• An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
Wie zichzelf verhoogt, zal vernederd worden (zondag 14 november 2010
9 Met het oog op sommigen die zichzelf rechtvaardig vinden en anderen minachten, vertelde hij de volgende gelijkenis. 10 ‘Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden, de een was een farizeeër en de ander een tollenaar. 11 De farizeeër stond daar rechtop en bad bij zichzelf: “God, ik dank u dat ik niet ben als de andere mensen, die roofzuchtig of onrechtvaardig of overspelig zijn, en dat ik ook niet ben als die tollenaar. 12 Ik vast tweemaal per week en draag een tiende van al mijn inkomsten af.” 13 De tollenaar echter bleef op een afstand staan en durfde niet eens zijn blik naar de hemel te richten. In plaats daarvan sloeg hij zich op de borst en zei: “God, wees mij zondaar genadig.” 14 Ik zeg jullie, hij ging naar huis als iemand die rechtvaardig is in de ogen van God, maar die ander niet. Want wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden, maar wie zichzelf vernedert zal verhoogd worden.’
(Lucas 18)

**
Voorafgaand aan de preek 4 scènes:

Scene 1
Voetballen.

Doeke, Jacqueline en Thijs voetballen voor in de kerk. (echt overspelen met bal). Jacqueline mist een paar keer de bal, Doeke en Thijs vinden dat vervelend. Doeke beslist uiteindelijk, Jacqueline mag niet meer meedoen omdat ze niet goed genoeg is.

Scene 2
Franse les.

Doeke is docent en leest de cijfers voor van Jacqueline Van der Veen, Peter Colijn, Harm Andringa, (moeder van Jacqueline) en Thijs. Wanneer je naam genoemd word graag even opstaan om je cijfer goed te horen. Thijs heeft als enig een onvoldoende. Daar lacht de rest om. Doeke (docent) vind dat goed.

Scene 3
Verantwoordelijkheid

Jacqueline geeft als werkgever haar twee werkgevers (Doeke en Thijs) twee opdrachten. Wanneer ze weg is neem Doeke beide opdrachten voor zijn rekening om ‘’er zeker van te zijn dat het goed komt’’. Hij laat Thijs alleen achter.

Scene 4
Wij zijn gered.

Doeke, Jacqueline en Thijs zitten op de tafel voor in de kerk. Ze kijken gemoedelijk de gemeente rond. Dan ziet Doeke buiten iemand lopen en zegt: ‘’Moet je die daar buiten zien, die is vast nog nooit in de kerk geweest. Gelukkig zitten wij hier binnen, wij worden gelukkig gered…’’

**
Wat vind je ervan? Vind je het een mooie gelijkenis?
Ja toch?
Als je bidt om vergeving dan komt het goed met je.
Als je maar nederig bent naar God krijg je vergeving.
We komen naar de kerk om te horen dat God liefdevol is.
Dat God ons wil vergeven.
En als we straks naar huis gaan, dan hebben we vergeving gekregen.
O ja? Is dat zo? Dat is maar de vraag.

Want Jezus keert het precies om.
Degene van wie je het verwacht dat het goed zit tussen God en hem, die gaat zonder de vrede met God naar huis.
En degene van wie je het niet verwacht, krijgt vergeving.
Dus het is echt de moeite waard om te luisteren.

**

Hoe denken jullie over Farizeeërs?
Niet zo positief he?
Maar weet je hoe die mensen leefden?
Leven als een Farizeeër.
Dat is gaaf. Farizeeën leven niet minimaal met God maar maximaal.
Ze geven de tienden.
Ze gaven van elke 10 euro die ze verdienden er 1 aan God.
Ze vasten.
Dat bekent: niet eten, en dan voel je je slap en daardoor kun je des meer vertrouwen op God en besef je dat je zelf slap bent.

Nee dan die tollenaars.
Dat waren oplichters.
Daar had iedereen een hekel aan.
Die vroegen teveel geld.
Belasting betalen is nooit leuk.
Maar als je weet dat je altijd teveel betaalt.
En dat het geld voor een deel naar de gehate Romeinen gaat en de rest in de zakken van die tollenaar verdwijnt dan wordt je helemaal niet vrolijk.
Wie zou je liever tegenkomen?
Geloof me.
Je kunt beter met een Farizeeër te maken hebben dan met een Tollenaar.

Wat is de Here Jezus voor iemand?
Je hebt mensen die praten anderen na.
Dat zijn er eigenlijk best wel veel.
Weinig mensen die iets anders zeggen.
Iets wat je nog niet hebt gehoord.
De Here Jezus zegt altijd dingen die zo goed zijn – niemand heeft ze ooit bedacht.
Wist je dat de mensen zijn geschrokken van deze gelijkenis.
Niemand had het ooit zo bekeken.
Die farizeeën, daar keek je tegenop.
Daar kon je niet aan tippen. En die tollenaars dat was maar niks.

En dan vertelt Jezus over een Farizeeër.
Hij bidt.
En hij bidt geen gekke dingen. Hij dankt God voor wat hij mag doen in zijn koninkrijk. Hij ziet al die godsdienstige prestaties niet als iets van hemzelf. Hij dankt God ervoor.
De tegenstelling in dit verhaal is dus NIET: hier hebben we een tollenaar die inziet dat hij niks kan maar we hebben een Farzieer die denkt dat hij het zelf allemaal kan.
Dat is te simpel gedacht.
Het verhaal is veel spannender.
Dus laten we het erop houden: die man doet fantastische dingen voor God en hij is er dankbaar voor ook.

Dan de tollenaar.
Zijn gebed deugt ook.
Hij leidt een slecht leven.
Dat zegt hij tegen God en dat is ook zo.
Terecht dat hij niet naar de hemel durft te kijken.
Terecht dat hij zich op de borst slaat, dat betekent dat hij verdriet heeft.
Weet je wanneer mensen zich op de borst sloegen?
Mensen sloegen zich op de borst als er iemand was gestorven.
Dan huilden ze en schreeuwden ze van verdriet en dan sloegen ze hier met hun hand.
God wees mij zondaar genadig.

De mensen staan te knikken.
Ze zien het voor zich.
Tuurlijk zo gaat dat. terecht dat die Farizeeër dankt.
Terecht dat die tollenaar niet dichterbij de tempel durft komen.
Terecht dat hij om genade smeekt.

Maar dan zegt Jezus: Die tollenaar ging naar huis als een ander mens.
Er was iets gebeurd daar in de tempel. hij had toegegeven dat hij verkeerd zat.
En daarom vergaf God zijn zonde.
God keek nu anders naar hem.
God veroordeelde hem niet meer.
Hij mocht bij God horen! Gaaf!

Dat was misschien al even slikken voor de mensen.
Mag een tollenaar ook bij God horen?
Zijn smerige oplichter?
Mag die bij God horen.
Wat is dat voor een God die criminelen de hand boven het hoofd houdt?

Maar het allerergste moest nog komen.
Die tollenaar ging naar huis met vrede met God.
Maar de farizeeër niet. de farizeeër kreeg geen vergeving.
Het was niet goedgekomen tussen hem en God.
En als hij zou sterven dan zou hij niet naar de hemel gaan.
dat was schrikken.
Hoe kon iemand zoveel doet voor God.
die zoveel goede dingen doet nu geen vrede hebben met God.
hij deed het toch juist voor God?

Hoe kon je dat zien, dat ‘ie geen vrede had met God?
Dat kon je niet zien. Daarom zegt Jezus het erbij.
Ik kan niet zien of iemand vrede met God heeft.
Jezus kan dat wel.

**

Wanneer heb je vrede met God?
Ik heb daar over zitten tobben, wil je dat wel geloven.
Wat bedoelt Jezus nu.
Ik heb dit antwoord gevonden:
Of je vrede met God hebt, of je gerechtvaardigd naar huis gaat, heeft alles te maken met hoe je denkt over een ander. Hoe je praat over een ander.
Denk je goed over anderen?
Geef je om de ander, ook als je geen vrienden bent?
Gaat het zoals in het toneelstukje?
Als ik negatief praat over een ander ben ikzelf beter.
Als ik geen hoge dunk heb van een ander dan ben ikzelf heel wat.

Laten we even aannemen dat je zo denkt over een ander.
En nu vraag je om vergeving.
Want je bent geen farizeeër.
Nee, je bent net als de tollenaar.
Je weet heel goed dat je een zondaar bent.
En dat je het niet waard bent om God onder ogen te komen.
Je vraagt om vergeving. En dat meen je ook.
En tegelijk kijk je op anderen neer.

Weet je wat je dan bent?
Een neptollenaar.
Je doet alsof je een tollenaar bent.
Je vraagt om vergeving.
En dat meen je ook. Nederig en alles.
Maar in je hart ben je die trotse tollenaar.
Die neerkijkt op een ander.
En dan geldt voor jou: wie zichzelf verhoogt zal vernederd worden.

**
Misschien zeg je : gaat dit niet te snel?
Waar gaat het hier om? Om hoe we als mensen met elkaar omgaan? Of hoe we tegenover God staan?
letterlijk staat hier: vs 9: met het oog op sommigen die zichzelf rechtvaardig vinden en anderen minachten.
Het gaat dus over allebei.
Dat is gek.
Voor ons zijn het 2 dingen: hoe ik tegenover God sta.
En hoe ik met de ander omga.
Voor God heeft dat alles met elkaar te maken.
Voor God is dat één.
Hoe kun je God liefhebben en in haat leven met de ander?
In 1 Johannes staat dat vaak.
2:9
3:16:17
4:20
Weet je waar je dat ook tegen komt?
In het onze Vader.
Vergeef ons onze schulden zoals wij ook vergeven die ons iets schuldig zijn.
betekent dat: dat het met elkaar te maken heeft? Jazeker. Als ik mijn naaste niet van harte vergeef tzal God mij ook niet vergeven. Het is niet of of. Het is en en.

ik ben zo blij met die toneelstukjes.
Want het gaat om het dagelijks leven.
Wat je daarin laat zien.
Al die situaties die te onbenullig zijn om te noemen.
Dat je zo vol bent van jezelf en je eigen verhaal, dat als een ander iets vertelt je wacht op het goeie moment wacht tot je jouw verhaal kan spuien.
Je hebt jezelf lief.
Wat ik vaak merk, ook merk hier in de gemeente, is dat we zo weinig vertrouwen hebben in elkaar.
Zo snel het slechte denken. Zo snel teleurgesteld zijn in de ander.
Als je snel teleurgesteld bent in een ander, is dat geen gebrek aan liefde?
Is dat geen vorm van trots?
Is dat niet gewoon de farizeeër, vermomd als tollenaar?
Natuurlijk ik ben een zondaar.
Maar ondertussen.

**

Maar er is hoop.
Het is mogelijk om te veranderen.
Jezus geeft het geheim.

Ik mag mijn hoogmoed naar God.
Ik mag bij de troon van God leren wat nederigheid is.
Dat mag ik leren van Jezus.
Jezus is zelf afgedaald van zijn troon.
Hij heeft zich vernederd en is een mens geworden.

Er is hoop.
Die hoop heet: Genade.
Dat is beseffen, heel diep voelen: ik heb niks verdiend.
Er is dan ook geen enkele reden om neer te kijken op een ander.
Door mijn daden breng ik mezelf geen stap dichter bij de hemel.

En verbindt dat nou eens met hoe jij omgaat met de ander.
Zoals Jezus dat met elkaar verbindt.
Hoe kleiner ik ben, hoe groter God wordt.
Ik denk groot van God.
Ik denk goed over de mensen die God om mij heen heeft geplaatst.

Denk nog eens na over de gelijkenis.
Het is vanzelfsprekend dat je vergeving krijgt.
Dat dacht je.
Maar Jezus keert het om.
Hoe zou dat voor jou uitpakken?
Die vraag blijft open in de gelijkenis.
Daarom blijft die vraag ook open in de preek.

Jezus zegt:
leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, 30 want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’
(Matteüs 11)

**
Liturgie zondagmorgen 14 november 2010
Zingen: ps. 139: 1,11
Wet: Matt. 7: 1-12
Zingen: ps. 19:5
Gebed
Lezen: Lukas 18: 9-14
Zingen: Gz. 23 “uw woord is een lamp voor mijn voet”
Preek
Zingen: Opwekking 488 “de kracht van uw liefde”
of Gz 171:1+2+3
Gebed
Collecte
Zingen: Gz 160:1+2 “Groot is uw trouw”