| Preek 29 november |
|
Uitgekozen worden is fijn. Met gym bijvoorbeeld. Als er 2 teams moeten worden samengesteld en de teams om de beurt moeten kiezen bijvoorbeeld. Dan is het leuk als je snel wordt uitgekozen. Het is niet leuk als je als laatste wordt gekozen. Of erger nog, als kneusje wordt verdeeld. Uitgenodigd worden is fijn. Voor een feestje bijvoorbeeld. Op een feestje is het vaak leuk. Je gaat met elkaar iets leuks doen. Iedereen is blij. er worden cadeautjes gegeven. Het is feest! Het is niet leuk als je nooit wordt uitgenodigd wordt voor een feestje. In de bijbel lazen we: “God heeft ons uitgekozen”. “Het is altijd al zijn bedoeling geweest dat wij zijn kinderen zouden worden.” Voordat jij ook maar iets wist van de Here God, kende Hij jou al. Voordat jij ook maar iets kon doen, zorgde de Here God al heel goed voor jou. En Hij wil zo graag dat je ook van Hem gaat houden. Je zou zo jammer zijn om niet van Hem te houden. Niemand is zo groot, zo sterk als Hij. Zelfs als je dood zou gaan, is Hij er nog steeds. Mooi hè? Jongens en meisjes, Jullie moeten eigenlijk een beetje medelijden hebben met de grote mensen. Jullie begrijpen dat God jullie heeft uitgekozen. Maar voor de grote mensen moet ik daar nog veel meer over vertellen. Zo is het toch, broers en zussen? Zo gewoon als “uitgekozen” klinkt in het dagelijks spraakgebruik, zo spannend klinkt het als we het woord “uitkiezen” gaan gebruiken in verband met God, in verband met het geloof. Dan heet het opeens “uitverkiezing” en is het een moeilijk onderwerp. Dan worden we heel voorzichtig. En als ik dan zeg: God heeft je uitgekozen, dan zijn er een heleboel mensen, vast ook wel mensen hier, die zeggen :”maar dát kun je toch niet zeggen?” dát kun je toch niet beweren? Paulus zegt van wel. Tegen die hele gemeente zegt hij: jullie zijn uitgekozen. Petrus ook trouwens: U bent een uitverkoren geslacht (1 Petrus 2:8) 2 dingen wil ik laten zien in deze preek: * Wat Gods doel is met zijn uitkiezen * De verhouding tussen Gods uitkiezen en ons geloof God wil iets máken van je leven: heilig en zuiver God heeft je uitgekozen omdat Hij iets wil máken van je leven. Hij wil het gááf maken. Hij wil het mooi maken. Hij wil het zuiver maken. Zuiver. Dát is het woord dat Paulus gebruikt. Of “onberispelijk” in ’51. Met dat woord herinnert Paulus aan offerdieren die geschikt zijn om aan de God te offeren, geschikte offerdieren dat zijn perfecte dieren, zonder afwijking, zonder gebrek. Hetzelfde woord gebruikt Petrus als hij vertelt over Christus, die hij noemt “het lam zonder smet of gebrek”. (1 Petrus 1:19) Het woord “zuiver” wordt in het grieks ook gebruikt als iemand niets verkeerds heeft gedaan, als iemand niet kan worden beschuldigd, als je boven alle verdenking, boven alle beschuldiging verheven bent Zo gaaf, zo zuiver, zo puur, zo zonder gebrek, zo wil God ál zijn kinderen maken. Zo gaat Hij bezig met u, met jou. Uitgekozen zijn door God, het maakt je een totaal ander mens. Alsof je voor de 2e keer geboren wordt. Ik weet niet hoe dat voor jou klinkt. Zuiver. Heilig. Onberispelijk. Niets op aan te merken. Misschien schrik je ervan. Wat moet ik dan allemaal gaan doen? Dan moet ik dus heilig en onberispelijk worden, dan moet ik dus zuiver en puur worden. Nou dat is nogal een opgave. Daar horen dan een heleboel concrete acties bij. Ik moet anders gaan leven. Een hele klus dus, die uitverkiezing. Maar – ho nou even. Staat hier dat je jezelf heilig en onberispelijk moet maken? Gaat het om dingen die wij moeten doen? Nee, het gaat hier om wat God wil. Het gaat hier om zijn verlangen. Het gaat hier om wat Hij zal gaan doen. Laat dat nou eens goed tot je doordringen. God wil mijn leven gááf maken, Hij wil mijn leven zuiver en puur maken. Onberispelijk. Dát is wat Hij wil. Daar hoort niet de vraag bij: hoe bereik je dat? Daar hoort bij dat je God prijst, dat je God zégent, zoals staat in vers 3. Prijs God omdat Hij geen ándere wens voor je leven heeft dan dat het zuiver en puur zou zijn? wow. Ik weet niet hoe jou vergaat. Maar zelf zou ik graag veel meer dan nu zuiver zijn, puur zijn. Ik zou alles wat ik doe met een volstrekt eerlijke motivatie willen doen. Zonder bijbedoelingen. Ik zou puur van God willen houden. Puur van andere mensen houden, zonder angst, zonder verwijt, zonder boosheid, zonder gekwetstheid. Ik zou willen genieten waar God van geniet. Als je perfectionistisch bent, als je het voor jezelf nooit goed genoeg kunt doen, dan hoor je hier: God wil je onberispelijk maken, niets op je aan te merken. Dat maakt je gelukkiger dan een perfect opgeruimd huis, een perfecte look, of alles perfect onder controle op je werk. Zuiverheid. Als je nu ontdekt, misschien wel voor eerst tot je laat doordringen: God wil mij puur, Hij wil me zuiver maken. Hij wil me net zo gááf maken als Jezus Christus zelf. Dát is zijn plan. Wat is dat verlossend. God wil me vrij maken. Vrij van slechte gedachtes, vrij van slechte gewoontes, Hij wil me verlossen van dingen die ik verkeerd heb gedaan en die aan me knagen. Hij wil dat er niets op mij aan te merken is. Nog een keer: Je zit er echt náást als je nu bij jezelf denkt: Het legt toch wel een hele druk op je, dat leven als christen. Zuiver zijn. puur zijn. Luister: God is duidelijk over wat Hij wil met je leven. Ik denk dat je er naar gaat verlangen dat Hij zijn wil uitvoert. Ik denk dat je er om gaat bidden. Ik denk dat je meer richting ontdekt in de manier waarop God je leven leidt. Je wéét nu tenminste waar je om mag bidden. “maak toch mijn leven nieuw en rein”. (Gz 27) En laten we eerlijk zijn: hoe vaak bid je daar nu om: hoe vasthoudend bid je erom? “Here, maak mijn leven zuiver. Laat me zuiver zijn voor u. laat me helemaal voor u zijn. Zet ook mijn donkere hoekjes in uw licht.” Zó mag je aan de slag met je uitverkiezing. Zeg ik het nu te makkelijk? We hebben het er nog wel eens over, hoe makkelijk het is om vasthoudend aan God te vragen: Here, maak uw uitverkiezing waar, maak mij zuiver. Here, ook mijn gewoontes en mijn karakter leg ik voor u neer. Laat me zien waar verandering nodig is, en ik geloof: voor u is geen verandering te groot. Maar ik roep je op om te geloven dat het wáár is wat hier staat: God wil mijn leven puur maken, mooi maken, zuiver maken. God kiest uit (uitgekozen, voorbestemd, zijn wil en verlangen) Veel mensen kunnen niets met wat de bijbel zegt over uitverkiezing. Je maakt toch zelf keuzes? Hoe kan God nu voor mij bepaald hebben, al vóór de grondlegging van de wereld, dat ik bij Hem hoorde? Hoe kan Hij mij dan nog verantwoordelijk stellen? Waar blijft mijn keuzevrijheid? Ben ik dan niet een robot geworden? Wat stelt mijn geloof, mijn liefde voor God, dan nog voor? Je zou je eens kunnen afvragen: wat kun je nu bepalen in je leven? Kon je bepalen of je als jongen of meisje werd geboren? God heeft het voor je bepaald. Kon je uitkiezen in deel van de wereld je werd geboren? In het rijke deel van de wereld of in het arme? Kon je uitkiezen of je in een christelijk gezin werd geboren of niet? Kon je je ouders uitkiezen? Kon je bepalen of je liefdevol werd grootgebracht of misschien met allerlei beschadigingen? Dus: wat hebben we nu eigenlijk zelf bepaald in ons leven? De belangrijkste dingen zijn al voor ons bepaald. We denken dat we ons leven helemaal zélf kunnen bepalen. Maar wie er wat beter over nadenkt, beseft dat niets minder waar is. Ook al zijn er heel veel dingen voor je bepaald, je kunt nog steeds verantwoordelijk zijn. Evengoed. Voor ons kan dat een lastige zijn. Wat is nu je eigen keus en wat is Gods keus? Stel: ik geloof, maar ik ben twijfel nogal eens. Heeft God mij dan wel uitgekozen? Ik doe zo hard m’n best maar als ik gewoon niet uitverkoren, hoe moet dat dan? Dan kan ik hoog of laag springen, maar ik kom nergens. In elk geval niet in de hemel. Dat is een foute redenering. Ken je iemand in de bijbel voor wie dat geldt? Dat hij of zij wél wilde geloven maar dat er dan staat, “helaas, hij of zij was niet uitgekozen”? Ik ken zo’n tekst niet. Waarom denk je trouwens dat je niet uitgekozen bent? Een ingeving gehad ofzo? Het omgekeerde staat wél in de bijbel. “Allen, die bestemd waren voor het eeuwige leven, kwamen tot geloof” (Handelingen 13:48) Er is een hoop verwarring over de “uitverkiezing”. Verwarring slaat toe als uitverkiezing wordt voorgesteld als een op zichzelf staand iets. Alsof er naast het prachtige evangelie van Christus waarin alles zo duidelijk is, nog een addertje onder het gras zit. Daar kom je dan na een tijdje achter. Dan ontdek je: Ja, je hebt niet alleen Christus, maar er is ook nog een geheim dossier waarin heel andere regels gelden: voor dat geheime plan van god kun je alleen maar bang zijn. En de onzekerheid wordt gepredikt in gemeentes waar dominees hun angstige toehoorders voorhouden dat je nooit zeker van kunt zijn of je kind van God bent. Dat de doop alleen maar een uiterlijk teken is, zonder echte waarde. En dat slaat aan, want hoeveel mensen zijn er niet die – terwijl ze ooit gedoopt zijn – later weinig meer met hun doop doen? Was het dan wel een echte doop of morsen met water? Maar de bijbel heeft het nergens over uitverkiezing als iets vaags en ongrijpbaars, iets waar je nooit zeker van kan zijn. Op geen énkele bladzijde in de bijbel vind je ooit de vraag: ben jij wel uitverkoren? Weet je dat zeker? Efeziërs 1 is dé plaats waar het over het over uitverkiezing gaat. Nergens anders vertelt de bijbel duidelijker over uitverkiezing dan hier. En wat staat er dan? Dat God uitkoos via Christus. Hij kiest uit “in Christus”. Uitverkiezing is niet iets ongrijpbaars, maar het is concreet. God kiest mensen uit in wat Christus voor ons gedaan heeft; dat hij geleden heeft aan het kruis in onze plaats, dat Hij de godverlatenheid die wij verdienden voor ons heeft doorstaan, dat Hij de dood die wij over ons heen hadden gehaald in onze plaats is gestorven. Uitverkiezing is niets anders dan de liefde van God waardoor Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft aan een wereld die daar niet op zat te wachten. Dat Hij stond te wachten op de zoon die vér van huis was weggelopen. Dat Hij zijn zoon stuurde terwijl Hij wist dat die zou sterven. Dat Hij het liefste wat Hij had heeft laten sterven om vijanden met zich te verzoenen. We hebben het vorige week nog gehoord: misschien zijn er mensen die hun leven geven voor een goed mens, maar niemand geeft z’n leven voor een vijand. God wel. Gods liefde die door Jezus Christus naar ons toekomt is dezelfde liefde van de uitverkiezing. 10 Span u daarom des te meer in om uw roeping en uitverkiezing waar te maken, broeders en zusters. (2 Petrus 1:10) Uitverkiezing laat hetzelfde zien wat Christus’ komst naar de wereld ook laat zien: dat wij niet voor verlossing kunnen zorgen, maar dat God redt. Dat wij niet God zoeken, maar dat God ons zoekt. Dat niet wij God hebben liefgehad, maar dat Hij ons heeft liefgehad. Uitverkiezing betekent: “alles is klaar wanneer je komt.” Als jij God gaat zoeken in je leven ontdek je dat Hij al op je staat te wachten. Als jij naar God verlangt ontdek je dat Hij dichtbij is. Als je verlangt naar vergeving ontdek je dat het offer van Jezus Christus ook groot genoeg is om jouw schuld te verzoenen. Nergens duidelijker zie je dat terug dan in de kinderdoop. God heeft alles klaargezet voor jij ervan wist. Zonder dat een baby voor God kan kiezen heeft God al voor zo’n hummeltje gekozen. Uitverkiezing staat niet tegenover “je bekeren”. Alsof je je nóg zo goed kunt bekeren maar als je niet bent uitgekozen is alles waardeloos. Uitverkiezing betékent dat je je bekeert tot Jezus Christus. Dat je bij Hem schuilt. Dat je in Hem alles vindt. Uitverkiezing betékent dat je vervuld wordt door de heilige Geest, dat je gaven van de Geest ontvangt en dat je vruchten van de heilige Geest voortbrengt. Dat God je leven zuiver, puur, onberispelijk perfect zal maken. Dat staat zo mooi in Romeinen 8:30 e.v. (samen lezen) Ik kom terug waar we begonnen. Uitgekozen worden om mee te spelen met gym. Uitgenodigd worden op een verjaardag. Was het nu zo ingewikkeld als we dachten? We komen tot dezelfde conclusie als de kinderen: We zijn uitgenodigd op zijn feest. We mogen meespelen in zijn team. Wat valt er dan nog te zeggen? God zegenen, zoals vers 3 zegt, dat wil zeggen, God loven en prijzen. Wat blijft er over? Een diepe rust. Want er kan een hoop gebeuren in je leven, Twijfel kan toeslaan. Je kunt in zonden verstrikt raken. God kan onbereikbaar ver weg lijken. Je kunt door verwaarlozing van persoonlijk bijbellezen en persoonlijk bidden een enorme verzwakking in je geloof krijgen. Je voelt je niet meer waard zijn zoon of dochter te zijn. Denk dan aan wat God wilde met je leven: het puur, gaaf, zuiver, onberispelijk maken. Verlang je daarnaar? Bid je God daarom, vasthoudend? Inderdaad. Uitgekozen worden is het mooiste wat er is. Zeker weten! |

