| ThemaPapier oktober 2011 |
|
Themapapier “Met je mond vol tanden?”
Dit seizoen ondersteunt het jaarthema ons door vragen aan de orde te stellen die relevant zijn voor christenen en niet-christenen. Hierdoor worden we aangemoedigd om missionair in het leven te staan.
Overzicht van de thema’s: 2 Oktober 2011: Ik probeer goed te leven, waarom zou ik het geloof nodig hebben? 4 December 2011: Als er een God is, waarom is er dan zoveel ellende op de wereld? 5 Februari 2012: Waarom doen christenen zo moeilijk over seksualiteit? 1 April 2012: Waarom juist het christendom? 20 mei 2012: De waarheid bestaat niet!
Bespreekpunten bij het 1e thema “Ik leef goed, waarom zou ik het geloof nodig hebben?”
1) Hoe zit dat bij jou? In hoeverre heb jij Jezus Christus werkelijk nodig, meer dan wie of wat ook? 2) Herken je het punt dat gemaakt wordt in de preek dat iedereen z’n identiteit wel ergens in zoekt? Herken je ook dat dit soort levensdoelen net zo sterk kunnen zijn als een geloof? 3) Kun je een voorbeeld noemen van een gesprek over geloof dat doodliep. Hoe kwam het dat het doodliep? Wat voor mogelijkheden zie je nu om gesprek vlot te trekken? 4) Stel dat het iemand niet lukt om “goed” te leven, en je komt daarover in gesprek, hoe zou jij dat gesprek dan aanpakken? 5) Stel dat het iemand wel lukt (in eigen ogen) om “goed “te leven, hoe zou je de ander kunnen laten ontdekken waarom hij / zij toch Jezus nodig heeft? 6) Wat kun jij zelf met het antwoord dat het evangelie biedt op de themavraag?
Spelhandleiding
Themapreek 1: Ik leef toch goed, waarom heb ik het geloof nodig? Doel van het spel: Eerst staan we stil bij onze eigenschappen, ‘goed en slecht’. Daarna denken we er over na hoe anderen naar ons kijken. Buitenstaanders zien christenen soms als heilige boontjes of juist als schijnheilig. Het gaat er niet om een goed antwoord op bovenstaande vraag te geven maar vooral om naar onszelf te kijken: Hoe kan je laten zien dat je God nodig hebt.
Benodigdheden: twee setjes kaarten. Groene kaartjes met ‘goede’ eigenschappen en rode kaartjes met ‘slechte’ eigenschappen. Elk setje heeft twee kaartjes met een vraagteken, deze mag gebruikt worden om deelnemers de gelegenheid te geven zelf een eigenschap te noemen. Knip vooraf de kaartjes uit.
Spel verloopStap1) Leg alle groene kaartjes met de tekst naar boven op tafel. Geef iedereen de gelegenheid de kaartjes te bekijken. Na ongeveer 2 minuten kiest iedereen een kaartje waar hij/zij zich in herkend. Bespreek in tweetallen waarom je voor dit kaartje hebt gekozen en noem een voorbeeld uit je eigen leven. Stap 2) Leg nu alle rode kaartjes met de tekst naar boven op tafel. Geef iedereen weer de gelegenheid de kaartjes goed te bekijken. Laat iedereen weer een kaartje kiezen waarin men zich herkend. Bespreek dit weer in tweetallen en noem hierbij een voorbeeld uit je eigen leven. Stap 3) bespreek in de groep de volgend twee vragen: · Durf ik mijn zwakheden aan anderen te laten zien of doe ik mijzelf ook wel eens beter voor? Denk hierbij aan medechristenen en ongelovigen. · Heb je wel eens met iemand gepraat over je gebreken? Kunnen mensen aan jou merken dat je God nodig hebt? Hoe?
Tip! Bespreek afsluitend als groep hoe je bovenstaande heb ervaren en hoe je er een volgende keer op terug kunt komen. Kunnen we elkaar verder helpen? |

