot Israëls God wereld bekeerd, zich bij de synagoge.
Je werd jood.
Paulus legt uit dat het nu anders gaat.
In christus is dit niet meer nodig.
Christus komt rechtstreeks als verzoener tot alle kinderen van Adam.
Nu heidenen niet meer hoeven over te gaan naar de synagoge,
Maar wat dan wel?
Kunnen zij nu blijven bij de afgodentempels. En alles wat daarmee te maken heeft?
Na 2000 is dat antwoord wel duidelijk.
Maar wij hebben dan ook een hele ontwikkeling van christelijke levensstijl achter ons.
Maar je moet je voorstellen dat de synagoge aanzien heeft.
Dat de wet een eerbiedwaardige traditie heeft.
Dat mensen opkijken tegen farizeeërs die zo heilig met God leven.
Hoe zou het mogelijk zijn om zonder de Wet te leven?
Dat zou automatisch inhouden dat je in zonde leeft.
Hoe zou je een heilig leven kunnen leiden zonder dat de Wet daar de startmotor van is? Waar kun je je als christen mee identificeren?
Als niet meer de synagoge met de Wet het uitgangspunt is, wat dan wel?
Het bestaande leven onder de Zonde in de heidenwereld?

Wat heel spannend en uitdagend moet zijn geweest voor de eerste lezers van de brief is dit:
Paulus wijst een nieuwe weg. Een derde weg.
Wie ben ik?
Nou, ik hoor niet meer bij de Zonde, niet meer bij de Romeinen, niet meer bij de heidenen.
Maar ik ga ook niet bij de synagoge horen met zijn eerbiedwaardige Wet.
Wie ik ben wordt bepaald door het Leven van de opgestane Christus in de hemel.
Dat Leven waarin we gaan delen door geloof, wordt de nieuwe startmotor voor ons leven op aarde.
Niet wet, niet zonde, maar de Heer Christus Jezus is het nieuwe oriëntatiepunt voor het bestaan.

Vanmiddag leg ik die vraag in ons midden.
Leven we onder de wet?
Proberen we hard om maar zo goed mogelijk te leven, maar ben je ook zo vaak teleurgesteld over wat er misgaat?
En drukt je dat terneer. Waarom gaat het niet beter?
Ben je dan niet stiekem bezig om weer onder de Wet te leven?

Misschien heb je de moed allang opgegeven.
Je neemt genoegen met het leven zoals het gaat.
Het vuur is er wat uit geraakt.
Als je hoort over Gods bedoeling met je leven en levensheiliging haak je af.
Het evangelie zegt dat het vanzelf gaat.
De Geest laat vrucht groeien.
Maar waarom merk ik daar niks van?
Ik geloof gewoon, en dat moet maar genoeg zijn.
Ben je niet stiekem bezig om onder de Zonde te leven?

Als er nou ook voor jou een derde weg is aangelegd, een nieuwe weg gebaand door Jezus Christus?
Ik daag je uit om dat voor mogelijk te houden.
Als het nu eens waar zou zijn.
Dat het is zoals Paulus zegt:
Ik ben een nieuwe schepping

Daarom ook is iemand die één met Christus is, een nieuwe schepping.
Het oude is voorbij, het nieuwe is gekomen (2 Kor 5:17)

Zo radicaal is wat God met mij doet. Ik mag een nieuwe schepping.
Voor God heeft het oude afgedaan.
Het is dood. Zou het dan voor mij nog springlevend kunnen zijn. Nee toch?

Ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij (Galaten 2:20)

Weer zo’n stevige uitspraak. Christus leeft in mij.
Als ik in de spiegel kijk mag ik zien hoe Christus gestalte krijgt in mij.
Wat dat is wat Paulus verderop in de Galatenbrief zegt:

Christus krijgt gestalte in mij (Galaten 4:19)

Zo moet u ook uzelf zien: dood voor de zonde, maar in Christus Jezus levend voor God
(Romeinen 6:11)

Voel je hoe krachtig dat is?
Ik zie mezelf als iemand waarmee God een nieuwe start heeft gemaakt.
Het oude is echt voorbijgegaan, het nieuwe is begonnen.
Doe ik dan geen zonde meer?
Jazeker, nog steeds.
Maar dat berooft mij niet van mijn nieuwe status voor God.
En ook al doe ik nog zonde.
En ook al gaat er van alles mis.
Ik blijf zeggen: ik ben een verlost kind van God.

**

Vanuit ons leerboek, de catechismus, is er veel voor te zeggen om het zo te bekijken.
In de 52 zondagen van de hc zijn maar 3 zondagen ingeruimd voor “de ellende”.
“Hoe wordt ik gered” en “hoe leef ik het nieuwe leven” dat zijn de vragen waar de catechismus royaal de tijd voor neemt.

Dit is natuurlijk precies wat de catechismus ook zegt:
Hij rekent mij die toe alsof ik nooit zonden had gehad of gedaan, ja alsof ik zelf alle gerechtigheid had volbracht die Christus voor mij volbracht heeft. (zondag 23)

**

Dus zo mag ik naar mezelf kijken.
Wat betekent dat dan concreet?
Paulus geeft het handen en voeten.
Hij heeft het over onze ledematen.
Onze armen en benen.
Als mens kun je je ledematen aan de zonde ter beschikking stellen als wapens voor onrecht.
Door die ledematen wordt er gestolen, geslagen, gescholden, met de ellebogen gewerkt.
De zonde kan haar gang gaan met de middelen die wij haar ter beschikking stellen.
Onze ledematen worden zo de wapens in de hand van de zonde om andere mensen onrecht aan te doen: verraad, beschadiging, verwaarlozing.
Zo wordt in 13a de zonde voorgesteld als een wrede heerseres onder de mensen aan wie wij het wapen en marteltuig verstrekken door onze lichaamsdelen te laten beheersen door onze begeerten.
Gods liefde wil aan dit schrikbewind juist een einde maken.
Het kan anders.
Als onze handen, voeten en ogen gestuurd worden door de liefde van God, worden het zijn wapens om andere mensen te bevrijden, te genezen te helpen.
Om recht te doen, eerlijk te zijn, om heel te maken wat stuk is.

Ik denk dat het een groot verschil maakt voor hoe we met elkaar om kunnen gaan binnen de gemeente.

Hoe ga ik met de ander om? Op het nieuwe oude mens / nieuwe mens?
We kunnen op verschillende manieren kontakt hebben met een ander.
We kunnen kontakt hebben op de manier
oude mens – oude mens (schema)
en ik zal een voorbeeld geven van hoe dat gaat.
Roddelen is een typisch voorbeeld van 2 mensen die contact hebben op dat oude nivo.
Beiden genieten ervan om de negatieve dingen van een 3e uit te vergroten en te bespreken.
En het heerlijke van roddelen is dat je je samen beter voelt dan die ander.
En het schept een band.
Want samen ben je het er roerend over eens dat die ander niet deugt of zielig is of…
Het effect ervan is dus ook nog ‘ns een keer dat je oude ik toegroeit naar het oude ik van een ander.
Daarom is het ook zo verleidelijk om op dat nivo kontakt te hebben.
Maar vergis je niet: het is verbondenheid buiten Jezus om.
En hoe goed dat ook voelt, het is altijd nep-verbondenheid, nep-contact.

Wie de 3e weg inslaat doe het anders.
Ik mag relaties aangaan als nieuwe mens met andere nieuwe mensen.
Ik ga met mensen om op basis van het feit dat we beide verloste mensen zijn.
Beiden een nieuwe schepping.
In hoe ik met de ander omga moet ik altijd een lijntje kunnen trekken
van mijn woorden naar wie Christus is.
Ik mag de ander opbouwen, aanmoedigen om Christus te volgen.

**

Mooi allemaal zeg je nu misschien.
Maar het gaat bij mij zo vaak mis.
“Ik leef niet, maar Christus leeft in mij.”
Nou, maar er wordt nog zo weinig zichtbaar van Jezus in mij.
“Het oude is voorbijgegaan.”
Mooi gezegd.
Maar het oude komt bij mij als een boomerang terug.
Hoe moet ik daar mee omgaan?

Ik wil je graag bemoedigen.
Dat laat zien dat de duivel aan jou trekt.
Hij trekt alleen je omdat je voor hem een interessante prooi bent.
Het is een goed teken dat hij aan je trekt, want dan ga je blijkbaar de goede kant op.

De duivel wil graag dat christenen over hun nieuwe identiteit.
Christenen die zichzelf blijven zien als doden.
Christenen die denken dat ze niet het nieuwe leven met Christus kunnen leven.
Luister niet naar wat satan je influistert.
Luister liever naar wat God uitspreekt over jouw leven.
Lees het terug in het bijbel, die goede woorden.
Als je gelooft in Christus ben je dood voor de zonde en levend voor Hem.

Ik wil je bemoedigen om te leven in verwachting.
Stel je open voor wat God wil veranderen in je leven.
Bid erom dat God je laat groeien in het nieuwe leven.
God verlangt ernaar dat je dat aan Hem vraagt.
God is bij machte oneindig veel meer te doen dan wij vragen of denken (Efeze 3:20)