• An Image Slideshow
  • An Image Slideshow
Zondagochtend 20 september
Abram en Sarai in Egypte
10 Eens brak er in het land hongersnood uit. Abram trok naar Egypte om daar tijdelijk te gaan wonen, want de hongersnood was zeer zwaar. 11 Toen hij op het punt stond Egypte binnen te trekken, zei hij tegen zijn vrouw Sarai: ‘Luister, ik weet heel goed dat jij een mooie vrouw bent. 12 Als de Egyptenaren je zien, zullen ze denken: Dat is zijn vrouw, en dan zullen ze jou in leven laten, maar mij zullen ze doden. 13 Zeg daarom dat je mijn zuster bent, dan kom ik er dankzij jou misschien goed vanaf en loopt mijn leven geen gevaar.’ 14 Inderdaad was Abram nog maar nauwelijks in Egypte of de Egyptenaren zagen dat Sarai een bijzonder mooie vrouw was. 15 Ook de officieren van de farao merkten haar op. Ze vertelden de farao zo enthousiast over haar dat hij de vrouw naar zijn paleis liet overbrengen. 16 En vanwege haar werd Abram door de farao met geschenken overladen: hij kreeg schapen en geiten, runderen, ezels, slaven en slavinnen, ezelinnen en kamelen.
17 Maar de HEER trof de farao en zijn hof met zware plagen om wat er gebeurd was met Abrams vrouw Sarai. 18 Toen ontbood de farao Abram. ‘Wat hebt u mij aangedaan!’ zei hij. ‘Waarom hebt u me niet verteld dat ze uw vrouw is? 19 Waarom hebt u gezegd dat ze uw zuster is? Nu heb ik haar tot vrouw genomen. Hier is uw vrouw weer, neem haar mee en verdwijn!’ 20 En op bevel van de farao werd Abram, met zijn vrouw en al zijn bezittingen, onder geleide het land uit gebracht.

Wat heeft het nou voor zin om zo’n geschiedenis te lezen en daarover een preek te houden in de kerk?
Het is nou niet direct het mooiste verhaal uit de bijbel.
Wat kun je nu leren van deze geschiedenis?
Kan zo’n stuk uit de bijbel ons iets vertellen over wie de Heer is?
Laten we eens stap voor stap kijken wat er gebeurt.

Waarom gaat Abram naar Egypte?
Niets wijst erop dat God hem naar Egypte stuurt vanwege de hongersnood.
Abram is degene die naar Egypte gaat.
Abram denkt blijkbaar dat hij zichzelf moet redden.
Da’s een daad vanuit ongeloof.
God had hem in het beloofde land gebracht, Abram is er net.
God had hem in ’t beloofde land enorme beloften gedaan.
En nu vertrekt Abram.
Letterlijk staat er in het hebreeuws: Abram daalde af naar Egypte.
Van Kanaän naar Egypte gaan heet in de bijbel altijd “afdalen”.
En uit Egypte naar het beloofde land reizen heet altijd “opgaan naar”.
Dat heeft uiteraard met de geografie te maken, Egypte ligt lager dan Israël, maar tegelijk met iets veel wezenlijkers.
Met het afdalen beneden het niveau van je geloof.
Abrams geloof zakt lelijk af. Hij laat God vallen.
Liet God hem niet ook vallen door hongersnood toe te staan in ’t beloofde land?
Abram zal zichzelf moeten redden, toch? Zo belandt hij in Egypte.

Nu Abram z’n eigen weg gaat, uit gebrek aan vertrouwen op God,
raakt Hij steeds verder ontmoedigd en wordt hij al onzekerder.
Nu de belangrijkste relatie, die met God, in de ijskast wordt gezet
wordt ook die andere belangrijke relatie, die met zijn vrouw Sara, koud.
Zo zakelijk zo berekend klinkt het wat Abram zegt.
Welke man zou dat zeggen tegen z’n liefste.
“Doe maar alsof je mijn zus bent, dan kom ik er dankzij jou goed vanaf en loopt mijn leven geen gevaar..”
Zo is Abram dan wel beschermd, maar Sara is daarmee vogelvrij.
Egoïstisch toch?

Waar Abram al bang voor was, gebeurt.
De Egyptenaren zien Sara wel zitten.
Ze vertelden de farao zo enthousiast over haar dat hij haar naar z’n paleis liet overbrengen. Lees: naar zijn harem.
En hoe gaat het ondertussen met Abram? Prima, hij vaart er wél bij.
Hij werd met geschenken overladen.
Schapen en geiten, runderen, ezels, slaven en slavinnen, ezelinnen en kamelen.
Mooie Sara heeft heel wat opgebracht.

Hoe gaat het ondertussen met Sara? Over haar horen we niets.
We merken ook niet dat Abram zich daar zorgen over maakt.

Wél horen we hoe het met farao.
Die raakt plotseling in allerlei nare toestanden verzeild.
De ene plaag na de andere komt over zijn huis.
Een van zijn opvolgers zal straks 10 plagen te verwerken krijgen,
dit lijkt wel een generale repetitie.
Op de één of andere manier trekt farao de conclusie dat deze plotselinge ellende met Sara te maken heeft.
Of God aan hem verschijnt, zoals later in hfd 20 aan Abimelech van Gerar,
of dat zijn wijzen en tovenaars hem dit vertelden,
of dat Sara gewoon eerlijk is geweest - Genesis vertelt het niet.
En zo komt het tot een confrontatie tussen de heidense koning en Gods uitverkorene.
En die loopt niet zo best af.
Farao vuurt verwijtende vragen op Abram af.
Waarom heb je me dit aangedaan?
Waarom heb je gelogen over Sara’s identiteit?
Lees jij een antwoord van Abram? Nee, er wordt geen antwoord vermeld.
Dat betekent: Abram is té beschaamd om te antwoorden.
Farao reageert erg kortaf: hier is uw vrouw weer, neem haar mee en verdwijn.
Mijn mannen zullen je helpen om zo snel mogelijk te verdwijnen.

**

Wat moet je met deze geschiedenis.
Wat kun je leren van deze geschiedenis?
Wat hadden we gemist zonder deze geschiedenis in de bijbel?
Dat het geen toeval is dat dit opgetekend staat, blijkt uit het feit dat in hoofdstuk 20 de geschiedenis zich in feite herhaalt.
We moeten hetzelfde verhaal nóg een keer lezen.
(En later nóg een keer bij Izak, Genesis 26.)

Daarom alleen al is het de moeite waard om deze geschiedenis niet schouderophalend terzijde te leggen, maar uit te zoeken wat het betekent.
De geschiedenis herhaalt zich, zei ik.
Maar er zijn wel wat verschillen.
In feite is dit verhaal nog schokkender dan wat we zo zopas in Genesis 12 lazen.
De koning van Gerar, die in Genesis 20 degene is die Sara naar z’n harem haalt,
wordt gestraft met onvruchtbaarheid, net als alle vrouwen en bijvrouwen.
Hij krijgt een hoogstpersoonlijke ontmoeting met de Here in een droom,
waarin hij te horen krijgt dat hij zal sterven.
Oftwel: de straf komt Abimelek dichter op de huid dan bij de farao destijds.
Opvallend is dat Abram hier wél antwoord geeft aan de koning.
Blijkbaar is hij minder beschaamd dan in Egypte (!).
Bovendien geeft Abimelek – zelfs nu de affaire met Sara voorbij is - Abram royaal allerlei geschenken.
Anders dan in Egypte waar hij als ongewenste vreemdeling het land uit wordt gezet, mag hij van Abimelek gaan en staan waar hij wil.
Naar 2 kanten toe is deze geschiedenis ahw “extremer”.
De heidense koning wordt harder aangepakt, en Abram wordt nog méér in de watten gelegd. Hij wordt voor zijn gedrag dus óók nog eens beloond.

Ja, wat moet je met zo’n geschiedenis? En met de herhaling ervan?
Dan moet je kijken naar wat ánders gaat dan je zou verwachten.
Je zou verwachten dat God zijn afkeuring uitspreekt over Abrams gedrag.
Of dat in elk geval de schrijver van Genesis dat doet.
Je zou straf verwachten. Er zijn wel mensen voor minder gedóód.
Maar kijk… Het optreden van aartsvader Abram wordt niet veroordeeld.
Abram wordt gezegend!
Waar in deze geschiedenis staat dat Abram hier verkeerd handelde?
Het staat er niet.
Dat vinden wij!
Dat is misschien een ontdekking voor je. Dat was het voor mij elk geval wel.
En als je dan verder leest in Genesis kom je dat veel vaker tegen, het ontbreken van afkeuring.
Waar staat dat Jakob zijn vader en broer bedroog met het eerstgeboorterecht?
Dat vinden wij!
Maar de enige die beweert dat Jacob de zegen gestolen heeft, is Esau.
Maar wat vindt God ervan?
Dat ontdek je als je ziet wie de zegen ook daadwerkelijk krijgt.
En wie krijgt de zegen? Jakob toch?
En ga zo maar door over de strafexpeditie van Jakobs zonen tegen Sichem;
waarbij ze een complete stad uitroeiden omdat de zoon van de koning zich aan hun dochter Dina vergrepen had? Geen woord van afkeuring.
Dat valt des te meer op omdat er een heleboel dingen wél worden afgekeurd.
Er staat dat Jakob Laban misleidde door hem niet te vertellen dat hij zou vertrekken (Genesis 31:20).
In Egypte wist Jozef dat hij tegen God zou zóndigen als hij op de seksuele avances van Potifars vrouw inging (Genesis 39 vanaf vs 7).
De reden waarom Abrams gedrag niet wordt afgekeurd is blijkbaar niet, dat in Genesis geen besef is van goed en verkeerd. Dat is er wél.

**

Hoe is dat te verklaren, dat Abram geen straf krijgt, zelfs geen afkeurend woord te horen krijgt?
Dat zegt veel over God.
Hij blijft niet trouw omdat Abram zo’n geweldig goede man is.
Omdat hij steeds de keuzes maakt die je zou mogen verwachten van “de vader van alle gelovigen”.
Maar de Here blijft trouw omdat Hij dat beloofde, omdat Hij trouw wil zijn.
Omdat God van Abram houdt.
Omdat Hij grote plannen heeft met Abram.
Via Abram wil God zijn licht laten schijnen over mensen,
het licht dat is opgegaan dat Jezus Christus werd geboren.
We moeten de aartsvaders daarom beoordelen in het licht van de relatie die God met hen aangaat.
Daarin is God partijdig.
Als bepaalde mensen de aartsvaders moeilijkheden in de weg leggen, worden die (en niet de falende aarsvaders) bestraft.
God treft de farao van Egypte en Abimelek van Gerar met zware plagen.
De aartsvaders worden niet gestraft, ze worden alleen maar rijk.
De door hen bedrogen vorsten lopen gevaar, ondanks hun schone geweten.
De zoons van Jacob gedragen zich schandalig tegenover Sichem en zijn mannen;
maar toch joeg God de inwoners van de steden in de omtrek zo’n angst aan, dat ze het niet waagden om Jakobs zonen te achtervolgen (Genesis 35:5)
Dat betekent niet dat God de keuzes van Abram volgt. Hij gaat z’n eigen weg.
Dreigt Abram voor Ismaël te kiezen, dan laat God Ismaël wegsturen.
Dreigt Izak aan Ezau de zegen te geven, dan komt Jacob vermomd als Ezau binnen.

Hoe kiest God de mensen voor zijn grote plan uit?
Waarom kiest God juist hén voor zijn plannen?
Hij had toch wel andere, betere kunnen kiezen?
Dat is een goede vraag.
Maar Genesis geeft daar geen antwoord op.
Dat is een aanwijzing om niet verder te gaan speuren.
Blijkbaar is er een andere houding nodig.
Laten we de wil van God respecteren.
Hij volgt zijn eigen stijl.
Onze ideeën over wat goed is of niet goed schieten tekort.
Wij bepalen niet wat goed en kwaad is! God hield ons dat in het paradijs al voor.
Hijzelf bepaalt wat goed en kwaad is.
Al is zijn stijl van kiezen voor ons ondoorzichtig, omdat Hij kiest zoals Hij kiest – die stijl aanvaarden we met respect.
Één ding kun je wel zien; God gaat dóór.
Hij houdt zijn verbond in stand.
Dat doen mensen niet zelf, het gebeurt niet doordat mensen de besten uit hun midden naar voren schuiven.
God kiest – gelukkig- zijn mensen en Hij is trouw aan wat Hij beloofd heeft.
Want Hij kijkt verder dan de daden van mensen, Hij werkt aan zijn verlossingsplan.
Dát is wat opvalt in deze geschiedenis. Dát is wat ons voor vandaag veel te zeggen heeft.

**

Mag ik je eens vragen, hoe kijk je eigenlijk naar anderen?
Hoe heb je de afgelopen weken gedacht over anderen?
Praat je veel over wat anderen verkeerd zeiden, verkeerd deden?
Heb je je oordeel klaar over een ander?

Verbaas je dan eens over deze geschiedenis.
Verbaas je over God.
Nee, en dan niet meteen nuanceren, en niet meteen wegredenen.
Laat dit nou eens staan.
Drie keer een verhaal waarin mensen ontrouw zijn, en drie keer God die trouw blijft.
Drie keer een verhaal waar je van alles van kan vinden, maar waarin God geen veroordeling uitspreekt.

En neem deze praktische oefening mee naar huis.
Om eens op je tong te bijten voor je weer een oordeel gaat uitspreken.
Voor je weer je mening geeft over die ander.
Bidt om wachters voor je mond.

Zou dat kunnen?
Zouden jij en ik andere mensen kunnen worden?
Dat is de grote vraag.
Deze tijd is vol van boosheid.
Kijk maar om je heen, wat veel ontevreden mensen.
Nooit waren we zo rijk, en nooit waren we zo kritisch.
Kijk naar politici. Kijk naar die boze vrouwen en die boze mannen in de tweede kamer.
Ze vertegenwoordigen ons volk.
Dat doen ze inderdaad.
Ze weerspiegelen wat “het volk” voelt.
Maar wat voor redenen hebben we om boos te zijn?

Is God niet degene die reden heeft om boos te zijn?
Is God niet degene die reden heeft om kritiek te leveren?
Om zijn oordeel klaar te hebben ook over jou en mij, over onze samenleving?

De grote verrassing van de bijbel is dat God anders is.
God is anders dan iemand ooit had gedacht.
Veel mensen in Nederland denken dat geloven saai is, voorspelbaar, uitgekauwd.
Dat christenen achterhaalde ideeën hebben over van alles en nog wat.
En geloven is volgens de mensen iets van: je houdt je aan een aantal regels en je mag een hoop niet en je moet naar de kerk en je gelooft in een hogere macht enzo.
Nou, ik doe het wel op mijn manier.
En ik probeer zo goed mogelijk te leven.
En mocht er een God zijn dan kan ik met m’n leven best bij ‘m aankomen.

De werkelijkheid is oneindig veel boeiender.
God zegt: er is helemaal niemand die goed kan leven.
E ris geen sprake van dat jij kan aankomen bij God met jouw leven.
Waar zouden wij blijven als God echt eerlijk zou zijn tegenover ons?

Het verhaal van het evangelie is echt heel spannend.
Ooit heeft er iemand geleefd op wie elk oordeel is neergedaald.
Hij nam op zich al die uitglijers van Abram en van Abrams kinderen tot in het verste nageslacht.
En deze persoon, Jezus Christus, was God zelf.
God heeft de schade die wij hadden veroorzaakt, op zichzelf verhaald.
God heeft de pijn die wij Hem aandeden, de pijn die we elkaar aandoen, de pijn die we onszelf aandoen, gedragen.

Geloven heeft echt niet te maken met keurig leven.
Geloven is echt iets anders dan goed je best doen.
De bijbel is vol met verhalen over mensen die er weinig van bakken.
Zoals Abram.
De bijbel staat echt niet vol met vrome verhaaltjes.
Het is een shocking boek.
En zo is het in de kerk precies zo.
Verwacht niet in de kerk allemaal fijne en hartelijke mensen tegen te komen.
Want is een God van zondaars.

Geloven dat is dat je gegrepen wordt door Gods liefde voor mensen.
Omdat je ontdekt dat God jou liefheeft.
Geloven is antwoord geven op zijn onbegrijpelijke liefde voor jou.
Dát is de reden om God lief te hebben.
Hem liefhebben omdat Hij ons eerst heeft liefgehad.
Hij heeft ons lief niet om wat we doen, maar gewoon omdat Hij ons liefheeft.
Abrams kinderen zijn niet altijd Vaders mooiste, maar wel Vaders liefste.

**

Weet je waarom ik het toch een mooie geschiedenis vind, in Genesis 12?
Omdat het zo’n geweldige troost is als je zelf ervaart hoe je tekortschiet.
Als er in je leven zonde is, zonde die vergeven moet worden.
Als je beseft hoe je God kwetst.
Als er in je leven veel mis is gegaan en nog steeds misgaat.
Dan mag je geloven in een God die groter is dan jouw onvermogen,
wiens liefde sterker is dan jouw schuld.
Er is een verlosser die alles over had om jou te verlossen, samen met Abram.

Juist als je daar iets van ontdekt in je eigen leven, geeft dat ruimte naar anderen toe.
Wie Jezus kent gaat anders kijken naar anderen.
De heilige Geest gaat jouw kijk op de mensen om je heen veranderen.
Ik geloof dat deze kerk een plaats mag worden waar we met Gods ogen naar elkaar kijken.
Waar we stoppen met elkaar op allerlei dingen af te rekenen.
Waar we onszelf echt als zondaars zien.
Als mensen die van genade moeten leven.
En die dat mogen doen samen met anderen.

Weet je nog, 2 week terug, zondagmorgen.
Samen met alle heiligen de hoogte, lengte breedte en diepte leren kennen van Christus liefde.
Dat valt niet mee. Als die heiligen gewone mensen blijken te zijn in de kerk.
Met hun fouten en gebreken.
Als het mensen zijn waar je in teleurgesteld kan raken.
Mensen die tegenvallen.
Die heel anders zijn dan je van een christen mag verwachten.
Een gemeenschap der heiligen die vies tegenvalt.
God heeft zulke mensen lief.
God blijft zulke mensen trouw.
En jij dan?