| Romeinen 8:20-21 (22 augustus 2010) |
|
Want de schepping is ten prooi aan zinloosheid, niet uit eigen wil, maar door hem die haar daaraan heeft onderworpen. Maar ze heeft hoop gekregen, 21 omdat ook de schepping zelf zal worden bevrijd uit de slavernij van de vergankelijkheid en zal delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt (Romeinen 8:20-21) Deze preek houd ik voor iedereen die een kindje verloren heeft, kort geleden of ook langer geleden toen je daar niet zo over praatte. De intense pijn dat zo’n klein popje niet gezond is en gaat sterven. Of als je dat nabij meemaakte bij familie of vrienden. Ik hou deze preek ook voor wie op welke andere manier in z’n eigen leven veel herkent van wat we zojuist lazen uit het woord van God. Best een zwaar onderwerp vanmorgen. Misschien zeg je: moet dat nou zo? Mijn leven is allemaal niet zo afschuwelijk, het gaat eigenlijk best goed. O.K. laten we bij het begin beginnen. “De schepping is ten prooi aan de zinloosheid.” Het Griekse woord dat hier staat betekent zoveel als vruchteloosheid, zeg maar een appelboom zonder appels. Zo’n boom is leeg, is nutteloos. Paulus zegt: deze hele wereld is vruchteloos, leeg, nutteloos, zinloos. Dat is een stevige uitspraak. God prikt de zeepbel van ons leven door. God zegt: kijk nou eens eerlijk in je leven. We proberen de zinloosheid te verbloemen. Met drukte en vrolijkheid en een heleboel doen. Met oppervlakkige gesprekken. Hoe gaat het? Het gaat goed. (het gaat misschien helemaal niet zo goed, maar het antwoord is altijd “goed”) We kunnen heel veel in Nederland. We kunnen ziektes steeds meer uitbannen. Waar in de tijd van Jezus heel veel mensen gehandicapt of er een beetje gek uitzagen kunnen we nu ontzettend veel medisch verhelpen. Toen stierven in elk gezin jonge kinderen. Je was een uitzondering als je geen dood broertje of zusje had. Pijn kunnen we bestrijden. Misschien is de pijn die in onze tijd overblijft wel extra zwaar. Misschien treft ons de pijn die overblijft –als er niks meer aan te doen is- wel extra hard. “De schepping is ten prooi aan de zinloosheid.” God prikt door. Ik vind dat heel bevrijdend. We hoeven niet de schijn op te houden. De schijn dat alles fantastisch gaat. De kerk is een gemeenschap die gelooft dat deze wereld heel erg kapot is. Dat kan een verschil maken in deze tijd. Is het je wel eens opgevallen dat mensen heel snel afhaken als je vertelt dat het niet zo goed gaat? Is het je wel eens opgevallen hoe snel mensen die ziek worden ook eenzaam worden? Mensen blijven gewoon weg. Of wat er gebeurt als mensen gaan scheiden. Je houdt soms geen vrienden meer over. Wie blijft er komen bij een ouder echtpaar waarvan er één dement is? De kerk kan een verschil maken door trouw te zijn. Juist omdat we niet geloven in een perfecte wereld, maar in een schepping die verknald is. niet meer is zoals ‘ie bedoeld is. Je merkt aan allerlei stille tochten hoeveel behoefte er is om verdriet te delen. Probleem met die tochten is dat ze eenmalig zijn. Geen blijvende verbondenheid. Hoe is dat bij ons, op onze groeigroepen bijvoorbeeld? Voelen mensen zich welkom met hun verhaal, ook als ze letterlijk keer op keer iets vervelends te vertellen hebben? Je ziet jezelf aankomen. Het is natuurlijk veel fijner om te vertellen hoe goed het gaat, hoe goed dat gelukt is. ** Waar is God als ik lijd? Hoe is God nu betrokken bij die rampen die er gebeuren, ver weg in Pakistan of dichtbij? Als er iets ergs gebeurt wijzen veel mensen met de beschuldigende vinger naar God. Als God er dan is, waarom laat hij dat dan gebeuren? Of: zie je wel, er is geen God, anders zou hij dit nooit hebben toegelaten! Want iedereen, gelovig of niet, beseft wel: Als God bestaat moet hij wel almachtig zijn. en die God moet ook goed zijn, zorgzaam en liefdevol. Nou kun je zeggen: is dat niet een beetje goedkoop? Als alles goed gaat dan komt dat omdat je het zelf doet. God? die is buiten beeld. Maar als het tegenzit dan moet God eraan te pas komen om op te schelden. En natuurlijk mag je de ander dat ook vragen: hoe vind je dat zelf nou eigenlijk, dat je bij voorspoed God niet dankt maar bij tegenspoed God wel vervloekt? Als je gelooft, en het kwaad treft je dan, gaat die vraag heel diep. Als je op God vertrouwt. Als je hem kent als een liefdevolle vader. Die deze aarde heeft gemaakt. Die jou heeft gewild. Die jou aan zijn hand neemt. Dan kan de vraag keihard binnenkomen: hoe kan hij dan dit laten gebeuren? Juist ómdat je weet dat Hij er is! Juist omdat je hem kent de altijd overstromende bron van liefde en goedheid. Wat kan het dan moeilijk zijn om troost te vinden bij God Omdat je juist aan God zoveel vragen hebt. Als je misschien wel zo boos bent. En zomaar komt God op afstand te staan. Als een vader die niet te vertrouwen is omdat hij met hetzelfde gemakt goede en dan weer slechte dingen geeft. Als het stof een beetje neerdaalt dan kunnen we gaan nadenken over hoe het in elkaar zit. Zo zijn deze vragen ook bedoeld: Betekent Gods almacht dat Hij alles rechtstreeks bestuurt? Betekent zijn koningschap dat op deze wereld alles toegaat zoals Hij dat wil? Het zou heel eenzijdig zijn om dat te zeggen. Niet alleen God is aan het werk in deze wereld. Niet alleen God brengt dingen op jouw weg. Ook de duivel is aan het werk en ook de duivel brengt dingen op jouw weg.. Als ik zo om me heen kijk en luister krijg ik het idee dat de duivel in onze gedachten nauwelijks een rol speelt. Daardoor ontstaat er een scheef beeld. Over God, over ellende, en over jezelf. Wat zegt Jezus hierover? Weet je dat? Laten we eens kijken, goed kijken. Kijk mee! In Johannes 9 zien we hoe de leerlingen Jezus een man aanwijzen die blind is geboren. En ze vragen: waar heeft die man het aan verdiend? Wie heeft er gezondigd, deze man zelf of zijn ouders? Het boeiende is dat de leerlingen automatisch achter deze ziekte de hand van God vermoeden. God die straft door middel van ziekte. Nou denken wij misschien niet zozeer aan die straf, maar net als de discipelen leggen ook wij de directe link met God. Hoe heeft God hiermee te maken? Maar dan zegt Jezus: Hij heeft niet gezondigd. ‘Hij niet en zijn ouders ook niet,’ was het antwoord van Jezus, ‘maar Gods werk moet door hem zichtbaar worden. (Johannes 9:3) Dat is heel bijzonder. Jezus zegt dat onze ideeën over de oorzaak tekort schieten. Je kunt niet zomaar een lijntje leggen van deze ziekte naar God. Het antwoord is blijkbaar niet: God maakt mensen ziek. Merk je ook hoe kortaf Jezus is? Hoe zou dat komen? Het lijkt mij dat dat komt doordat deze opmerking er helemaal naast zit. Wat Jezus dan zegt, dáár gaat het om: God is er bij als mensen ziek zijn: hij laat deze man die al ziek is vanaf zijn geboorte niet los, maar is juist met hem bezig. God kan zelfs van deze ziekte nog iets goeds maken! Gods werk moet zelfs door hem zichtbaar worden. Vind je het geen wonder? Wie kan er wat met een blindgeborene? Bijna niemand, maar God kan er wat mee. Wat zegt Jezus over ellende? Weet je dat? We bladeren nog eens wat in het evangelie. Jezus ontmoette een vrouw, waarover de bijbel zegt: Ze was helemaal krom en kon met geen mogelijkheid rechtop staan. Jezus zegt tegen haar: ‘U bent verlost van uw ziekte,’ 13 en hij legde haar de handen op. Jezus geneest haar. En als er dan discussie ontstaat omdat Jezus deze vrouw op sabbat geneest, dan vraagt Hij aan zijn tegenstanders: (DIA) Mocht deze vrouw, die een dochter is van Abraham en al achttien jaar door Satan geboeid werd gehouden, mocht zij op sabbat niet uit deze boeien worden losgemaakt? (Lucas 13:16) Wij kunnen daar op een paar manieren op reageren. Gereformeerden zullen misschien zeggen: tjonge, wat waren er veel mensen bezeten in de tijd van Jezus. De duivel was erg actief toen. Gelukkig hebben we dat nu niet meer in die mate. Charismatische christenen zullen misschien zeggen: Net als in die tijd bezetenheid regelmatig voorkwam, komt dat nu ook voor. En bij ziekte moeten we dus ook kijken of er sprake is van occulte belasting. Ik kan me ook een sceptische reactie voorstellen: Door de medische wetenschap weten wij nu dat ziekte lichamelijke oorzaken heeft. Het is duidelijk dat de bijbel een achterlijk boek is. Maar als je nou even wacht met dat soort reacties? En puur kijkt wat er staat. Kom je dan niet tot deze conclusie: Jezus zegt dat achter ziekte en ellende de duivel zit. Dat bedoelt Jezus allereerst. En uit de terloopse manier waarop Hij dat zegt blijkt dat hij dit als een algemeen bekend feit veronderstelt. En wat Hij nog meer bedoeld kan hebben, is voer voor een andere preek. =>Dus in de eerste situatie ontkent Jezus dat God de oorzaak is van deze ziekte. =>En in de tweede geschiedenis zegt Jezus dat de duivel er achter zit. Sowieso valt mij altijd op hoe vaak Christus spreekt over Gods tegenstander, de duivel. Je kunt het eigenlijk niet missen: zodra Jezus begint met zijn publieke optreden is daar de duivel om hem op de proef te stellen. Jezus die met andere ogen kijkt dan jij en ik, ziet de geestelijke werkelijkheid achter de dingen. Daarom zegt Hij dingen als: Hij (de duivel) is vanaf het begin een moordenaar geweest (Johannes 8:44) Jezus noemt de duivel zelfs de “heerser over deze wereld” (in Johannes 12, 14 en 16). Een spannende uitspraak. Daar moeten we eens goed over nadenken. Als we deze wereld proberen te begrijpen zonder rekening te houden met de duivel, dan zullen we telkens de plank misslaan. Dan vallen we in de valkuil dat we God de schuld geven van wat in feite door de duivel veroorzaakt wordt. En dan heeft satan z’n zin. Want dat schept een enorme afstand tussen God en jou, als God die ellende op jouw pad brengt. Is God dan als vader nog wel te vertrouwen? Als we Jezus willen volgen dan moeten we van Hem leren hoe de duivel rondgaat als een brullende leeuw, die zoekt wie hij kan verslinden. ** Wacht even. Dat klinkt wel mooi. God is niet of in elk geval minder verantwoordelijk voor het kwaad. Maar is God dan nog wel almachtig? Je lost het ene probleem op maar hebt tegelijk weer een ander probleem. o.k. dat is een goede vraag. Het punt is dat de schepping “onderworpen is aan zinloosheid.” Wij mensen hebben de duivel een voet tussen de deur gegeven. Sinds het moment dat we als mensheid tegen God kozen hebben we zelf de ellende binnengehaald. “Door één mens is de zonde in de wereld gekomen en door de zonde de dood, en zo is de dood voor ieder mens gekomen, want ieder mens heeft gezondigd.” (Romeinen 5 vers 12) Die ene mens is Adam. Maar het blijft niet bij die ene mens: het blijkt te gaan om elke mens. De dood is voor ieder mens gekomen, want ieder mens heeft gezondigd. Sinds Adam is ieder mens op weg naar de dood. God heeft de schepping daaraan onderworpen. Denk aan de vloek in Genesis 3. God respecteert de keus van mensen. Omdat Hij die keus van mensen zo belangrijk vind. God is nog steeds almachtig. Maar Hij koos ervoor om ons niet als robots te scheppen die alleen maar het goed konden kiezen. Wij konden ook het kwade kiezen. Die keus neemt God heel serieus. God heeft niet gezegd: ach sufferds, mensen, jullie hebben verkeerd gekozen maar ik zie het door de vingers. Dan hadden we niet echt de keus gehad. Maar we hebben écht de keus gehad, écht verkeerd gemaakt, we maken ‘m ook nog vaak genoeg écht verkeerd, en God neemt dat serieus. En daarom heeft die keus zulke grote gevolgen. Dat God almachtig is betekent niet dat Hij die gevolgen ongedaan maakt. Volgende vraag: Maar wat hebben we dan aan God? Want hij houdt dus een heleboel kwaad niet tegen… De schepping zucht, wij mensen zuchten, en de Geest van God zucht met ons mee met woordloze zuchten. Dat moet je eens op je in laten werken, dat dat hier staat. Da’s geen mooie fantasie van Paulus. De bijbel zegt dat op veel plaats. God telt onze tranen, hij spaart ze op in zijn kruik. (Psalm 56) God nam een complete bundel Klaagliederen op in zijn boek. Ergens in de Psalmen staat: Met pijn ziet de HEER de dood van zijn getrouwen. (Psalm 116:15) of, in de berijmde versie “in ’s Heren oog is kostbaar onze dood”. Dus dat is het eerste antwoord op de vraag: Waar is God als ik lijd? God staat naast je. Weet je waarom dat zo geweldig is? Als je dat mag weten, als je dat mag ervaren. God kent de mensen die lijden. Want Hij heeft ze zelf geschapen. God heeft mensen geschapen met talenten, met gaven, met een doel. En daarom lijdt God het diepst aan ziekte, ellende en dood. Omdat Hij weet wat mensen missen. Zou God die één en al leven is geen intens verdriet hebben van de dood? Dát is ons houvast: God staat naast ons en peilt ons verdriet. ** Maar weet je wat nog geweldiger is? Dat God iets doet aan onze pijn. Hij blijft niet zitten waar Hij zit. Op zijn schitterende hemelse troon. Wat Hij had mogen doen. Nee, Hij kiest voor het leven van een mens. Hij wordt geboren in het jaar nul. In een arm gezin. In een land dat in oorlog is. In een wereld waarin kindersterfte heel normaal is, Waar mensen met allerlei handicaps rondlopen die in onze tijd allang zouden zijn verholpen. En terwijl zijn leven één en al liefde is, sterft Hij een afschuwelijke dood: verlaten van mensen, verlaten van God. Maar daar blijft het niet bij. Want Jezus’ sterven is maar niet “hetzelfde ondergaan als wij ondergaan”. Nee, Jezus sterft aan onze ellende, aan onze schuld. Jezus lijdt wat u verdiende, en jij, en jij, en ik. En door als onschuldige te sterven, neemt hij onze schuld mee het graf in. Hij begraaft onze schuld, Hij begraaft de oorzaak van alle ellende. Dat blijkt als Jezus opstaat uit de dood. De dood heeft niet het laatste woord. Jezus is sterker dan de dood. Na 3 dagen verschijnt Hij levend en wel. Tot schrik en verbazing van zijn leerlingen. Het feit dat Hij weer leeft is de boodschap die de eeuwen door wordt doorgegeven en die ons hier in de Morgenster heeft bereikt. Jezus is sterker dan de dood. Daar hebben mensen wat aan. Of ze in Pakistan wonen of hier in Nederland. Dat Hij naar de hemel is gegaan, dat wij hem daarnaartoe mogen volgen. Daar heb je wat aan. En dat Hij terugkomt om zijn koninkrijk van gerechtigheid en liefde te vestigen. Daar heb je wat aan. En is niet alleen hoop voor straks. Dat is ook hoop voor nu. Ik heb vorige week de dvd gezien met de begrafenis van Coen. En wat het indrukwekkende was, was niet hoe verdrietig het allemaal was ofzo. Wat echt indruk maakte is de troost die daaruit sprak. En volgens mij: als je troost kan bieden op het moment dat je een kindje begraaft dat maar 20 dagen mocht leven, dan heb je echt wat te melden. De troost dat je kind niet voor altijd weg is. Maar dat het thuis is bij God. Dat er een dag is waarop je je kind terug zult zien. En dat het kind zal weten wie zijn vader en wie zijn moeder en wie zijn broertje en wie z’n zusje was. ** Gz 145:1+2+3+4 “Heer onze God” Wet Gz 154:1+2+3+4 “Ach wat moet ik toch beginnen” Gebed (kinderen groep 1-6 naar KBC) Lezen: Romeinen 8:18-32 Tekst: Romeinen 8:20-21 Preek Gz 121:2+3+4(vrouwen)+6(mannen)+7+9 “God die was en is en komt) Dankgebed Lezen Doopformulier 3 (kinderen komen binnen) Gz 124:1+2+3+4 “Jouw leven staat aan het begin” Doop Suzan Bakker Gz 124:5 Collecte, tijdens de collecte zingen: Gz 164 (in canon) Slotzang: Ps 116:1+8+10 Thema: waar is God als ik lijd?
|

